Tagarchief: Zie je wel!

Geslaagd

gat in de straatEn dertig uur later heb ik een diploma. Mindfulnesstrainer ben ik nu. Met een eerste baantje in het vooruitzicht, zelfs dat.

De lessen van de dagen afgelopen dagen dreunen erin door. Dat het mis ging met dat artikel, heeft er veel mee te maken dat ik streefde naar iets waar ik eigenlijk niet geloofde, en waar ik (daarom?) eigenhandig voor zorgde dat de kans van slagen met de dag dat ik eraan werkte minder werd. Een artikel wordt zelden beter van geploeter. Zoals maar weinig dingen er beter op worden als je er te geforceerd, te krampachtig mee bezig bent. Terwijl ik een bijna levenslange neiging heb om dat te doen. Gevolg van ADD? Sommige dingen kosten mij ‘nu eenmaal’ meer moeite dan anderen en om een nieuwe mislukking voor te zijn zet ik mij schrap.

Het weerhoudt me er niet van om me vol overgave in de mindfulnesslessen te storten. Goed, donderdag, toen ik ernstig verlaat binnenkwam, nog niet helemaal. Vrijdag zeker. De beloning, afgezien van het diploma, was een verhaal van Sogyal Rinpoche, uit Het Tibetaanse Boek van Leven en Sterven, waarmee trainer Bert de dag en opleiding afsluit:

UNIVERSELE AUTOBIOGRAFIE
1.
Ik loop door een straat.
Er is een diep gat in het trottoir
Ik val erin.
Ik ben verloren… ik ben radeloos.
Het is mijn schuld niet.
Het duurt eeuwig om een uitweg te vinden.
2.
Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir
Ik doe alsof ik het niet zie.
Ik val er weer in.
Ik kan niet geloven dat ik op dezelfde plek ben.
Maar het is mijn schuld niet.
Het duurt nog lang voordat ik eruit ben.
3.
Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir
Ik zie dat het er is.
Ik val er weer in… het is een gewoonte.
Mijn ogen zijn open.
Ik weet waar ik ben.
Het is mijn schuld.
Ik kom er direct uit.
4.
Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir
Ik loop eromheen.
5.
Ik loop door een andere straat.

Ik slik een brok weg. De laatste verwondering over dat ik niet vreselijk boos en verdrietig ben over alle verspilde energie en ongezien lijden ebt weg. Ik mag een wat afwijkend gevoel van tijd hebben en moeite met grenzen, veel van mijn valkuilen graaf ik toch echt zelf. Dat is niet raar, dat doen de meeste mensen. Ik word daar stapje voor stapje, soms een stapje achteruit, terughoudender in. Nog terughoudender moet kunnen. Heb tenslotte een diploma.

Nacht redt blog

Nou, zo gaat dat dus. Besluit ik niet te bloggen zolang er betaald werk op me wacht, kom ik niet meer aan bloggen toe. Ook niet aan de eindes der dagen. Geen tijd, geen rust, en ‘mag niet.’ Heb ik tijd en rust over, dan kan ik daarmee ook een acquisitie- of sollicitatiemailtje sturen.

Is geen verassing, dat het zo gaat. Ik weet, rationeel, dat er in de afgelopen jaren dagen zijn geweest dat er geen werk op me lag te wachten. Voor de geest halen kan ik die niet. Mijn ‘probleem’ is niet dat ik lui ben of te weinig te doen heb, maar dat Het Nooit Af is. Omdat ik  zelden goed kan inschatten wanneer iets af is, begin ik, voordat het ene af is, alvast aan het andere. Dus lopen dingen door elkaar heen, gaat de vaart eruit en is er dus altijd wel iets is waar ik mee achterloop. Beslissen dat ik ‘iets 1’ niet doe zolang ‘iets 2’ niet af is, is gevaarlijk voor ‘iets 1’. Vandaar dat ik graag stokken achter de deur heb. Die helpen me om onmogelijke keuzes – verwaarloos ik ‘iets 1’ of verwaarloos ik ‘iets 2 tot en met 100’? – te forceren.

