Tagarchief: zen

Opnieuw beginnen

De rust van het relatieve evenwicht houdt aan. Goed,  na de twee opleidingsdagen met verkwikkende focus, gevolgd door een dagje treinen en weg, lag ik weer een nacht wakker. Gisteren deed ik alles wat ik deed dus met vertraging. Had ik mijn aloude neiging om tien dingen tegelijk te doen, telkens bang dat ik iets vergeten zou als ik er niet nù aan begon en/of dat ik zou instorten van vermoeidheid voordat ik ook maar één van die tien dingen af zou krijgen.

20150317_095416_resized
De stapels naast mijn bureau. 17 maart 2015

Kreeg inderdaad weinig af. Pech speelde mee. Van de negen mensen die ik benaderde voor een interview, kreeg ik er vier aan de lijn, van wie er drie ‘nee’ zeiden op mijn verzoek en één: ‘nu niet.’ Een mengeling van eigenwijsheid en kop-in-het-zand was er ook. Opeens was mijn nieuwe website veel belangrijker dan welke afspraak dan ook. En gebrek aan overzicht. De weken van kip zonder kop hebben voor stapels gezorgd. Die maken  dat elke klus die ik nu dan eindelijk eens klaren wil, begint met een zoektocht. Was ooit gewoon.  En aanleiding om professionele opruimhulp te zoeken. Daarover later meer.

Nu een laatste stand van zaken van de stapel naast mijn bureau: zie hierboven. Hieruit heb ik zojuist de lesopzet van mijn aanstaande Knipperende Kursorworshop, de stemkaarten voor de staten- en waterschapsverkiezingen van morgen en een aantal te betalen rekeningen gevist. De rekeningen die ik nu eindelijk eens bij de zorgverzekering wil declareren kwam ik helaas niet tegen. Het zij zo. Met wat nu niet lukt, kan ik – opnieuw een zenles, die ook in mindfulness leidraad is – elke dag opnieuw beginnen.

Zo heerlijk rustig

Het filmpje dat ik vorige week liet zien, van de jongen met ADHD die, in  eigen tempo en temperament uitlegt wat er in zijn hoofd gebeurt, hield me dagen de greep. De herkenning. En daarmee de erkenning – want nee, de meeste lezers herkenden zich juist niet – van mijn anders-zijn. Zegt me in zekere zin meer dan de diagnose. Ja, die drukte in mijn hoofd, hoezeer zen mij ook helpt die binnen de perken te houden, dat is mijn basis, mijn referentiekader, dat wat er altijd zal zijn als ik niet keihard mijn best doe om ‘gewoon fit’ te zijn. En die zit me nog vaak in de weg. Helemaal als die draaikolk aan gedachten zich tegen me keert, als in: ‘Zie je wel, daar gáán we weer. Waarom ben ik niet gewoon…..  enzovoort’.

Zo ook de afgelopen week. Twee deadlines had ik te halen, tegelijkertijd, waarvan één voor een net wat diepgravender artikel dan ik de laatste maanden in opdracht geschreven had. Ging vrij soepel, eigenlijk. Toch, als ik dan pauze nam, even afstand, dan was er de stem ‘ojee, wat zit je te treuzelen’ en moest ik, in plaats van ècht pauze te nemen, de afwas doen, oud papier wegbrengen, een boodschapje doen, de krant lezen. En waren er opeens kostbare uren om en moest het alsnog ’s avonds laat of ’s ochtends voor dag en dauw. Ze kwamen er, beide stukken. Zoals er, ff tussendoor, ook een opzet kwam voor een schrijfworkshop waarvan de naam op mijn nieuwe website zal worden onthuld, plus, zondag, mijn eerste introductieworkshop zenmeditatie voor mensen met ADD of ADHD. Zonder al teveel moeite. En naar tevredenheid.

