Tagarchief: uitstelgedrag

Ik vind dat ik moet

Ik vind dat ik moet bloggen.

12003312_970714089637766_1593714843758169001_n
Te Gek!?-festival

Ja, daar ben ik weer.

Ik vind dat ik moet bloggen, maar niet nu, op de donker zo vroege zaterdagochtend. Nu vind ik dat ik moet slapen. Diep en ontspannen. Zodat ik vandaag fit ben en kan doen wat ik wil doen. Ontspannen, werkklusje afronden en naar schoonfamiliefeest. Ontspannen, niet moe en zonder vrees voor wat de komende week allemaal moet. Dat wil ik, dus moet ik ontspannen.

Maar ik moet nog bloggen over het Te Gek!?-festival, vorige week bij Utrecht. Allemaal mensen met fenomenen in hun hoofd in vergelijking waarmee Add een doetje is, groter, gekker, gemener, die daar gewoon over vertellen en het grootste deel van de tijd helemaal niet gek blijken te zijn. Eigenlijk alleen als ze te lang te weinig ontspannen.

Kwam er niet van, die blog, want ik was moe en moest nog zoveel.

Ook moet ik nog bloggen over die speelgedachte die ik vorige keer zomaar opeens bekende, over misschien toch maar aan de pillen. Waar dat opeens vandaan komt, na al mijn verzetschrijverij. Nou, dat komt van die cirkels waar ik in blijf draaien en een advies van iemand die zowel medisch als meditatief onderlegd is en die ik zo hoog heb dat ik haar advies niet zomaar weg wil wuiven.

En over waarom zen mij zo helpt en blijkbaar toch niet helemaal voldoende.

Niet gedaan want er moest nog zoveel. Ontspannen, bijvoorbeeld, en dat terwijl er een begrafenis was. Niet heel nabij, wel heel verdrietig.

Over dat ik het allemaal, dankzij Effectief met AD(H)D, zen, mindfulness en ouder worden, steeds beter weet en zie. Hoe belangrijk het is om te ontspannen en dat dat des te moeilijk is als er nog zoveel moet en hoe groot de verleiding dan is om juist nog even door en door en door te gaan en de spanning te voelen oplopen, wakker te liggen en dan, in een mengeling van wanhoop en rebellie, de computer maar weer aan te zetten. Met het overbekende risico dat die slaap en ontspanning deze dag niet meer komen. En dat ik vervolgens boos en gefrustreerd ben. Ik weet toch hoe het werkt, dus waarom o waarom blijf ik het zo doen?

Daar heb ik vaker over geschreven, mijn vicieuze cirkel. Als scholier ging ik zondags niet met mijn ouders mee wandelen, want mijn huiswerk was niet af. In jaar dat mijn afstudeerscriptie af moest, ging ik niet mee dansen en kon ik slapen noch ontspannen. In de strijd voor een hoger energiepeil en ‘eindelijk kunnen doen wat ik wil doen’, verdwenen sommige bewezen energieleveranciers, zoals tango en anderszins dansen, reizen en tekencursussen de laatste jaren uit mijn leven. Kwam goed uit, want ik had er toch geen geld voor. Eerst maar eens aan het werk en fit zijn, ontspannen, goed slapen. Wat allemaal, ja echt, veel beter lukt dan ooit. Nou ja, in de tijd van die retraites lukte het misschien net iets beter.

Hoe nu verder? Dansen, mediteren, werken, slapen? Anders eten? Pillen, inderdaad? Een combinatie natuurlijk, al dan niet met pillen, in evenwicht. Tja, dat is het hem nu juist, evenwicht.

Deze ochtend heeft bloggen geholpen. Moet ik dus vaker doen. Niet alleen omdat het mij helpt. Ik vind dat mijn blog over méér moet gaan dan mijn vicieuze cirkels. Maar weet ook dat vinden dat ik iets moet of juist niet moet averechts werkt. Ik vind dat Add&Anke moet gaan over hoe ik patronen doorbreek, als het even kan, zonder pillen. En dat ik dus moet volhouden.

Eerst terug naar bed. Het is weekend en ik  moet ontspannen.

Bijna vergeten

O ja.

O ja, ik heb nog een blog.

Over ADD. Nee, over Add. En Anke. Zou het bijna vergeten, dat ik die had. Te druk voor.

Hebben andere mensen dit nu ook, vraag ik me af, dat ze ergens een poos enthousiast en vol overgave mee bezig zijn, er blijmoedig van overtuigd zijn dat zij dat voorlopig ook nog zullen blijven

en dat er dan

door omstandigheden

van welke aard ook

een kink in de kabel komt

want een workshop te organiseren,  een artikel te schrijven, een website in te richten, nu toch echt eens inkomen te generen, en al helemaal de mailachterstand wegwerken, o nee, eerst nog beide ouders te bezoeken

en dat het dan eerst eventjes stil ligt, paar dagen of zo

dan nog wat langer

dan nog wat langer

en dat het dan, op een gegeven moment

simpelweg ‘uit je systeem lijkt te zijn verdwenen?’