Vaak is ‘iets 1’ iets sociaals. Of iets huishoudelijks. Of iets rond het thema ‘goed voor mezelf zorgen.’ Deze weken, tussen deadlines, naderende deadlines, heel mooie interviewgesprekken en workshoppromotie door, verwaarloos ik mijn blog. Onder andere. Tot nu. Ik blog nu. Lig ik ‘s nachts wakker, dan ben ik vrij van inkomensvergaring en andere verplichtingen. Vind ik. Vrij dus ook een beetje blij.

Dank, woelige nacht, je redt mijn blog.

Stok achter de deur worden voor deze blog, op welke wijze ook? Lees hier verder of neem contact op.

Ontspanningsstress tegen de deadline

20150506_065543Ik ben er nog. Vraag niet hoe, maar ik ben er nog.
Nou ja, niet overdrijven. Ik heb een poosje niet geblogt, had deadlinestress. Dusdanige deadlinestress dat ik al een week voor het naderen van de betreffende deadline, toen hij nog goed haalbaar was, wist dat ik hem niet halen ging. En me daarover opvrat. En me daardoor met de dag meer van de wereld afsloot. En me dus meer opvrat. En de kans om hem te halen met het uur zag slinken.

Zoals ik er meestal pas na half december achter kom dat het bijna Kerstmis is, komt de meivakantie voor mij, kinder- en collegaloos, elk jaar opnieuw als een complete verrassing. Hadden we niet, in mijn eigen kindertijd. Ik had voor mijn artikel vijf mensen willen interviewen en niemand nam de telefoon op. Toch bleef ik proberen. Vooral op Bevrijdingsdag probeerde ik het erg hard, want dat was de eerste dag dat ik er alle tijd en rust voor had.

Was ik maar gewoon alvast gaan schrijven met het materiaal dat ik al had, dacht ik in de dagen die volgden. Toen stond mijn telefoon juist vrijwel onafgebroken op stil. Nu moest het gebeuren. Bellen kwam later wel. Niemand mocht me storen. De dag dat Erwin thuis was, zat ik in de bieb. Ik heb daar stiltekamers ontdekt die je drie uur achtereen kunt huren. Blijkt het examentijd. In de groepsruimte naast mij zat een groep studenten, met chips, energiedrankjes, boeken en laptops heel hard te studeren. Zo hard dat ik hen, uren nadat ik, mijn hart bonkend in mijn keel, had gevraagd of het wat zachter kon, nog kon horen. Ondertussen knaagde het dat ik dit toch gewoon moet kunnen, met mijn tig jaren ervaring. Of dat ik nu eindelijk eens moet toegeven dat ik juist niet voor schrijven in de wieg gelegd ben. En begon ik voor mijn bloggen te vrezen. Heb geen stok achter de deur meer in de vorm van sponsors, dus, zie je wel, het lukt me niet meer. Jammer, heb ik net deze website opgetuigd en mijn ‘oude’ blogs allemaal hierheen verhuist.

Nu ben ik alweer jaren bezig met zen. En leer ik voor mindfulnesstrainer. Onderwijs ik zelf hoe je je concentratie bevordert door juist niet al te zeer je best te doen. Dat ik niet opschiet, ligt niet aan luidruchtige studenten en zelfs niet aan vakantievierende interviewkandidaten. Ik ben moe, nog altijd, opgestapeld, moe en gespannen. Wil teveel, slaap te weinig, al maanden. En wat ik het hardste wil, is die vermoeidheid doorbreken. En als er iets niet werkt als je vermoeidheid wilt doorbreken, is het hard je best doen.  Accepteer dat wat je niet voelen wil, geef eraan toe, en je zult zien dat het dan, op den duur, minder wordt, leren de meesters. Maar vermoeidheid maakt koppig.

