Tagarchief: hulpbronnen

Hoe maak ik het rustiger?

Deze blog had ik gisteren bijna af, toen mijn laptop ermee ophield – batterij leeg. En niet alleen dat: ik kon de ‘oplader’ in geen velden of wegen bekennen. Het verhaal voelt sterk verouderd inmiddels, na twee zeer intensieve opleidingsdagen. Ik publiceer het alsnog, al was het maar omdat de oplader nog altijd zoek is. Vanuit de bibliotheek dus. Morgen het vervolg, waarschijnlijk vanaf deze zelfde plek. Weet alleen nog niet hoe laat.

Over een kleine drie uur begint blok twee van Effectief met ADHD. Het thema: ‘Hoe maak ik het rustiger?’ Heb er veel zin in. Een opwarmer met subgroep, afgelopen zaterdag, hielp. Onder genot van een door Laura en mij gemaakte maaltijd (koken voor groepen is mijn relatief nieuwe ‘hulpbron’  – kost me enige moeite en stress, maar word er ook heel erg blij van, waardoor het een energie-motortje wordt) bespraken we wat ieder van ons met de lessen van een maand geleden aan de slag is geweest. Een greep:

‘Als ik me verveel op mijn werk, denk ik niet meer dat ik gek ben, maar ga ik gewoon iets anders doen.’

‘Ik heb een foto naast mijn bed gezet waar ik blij van wordt, zodat ik de dag altijd opgewekt begin’

‘Ik hoef op een feestje van mezelf niet meer met iedereen te praten en gezellig te doen, en kom dus veel minder hyper thuis’

En ik, ik heb geblogt. Heb me er zo aan herinnerd dat schrijven me óók veel energie kan geven. En ben me, al schrijvende, bewuster geworden van de negatieve stemmetjes waarmee ik mezelf afrem. Baal daar steeds meer van. En weet dus steeds zekerder dat ik van die stemmetjes af wil. Het opschrijven helpt. Direct, maar ook indirect, via mijn lezers. ‘Hé, gefeliciteerd,’ zei Erwin gisteravond, ‘het is kwart voor elf en we liggen er al in.’ ‘Wéér te laat’, mopperde ik, ‘Ik wil er om zes uur uit en kom dus niet aan mijn acht uur slaap. Ik wilde zo graag fit zijn, morgen bij de cursus.’ Erwin: ”Wat je water geeft groeit.’ Anke:’Oja. Goed hè, we liggen er voor elven in. En het was nog een goed weekend ook.’ Ik heb heerlijk geslapen.

Zo vader, zo dochter, maar dan anders

papa-80-295x300Ik heb oude ouders, altijd gehad. Mijn moeder was 39 toen ik geboren werd, mijn vader 35. Toch heb ze nooit als oud beschouwd, en al helemaal niet toen ik zelf eenmaal het huis uit was. Ze gingen tot voor kort nog veel op pad, wandelen, fietsen en met de trein samen. Mijn vader tafeltenniste op een niveau dat ik nooit halen zal. Tot een klein jaar geleden. Nu zijn zij opeens wel oud. Mijn vader wordt vandaag 80.

Zelf is hij zich dat niet bewust. Sinds een klein half jaar woont hij in een verpleeghuis. Hij leeft er volledig in het moment. Waarschijnlijk meer dan ooit, of in ieder geval meer dan sinds zijn door de oorlog getekende kindertijd. Als ik hem opzoek, moet hij vaak even nadenken over wie ik ook alweer was. Maar vervolgens begint hij honderduit te praten. Zoals hij tegenwoordig de hele dag door schijnt te doen. Zijn we met zijn tweeën, dan kan dat iets onrustigs hebben. Alsof hij praat om te voorkomen dat ik merk dat hij het niet meer op een rijtje heeft. Heeft hij meer mensen om zich heen, dan is hij meer ontspannen. En is hij met minstens drie mensen die hij goed kent – of hij onze namen nu direct weet of niet – dan is hij op zijn best.