Heb ik zo vaak. Met deze blog. Met mails die ik snel wil beantwoorden. Met foto’s die ik uit wil zoeken. Ik heb het rijtje vast al eens genoemd

het boek waar ik vakanties en maandbudgetten aan wijdde, met een losjes samenhangend stapeltje scènes als voorlopig en bijna vergeten resultaat

kaarten aan vrienden en familieleden die niet voor niets op de verjaardagskalender staan

die kelder, ach die kelder, zou zo’n mooie opgeruimde en ruimte biedende extra ruimte kunnen zijn

en dan nu, heel recent, de follow-up van de workshops Schrijven met Aandacht

plannen zat

maar ja

tijdens de voorbereidingen, bleef al het andere liggen. En is het tijd voor volle vaart vooruit met Hoognodige andere dingen.

Is dat nou ADD?

Of is het een kwestie van teveel tijd in mijn eentje huis zonder structuur van baan, gezin, echt bedrijf in de zin  van met werknemers aan wie ik zo mijn verplichtingen heb, waardoor ik tijd in overschot lijk te hebben en elk klusje er een van megaformaat lijkt, tijd- energie-, gepeins en in de zin van het ondernemersuitgangspunt tijd=geld ook geldvretend?

Ik hoor het vaker. Vooral ook van mensen die zich van geen ADHD of ADD bewust zijn. ‘Werk ik thuis, dan lijkt het alsof ik alle tijd heb, maar doe ik veel minder dan op kantoor tussen de collega’s.’

Toch verdenk ik Add. In combinatie met Anke. Oude Patronen. En Nieuwe Input en Inzichten, met dank aan Effectief met ADHD, de coach, zen,  de opleiding tot Mindfulnesstrainer, Nieuwe Ervaringen die  laten zien dat het echt  ook anders kan. En dat ik me dus gewoon niet zo druk moet maken en rustig, ja rustig, overhaasten is niet goed, verder moet gaan op ingeslagen wegen.

De afgelopen week, van twee deadlines na workshopdrukte, slonk mijn wereld weer tot een vierkante meter of drie, vier.

vergat ik bijna deze blog

en zelfs die workshops. Ondanks dankwoorden, ‘we want more’s’ en mooie pennenvruchten als uitkomst.

Mailt Laura me deze. Laura van Mourik, dusdanig geprezen om haar kort-en-krachtige teksten, dat ze maar niet tot langere teksten komt. Kwam. Lees waarom de Finnen zwijgen.

dan zwijg ik mijn gemijmer over hoe’s en waarommen, Add of Anke, excuus of verklaring en ga ik over tot de orde van de dag.

Nieuwe website moest er maar eens van komen

20150828_022637Morgen en overmorgen geef ik de tweede en derde editie van Schrijven met Aandacht (voorheen de Knipperende Kursor). Spannend, hier hangt voor mijn gevoel veel vanaf. Ben dus al weken bezig met voorbereidingen. Locatie zoeken. Deelnemers werven. Maar ongebruikelijk ruim voor de deadline was dat organisatorische deel goeddeels gepiept. Deze week restte het leukste deel van de voorbereidingen: voorgesprekjes met de deelnemers,  lezen  van hun eerdere schrijfsels en een finishing touch geven aan het programma. Ongebruikelijk rustig nadert de deadline.

En opeens, twee dagen voor de dag, is daar …… een nieuwe website. De nieuwe website van mijn bedrijf Anke Welten Journalistieke Producties.

Nou ja, opeens.

Het idee ‘ik moet mijn website vervangen’ rijpte in 2012. Misschien eerder al. De oude site dateerde van het begin van deze eeuw, het laatste ontwerp uit 2006 verwees naar mijn Argentijnse tijd, die toen alweer drie jaar over haar hoogtepunt heen was. In 2012 benaderde ik een ontwerpster. Brainstormden we over de inhoud. In 2013 liet ik foto’s maken. Kwam er alvast een bijpassende nieuwe visitekaart. Moest als huiswerk alleen nog wat links verzamelen van websites die als voorbeeld konden dienen. Dat kwam er maar niet van.

In 2014 ging ik bloggen, op die site uit het jaar nul.  Ik schaamde me, want ik hield hem al jaren nauwelijks meer bij. Bloggend trok ik bezoekers die me erop attent maakten dat het onderliggende programma hoognodig geüpdatet moest worden. Zou me alleen wel eens de gehele inhoud kunnen kosten. Tijd voor de back-up die ik altijd nog een keer had willen maken. Ging niet meer automatisch. Moest handmatig alle driehonderdzeventigplus artikelen kopiëren om ze veilig te stellen. Dat kwam er maar niet van.