De afgelopen week haalde ik dus alle gewoonten uit de kast die me ooit fitter deden voelen. Drie keer stond ik om kwart voor zes op, twee van die keren deed ik een extra meditatiesessie, de andere keer ging ik hardlopen. De bruggenronde, vijf kilometer via Koninginne- Erasmus en Willemsbrug om ons huis. Het werd een mooie gecomineerde ren-en wandeltocht, onderbroken met een bankje om te genieten van het uitzicht. Dat was nog eens een fijn begin van de dag. Maar misschien had uitslapen mijn artikel meer geholpen.

Nu is het weekend. Ik moet straks verder met dat artikel. Maar omdat het weekend is mag ik ook rustig aan doen. Eigenaardig toch, dat de deadline opeens minder belangrijk is, ook al is hij verder overschreden. Het is weekend. Kan ik ook mijn blog weer eens schrijven. En dadelijk met mijn lief koffiedrinken in de stad. Zul je zien dat dat artikel daarna opeens snel klaar is.

Het ding de baas

Geen stok achter de deur vandaag. Ik ontdekte het pas toen ik vanochtend op mijn blogplanning keek wie de blog van vandaag zou steunen. Opluchting. Weet nu weer waarom ik mezelf blogvrij gun. Heeft te maken met een speciale blogeditie aanstaande zondag, 21 december. En met de komende Kerstdagen. Niet met mijn nieuwe mobiel. Daarvan had ik begin oktober, toen ik het schema maakte, nog geen benul.

Het komt dus goed uit, even geen stok. Ik heb een nieuwe mobiel. Een slimme. Een niet-ADD-bestendige. Een duizelingwekkende hoeveelheid apps die ik nooit heb aangevraagd. Moet nog wel mijn telefoonnummers overtikken – voor het kopiëren van mijn vorige sim-kaart is hij helaas te slim. Ik ben blij met het ding en sta te kijken van mijn kicken. Ooit was ik ‘tegen’, zoals ik tegen zoveel was waar ik niet mee om wist te gaan. Ik heb zin om te profiteren van de leuke dingen ervan. Altijd een camera bij de hand. Gratis app’en, zelfs met vriendinnen in Argentinië en, wie weet, broer in Berlijn. Mails, Facebook en de reiswijzer checken in de trein. Filmpjes. Kranten zonder stapels. En al die dingen waar ik nog geen weet van heb.

Maar vooralsnog bevestigt ‘het ding’ mijn angsten. Twee metro-, trein- en tramritten, samen anders goed voor een dik uur staren, mijmeren of, laat ik er eens een Zen.nl-term ingooien, ‘bubbelen’, gingen op mijn eerste dag als eindelijk volwaardig meetellende telefoonbezitter geheel aan me voorbij. Oplaadtijd werd energievreter. Kan niet navertellen wat ik gezien heb, noch welke ideeën ik onderweg heb opgedaan. Mede-reizigers zag ik pas toen ik, twee haltes voor mijn eindbestemming, de telefoon vermoeid wegstopte. En dan had ik alleen nog maar ge-sms’t, wat ik voorheen ook deed onderweg. Het tijd- en energieverschil zat hem in het wennen aan een nieuwe manier van typen en in het zie-je-wel-effect. Een smartphone verslaaft, een smartphone leidt af, een smartphone…. niets voor mij, zie je wel?

En nu is het nacht en kan ik niet slapen. Weet inmiddels dat ik daar niemand de schuld van kan geven – niet mijn ouders die vandaag meer tijd opslokten dan ik ze toebedacht had, noch de mensen die mijn werkrust verstoorden, noch Erwin die ergerlijk rustig op de bank zat terwijl ik na-stuiterde van de dag. Geen persoon maar een ding is nu schuldig. Het ding waarmee ik de dag begon – “Het zou toch moeten kunnen, die nummers kopiëren?!’ – en eindigde – ‘Is dit wat, als wektoon?’

Aan mij om dat ding op te voeden. En om ‘zie-je-wel’ maar weer eens een nieuwe betekenis te geven. Dat doel voelt zowaar een beetje als een stok achter de deur.