En toen was die zenworkshop er en voelde ik me daar omheen grieperig en wilde ik gisteren heel rustig aan doen en deed ik dat niet en ging ik ook nog naar een informatiebijeenkomst van PsyQ vol ernstige gezichten pratend over de problematische kant van in mijn ogen toch ook best fijne karaktereigenschappen en de paar vrolijke types die er waren werden zuinig glimlachend afgeremd en toen fietste ik naar huis en bedacht ik met weemoed dat Effectief met ADHD bijna ten einde is, net als stamkroeg DikT en mijn postbaan sinds dit weekend ten einde zijn en hoe dat nou verder moet en hoe ontkom ik aan dat zwarte gat en ojee, nee toch, niet weer, niet weer wakker liggen, jawel hoor dus toch, nou goed dan, plannetjes maken voor een weekendje weg en dan vanochtend toch maar weer zo fris mogelijk beginnen.

Belt zojuist een van mijn hulpbronnen, mede-cursiste Zeven, die helaas niet bij mijn zenworkshop kon zijn, om te vragen hoe het gegaan was.

Nou, goed. Heel goed. Lage opkomst, maar wat wil je als je vier dagen tevoren de uitnodigingen verstuurt. Ik vertelde mijn zen-en-add-verhaal. Herkenning, met lach en traan, ter inspiratie. En ze gingen er vol in. Na de twee minuten mediteren in stilte om erin te komen, en mijn verhaal, twee keer tien minuten, ook in stilte. Da’s veel voor beginners. Ik vond het veel, drie jaar geleden. En heb het daarna veel beginners veel zien en horen vinden. Pijn, in rug en benen. En ‘tjonge, wat een drukte in mijn hoofd als ik stil zit’.

Ha. Opeens, in een groepje mensen met een net zo structureel vol hoofd als ik, stemt dat mij vrolijk. Want zij ervaren het heel anders, die tien minuten in stilte. ‘Wat heerlijk rustig, die stilte. Even niets. Zelfs geen muziek. Doe mij er maar meer van.’

Dank je Zeven, dat je me hielp herinneren.

En dank je Petra Meulenberg, dat je mijn stok achter de deur was.

Al doende

mediteren-met-hond-aan-het-water-296x300De verleiding is groot, maar ik doe het niet. De naam van mijn nieuwe website, nieuwe thuisbasis van deze blog samen met andere AD(H)D-gerelateerde zaken maak ik nog even niet wereldkundig. Ik ben erg blij mee, hij geeft me nieuwe ideeën, energie en focus. Maar hij hoort bij een website en die is nog niet klaar voor gebruik.

Wat ik alvast verklap, is dat de site zal gaan over leren, leren van de omwegen die ik in mijn leven heb gemaakt en maak. Met dank aan mijn ‘beperking’, die soms opeens een kracht blijkt.

Volgens mijn moeder vond ik het als peutertje heerlijk om naar school te gaan. Later werd dat minder, al bleef ik graag nieuwe dingen leren. Weet-dingen vooral. Dingen leren doen vond ik al snel minder leuk. Als je doet, dan kun je namelijk fouten maken, falen, afgaan, gestraft worden.

Geen idee wanneer die angst om fouten te maken me in een verlegen meisje veranderde. Wel wanneer de ommekeer inzette. Anderhalf jaar na mijn afstuderen, laat dus, ik moet 27, 28 geweest zijn, begon ik aan mijn eerste journalistieke ‘baan’, freelance voor het Rotterdams Dagblad. Ik interviewde mensen, van bestuurders tot actieve wijkbewoners, van professionals die dagelijks de pers te woord staan tot mensen die verbaasd zijn dat iemand wil horen wat zij te zeggen hebben. Terwijl ik mijn eerste interviews nog als een soort examen beschouwde (geen domme vragen stellen, niet door de mand vallen!), merkte ik al gauw dat degene die ik interviewde soms even zenuwachtig was als ik. En dat ik ‘de macht had’. Ik bepaalde immers wat er in de krant kwam, of de ander dat nou was wat de ander wilde overbrengen of niet. Klinkt vreselijk kinderachtig, maar zo werkt het helaas vaak: de een voelt zich sterker naarmate de ander zich zwakker voelt.