Toen vermande Erwin zich.

In januari had hij alles gekopieerd en op drie locaties opgeslagen. Ik moest het alleen nog even nalopen. Dat kwam er maar niet van.

In maart begon ik deze site, speciaal voor Add&Anke.

Eind juli gingen Erwin en ik er samen voor zitten om die kopieën na  te lopen. Paar uurtjes werk. En klaar was ik, voor een nieuwe start. Alleen nog even de domeinnaam verhuizen.

Deze week kwam het ervan.

Een formulier, drie mails, een code,  binnen anderhalf uur was daar een nieuwe website. Nou ja, website. Een pagina, met daarop de naam van mijn bedrijf en gratis meegeleverd tekstje ‘Hello world! You can start blogging.’ Geld voor een echt ontwerp heb ik even niet.

Volgende week heb ik eerste nazomerse journalistieke deadline van enige omvang. Ook die treed ik graag ontspannen tegemoet.

Maar zo’n lege pagina kan natuurlijk niet. Ik vulde hem de afgelopen dagen tot een beginnende website. Moest er toch maar eens van komen.

Opstartperikelen

Kop: <nog even over nadenken>

‘Leef je nog?’ Het is een vraag die een Zeer Goede Bekende mij vaak stelt als ik haar opbel. Grappig bedoeld en tegelijk een verwijt. Ik ben nalatig geweest, want heb te lang niets van me laten horen.

Mag het wat luchtiger?

Kop: Altijd opnieuw beginnen

Zo. Daar ben ik weer. Ja, even geleden hè. Tja, was druk. Stress. Teveel werk, te weinig geld, ja heel vervelend. Nou ja, wist ook even niet goed hoe ik verder moest met deze blog. (En dan verder over hoe ik altijd de neiging heb om me te verdedigen als ik iets lang niet gedaan heb of lang niets van me heb laten horen en iets vertellen over de vakantie enzo).

Weer negatief, terwijl ik me helemaal niet negatief voel.

Opnieuw:

Kop: Op avontuur

Gisteravond zenles, bij wijze van zomerse uitzondering door mij verzorgd. ADD komt ter sprake, als antwoord op een vraag naar waarom zen me zoveel helpt. (Over zen, mindfulness, add en dan springen naar waar een cursiste me over vertelde en een sprongetje maken naar onze vakantie)

Wel erg veel sprongen. Aard van het beestje en dus passend in deze blog, maar het moet wel te volgen zijn. Zo dan:

Opnieuw.

Kop: Op avontuur

iets met die zenles en ADD, maar korter. Ik wil het namelijk hebben over hoe een cursiste me vertelde over haar zoon, ‘héééél ADD, met zo’n hoofd’ (groot en warrig, verklaart ze gebarend), met rugzak vertrok op vakantie naar een Latijns-Amerikaanse land en dat ze er versteld van staat hoe hij het, reisvoorbereidend op zijn ADD’s, voor elkaar kreeg om nìet het vliegtuig te missen en hoe ik, terwijl ik haar aanhoorde, een grote grijns op mijn gezicht kreeg. Ik houd niet van stereotypen, maar het is de vierde keer in een maand, en tigste keer in een jaar, dat ik hoor over een ADD’er die graag reist, op de bonnefooi, met te volle en te laat gepakte rugzak of fietstas. Zoals ik dat zelf veel deed. In Nederland op de fiets, elders in Europa met de rugzak en ook in Latijns-Amerika, ja. Een lekkende tent in de recente vakantie riep herinneringen aan de mindere kanten van mijn avonturiersschap op: nog even in donker,  regen of juist plakkende hitte, moe, hongerig, dorstig en chagri, door moeten sjouwen omdat ik, kies maar: a) niet goed op de kaart gekeken had of deze was vergeten, b) de reisafstand sterk onderschat had, c) ik ondanks mijn weldoordachte planning een op de valreep besloot een omweg  te nemen, d) het geld voor de bus/trein/taxi/fietsenmaker op was, e) mijn band lek was en ik geen bandenplakspullen bij me had en er dit keer geen aardige mijnheer opdook die hem plakken kon, f) een van de vele andere mogelijke redenen. Meestal zijn het vrouwen en meisjes met ADD, die ik over rugzakreizen en over reisdromen hoor, nu dus een man. Leuk. Goed onderwerp.

Maar ik kan het ook gewoon over onze vakantie hebben. Over heerlijk offline zijn en me daar een beetje voor schamen. Of over terugkomen vol goede ideeën en energie en opeens weer alles uitstel alsof die energie en ideeën binnen vier dagen al opgebrand zijn. En dus nòg maar eens opnieuw aan deze blog beginnen. De eerste blog na zo’n lange en onaangekondigde stilte moet helemaal goed zijn, namelijk. Ik kan ook besluiten dat morgen een betere blogdag is.  En zo de drempel die mij ervan weerhoudt om de draad weer op te pakken met nog een een paar zware stenen te verhogen.

