Tagarchief: drukte

Zo heerlijk rustig

Het filmpje dat ik vorige week liet zien, van de jongen met ADHD die, in  eigen tempo en temperament uitlegt wat er in zijn hoofd gebeurt, hield me dagen de greep. De herkenning. En daarmee de erkenning – want nee, de meeste lezers herkenden zich juist niet – van mijn anders-zijn. Zegt me in zekere zin meer dan de diagnose. Ja, die drukte in mijn hoofd, hoezeer zen mij ook helpt die binnen de perken te houden, dat is mijn basis, mijn referentiekader, dat wat er altijd zal zijn als ik niet keihard mijn best doe om ‘gewoon fit’ te zijn. En die zit me nog vaak in de weg. Helemaal als die draaikolk aan gedachten zich tegen me keert, als in: ‘Zie je wel, daar gáán we weer. Waarom ben ik niet gewoon…..  enzovoort’.

Zo ook de afgelopen week. Twee deadlines had ik te halen, tegelijkertijd, waarvan één voor een net wat diepgravender artikel dan ik de laatste maanden in opdracht geschreven had. Ging vrij soepel, eigenlijk. Toch, als ik dan pauze nam, even afstand, dan was er de stem ‘ojee, wat zit je te treuzelen’ en moest ik, in plaats van ècht pauze te nemen, de afwas doen, oud papier wegbrengen, een boodschapje doen, de krant lezen. En waren er opeens kostbare uren om en moest het alsnog ’s avonds laat of ’s ochtends voor dag en dauw. Ze kwamen er, beide stukken. Zoals er, ff tussendoor, ook een opzet kwam voor een schrijfworkshop waarvan de naam op mijn nieuwe website zal worden onthuld, plus, zondag, mijn eerste introductieworkshop zenmeditatie voor mensen met ADD of ADHD. Zonder al teveel moeite. En naar tevredenheid.

En toen was die zenworkshop er en voelde ik me daar omheen grieperig en wilde ik gisteren heel rustig aan doen en deed ik dat niet en ging ik ook nog naar een informatiebijeenkomst van PsyQ vol ernstige gezichten pratend over de problematische kant van in mijn ogen toch ook best fijne karaktereigenschappen en de paar vrolijke types die er waren werden zuinig glimlachend afgeremd en toen fietste ik naar huis en bedacht ik met weemoed dat Effectief met ADHD bijna ten einde is, net als stamkroeg DikT en mijn postbaan sinds dit weekend ten einde zijn en hoe dat nou verder moet en hoe ontkom ik aan dat zwarte gat en ojee, nee toch, niet weer, niet weer wakker liggen, jawel hoor dus toch, nou goed dan, plannetjes maken voor een weekendje weg en dan vanochtend toch maar weer zo fris mogelijk beginnen.

Belt zojuist een van mijn hulpbronnen, mede-cursiste Zeven, die helaas niet bij mijn zenworkshop kon zijn, om te vragen hoe het gegaan was.

Nou, goed. Heel goed. Lage opkomst, maar wat wil je als je vier dagen tevoren de uitnodigingen verstuurt. Ik vertelde mijn zen-en-add-verhaal. Herkenning, met lach en traan, ter inspiratie. En ze gingen er vol in. Na de twee minuten mediteren in stilte om erin te komen, en mijn verhaal, twee keer tien minuten, ook in stilte. Da’s veel voor beginners. Ik vond het veel, drie jaar geleden. En heb het daarna veel beginners veel zien en horen vinden. Pijn, in rug en benen. En ‘tjonge, wat een drukte in mijn hoofd als ik stil zit’.

Ha. Opeens, in een groepje mensen met een net zo structureel vol hoofd als ik, stemt dat mij vrolijk. Want zij ervaren het heel anders, die tien minuten in stilte. ‘Wat heerlijk rustig, die stilte. Even niets. Zelfs geen muziek. Doe mij er maar meer van.’

Dank je Zeven, dat je me hielp herinneren.

En dank je Petra Meulenberg, dat je mijn stok achter de deur was.

Lui wegens drukte

Even een heel luie blog vandaag. Voelt raar. Ik wil niet lui zijn. Ben ik ook niet gewend. Denk dan dat afgestraft gaat worden. Als iets gemakkelijk gaat dan kan het niet goed zijn. Maar het is even niet anders. Dubbele deadline vandaag en ook nog een ziekenhuisbezoek met mijn moeder op de planning. En het nachtelijke bloggen, eerder deze week, heeft opnieuw schade aangericht, in de vorm van slaaptekort, humeurigheid en, jawel, ook ik, een licht gevoel  van slachtofferschap. Dus dat gooi ik niet in de herhaling.

Maar wel:

Een filmpje over hoe dat is, een druk hoofd. Let even niet op hoe de man beweegt en praat enzo, qua vorm, wel qua inhoud – hij heeft de H van hyperactief in zijn diagnose. Maar dat is de buitenkant. Van binnen gaat het bij mij zo’n beetje net als bij hem. Vandaar dat ik aan lang niet alles toekom dat ik zou willen…. en tegelijk vaak het gevoel heb dat ik tijd verspil aan dingen die op dat moment helemaaaal niet relevant zijn.

Stok achter de deur van vandaag: Laura van Mourik. Dank je, Laura!

Zo vader, zo dochter, maar dan anders

papa-80-295x300Ik heb oude ouders, altijd gehad. Mijn moeder was 39 toen ik geboren werd, mijn vader 35. Toch heb ze nooit als oud beschouwd, en al helemaal niet toen ik zelf eenmaal het huis uit was. Ze gingen tot voor kort nog veel op pad, wandelen, fietsen en met de trein samen. Mijn vader tafeltenniste op een niveau dat ik nooit halen zal. Tot een klein jaar geleden. Nu zijn zij opeens wel oud. Mijn vader wordt vandaag 80.