Tegenwoordig doe ik in interviews mijn best om werkelijk te luisteren naar wat iemand me vertellen wil. Voelt veel aangenamer. Maar het machtsgevoel uit mijn journalistieke begintijd had een functie. Ik groeide, voelde me zelfverzekerder en ging daardoor mijn werk beter doen.

Al doende leerde ik verder, met veel vallen en opstaan. Een jaar of drie geleden, begonnen de pieken en dalen minder te worden. Dankzij, jawel, daar is ‘t ie weer, zen. Zaterdag, toen ik mijn uiterste fysieke en mentale concentratie inzette om tegen de wind in de juiste brieven in de juiste brievenbussen te stoppen, schoot me een inzicht te binnen uit mijn begindagen met zen. Het moet in het voorjaar van 2011 geweest zijn, de introductiecursus die ik volgde was een maand of drie op gang, en de huiswerkvraag van de week luidde: ‘Welke vraag houd mij op dit moment het meeste bezig?’

Die huiswerkvraag doolde een week door mijn hoofd. Het antwoord dat me als eerste te binnen schoot, duwde ik weg. Ik wachtte op een vraag als ‘Hoe lever ik een bijdrage aan een betere wereld?’ of ‘Wat wordt het plot van mijn eerste roman?’. Maar vraag één kwam terug en bleef terugkomen, hoe harder ik duwde, hoe koppiger hij werd. Het kostte me moeite om hem in de eerstvolgende zenles uit te spreken, maar ik deed het toch: ‘Hoe houd ik vol?’ Dat uitspreken, was het toegeven. Leuke man, leuke baan, genoeg inkomen èn redelijk wat vrije tijd waren niet genoeg – ik was altijd bang om koppie onder te gaan. Wat een rotvraag, mopperde ik in de les.

Dat ‘geleerd hebbende’, realiseerde ik me terwijl de brievenbussen klepperden in de wind, begon ik de zoektocht op het pad dat ik nu met zevenmijlslaarzen aan het bewandelen ben. Ik kwam langs een  burn-out-achtige situatie later dat jaar, waarin ik, in de luxe van de ziektewet nu eens niet toch nog artikelen probeerde te schrijven of dag en nacht de hort op te zijn, in stilte boeken las op de bank, tussen dutjes door. Soms opeens toch weer eruit brak. Leerde dat stilte me goed doet, de drie meditatieweken waar ik aan meedeed, leverden me rust en energie en focus waar ik nog steeds een beetje op teer. Ik herinnerde me eraan dat ik ook opbloei door te dansen, mensen om me heen heb waar ik blij van word. Ik leerde om mezelf te presenteren, eerst stuntelend, tegenwoordig meestal veel minder stuntelend en opeens dan toch weer wel. Ik leerde van opdrachten en plannen die kwamen, slaagden en strandden, tot ik de psycholoog opzocht die zijn ADD-woorden sprak.

Of het ultieme antwoord ooit komt, is de vraag. En dan wil ik niet alleen volhouden, maar ook weer eens feesten, reizen, nieuwe dingen doen. Gek genoeg lijkt dat juist samen te gaan. Veel vaker stilzitten heeft gemaakt dat ik langer, meer en gelukkiger volhoud dan drie jaar geleden. Best leuk, dat leren. Zeker als elk stapje telt. Ook een naam die ik nog even voor me houd.

Stok achter de deur van vandaag:  Hanneke Dijkman. Dank je Hanneke!