Laat maar. Ik ben terug en begin weer, daar gaat het om.

Inkomen eerst

image-251915Iets zit me niet lekker, als ik afreis naar mijn ADHD-coach. Terwijl ik er ook zin in heb. Na de nachtelijke ontdekking, begin deze week, van een dwangbevel bij de post, gevolgd door een paar uur spitten door de beruchte stapel papieren naast mijn bureau totdat ik zeker-zeker-helemaal-100-procent-zeker weet dat er niet meer van dergelijke verassingen onderweg kunnen zijn, verheug ik me erop om samen met haar een flinke nieuwe stap te zetten op weg naar inzicht in mijn weinig praktische houding ten opzichte van inkomensvergaring. Ik ben het zat, ik wil het anders. Voor mezelf, voor Erwin, voor de wereld, ik wil een inkomen verdienen dat me vrijwaart van schaamte en spanning over of ik de rekeningen wel op tijd kan betalen.

Terwijl ik daar met haar over begin, daagt het me dat praten en schrijven en denken over hoe dat toch zit, waarom ik toch niet tot meer inkomensgerichte actie kom, terwijl de eerste echtelijke ruzies met financiële achtergrond in de nieuwste rode periode zich al hebben aangediend en ik net zo blij was dat ik weer wat beter slaap en dat dat waarschijnlijk nu weer minder wordt en waarom doe ik me dit aan, tja ADHD, nee, niets ADHD, gewoon die stomme belemmerende overtuigingen, tja wat doe je eraan, nou, gewoon doormediteren en dooronderzoeken en vertrouwen en geloven en werken, ja ook dat, werken, kom op, toe nou, gewoon werken, waarom doe ik dat zo langzaam, niet, niet, niet ik doe het niet langzaam, ik doe wat ik kan – dat dàt, die gedachtenstroom, best wel wat weg heeft van dat rumineren. Het rumineren ofwel malen dat de depressiegevoeligen doen en depressiegevoeligen alleen maar depressiegevoeliger maakt. Afremt, verlamt. Pffffffff, maar ja. Hoe doe ik het anders?

Nou, anders dus. Zegt coach. Roept coach. ‘Jij bent intelligent, slim, kan veel, weet veel, waarom in vredesnaam zou jij niet in staat zijn om een baan te vinden?!’

Begint zij nou ook al? Ik wìl geen baan. Ik wil mijn cursussen geven, ik ga, weet ik inmiddels, vanaf september mindfulnesstrainingen geven, ik wil vooral ook blijven schrijven, meer schrijven ook, lucratiever schrijven, het gaat de goede kant op allemaal, echt, gewoon een kwestie van doorgaan, vertrouwen, geduld….

We inventariseren mijn ‘ja-maren’. En de voordelen die een baan zou kunnen hebben. Met moeite. En tegenstrijdigheden. Een baan kost me mijn vrijheid. Een baan biedt vrijheid. Een baan geeft stress. Geldzorgen en schaamte daarover geven ook stress. Pfffff. Rotcoach. Ik wil begrijpen. Ik wil doorbreken. Niet op mijn kop krijgen. Want zo voelt het.

‘Je gedraagt je als slachtoffer!’ Tjak.

‘Maar je bent geen slachtoffer.’ Tjak.

‘Al je ja-maren gaan over dingen uit het verleden. Omdat je tòen ruzie kreeg met een baas, omdat je tòen een burn-out kreeg, omdat je baan bij de post misschien inderdaad geen goede keuze was, daarom doe je nu niets??’

Hou op!

En dan gaat ze me ook nog principes van zen en van mindfulness uitleggen. Over hier en nu en belemmerende overtuigingen en accepteren door werkelijk te voelen wat er gebeurt. Alsof ik dat niet allemaal allang weet. Tjak.

Op weg naar haar toe had ik me afgevraagd of ik straks een nieuwe afspraak met haar zou maken, of voorlopig liever niet, vanwege de rekening die ik dan wel grotendeels vergoed krijg maar toch eerst zal moeten voorschieten. De vraag komt niet aan de orde. ‘Mail jij mij eind volgende week over welke stappen je gezet hebt om geld te verdienen?’ eindigt zij ons  gesprek. ‘Mag ook vanavond al zijn hoor.’ ‘Ja maar, het is druk, volgende week. Twee workshops, een lezing, moeder jarig, deadlines, ook dat nog.’ ‘Maakt niet uit. Al is het maar één nieuwe stap.’

Ergens ben ik blij. Soms is het wèl fijn als iemand gewoon zegt wat ik  moet doen.