De normaalste zaak van de wereld

normale-wereld_janna-kool-300x208Morgen en overmorgen duik ik weer in de opleiding Effectief met AD(H)D. Die is dan halverwege. Als bijna vanzelf blik ik terug op de afgelopen twee maanden. Dus kwam ik vanochtend een vrouw tegen die aanwezig was bij de laatste Hub-netwerkbijeenkomst voordat ik met opleiding en bloggen. Ik had haar sindsdien niet meer gesproken.

Toen, eind september, nam ik het woord ADD nog niet in de mond. Tijdens die netwerkbijeenkomst vertelde ik over de oorsprong van mijn schrijven: ik vond het als kind moeilijk om in een groep mijn zegje te doen, ontdekte dat papier geduldig was en bleef vervolgens schrijven en schrijven en schrijven. Heb ik hier inmiddels vaker verteld, maar toen betrof het een nieuw inzicht. Ik voegde eraan toe dat ik graag in contact wilde komen met anderen die moeite hebben om zich te concentreren. Zij was een van de drie (in een groep van vijftien) die reageerden, een uurtje na de bijeenkomst in een mail:
‘Wat jij beschreef, dat herken ik heel goed. Liever even rustig nadenken over mijn zinnen, in de situatie zelf ben ik meestal van mijn a propos. Ik denk wel eens: zal ik een debatteer-cursus doen… 🙂

Nu vertelde ik haar over mijn blog, over ADD. ‘Heeft het daarmee te maken dan?’
Grote ogen. ‘Waarschijnlijk wel’, zeg ik. ‘Heeft een psycholoog tegen me gezegd, een diagnose heb ik niet. En wat ADD  precies inhoudt weet niemand, dus zoveel zou dat niet zeggen. Maar ik herken in ieder geval veel in alles wat ik er de laatste tijd over gehoord en gelezen heb.’
‘Een vriendin van me heeft ADD’, antwoordt zij. ‘Zij heeft me weleens uitgelegd hoe dat werkt. Eerlijk gezegd vind ik het moeilijk om dat serieus te nemen. Ik denk: ‘als iemand zich prettig voelt bij zo’n labeltje, moet hij dat zelf weten. Ik zou me er beperkt door voelen.’

Dat heb ik vaker gehoord. Sterker: ook al is de suggestie dat ik ADD heb aanleiding voor deze blog, ook ik heb niets met labeltjes. Ik hoop duidelijk te maken dat ADD voor mij hooguit een verklaring is, een verklaring voor dingen die niet lopen zoals ik zou willen. Of meer nog: een zoekrichting voor oplossingen. Voor mij begint dat zoeken naar oplossingen er nu mee dat ik het beestje bij de naam noem. Al zeg ik erg raag bij dat ADD maar een van de vele ‘beestjes’ is die maken dat ik ben wie ik ben en dat mijn leven loopt zoals het loopt.

In de week tussen die bijeenkomst in september en mijn ‘coming out’ als vermoedelijke ‘ADD-er’, biechtte ik een andere vrouw op dat ik misschien ADD heb. Fluisterend. Aanleiding: ik stond versteld van de manier hoe zij, met tekeningen en pijltjes een ingewikkeld verhaal inzichtelijk kan maken, terwijl ze wegens dyslexie moeite heeft met schrijven. Ook in haar hoofd zit een vreemde combinatie van chaos en structuur. ‘Oh, dat heeft mijn broer ook’, antwoordde zij, verbaasd en laconiek tegelijk. Ze heeft het er vaker over gehad. ‘En mijn dochter ook.’ Andere familieleden hebben weer andere afwijkingen. ‘Maar één van mijn kinderen is normaal. Hoewel die wel erg van slag raakt als dingen opeens anders gaan.’ Afwijkingen, de normaalste zaak van de wereld, zo klinkt het.

Ik was verbluft en blij. Iemand die de term ADD kent. Die iets weet van de ‘symptomen’. Te vriend houden, dacht ik, altijd fijn om iemand te hebben met wie ik kan praten over wat niemand begrijpt.