Els

terug-uit-driebergen-225x300Vandaag waren we bij Els. En zij bij ons. Achter een bemost heuveltje, onder een dekentje van aarde, bladeren en bloemen in het bos. Onderweg daarheen kwam ze uit de grijze dag tevoorschijn, toen koetjes en kalfjes plaats maakten voor herinneringen. Voelbaar was ze ‘s middags in haar ouderlijk huis, tussen haar familie en vrienden. Minstens even vertrouwd als op de foto waarop ze ons tegenwoordig vanaf de schoorsteenmantel aankijkt, soms geamuseerd, soms streng, vaak bemoedigend. Net als ik, is Els graag op zichzelf maar geniet ze ervan als ze de vele mensen die haar dierbaar zijn om zich heen heeft. Precies een jaar geleden overleed zij, onze vriendin en getuige. Twee van de vier jaar dat ik haar goed kende, wist ze dat ze ziek was. Patiënt was ze nooit. Hoe beroerd ze zich soms ook voelde, ze weigerde daarin op te gaan. Zolang er te leven viel, moest en zou ze leven.

Els helpt me. Toen zij overleed, had ik de term ADD niet op mijn netvlies. Wel praatte ik vaak met haar over het boek dat ik schreef en maar niet afkwam, de noodzaak om een baantje te zoeken en vrees dat dat me van mijn ambities afhield, me altijd druk voelen en nooit opschieten. In de zenlessen behandelden we in die tijd de vraag ‘Als mijn enige zekerheid is dat ik zal sterven, en ik alleen niet weet wanneer, wat moet ik doen?’ Els beantwoordde hem in de praktijk: vrienden zien, reizen, maar ook veel thuis zijn, lezend, klussend, mailend. Kiezen voor wat ze op dat moment echt wilde.

Mijn antwoord luidde dat ik meer tijd en aandacht wilde besteden aan de mensen om me heen. Schreef Els vervolgens, met buikpijn en moeite, een brief. Ik wilde haar  nog zoveel vertellen en vragen, maar in levende lijve lukte dat niet. De brief was bijna af toen ze me vanuit het hospice een sms’je stuurde: hebben jullie zin en tijd om langs te komen? Zo kon ik de brief persoonlijk geven, de laatste keer dat ik haar zag. In haar antwoord moedigde ze me aan om veel en veel meer te doen met mijn schrijftalent, met mijn vermogen om uit te drukken wat ik wil uitdrukken. Ik denk daar deze maanden vaak aan.

Drie maanden terug hielp ze me opnieuw. De term ADD was inmiddels gevallen en ik had me aangemeld bij PsyQ, want hun behandelingen zijn gratis. Misschien zou het meevallen, hun focus op problemen. Maar ik twijfelde. Surfde naar de site van het ADHD-centrum, las over de opleiding Effectief met AD(H)D, ontdekte dat die nog geen twee weken later van start ging. Mijn blik dwaalde van mijn scherm naar het prikbord ernaast, dat ik zelden bewust zie. Toen wel. Deze foto zag ik, van Els en mij op hetzelfde traject als we vandaag reisden. ‘Dat is het’, zeiden haar ogen, ‘en dat weet je best. Hoe je het doet, doe je het, maar ga voor wat je energie geeft. Het leven is te kort om met minder genoegen te nemen.’

Dank je Els!

Stok achter de deur van vandaag: Ted Eggink. Dank je Ted!

De lange route

de lange routeZaterdagochtend, een link in mijn Facebook-brievenbus: een artikel in Psychologie Magazine, ‘Mijn leven met ADD‘. ‘Shit’, denk ik, ‘weer te laat. Dat stuk had ik moeten schrijven.  Waarom loop ik toch altijd achter de feiten aan?’ Retorische vraag, die ik nu heel makkelijk zou kunnen beantwoorden met ‘tja, ADD…..’. Maar da’s te simpel. Er is genoeg dat ik, ADD of niet, wèl voor elkaar gekregen heb. En mijn mede-ADD-ende freelance-journalistieke collega Charlotte van Drimmelen deed het dus ook. En deed nog veel meer, zie ik als ik haar website bekijk. Tien jaar jonger en veel meer opdrachtgevers, au. Ik zie dat zo vaak, maar niet in combinatie met AD(H)D. Al weet ik inmiddels ook dat er aardig wat AD(H)D’ers in de journalistiek zitten.