Op weg terug naar huis schieten me twee eerste stappen te binnen. De eerste is dat ik niet meer ga bloggen als ik betaalde opdrachten af te ronden heb. Zoals ik die dag gedaan had. Begon mijn laatste blog bij wijze van opwarmertje voordat ik aan het echte werk ging, en opeens was het grootste deel van mijn afspraakloze werkuren om.  Soms gaat dat zo. Wil ik niet meer. Ik heb namelijk best betaald werk. Binnen twee weken drie deadlines (naast die workshops, lezing, verjaardag). Een van de drie opdrachten had ik prima af kunnen ronden in de tijd dat ik blogde over belemmerende gedachten.

Ja maar, bloggen is toch ook belangrijk?

Tuurlijk. Op een bepaalde manier wel. Zolang het niet in plaats van dingen komt die nog belangrijker zijn, zoals brood op de plank. Nu is het belangrijk genoeg om te bloggen als ik tijd over heb.

Ja maar.

Ja maar is hardnekkig.

Mocht het hier de komende tijd stil zijn, dan weet je waarom. Al hoop ik hier spoedig stap twee te zetten.

Wist je dat je op deze site kunt adverteren? Of word je graag stok achter de deur? Klik hier voor meer informatie.

Accepteren is een werkwoord

20150522_095535Ik zit weer twee dagen ondergedompeld in mijn opleiding tot mindfulnesstrainer.

Huh? Schreef ik dat niet pas nog?

Dat is een maand geleden.  Ik kan er niet bij. Een  maand? En wat heb ik in die maand dan gedaan, behalve dat artikel te schrijven waar ik zo lang mee bezig was? Ok, nog een paar artikelen. En wat blogs. En volgens mij was het ook na de vorige cursusdagen dat ik de laatste ‘oude’ blogs van mijn algemene website naar deze Add&Anke-website verplaatste – zo hé, dat was me een project. En verder? Een intervisiegroepsessie, waarvan ik hier nog geen verslag heb gedaan. Lezen over mindfulness, in de verplichte literatuur, heb ik ook gedaan. Maar minder dan voorgeschreven. Mijn ouders bezocht, diverse keren.  Zenmeditatie, ook nog. Ja hèhè, dat is niets nieuws. Mindfulnessoefeningen schoten er grotendeels bij in. Al heb ik er ook een begeleid in mijn Hub-club.

Waar bleef de tijd?

Ik realiseer me dat ik, in de tweeënhalve maand dat ik nu met mindfulness bezig ben, daar nog nauwelijks over geblogd heb. Vind het ‘te ingewikkeld’, merk ik. Waar zen voor mij haar nut allang onomstotelijk bewezen heeft, ben ik tijdens mindfulnessoefeningen zo vaak zo afgeleid, dat ik me er wel eens van af vraag of het wel iets voor mij is. Mijn hoofd zegt van wel. Mindfulness helpt je om bewust te worden van vaste patronen in je denken en doen, je ‘automatische piloot’, zeg maar. En hoe je, naarmate je je meer van die vaste patronen bewust bent, andere keuzes kunt maken.

Gisteren en vandaag staat de opleiding in het teken van ‘acceptatie’. Je bewust worden van patronen begint bij accepteren wat er is in het hier en nu. Mits je, zo aldus opleider Bert, accepteren opvat als iets actiefs. Het daagt mij dat ik ‘accepteren’ vaak heb beschouwd als ‘me erbij neerleggen’ of, recenter ‘mezelf er niet om veroordelen’. Zoals in: ‘ik accepteer van mezelf dat ik soms moeite heb met deadlines’. En: ‘ik accepteer dat ik sommige plannen en projecten steeds maar voor me uitschuif (en blijf er ondertussen aan werken om er beter in te worden)’. Ik ben minder vaak boos op mezelf en dat is heel fijn.

Actief accepteren gaat verder. Het betekent: zien dat ik treuzel om  bepaalde stappen te zetten, bijvoorbeeld om een mail te beantwoorden waarmee ik de uitvoering van mijn nieuwste project dichterbij breng, en daar dan bewust bij stilstaan. Stilstaan in de zin van nagaan hoe het voelt als ik treuzel. Of hoe het voelt als ik het patroon doorbreek en die mail gewoon schrijf en verstuur. Dan voel ik bijvoorbeeld mijn hart snel kloppen, krijg ik het benauwd. Rotgevoel.

Moet opeens denken aan het thema van een van mijn vorige coachingssessies en van de laatste sessie van mijn intervisiegroep: inkomen. Zou ik meer van willen hebben. Alleen al om praktische redenen. Maar telkens als ik besluit, min of meer besluit, eens te kijken naar wat mij ervan weerhoudt om daar werk van te maken, voel ik, juist ja, mijn hart sneller kloppen en krijg ik het benauwd. Rotgevoel.