Dat is een grote verassing. Papa hield namelijk niet van ‘drukte.’ Niet van radio en tv, wel van jazzmuziek (zolang er niemand doorheen praatte) en al helemaal niet van een gezelschap waarin mensen door elkaar heen praten. Hij was zelf geen prater, maar bleef op de achtergrond. Niet dat hij geen meningen had, integendeel, maar wilde hij die echt kwijt, dan deed hij dat per brief. Men noemde hem bescheiden. Nog steeds, trouwens. Ik heb altijd gedacht dat zijn ongemak in groepen ermee te maken had dat hij aan één kant doof is. Nu ik in mijn ADD duik en tussendoor zoveel mogelijk probeer te schrijven over mijn vader, begin ik te vermoeden dat die doofheid niet de enige reden van zijn bescheidenheid was.

Nog voordat ik las over de ‘Wat Werkt Wel voor mij’-strategie van het ADHD Centrum, her-ontdekte ik een dik jaar terug een kant van mezelf die ik heb laten ondersneeuwen. Ik ben lange tijd verschrikkelijk verlegen geweest, maar op sommige momenten durfde ik als kind, puber, student opeens wat niemand durfde: ik ging op een toneel staan en speelde, vertelde, maakte mensen aan het lachen. Kreeg ik applaus of gingen mensen lachen, dan gooide ik er een schepje bovenop. Het podium gaf me een excuus om mezelf te laten zien. Om daarna, off-stage,  weer de verlegen kleine Anke te zijn.

Met toneelspelen stopte ik toen schrijven mijn werk werd. Weet niet goed meer waarom. Ik ging wel steeds bewuster genieten van feestjes die ik zelf organiseerde. Vriendschappen onderhouden heeft me altijd moeite gekost – altijd het gevoel dat ik geen tijd heb, weet je nog? – maar een verjaardag, voorgenomen vertrek naar het buitenland en, min of meer onlangs, onze trouwerij – gaf me een goed excuus om iedereen die ik leuk en lief en aardig vond, weer eens om mij (of ons) heen te verzamelen. Heerlijk vond en vind ik dat. En dit jaar heb ik ontdekt dat ik ook veel energie kan krijgen van een presentatie of les geven, mits het gaat over iets waar ik me heel betrokken bij voel.

En nu de relatie tot ADD, mijn vader en ‘Wat Werkt Wel voor mij?’: om mijn ‘echte werk’ te kunnen doen, schrijven, heb ik me altijd erg moeten afsluiten. Lang vond ik dat prima, want verlegenheid is me nog steeds niet vreemd. Inmiddels weet ik dat ik, door me  op die manier aan te passen aan mijn eigen belemmering, ook een belangrijk deel van mezelf heb afgesloten. Ik kan namelijk ook buiten feestjes om erg genieten en veel energie krijgen van leuke mensen om me heen.  Uit hoe mijn vader zich, nu zijn woorden onnavolgbaar zijn, ontpopt tot gezelschapsdier, denk ik op te maken dat ook hij zijn sociale kant lang heeft weggestopt. Helaas kan hij het me niet vertellen. En zal niemand  weten wat er werkelijk in hem omging en omgaat.  Maar stel nou dat zijn bescheidenheid te maken had  met moeite om direct te reageren op wat mensen zeggen? AD(H)D schijnt erfelijk te zijn. En sinds ik over mijn ADD vertel, vertelt mijn moeder steeds meer over mogelijke ADD-trekjes van mijn vader. Zonder haar kwam hij bijvoorbeeld altijd te laat.  Is het toeval dat hij, net als ik, als hij iets heel graag wilde overbrengen, naar pen en papier greep? Van mezelf weet ik inmiddels dat mijn schrijven ooit daarmee begon – vertellen, direct reagerend op de mensen om me heen, vond ik moeilijk, schrijven niet. Schrijven werd een strategie, een omweg, een ‘hulpbron’, zoals ze dat bij het ADHD-centrum noemen. Ik nam er lekker alle tijd voor, zodat mijn schrijfsels nog heel mooi en goed en op momenten ook grappig werden ook.