Ik zet me over mijn jaloezie en ga lezen. ‘Goh, wat ben ik al een stuk verder’, schiet troostend door me heen, als ik lees over de caissière die Charlotte achterna rent omdat ze haar pinpas in het betaalapparaat liet zitten, over hoe Charlotte haar allerbraafste hond per ongeluk op het terras achterliet, hoe ze met haar armen vol boodschappen – ‘ik red me wel zonder tasje’ – naar huis loopt en dan pas bedenkt dat haar fiets voor de supermarkt staat, haar dagen zonder duidelijk begin en eind. Ik herken het structurele te laat komen, inclusief nahijgen van veel te hard fietsen en me een paar keer per dag verontschuldigen. De troep in huis. Die armen vol boodschappen en vergeten fiets. De afkeer van regels. Zij het, dat de extremen waarin Charlotte ze beschrijft, voor mij toch alweer best een poos tot het verleden behoren.

Wat me sterkt in de overtuiging dat mijn eigen zoeken, tien jaar langer dan zij, veel effect heeft gehad. Positief maar misschien ook negatief. Negatief in de zin dat de mantra ‘het zal wel weer niet lukken’ venijnig diep ingesleten zit. Het positieve is tastbaarder: de tijd dat ik een half uur naar mijn interviewaantekeningen moest zoeken voordat ik een artikel kon schrijven, ligt al jaren achter me. En ik durf te stellen dat ik tegenwoordig vaker ruim op tijd dan te laat op een afspraak ben.

Dat ging stapje voor stapje, via omwegen, terugvallen en oplevingen. Ik heb al beschreven hoe ik als kind leerde te schrijven wat ik niet vertellen kon. En hoe een podium me hielp om mijn verlegenheid te laten varen. Ik leerde ook al vroeg dat ik het prettig vond om alleen te zijn – overleggen is vreselijk lastig voor een verlegen chaoot. Ik zal in mijn jonge jaren nog wel meer strategieën hebben ontwikkeld, waar ik me niet eens bewust van ben. En vanaf mijn dertigste, ten tijde van mijn eerste burn-out, heb ik bewust hulp gezocht. Zo leerde een maatschappelijk werkster me dat collega’s het juist prettig vinden als je af en toe over iets persoonlijks praat, terwijl ik dacht dat ze me dan oppervlakkig of lui zouden vinden. Een psychologe wees me in 2001 al op de mogelijkheid dat ik ADD had en gaf me een boekje waarin ik vrijwel alles onderstreepte – zo blij was ik met alle herkenning en tips. Maar in de nacht voor de eerstvolgende sessie had ik zo slecht geslapen, dat ik tijdens die sessie te duf en onzeker was om daar een zinnig woord over te zeggen. Kort erna vertrok ik voor anderhalf jaar naar Argentinië en vergat dat hele ADD-verhaal.

Jaren na terugkomst liet een opruimcoach me zien dat opruimen een kwestie van kiezen is en dat ik zelfs de hardnekkigste stapel binnen korte tijd kan wegwerken zonder dierbare spullen roekeloos weg te gooien.  Mijn haptonome hielp me te voelen en erkennen wat mijn lichaam me te vertellen had, om te beginnen een hardnekkige neiging om heel hard weg te rennen als iemand te dichtbij kwam. Pas toen ik me daar bewust van was, kwam, deze week precies vijf jaar geleden, Erwin in mijn leven. Wat het op slag evenwichtiger, rustiger en gelukkiger maakte. Twee  jaar later begon ik met mediteren. Ik merk dat ik aarzel om het te schrijven, zelfs een beetje bang ben om ervan beschuldigd te worden dat ik, voor eigen gewin of voor het gewin van de zenschool, zieltjes wil winnen. Maar ik schrijf het toch, omdat ik het oprecht meen: als er voor mijn gevoel ìets is dat me werkelijk geholpen heeft om me beter te concentreren, niet meer op elke impuls te reageren, te relativeren, te focussen en, na elke slechte nacht of andere terugslag, snel het evenwicht terug te vinden, is het mediteren en zen. Met dank aan mijn zenleraar, dat natuurlijk wel, en aan degenen die me eerder hielpen. Zonder de eerdere stappen, had ik ook mijn nieuwste stappen niet gezet.