Vandaag ga ik dus verder met leren hoe het mij, en mijn toekomstige cursisten, helpt om dat rotgevoel niet weg te wuiven, te negeren of te laten ondersneeuwen door nog maar weer een nieuw project, maar het te accepteren. Brrrrrr, ja zo voelt het dus echt. Brrrrr, patronen doorbreken. Dat wilde ik toch? Ja, juist ja, dat wilde en dat wil ik. Leuk, dat is heeeeel wat anders.

Vakantiegevoel

20150410_002648(0)_resized
Ik geef een workshop en ik neem mee…..

Als ik dit stukje begin is het even over half twee ‘s nachts. Achter het raam naast mijn bureau is het aardedonker – het enige uitzicht is mijn eigen spiegelbeeld in de weerkaatsing van het licht van mijn bureaulamp. Naast mijn bureau, schuin achter de stapels, liggen de spullen die ik morgen echt niet mag vergeten mee te nemen. Ik typ driftig tegen de klok in; ik wil zo snel mogelijk mediteren om tot rust te komen en dan naar bed.

Het lijkt wel de avond voor vertrek. Vakantievoorpret, in de vorm die voor mij decennialang het meest vanzelfsprekend was. Ik kon een reis maanden geleden hebben gepland, de laatste vierentwintig uur voor vertrek moest er altijd nog van alles: van inpakken tot adressenlijsten voor vakantiekaartjes printen, van nu toch echt mijn emailachterstand wegwerken tot de jaarlijkse grote schoonmaak.

Ik ga niet op reis morgen. Ik geef  morgen voor het eerst mijn Knipperende Kursor Kursus. Stond al een maand of vijf op de rol. Ben er al weken zo goed als klaar voor. Toch leg ik pas een kwartier geleden de laatste hand aan het programma. Blijkbaar is het spannend. Opeens riep de afwas, die ik al dagen negeer. Moet ik nu echt nog even bloggen. En tijdens mijn eerdere deadline deze week, was het opeens dringend nodig om oude blogs naar deze nieuwe site te verhuizen. En die kursor maar knipperen.

Klokslag twee uur. Het zit erop. De meeste pre-vakantienachten begonnen uren later. Ik ga de goede kant op, dat moge duidelijk zijn.

Bel me nou maar

‘De belangrijkste inzichten zijn vaak die waarvan je denkt: ‘Ja, hèhè, natuurlijk. Dat wist ik allang’, maar die je desondanks nooit eerder had bedacht’, zei mijn zenmeester een paar jaar geleden.

Nou, het is zover. Ik heb zo’n inzicht. Niet schrikken. Hij klinkt nogal, tja, nogal, nou, simpel. Nogal ‘Ja, hèhè, natuurlijk.’ Komt ie:

‘Als je de hele tijd maar zegt of schrijft dat je het druk hebt, dan denken mensen: ze zal wel geen tijd voor me hebben. En dan bellen ze je dus maar niet, bijvoorbeeld.’

Zo. Die hakte erin, deze week. Ik kwam erop door een berichtje, via de Facebookchat, van vriendin M: ‘Moet wel zeggen dat ik bij het lezen van alles waar je mee bezig bent, je nauwelijks nog durf te vragen om eens iets leuks met me te gaan doen.’ Volgend op twee vergelijkbare berichten van andere M. in korte tijd: ‘Ik begrijp het hoor, als je niet naar het feestje komt’ en ‘Laten we maar niet gaan, naar die lezing waar ik het over had. Doe maar eens een avondje rustig aan’.

Ik mopperde erover tegen Erwin. ‘Maar ik schrijf toch juist dat ik die drukte wil doorbreken? Dat ik vriendinnen veel belangrijker vind, dan mijn mailachterstand enzo? En ik heb toch ook wel eens gezegd en geschreven dat ik in tijden van drukte juist zin heb in zo’n feestje, bijvoorbeeld? Dat het vooruitzicht me juist helpt om het vol te houden? Dat ik, als het erop aan komt, vaak heus wel tijd kan maken? En dat we dus gewoon binnenkort eens bellen?’

‘Ja, dat schrijf je en dat zeg je. Net zoals je tegen mij zegt dat je het echt heel belangrijk vindt om de kelder verder op te ruimen. En om vaker te gaan dansen, wandelen  <……… en nog een rijtje dingen meer>.  Maar het komt er niet van.  Ik denk ook vaak als ik iets wil voorstellen om samen te doen: ‘Laat maar.’ Ik begrijp je inmiddels beter dan in het begin, maar ik kan je nog steeds heel vaak niet volgen. Kun jij hèn volgen?’

‘Ja maar…’

Ik hoor het mezelf vragend zeggen, ‘Ja maar.’ Tegenwoordig is dat een signaal, een veeg teken. ‘Ja maar’ is geen ‘ja’, in ieder geval.