Ik groei er naartoe om voor mijn levensonderhoud niet meer volledig afhankelijk te willen zijn van laptop, schrijfblok, pen en afzondering. Het postbodewerk is het ook niet. Ik ga vaker ‘de vloer op.’ Ik wil genieten van mijn sociale kant, ruim voordat ik dat niet meer vertellen of schrijven kan. En mocht het zo zijn dat mijn vader meer een gezelschapsdier was dan ik dacht, dan hoop ik dat hij nu inhaalt wat hij zichzelf, misschien wel zonder het te weten, zo lang heeft ontzegd.

Doe ik het wel goed?

Nu begint het pas echt. De lessen, de theorie en de praktijk. Ik verkeer nog altijd in een roes, simpelweg omdat ik over mijn ADD heb durven praten, aan de opleiding begonnen ben, blog, me gesteund en gelezen weet. Maar door de roes heen, breekt zo nu en dan iets zwaars.

Neem gisteren. In het kader van ‘WWW – Wat Werkt Wel voor Jou’  hadden we de maandag in de les besproken welke manieren ieder van ons heeft of had om positieve energie op te doen. Ik wist er een stuk of vijftien. Een leven lang zoeken maakt creatief. Degene die ik, geen idee waarom, uitverkoos om in de grote groep te gooien, was ‘vroeg opstaan.’ Later kwam ik daarop terug: niet het opstaan zelf is zo fijn, maar de stilte in huis, zo tussen zes en zeven ‘s ochtends, het licht dat (tot een paar weken geleden) rond die tijd langzaam doorbreekt, de afwezigheid van afleidingsdreiging, het gevoel dat dit uur extra en helemaal vrij is…. Rijk, zo voelt het. Zo rijk, dat ik me de hele dag rustiger, blijer en fitter voel als ik me dat gegund heb.

Gisteren stond dat uurtje niet in de planning. Erwin had broodjes in huis gehaald om samen ‘s ochtends warm in bed van te genieten. Uitslapen was er in het weekend niet van gekomen en hij gunde mij (en zichzelf) na twee intensieve dagen een traktatie. Sliep ik door de wekker heen. En door Erwins opstaan. Ik werd pas wakker toen hij, met jas en al naast bed stond. ‘Ik moet gaan. Ik dacht ‘ik laat je maar slapen.” Dàg samen warme broodjes eten èn dàg uurtje rijk aan stilte. Grrrrr.

Ik had maar één officieel plan: een tekst, geschreven door een zeer nabije coach, voorzien van feedback. Was ik al weken ‘tussendoor’ mee bezig en nu moest het af. Van mezelf. Maar ja. Ik had mails. Dagen niet aan toegekomen. Ik beloofde mezelf die te beantwoorden als de hoofdklus geklaard was. Alleen berichten over mijn blog mochten voor die tijd. Waaronder die op Facebook. Heb ik een paar maanden geleden mijn Facebook-account zo ingesteld dat ik geen updates meer in mijn mail krijg – tot mijn spijt, sorry, vandaar dat ik zo weinig op jullie updates reageer, lieve Facebookvrienden, het leidt me teveel af – ga ik zelf weer eens posten. Ja, en dan kijk ik natuurlijk wel naar de reacties. En wat ik nog meer zie. Wat hartstikke leuk is.

Aan die tekst heb ik twee uur besteed. Toen was mijn feedback af. En de dag om. Vervlogen met het lezen maar nog even niet beantwoorden van mails – nee, stráks – , een vriendendienst die opeens héél belangrijk en uiterst gewichtig was, mijn moeders preoccupaties ten aanzien van de viering van de tachtigste verjaardag van mijn vader die allang niet meer weet wat de begrippen ‘jarig’ en ‘tachtig’ betekenen, Facebook dus en, ja, wat nog meer eigenlijk?