En toen kwam de laatste psycholoog, die me, mijn dank is groot, herinnerde aan ‘mijn ADD’. En toen het ADHD-centrum en deze blog.

Charlotte van Drimmelen vond heil in ritalin, in combinatie met een coach die haar basisvaardigheden voor het plannen bijbrengt en leert om minder emotioneel te reageren. Was ik bij die psychologe dik tien jaar geleden wakkerder geweest en had zij me de mogelijkheid gegeven, dan had ik waarschijnlijk ook voor die aanpak getekend. En daar was ik nu vast blij mee geweest.

Nu denk ik dat pillen me weinig extra’s te bieden hebben. Me eerder juist een opdonder geven, door de bijwerkingen. Toch ga ik over twee dagen naar PsyQ, een particuliere instelling voor geestelijke gezondheidszorg, voor diagnose-onderzoek. De afspraak staat nog van kort nadat ik gehoord had dat mijn ziektekostenverzekering geen coaching door het ADHD-centrum vergoedt. Behandeling, inclusief pillen, door PsyQ vergoedt ze wel.

Ik sta niet te springen. Mijn telefonisch intake liep aan de hand van een vragenlijst waarin niet alleen mijn onrust, impulsiviteit en slaapproblemen aan de orde kwamen, maar ook mijn drank- en drugsgebruik en eventuele zelfmoordpogingen. Wat voel ik me welkom. Maar ik kan mijn nieuwsgierigheid niet onderdrukken. Naar de uitkomst van de diagnose, naar wat de psychiaters me te bieden hebben, naar of ze me er werkelijk vooral als ‘zieke’ bekijken, zoals tot nu  toe leek. Ik zal proberen me open te stellen. Baat het niet dan schaadt het niet gaat hier niet op – al zal ik pas medicijnen slikken als ik het gevoel heb dat ik alle andere mogelijkheden heb benut. Ik hoop in ieder geval op mooi nieuw blogmateriaal.

Doe ik het wel goed?

Nu begint het pas echt. De lessen, de theorie en de praktijk. Ik verkeer nog altijd in een roes, simpelweg omdat ik over mijn ADD heb durven praten, aan de opleiding begonnen ben, blog, me gesteund en gelezen weet. Maar door de roes heen, breekt zo nu en dan iets zwaars.

Neem gisteren. In het kader van ‘WWW – Wat Werkt Wel voor Jou’  hadden we de maandag in de les besproken welke manieren ieder van ons heeft of had om positieve energie op te doen. Ik wist er een stuk of vijftien. Een leven lang zoeken maakt creatief. Degene die ik, geen idee waarom, uitverkoos om in de grote groep te gooien, was ‘vroeg opstaan.’ Later kwam ik daarop terug: niet het opstaan zelf is zo fijn, maar de stilte in huis, zo tussen zes en zeven ‘s ochtends, het licht dat (tot een paar weken geleden) rond die tijd langzaam doorbreekt, de afwezigheid van afleidingsdreiging, het gevoel dat dit uur extra en helemaal vrij is…. Rijk, zo voelt het. Zo rijk, dat ik me de hele dag rustiger, blijer en fitter voel als ik me dat gegund heb.