‘Wat vind jij ervan, als je M een mailtje stuurt en ze reageert niet?’, vraagt hij. ‘Dan denk ik: ‘Nou zeg. Blijkbaar vindt ze me niet belangrijk.’ Zei collega X laatst trouwens ook, toen ik me ervoor verontschuldigde dat ik er zo lang over deed om haar mails te beantwoorden: ‘Je vindt het niet belangrijk, dat is duidelijk.’ Nou zeg, zij heeft nota bene ADHD. Als iemand moet kunnen begrijpen hoe het werkt, dan is zij het toch wel?’

Ook dat hoor ik mezelf zeggen. Terwijl X  doorgaans snel op haar mails reageert. Ik hoor mijn tegenstrijdigheden. Weet dat het ook nog zo is, dat ik uitnodigingen zo lang in mijn mail laat zitten dat ze verlopen. En dat ik, als ìk iemand uitnodig en hij of zij daarop een enthousiast mailtje stuurt, ik er makkelijk weken over kan doen om dat mailtje dan weer te beantwoorden.

Een traan welt op.

Maar hoe doe ik dat dan, bellen, mailen en zien wie ik graag bellen, mailen en zien wil? En dan ook nog werken? En rustig thuis zijn? Lezen? Studeren? Schrijven? Mijn ouders opzoeken? Ik weet het echt  niet.

Nou ja, een beetje wel. Prioriteiten. Kiezen. Maar hoe?

Kan zijn dat ik minder ga bloggen, de komende tijd. Al is het maar voor de beeldvorming. Het misverstand dat ik geen tijd heb en geen tijd zal maken moet maar eens de wereld uit.

Losse eindjes wereldwijd

20150328_191044
Met ‘Mom’, ‘Dad’ en vriendin Laura in Disney World, Kerst+Oud&Nieuw 1987-1988

Afbellen deed ik niet. Ik bracht mijn ‘stoere’ beslissing in een mailtje, drie dagen nadat ik besloot de tot beschimmelings toe uitgestelde opdracht terug te geven. Pas nadat ik daar, weer twee dagen later, het gesprek over aanging, was er lucht. Ongekend veel. Zon, ondanks regen. Tot die tijd bleef de knoop in mijn maag stevig zitten. Met doorwaakte nachten tot gevolg. Had ik kunnen weten. Losse-eindjes ervaring genoeg in mijn leven.

Een van die afgelopen doorwaakte nachten besloot ik mijn rusteloosheid n daden om te zetten. Het moet na drieën geweest zijn. De beslissing klinkt opgewekter dan hij voelde. Er stond een doos in de huiskamer, karton met vochtplekken, oranje belettering, het adres van mijn voor-voor-voor-voor-vorige woning, en dat alles in een vastgeplakte wolk stof. Een paar weken geleden naar boven gehaald, in een optimistische roes na een jaren uitgesteld zondagje kelderruimen. Net als de talloze eerdere malen dat ik rond die doos bezig was, was ik niet verder gekomen dan dat ik hem openmaakte, een graai deed in de losse foto’s, kledingstukken en prullaria, enkele dingen daarvan weggooide, er inhoud uit een vergelijkbare doos aan toevoegde en besloot: Nee laat maar. Komt wel een keer als ik tijd heb. Misschien bij de volgende verhuizing. Wanneer dat ook is.

20150328_190345Nu ging ik ervoor zitten. Muziekje op, kop thee erbij. Ik begon als vanouds. Een graai in de losse spullen. Een vlag van de Detroit Tigers, uit mijn High School Year 1987-1988. Een beker van de Gran Ole Opry in Nashville, uit het voorjaar van 1988.  Affiches van de toneelvoorstellingen waar ik op CrossLex High School, in speelde. Een hartjesdoos vol brieven, periode, naar schatting, van 1988 tot 2004. Een grijzig groen Hemaschort, relikwie van een van mijn eerste bijbanen, 1989.  Een Surinaamse verkiezingsvlag, uit afstudeerjaar 1996. En mijn Amerikaanse schoolagenda.

Veel ging weg, de agenda bleef. Sterker, in sloeg hem open. Bekeek de losse velletjes – oefenprogramma voor de toneelstukken Our hearts were young and gay en Onions in the stew. Een foto van het American Footballteam van school. Mijn hardloopschema. Een cijferlijst (Vooral A’s en B’s, bij journalistiek een C+ en de mededeling ‘shows improvement’) En toen de foto’s, van Amerikaanse klasgenoten, mijn Nederlandse hartsvriendin, de Nederlandse schooltoneelclub en mijn twee beste Amerikaanse vriendinnen, Laura en Patty. Met bijbehorende brieven. Over hoe leuk we het hadden, op feestjes bij mij thuis, cruisend in het dichtsbijzijnde stadje Port Huron,  gierend van het lachen in de auto. Dat ze me zullen missen. Dat we – please, please-  contact moeten houden,  ‘Onze vriendschap is nog maar net begonnen.’ Een traan welde op. Met Laura en Patty, miste ik opeens ook mijn Argentijnse vriendinnen Myriam, Melina en Norma, die dankzij Facebook en email net iets minder ver weg lijken – al laat ik ook hun berichten maanden onbeantwoord.