‘s Avonds, tijdens de les zenmeditatie, hadden we het over dualisme. We deden een oefening waarbij iedereen iets moest doen (een beweging maken, in de handen klappen), de anderen hem nadeden en we vervolgens bespraken wat de oefening bij iedereen opriep. Bij mij was dat de vertrouwde mantra: ‘doe ik het wel goed?’ Tijdens het mediteren schoten me vervolgens alle ‘foute’ antwoorden te binnen die ik op vragen tijdens de AD(H)D-lessen had gegeven. Vroeg opstaan als ‘hulpbron’, pffffff. Mijn doel, hardop uitgesproken, om bekendheid van AD(H)D bij het Nederlands publiek vergroten, was ambitieus, maar okee. Viel bovendien in goede aarde. Maar dan, als antwoord op de vraag wat het me brengt als ik dat doel haal ‘trots’ en ‘zelfvertrouwen’! Tsjjjjj. ‘Rechtvaardigheid’ had ik moeten zeggen, ‘het wegnemen van vooroordelen die het mensen nog moeilijker maken om te bereiken wat ze willen bereiken.’

En ik maalde over mijn blog van vandaag. Theorie en praktijk dus. Theorie: ‘Wat je aandacht geeft groeit. Besteed je vooral aandacht aan wat niet lukt (concentreren, doen wat je je voorgenomen hebt) dan vergroot je de kans dat het de volgende keer weer niet lukt. Richt je je op wat wel lukt, sta je daar ook echt bij stil en geniet je daarvan, zodat dat wat niet lukt minder aandacht krijgt, dan voel je je beter. Wat de kans op succes, de volgende keer, vergroot.’ Praktijk: ‘Ook vandaag zitten mails en Facebook me in de weg. Voordat ik me in mijn postpak zou hijs, wil ik deze blog af hebben. Maar ja. Ik wilde om half 11 de deur uitgaan, zodat mijn post voor drieën en voor de volgende grote regenbui, op de matten lag. Ik weet gelijk weer waarom ik mijn werkdag het liefst offline begin, met pen, papier, aantekeningen of boek. Met de telefoon op stil. Zodat ik pas in digitale en telefonische verleidingen kom als de eerste klus geklaard is. Half 11 is niet gelukt. Laat ik dat vergeten. Kwart over twaalf is best een mooie tijd. Dan maar even zonder plaatje en hyperlinks.

44, een nieuw begin

44Dat vandaag een bijzondere dag zou worden, wist ik. Ik heb het namelijk aangekondigd. Gisteren op LinkedIn, maandag in de beslotenheid van ‘mijn’ vaste maandagochtend netwerkgroep bij de Impact Hub Rotterdam. Vandaag ben ik 44 geworden en begonnen met bloggen. So what? 44 voelt niet als mijlpaal. Over de schrik van het veertig worden ben ik heen en de vijftigers die ik in steeds grotere getale om me heen heb geven me niet de indruk dat ik van die leeftijd wat te vrezen heb. En bloggen heb ik vaker gedaan.

Mijn dag begon met Erwins zelfgebakken taarten, thee, ander lekkers, een brandweermannentas, telefoontjes van mijn slaperige moeder, mijn wakkere oom en nog wakkerdere 83-jarige  ‘invalmoeder’ uit Argentinië, …………. en de volgende karakterisering van het 44e levensjaar, door Erwin voorgelezen uit het boekje Nog vele jaren:

“Als de gevoelens van gebondenheid minder sterk worden en tevens de fixatie op het onaffe, niet-perfecte afneemt, komt kracht vrij. Wat tot dusver een belemmering was, blijkt hulpmiddel te kunnen zijn.”