Toen kwam die presentatie. De blog. De opleiding. Dat ik bij de opleiding ‘soortgenoten’ zou treffen, natuurlijk, was te verwachten. Al waren zij ‘normaler’ dan dat ik me hen had voorgesteld. Zo zie je maar wat labeltjes doen – ook ik ben erin getrapt. Dat er in de afgelopen twee maanden, nog afgezien van tijdens de opleidingsdagen, geen drie dagen voorbij zouden gaan zonder dat iemand tegen me zei dat hij of zij zelf ook ADD heeft, of iemand in de nabije omgeving heeft die dat heeft, of op zijn minst zoveel herkent in mijn verhalen dat hij/zij vermoedt dat……, nee, dat niet.

We trekken onze agenda’s, de vrouw met vriendin met labeltje. Ik noem drie data. Aarzelend kiest zij er een uit. ‘Altijd als ik een afspraak in mijn agenda wil zetten krijg ik een beetje de kriebels. Kan het eigenlijk wel?’ ‘Hmm, dat heb ik nou ook.’ Ik voel een glimlach, zo’n zie-je-wel-glimlach, die voor ‘goed-fout’ zou kunnen doorgaan. ‘Ik heb altijd het idee dat andere mensen gewoon aanvoelen wanneer ze wel of niet iets kunnen plannen’, aarzelt zij. ‘Sommige wel ja. Maar niet iedereen.’

Stok achter de deur van vandaag: Janna Kool. Dank je Janna!

Een dag te vol

canvas-bij-hub-300x225
Workshop Business Model Canvas bij de Hub, heb ik ook nog gedaan laatst

Die kop heb ik nu wel boven deze blog gezet, maar ik vraag me af of hij klopt. Hij schoot me te binnen toen ik tegen zessen vanmiddag door de kou naar huis fietste, wetende dat ik een uur later opnieuw door de kou zou fietsen. En ik was al zo moe en mijn dag was al zo vol geweest en wat is het toch altijd op die maandagen tegenwoordig, ik weet toch dat mijn dag dan vroeg buitenshuis begint en laat buitenshuis eindigt en dat ik tussendoor veel te veel wil op een plek die veel te leuk is om rustig te kunnen werken en dat ik dan weliswaar heel veel doe maar zelden of nooit toekom aan het betaalde schrijfwerk dat ik als ‘het echte werk’ beschouw waardoor ik aan het eind van de dag altijd het gevoel heb dat het teveel en tegelijk te weinig was en ik de nacht van zondag op maandag zo vaak relatief slecht slaap want ojee het is dan weer bijna maandag en de maandag is altijd zo lang en vol en waarom heb ik het toch opnieuw zo veel en veel en veel te vol gepland, maar ach, het zijn wel allemaal leuke dingen die ik gepland heb, ach weet je wat, laat ik maar rustig gaan slapen, tegenwoordig komt het uiteindelijk meestal best wel goed met die maandagen. En soms lukt dat dan en soms niet. Vannacht lukte het.

En het kwam inderdaad best wel goed. Zo voelt het nu, om 23.17  uur, tenminste. Beter tenminste dan tegen zessen. De dag begon, zoals elke maandag, bij de netwerkversterking van Impact Hub Rotterdam. Ik was voorzitter nota bene. Zijn we in principe bij toerbeurt allemaal weleens maar op de een of andere manier heeft het dik anderhalf jaar geduurd voordat ik voor het eerst mijn beurt op me nam. Vandaag was mijn tweede keer. Ging best goed, al zeg ik het zelf. Was alweer stukken minder zenuwachtig dan bij beurt één en we begonnen en eindigden precies op tijd. En op mijn wekelijkse netwerkvraag kreeg ik reacties waar ik blij van werd. Daarna, achtereenvolgens: een pronkstuk-interview over de surprise van Ted (mooi!), een 1 op 1 met Guido over zijn e-book en mijn snode website- en social mediaplannen (gaaf, weer wat stappen verder), lunch met bonen en sla (mmmmmm) en heel veel mensen (gezellig!), een paar mails, druppel op de immer gloeiende mailplaat (maar toch, een druppel), een poging om dan toch eindelijk de webteksten te schrijven die ik vorige week maar uiterlijk dan toch echt morgen beloofd heb (… leuk, dat worden ze wel…), tussendoor nog even een telefoontje met mijn herstellende moeder (nu al scherper zicht!) en tot slot, een gesprek met een jonge journalistiek-ambiërende post-collega met bewezen talent, over hoe hij dat talent benutten kan (o nostalgie en o wat houd ik van mijn vak 🙂 ). Daarna………..