Zelf is hij zich dat niet bewust. Sinds een klein half jaar woont hij in een verpleeghuis. Hij leeft er volledig in het moment. Waarschijnlijk meer dan ooit, of in ieder geval meer dan sinds zijn door de oorlog getekende kindertijd. Als ik hem opzoek, moet hij vaak even nadenken over wie ik ook alweer was. Maar vervolgens begint hij honderduit te praten. Zoals hij tegenwoordig de hele dag door schijnt te doen. Zijn we met zijn tweeën, dan kan dat iets onrustigs hebben. Alsof hij praat om te voorkomen dat ik merk dat hij het niet meer op een rijtje heeft. Heeft hij meer mensen om zich heen, dan is hij meer ontspannen. En is hij met minstens drie mensen die hij goed kent – of hij onze namen nu direct weet of niet – dan is hij op zijn best.

Dat is een grote verassing. Papa hield namelijk niet van ‘drukte.’ Niet van radio en tv, wel van jazzmuziek (zolang er niemand doorheen praatte) en al helemaal niet van een gezelschap waarin mensen door elkaar heen praten. Hij was zelf geen prater, maar bleef op de achtergrond. Niet dat hij geen meningen had, integendeel, maar wilde hij die echt kwijt, dan deed hij dat per brief. Men noemde hem bescheiden. Nog steeds, trouwens. Ik heb altijd gedacht dat zijn ongemak in groepen ermee te maken had dat hij aan één kant doof is. Nu ik in mijn ADD duik en tussendoor zoveel mogelijk probeer te schrijven over mijn vader, begin ik te vermoeden dat die doofheid niet de enige reden van zijn bescheidenheid was.

Nog voordat ik las over de ‘Wat Werkt Wel voor mij’-strategie van het ADHD Centrum, her-ontdekte ik een dik jaar terug een kant van mezelf die ik heb laten ondersneeuwen. Ik ben lange tijd verschrikkelijk verlegen geweest, maar op sommige momenten durfde ik als kind, puber, student opeens wat niemand durfde: ik ging op een toneel staan en speelde, vertelde, maakte mensen aan het lachen. Kreeg ik applaus of gingen mensen lachen, dan gooide ik er een schepje bovenop. Het podium gaf me een excuus om mezelf te laten zien. Om daarna, off-stage,  weer de verlegen kleine Anke te zijn.

Met toneelspelen stopte ik toen schrijven mijn werk werd. Weet niet goed meer waarom. Ik ging wel steeds bewuster genieten van feestjes die ik zelf organiseerde. Vriendschappen onderhouden heeft me altijd moeite gekost – altijd het gevoel dat ik geen tijd heb, weet je nog? – maar een verjaardag, voorgenomen vertrek naar het buitenland en, min of meer onlangs, onze trouwerij – gaf me een goed excuus om iedereen die ik leuk en lief en aardig vond, weer eens om mij (of ons) heen te verzamelen. Heerlijk vond en vind ik dat. En dit jaar heb ik ontdekt dat ik ook veel energie kan krijgen van een presentatie of les geven, mits het gaat over iets waar ik me heel betrokken bij voel.

En nu de relatie tot ADD, mijn vader en ‘Wat Werkt Wel voor mij?’: om mijn ‘echte werk’ te kunnen doen, schrijven, heb ik me altijd erg moeten afsluiten. Lang vond ik dat prima, want verlegenheid is me nog steeds niet vreemd. Inmiddels weet ik dat ik, door me  op die manier aan te passen aan mijn eigen belemmering, ook een belangrijk deel van mezelf heb afgesloten. Ik kan namelijk ook buiten feestjes om erg genieten en veel energie krijgen van leuke mensen om me heen.  Uit hoe mijn vader zich, nu zijn woorden onnavolgbaar zijn, ontpopt tot gezelschapsdier, denk ik op te maken dat ook hij zijn sociale kant lang heeft weggestopt. Helaas kan hij het me niet vertellen. En zal niemand  weten wat er werkelijk in hem omging en omgaat.  Maar stel nou dat zijn bescheidenheid te maken had  met moeite om direct te reageren op wat mensen zeggen? AD(H)D schijnt erfelijk te zijn. En sinds ik over mijn ADD vertel, vertelt mijn moeder steeds meer over mogelijke ADD-trekjes van mijn vader. Zonder haar kwam hij bijvoorbeeld altijd te laat.  Is het toeval dat hij, net als ik, als hij iets heel graag wilde overbrengen, naar pen en papier greep? Van mezelf weet ik inmiddels dat mijn schrijven ooit daarmee begon – vertellen, direct reagerend op de mensen om me heen, vond ik moeilijk, schrijven niet. Schrijven werd een strategie, een omweg, een ‘hulpbron’, zoals ze dat bij het ADHD-centrum noemen. Ik nam er lekker alle tijd voor, zodat mijn schrijfsels nog heel mooi en goed en op momenten ook grappig werden ook.

Ik groei er naartoe om voor mijn levensonderhoud niet meer volledig afhankelijk te willen zijn van laptop, schrijfblok, pen en afzondering. Het postbodewerk is het ook niet. Ik ga vaker ‘de vloer op.’ Ik wil genieten van mijn sociale kant, ruim voordat ik dat niet meer vertellen of schrijven kan. En mocht het zo zijn dat mijn vader meer een gezelschapsdier was dan ik dacht, dan hoop ik dat hij nu inhaalt wat hij zichzelf, misschien wel zonder het te weten, zo lang heeft ontzegd.