Gisteren stond dat uurtje niet in de planning. Erwin had broodjes in huis gehaald om samen ‘s ochtends warm in bed van te genieten. Uitslapen was er in het weekend niet van gekomen en hij gunde mij (en zichzelf) na twee intensieve dagen een traktatie. Sliep ik door de wekker heen. En door Erwins opstaan. Ik werd pas wakker toen hij, met jas en al naast bed stond. ‘Ik moet gaan. Ik dacht ‘ik laat je maar slapen.” Dàg samen warme broodjes eten èn dàg uurtje rijk aan stilte. Grrrrr.

Ik had maar één officieel plan: een tekst, geschreven door een zeer nabije coach, voorzien van feedback. Was ik al weken ‘tussendoor’ mee bezig en nu moest het af. Van mezelf. Maar ja. Ik had mails. Dagen niet aan toegekomen. Ik beloofde mezelf die te beantwoorden als de hoofdklus geklaard was. Alleen berichten over mijn blog mochten voor die tijd. Waaronder die op Facebook. Heb ik een paar maanden geleden mijn Facebook-account zo ingesteld dat ik geen updates meer in mijn mail krijg – tot mijn spijt, sorry, vandaar dat ik zo weinig op jullie updates reageer, lieve Facebookvrienden, het leidt me teveel af – ga ik zelf weer eens posten. Ja, en dan kijk ik natuurlijk wel naar de reacties. En wat ik nog meer zie. Wat hartstikke leuk is.

Aan die tekst heb ik twee uur besteed. Toen was mijn feedback af. En de dag om. Vervlogen met het lezen maar nog even niet beantwoorden van mails – nee, stráks – , een vriendendienst die opeens héél belangrijk en uiterst gewichtig was, mijn moeders preoccupaties ten aanzien van de viering van de tachtigste verjaardag van mijn vader die allang niet meer weet wat de begrippen ‘jarig’ en ‘tachtig’ betekenen, Facebook dus en, ja, wat nog meer eigenlijk?

‘s Avonds, tijdens de les zenmeditatie, hadden we het over dualisme. We deden een oefening waarbij iedereen iets moest doen (een beweging maken, in de handen klappen), de anderen hem nadeden en we vervolgens bespraken wat de oefening bij iedereen opriep. Bij mij was dat de vertrouwde mantra: ‘doe ik het wel goed?’ Tijdens het mediteren schoten me vervolgens alle ‘foute’ antwoorden te binnen die ik op vragen tijdens de AD(H)D-lessen had gegeven. Vroeg opstaan als ‘hulpbron’, pffffff. Mijn doel, hardop uitgesproken, om bekendheid van AD(H)D bij het Nederlands publiek vergroten, was ambitieus, maar okee. Viel bovendien in goede aarde. Maar dan, als antwoord op de vraag wat het me brengt als ik dat doel haal ‘trots’ en ‘zelfvertrouwen’! Tsjjjjj. ‘Rechtvaardigheid’ had ik moeten zeggen, ‘het wegnemen van vooroordelen die het mensen nog moeilijker maken om te bereiken wat ze willen bereiken.’

En ik maalde over mijn blog van vandaag. Theorie en praktijk dus. Theorie: ‘Wat je aandacht geeft groeit. Besteed je vooral aandacht aan wat niet lukt (concentreren, doen wat je je voorgenomen hebt) dan vergroot je de kans dat het de volgende keer weer niet lukt. Richt je je op wat wel lukt, sta je daar ook echt bij stil en geniet je daarvan, zodat dat wat niet lukt minder aandacht krijgt, dan voel je je beter. Wat de kans op succes, de volgende keer, vergroot.’ Praktijk: ‘Ook vandaag zitten mails en Facebook me in de weg. Voordat ik me in mijn postpak zou hijs, wil ik deze blog af hebben. Maar ja. Ik wilde om half 11 de deur uitgaan, zodat mijn post voor drieën en voor de volgende grote regenbui, op de matten lag. Ik weet gelijk weer waarom ik mijn werkdag het liefst offline begin, met pen, papier, aantekeningen of boek. Met de telefoon op stil. Zodat ik pas in digitale en telefonische verleidingen kom als de eerste klus geklaard is. Half 11 is niet gelukt. Laat ik dat vergeten. Kwart over twaalf is best een mooie tijd. Dan maar even zonder plaatje en hyperlinks.