nee, je laat het, niet meer verder met die webteksten, ook niet snel ff deze blog en dan naar friettent of Suri-Chinees maar gewoon lekker naar huis. Eten (jippie, stond klaar, dank je Erwin, het was nog lekker ook) en hup, naar zen. Geen les genieten deze avond, maar les assisteren. Da’s toch anders. Goed luisteren, niet alleen voor mezelf maar ook ten behoeve van feedback die ik te geven heb zo dat nodig blijkt. Gevolgd door twee keer twintig minuten ‘zitten’, thee, een rondje leerpunten en feedback light als ‘iedereen’ weg is. En dan weer fietsen, door die nog koudere want latere kou.

Ergens onderweg, in de loop van de zenles, popte de onwennigheid weer op. Nauwelijks vermomd dit keer, maar prettig. Ja, de dag was voller gepland dan ik waar kon maken,  nee ik ben nauwelijks aan mijn broodschrijven toegekomen. Maar wat een dag. Een goeie, die goed doet. En wat een kop. Vind hem leuk en zo mooi ADD, dus ik laat hem staan. Maar de lading dekken, nee dat doet ie niet.

Stok achter de deur van vandaag: Marco Tieleman. Dank je, Marco!

Vermomde onwennigheid

heart-300x224Doe mij maar een brok in mijn keel.’ Die gedachte schoot de afgelopen dagen een paar keer door mijn hoofd. Liefst een zoetzure, zoals tijdens het eerste blok van de opleiding Effectief met AD(H)D. Maar een bitterzoute, zoals vorige week in het psycho-medisch centrum, ach, ook goed. Alles liever dan het gevoel dat er iemand, een zwaar iemand, met al zijn gewicht op mijn borst drukt, rond mijn longen en mijn hart. Het gevoel dat opkwam tijdens de eerste oefening die ik deed in het tweede blok van de opleiding bij het ADHD-centrum, bij me bleef tot ik maandagavond in slaap viel en gistermiddag in bijna even volle hevigheid terugkwam.

Die eerste oefening was bedoeld als opbeurende opwarmer: beschrijf een recent ‘sprankelmomentje’, een moment waarop je iets deed waarvoor je je over een drempel heen moest zetten, en waar je, toen je dat eenmaal gedaan had, heel blij van werd. Ik vertelde over mijn presentatie, begin oktober, bij de Impact Hub, waarin ik, in een zakelijke context, vertelde dat ik waarschijnlijk ADD heb – drempel één – en vervolgens – drempel twee – vroeg om mij te helpen de belemmeringen die dat mij opgeleverd heeft, te doorbreken. Vertellend over de positieve energie die die stap me sindsdien nog dagelijks oplevert, voelde ik de spanning die eraan vooraf ging. Vanwege een geplande vervolgstap die ik voor me uit schuif? Misschien.

In een volgende oefening werd me gevraagd, keer op keer op keer op keer op keer, tot mijn antwoorden uitgeput waren, welke gedachten en ervaringen me ervan weerhouden om een van mijn belangrijkste doelen van het moment te bereiken– een groot eigen project (boek?) afronden en tot een succes maken. De eerste antwoorden kon ik zo oplepelen, zoals ik in deze blog al heb gedaan: ‘eerdere projecten zijn ook niet gelukt’, ‘geen tijd’, ‘geen geld’, ‘schaamte’, ‘onvoorspelbaar energiepeil’, ‘zie je wel, ik kan het niet?’. Daarna kwamen antwoorden die ik zo diep weggestopt zitten dat ik me er nauwelijks bewust van ben. En die waarschijnlijk veel bepalender zijn. ‘Angst voor straf’. En: ‘Alles wat ik doe, kan tegen me gebruikt worden.’ Paf. Vind je het gek, dat ik mijn grote stappen nog maar even uitstel? Omhoog, mijn hartslag. En maar drukken, die zware persoon.