Ik was er stil van, die tekst. Ik, de journaliste, ooit correspondent, tegenwoordig pronkstukspecialist en postbode, bood maandag in besloten kring mijn excuus aan voor de vele plannen en projecten waar ik vol enthousiasme aan begon, mede met hulp van de mensen in die beslotenheid, en die ik nooit heb afgemaakt. Had daarbij een lijst klaar vol excuses, variërend van zorgen om en voor mijn bejaarde ouders, de tijdrovende bijbaan, alleen kunnen werken als ik in eenzaamheid thuis ben, mijn eeuwige e-mailachterstand, het ontbreken van een afwasmachine, verkoudheid, naweeën van de vakantie, achtereenvolgende slecht geslapen nachten met alle consequenties van dien…….. maar las die lijst niet voor. Het voelde niet goed, die excuses. Ben lang genoeg gefixeerd geweest op onaffe dingen en wat ik allemaal nog meer en beter had gekund.

Begin dit jaar suggereerde een psycholoog dat ik wel eens ADD zou kunnen hebben, een (deels) aangeboren concentratiestoornis, vorm van ADHD, zonder H van hyperactief. Het zou veel verklaren. Ik zie er meestal rustig uit, maar in mijn hoofd is het druk. Zo druk dat ik nog niet aan de ene klus begonnen, of de gedachte aan het volgende popt alweer op. Zelfs als ik weinig werk heb, mezelf een vrije dag gun, ziek ben, heb ik voor mijn gevoel nooit tijd. Dat is niet iets van de laatste jaren, maar van zo lang ik me kan herinneren. Op de lagere school liep ik eens een paar maanden achter met mijn rekensommen. In de brugklas zat ik regelmatig tot één uur ‘s nachts aan mijn huiswerk. Tussen het dagdromen en lezen door – wat ben ik blij dat er toen nog geen smartphones en internet waren. Later deed ik oneindig lang over werkstukken en mijn eerste artikelen. En begon ik vaak vol enthousiasme aan nieuwe projecten, zonder deze af te maken. Ik ging me schamen. Voor alles wat ik te laat inleverde of wat zelfs nooit af kwam, ook voor artikelen die met veel enthousiasme zijn ontvangen. Die schaamte maakt dat ik bijna niet meer aan nieuwe dingen durf te beginnen.

En toch ben ik dat nu aan het doen.

Volgende week begin ik aan de opleiding Effectief met ADHD/ADD, van het ADHD Centrum in Delft. Anders dan bij ADHD-hulpverlening gangbaar is, richt het ADHD Centrum zich niet op ‘hoe ga ik om met mijn probleem?’ oftewel: ‘Hoe leer ik plannen, op tijd komen, me concentreren?’ – daar heb ik al bijna veertig jaar op geoefend – maar op ‘Waar ben ik nu echt goed in?’. Door daar veel meer aandacht aan te besteden, zou mijn ‘fixatie op het onaffe en niet-perfecte’ af moeten nemen. Dat is in ieder geval wat ik ermee wil. Ondertussen ga ik bloggen. Over wat ik leer, hoe ik val en weer opsta, de zoektocht die ik de afgelopen decennia al heb afgelegd, in relatie tot wat er zoal op mijn pad komt. Mijn dementerende vader bijvoorbeeld, over wie ik al een tijdje aankondig te gaan publiceren (…) En over niet al te lange tijd, schrijf ik ook voor kranten en tijdschriften over ADD en de impact ervan, in mijn leven en omgeving en in de levens van de talloze mensen die het ook hebben.

Eerlijk gezegd sta ik van mezelf te kijken. Maandenlang heb ik het woord ‘ADD’ alleen op fluistertoon en aan intimi uitgesproken. Naarmate ik er luider en meer over vertel, ontdek ik veel mensen de symptomen bij zichzelf herkennen. En dat het me kracht geeft om mijn ervaringen te delen. Dat voelt als een heel goede start. Mijn belemmering als hulpmiddel, wie weet.

Wordt vervolgd!