Genoeg gedokterd

genoeg gedokterd“O, dus die kunnen niets doen.” Mijn huisarts zei het bijna terloops. Ik had haar verteld over mijn prettige intakegesprek bij het ADHD-centrum. Anders dan bij de psycholoog die suggereerde dat ik ADD heb, hoefde ik bij de coach van het ADHD-centrum vrijwel niets uit te leggen. Niet dat ik graag om zes uur opsta omdat ik het fijn vind mijn dag in stilte te starten, niet dat een telefonische onderbreking van mijn werk me gemakkelijk een half uur omschakeltijd kost, niet dat ik, voordat ik een brief bezorg, eerst drie keer kijk of het adres klopt. Bekende verschijnselen, blijkbaar. Weinig hoeven uitleggen scheelde veel tijd. Eén uur intake bracht me verder dan zes uur psychotherapie.

De coach was alleen geen arts en geen psychologe. Mijn aanvullende verzekering bleek haar werk niet te vergoeden en verwees me naar de huisarts voor een verwijzing naar geregistreerde zorgverleners. De huisarts begreep dat. Met “die kunnen dus niets doen” bedoelde ze: “die kunnen geen medicijnen voorschrijven.” Net als de psycholoog bleek zij van mening dat behandeling van AD(H)D begint met medicijnen. “Eerst maar eens zorgen dat je wat rust krijgt in je hoofd. Je hebt al genoeg gedokterd”, aldus de psycholoog, na een sessie of zes die vooral over planning waren gegaan – de tips die ik al dromen kon. Ik was verbijsterd. Zowel mijn huisarts als mijn psycholoog acht ik hoog. Ze hebben me vaak goed en prettig geholpen. Maar gevraagd naar hoe ik me beter kan concentreren, evenwicht vind tussen doorrennen en niet vooruit te branden zijn en de mantra ‘Het zal wel weer niet lukken’ doorbreek, komen ze niet verder dan “neem maar een pilletje.”

Ik heb even getwijfeld. En er zijn toch zoveel mensen die medicijnen slikken voor AD(H)D? Ik sloeg het boek van Cathelijne Wildevanck erop na, ADHD Hoe haal je het uit je hoofd? Een indrukwekkend radio-interview met de directrice van het ADHD-centrum over haar tweede boek, De depressie op zijn kop, had me tot die intake gebracht. Wildevanck spreekt zich niet uit tegen of voor medicijnen, maar gaat ervan uit dat de werking van je hersenen ook op andere manieren te sturen is. Door vooral dingen te doen die bij je passen, bijvoorbeeld. Dat heb ik vaker gehoord. Bij de meditatielessen en op de retraites van Zen.nl. En als er ìets is dat me echt geholpen heeft om me beter te concentreren en te doen wat ik wil doen, is het meditatie zoals ik dat daar geleerd heb. Houd die medicijnen nog maar even bij je, ‘gevestigde orde.’

Morgen doe ik wat ik vier weken terug voor onmogelijk hield: ik begin aan de opleiding Effectief met ADHD/ADD. Dat kan omdat ik deed wat ik, “zelf dokterend” geleerd heb: delen wat er in me omgaat. Het bracht me een spontane lening, geoormerkte  envelopjes voor mijn verjaardag en een zelfbenoemd stok-achter-de-deurteam dat me sponsort. Volgens mij is mijn opleiding allang begonnen.  En, heel gek, zonder al teveel moeite.

NB: Gisteren in het nieuws: ADHD-patiënten krijgen op grote schaal een medicijn dat de geneesmiddelenautoriteit in 2011 als te gevaarlijk heeft gekwalificeerd. Dit meldt radioprogramma Argos. Het medicijn Concerta werd de afgelopen twee jaar voorgeschreven aan zeker 25.000 patiënten.