Coach-assistent Ciske zette mijn antwoorden op briefjes. Die legde ik vervolgens in een strakke cirkel om het briefje met mijn doel. ‘Hoe kun je zorgen voor meer lucht?’, vroeg Ciske. Ik constateerde dat ik juist de ‘excuses’ die ik het meest gebruik, het gemakkelijkst zal kunnen wegnemen en legde die wat verder uit elkaar. Lucht in de kring. ‘Angst voor straf’ legde ik juist bij mijn doel, net als het positief verwoordde: ‘Geloof in mijn doel en daarvoor uitkomen.’ Hebbes, de sleutel. Kaboenk, kaboenk.

‘Overtuigingen zijn waarheden die niet op feiten berusten maar ongelooflijk bepalend zijn voor je gedrag en je denken’, legde coach Renée vervolgens uit. ‘Je hebt ze ooit opgedaan, bevestigd gezien en op een zeker moment heb je besloten dat ze waar zijn. Daarna hielden ze zichzelf in stand, het ‘zie-je-wel-model’: je bekijkt de wereld vanuit je overtuiging en in alles wat je ziet, zie je òf een bevestiging òf de uitzondering die de regel bevestigt. Het goede nieuws: zo gemakkelijk als je ze opdoet, zo gemakkelijk kun je ze vervangen door andere overtuigingen. Niet van de ene dag op de andere, niet zonder een onwennig of zelfs pijnlijk gevoel in je lichaam.’ Kaboenk, kaboenk. ‘Maar het kan.’

‘Stel dat je overtuiging – Alles wat ik doe, kan tegen me gebruikt worden’ – een absurde gedachte is, in plaats van de ware, wat zouden dan de gevolgen zijn?’ Deze vraag stelde mijn groepsgenote me en beantwoordde ik aanvankelijk alleen in mijn hoofd. Eerst nog wat vaag. ‘Ruimte’, ‘vrijheid’, ‘energie’. En ik zag zonnig beschenen groen. ‘Door welke overtuiging wil je de beperkende vervangen?’ Ook die vraag beantwoorde ik in mijn hoofd. Net als: ‘Wat zou die nieuwe overtuiging je opleveren?’ en: ‘En wat nog meer?’ en: ‘En wat nog meer?’ en: ‘En wat nog meer?’ De beelden werden helderder. Ik hield weer een presentatie, dit keer in volle vanzelfsprekendheid. Enthousiaste reacties, blije gezichten. Later was er de feestelijke presentatie van mijn eerste boek. Straf bleef uit, kritiek, die er, wel was, aanvaardde ik als leerzame feedback.

En er was meer, en meer, en meer, en meer. Dat was te voelen. Alleen al door bij de gedachten. Onwennig, pijnlijk zelfs. Maar zonder de bitterzoute smaak die de opsomming van ellende bij PsyQ me opleverde. Het was geen zwaar persoon die drukte. Het was mijn eigen adem, frisse lucht, die, onwennig, alle vrijheid nam.