20150328_190944
Heimwee had ik ook, in Amerika. In mijn schoolagenda telde ik de dagen af voordat ik weer naar Nederland vertrok.

Over losse eindjes had ik het. Bij elk afscheid van een uitwisselingsjaar, woonplaats, baan of hobby liet ik ook vriendinnen en vrienden achter. Eenmaal uit het oog, verzon ik, nauwelijks bewust, een verhaal om het afscheid draagbaar te maken. ‘Wat  is Amerika toch een naar conservatief land’, drukte ik mijn herinneringen aan Amerikaanse vriendinnenlachbuien weg. Anderen ‘kregen wel een héél ander leven, mij te huisje-boompje-beestje.’ Banen pasten me achteraf bij nader inzien nooit. En de samenlevingen van landen waarin ik me toch echt een poosje thuis gevoeld heb, waren toch wel heel erg anders, niet te doen anders, dan de onze.

20150328_190504
In 1987-1988 was ik nog bij: zie hier het overzicht van wie ik wanneer een brief gestuurd had.

In de donkerte van de doorwaakte nacht somberde ik dat de meeste van die verhalen niet kloppen. Meer dan van ‘levens die niet meer op elkaar aansluiten’ hebben mijn vriendschappen te lijden onder mijn eeuwige losse eindjes op andere vlakken. Pas als de emailachterstand weg is, het artikel af, het artikelvoorstel verstuurd, de workshop voorbereid, de afwas weggewerkt en mijn ouders bezocht…. …

bel ik vriendin…..X, zo neem ik me voor. Maar nee, dan ben ik moe, val ik in slaap of niet, en begin ik de volgende dag met het opbouwen en wegwerken van nieuwe achterstanden.

Zo ook vandaag. Had een Pronkstuk zullen schrijven, een workshopopzet uit zullen werken en een artikelvoorstel zullen specificeren. En daarna, ja, nou, gezellig, een vriendin, mijn broer, een nicht of tante zullen bellen. Maar ja. Ik had een blogachterstand.

Check.

Kop in het zand, knoop in mijn maag

Mijn laatste blog van vorige week, Te goed of Kop in het zand, zit me niet lekker. Waar dat hem in zit weet ik maar voor een deel. Het kop-in-het-zand-deel.

Was het maar waar, dat ik alleen in tijden van crisis mijn kop in het zand stak. Mails onbeantwoord liet. Toezeggingen liet verjaren. Voornemens liet verstoffen. In tijden met een duidelijk aanwijsbare en bovendien algemeen als plausibele reden aanvaardde drukte, durf ik mijn kop in het zand toe te geven. Dan heb ik focus, die crisis namelijk, en kost het me minder moeite om te kiezen. Ik had het niet voor niets ooit over de Zegen van pech. Die zie ik nog steeds.

Ik kan triomfantelijk vertellen over dat ik in en rond crises sneller mijn evenwicht hervind en dat ik af ben van de gewoonte om anderen de schuld te geven, maar ondertussen loop ik mijn achterstanden nu nauwelijks harder in dan twee weken geleden. En een van de klussen die me in de recente crisisperiode stress aanjoeg, zou, was het een stuk fruit geweest, inmiddels wit-groen-blauw-grijs zien van de schimmel of bruin van de rot. Relatieve rust of niet, ik kom er niet toe om ‘gewoon’ de telefoon te pakken en te zeggen: ‘Sorry, het lukt me niet meer.’ Of het alsnog ‘gewoon’ te gaan doen.

Dat wetende, voel ik al de hele week een knoop in mijn maag. Gebonk in mijn keel. Heb ik tijd, doe ik nòg niet wat ik moet-wil-zou. Of, beter gezegd: doe ik daar maar een beperkt deel van. Deels omdat ik nu eenmaal niet voor alles de tijd heb. Deels omdat ik, àls ik het dan eindelijk doe, ik het ook nog eens perfect wil doen. En deels, vanwege die knoop in mijn maag en het gebonk in mijn keel. De schaamte waar dat voor staat, werkt nogal verlammend. Ook al weet ik dat het echt geen monsters zijn die op me zitten te wachten, integendeel zelfs.

‘Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg’, citeerde mijn haptonome ooit. Om te zeggen dat er pas echt iets verandert, als ik zelf dingen anders doe.  Vandaag ga ik bellen. En deel twee van het verhaal over wat me niet lekker zat – over dat de driehoek minderwaardigheidscomplex-meerderwaardigheidscomplex-werk/inkomen – vertel ik gewoon de volgende keer. Eén knoop per keer ontwarren is wel voldoende.  Heb nog wel meer te doen vandaag, tenslotte.