Wat je water geeft groeit

gieter-lungo-blauw-xala1-229x300Beginnen ze al te vervelen, mijn blogs? Ik had beloofd, in ieder geval aan mezelf, maar ook aan mijn lezers, dat ik met deze blog iets wil doorbreken. Iets negatiefs. Mijn gevoel dat ik wel vreselijk enthousiast aan dingen kan beginnen, maar juist de dingen die ik echt heel graag wil doen, niet afmaak. Het gevoel dat ik het dus eigenlijk allemaal niet kan. Elk moment door de mand kan vallen. Tuurlijk, ik kan best leuke stukjes schrijven. Dat weet ik, dat weet een aantal vaste opdrachtgevers, dat weten talloze mensen die ik heb geïnterviewd. Wat zij niet of nauwelijks weten, is dat dat me soms ‘opeens’ vreselijk veel moeite en tijd en energie en nachtrust kost. En, frustrerender nog, dat ik grotere, langere, diepgaandere verhalen wil schrijven, boeken zelfs. Of verhalen bij tentoonstellingen, met mooie beelden erbij. Dat ik vele uren meer aan interviews voor die verhalen en boeken en tentoonstellingen onuitgewerkt in schriftjes, MP3 en, jawel, op cassettebandjes, heb staan dan ik alles bij elkaar gepubliceerd heb. Dat het me daardoor moeite kost om mijn ambities, en daarmee mezelf, serieus te nemen. En dat ik dus, tot voor zeer kort, maar zelden met mijn plannen en projecten te koop liep.

Dat wil ik dus doorbreken. En al doende wil ik de wereld laten zien dat dat kan. De wereld van de mensen die alles meezit èn de wereld van ‘ons, degenen die het niet altijd meezit’. Dat je moeite kunt hebben om je te concentreren, daardoor onzeker kan zijn, zo onzeker zelfs dat je de neiging hebt om jezelf af te remmen voordat je ambities maar de kans krijgen om werkelijkheid te worden…..en die neiging kunt terugdringen. Dat ADD of ADHD of een achterstand als gevolg van een moeilijke situatie thuis, een lichamelijk beperking, trauma, analfabete ouders of wat het ook is dat maakt dat je in sommige opzichten niet helemaal meekomt, nooit allesbepalend is. Dat er altijd dingen zijn die je wel kunt doen, of waar je zelfs heel goed in bent. Ik heb meer dan genoeg verhalen opgeschreven, en nog veel meer aangehoord, van mensen die daar het levende bewijs van zijn.

En nu heb ik al in acht blogs geschreven wat tot nu toe niet lukte. Wat je aandacht, water, geeft groeit, vatte ik in mijn blog Doe ik het wel goed?’ de theorie van het ADHD-centrum samen. Ons brein is aartslui, voegde trainer Anja daaraan toe, ‘goed in alles wat we veel doen en alles wat we veel denken.’ En daarmee houdt het dat gedrag en die gedachten in stand. Denk je vaak, zoals ik, ‘het zal wel weer niet lukken’, dan is is de kans groot dat dingen inderdaad niet lukken. Het goede nieuws is, zei Anja erbij: je kunt je denken veranderen. Als je de dingen die wel goed gaan maar genoeg water geeft. AD(H)D of niet. De andere trainer, Renée, liet ons een oefening doen: ‘Doe je armen eens over elkaar.’ Simpel, waar is dat goed voor? ‘En doe ze nu eens andersom over elkaar.’ Huh? Da’s puzzelen. Maar het lukt. ‘Zie je: een nieuwe beweging voelt in het begin een beetje raar, maar als je wilt kun je het leren. Zo is het ook met nieuw gedrag en een andere manier van denken.’

Vertel mij wat. Toen ik een jaar of drie geleden voor het eerst tien minuten probeerde te mediteren, duurden die tien minuten een eeuwigheid. Keek ik elke minuut wel drie keer ‘hoe lang ik nog moest’. Ging ik een paar keer anders zitten. Nu word  ik pas onrustig als ik voor de derde of soms pas de vierde of vijfde keer op een dag twintig minuten stilzit. ‘Vanzelf’ gaat het nooit, maar ik houd vol omdat ik merk dat mediteren me goed doet. Me rust geeft en helpt om ook in andere situaties door te zetten.

Ook deze blog kwam niet vanzelf. De eerste versie begon met een opsomming van alles waar ik vandaag aan begon zonder dat ik het af kreeg. Mijn brein is erg goed in de gedachte ‘Ik heb geen tijd’, wilde ik laten zien. Ook op deze eerste postvrije donderdag in zes maanden ‘heb ik geen tijd.’ Desondanks is de blog afgekomen. Zonder die opsomming. Nog niet volledig positief, maar wel op tijd. Ik kan het niet genoeg benadrukken.