Tagarchief: schrijven

Ongenadig

Het is nog wat zoeken met deze blog. Wanneer schrijf ik, maar vooral ook waarover?

De wanneervraag lijkt lastig te beantwoorden, maar dat valt stiekem best mee. Als ik wil bloggen valt er altijd wel tijd te vinden, al is het ‘s ochtends heel vroeg. Het lastigst is het risico dat “moeten bloggen” een excuus wordt om belangrijker zaken voor me uit te schuiven.

Waarover te schrijven is een lastiger vraag. Ik weet wel dat ik het niet of nauwelijks over ADD en ADHD wil hebben. Omdat ik me daar al nauwelijks meer mee bezighoud. Al in de eerste zencursus die ik gaf viel me op dat heel veel mensen (iedereen, tot op zekere hoogte) ermee tobben dat zij bepaalde dingen heel graag willen doen en toch niet doen. Dat zij minder geleefd willen worden, vaker willen kunnen genieten, vaker rust willen ervaren, maar het niet op kunnen brengen om tien minuten stil te zitten om dat te bereiken. Ik heb gezien dat stilzitten de een meer moeite kost dan de ander en dat AD(H)D bij die verschillen een rol kan spelen. Maar waar de een, wegens zijn of haar AD(H)D, het stilzitten bijna onmogelijk vindt, lastiger dan de gemiddelde andere cursist, vindt de ander het, eveneens wegens AD(H)D, juist heerlijk om, al mediteren, een paar keer per dag, even helemáál niets te hóeven. Geniet die daar dus, lijkt het, meer van dan de andere gemiddelde cursist. Hetzelfde valt overigens op bij mensen die bijvoorbeeld herstellende zijn van een burn-out of mensen die chronische lichamelijke klachten hebben; ook zij vinden het lastiger of juist prettiger om te mediteren dan gemiddeld. Er valt dus geen peil op te trekken. Behalve dat iedereen wel ìets heeft dat hem of haar tot uitzondering maakt en dat we daarin dus allemaal veel meer met elkaar gemeen hebben dan we denken.

Ik verwachtte dat, als ik niet over ADD zou schrijven, deze blog lichter en luchtiger, vrolijk en energieker zou worden dan versie 1.0. Ik besloot vooral te schrijven over wat me op het moment van schrijven bezighoudt. Als zen-oefening, ook om al doende te onderzoeken wat mij zoal bezighoudt.

Tja, en dan komt er dus wat er komt, en blijk ik veel vaker halflege glazen te zien dan ik dacht. Ik beschouw mezelf als optimist. Tegelijkertijd heb ik een ongenadig scherp oog voor wat (nog) niet op orde is. De boekhouding, te volle tassen, verloren portemonnees, planningscapaciteiten, bewijsdrang, de bijbaan die ik – ik verklap het alvast – nodig heb om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. En, warempel, dat er, vooral potentiële blogonderwerpen bij me opkomen waar ik liever niet over wil schrijven.

Geen idee hoe, maar wordt vervolgd.

Wat er is

Het liefst zou ik schrijven over wat er is. Wat waarneem, denk en voel op het moment van schrijven. Maar hoe meer ik daarop let, ontdek ik dat ik op het moment dat ik ervoor ga zitten om te schrijven, zelden waarneem, denk en voel wat ik hoopte. En dat ik op het moment dat ik iets schrijvenswaardigs meemaak, ik vaak geen zin heb om te schrijven.

Neem gisterochtend. Ik zit in de trein naar Nijmegen, op weg een zenlerarenstudiedag. Naast me een grote rugzak, met daarin mijn laptop, twee boeken, een schrift, pennen en potloden. “Ik schrijf en lees het best in de trein”, heb ik mezelf ooit wijsgemaakt. Terwijl ik naar het station fiets, besluit ik de reis te beginnen met een blog.  Het onderwerp: het bezoek van Eddie, vrijdagavond, ofwel hoe een hernieuwde kennismaking in het heden nieuw licht op het verleden werpt. Zoiets. En wat dat dan betekent voor de toekomst.

Eenmaal ingestapt, besluit ik eerst maar eens “te landen.” Ik zit schuin achter twee oudere Italiaanse mannen. Terwijl er tijden waren dat ik zo nodig de halve trein doorliep om een plek te vinden waar het helemaal stil was zodat ik niet zou worden afgeleid, koester ik nu het toeval.  Eddie had de vorige avond verteld over zijn vakantie in Italië en vervolgens aten wij Italiaans. Leuk om via het zangerig spreken van mijn medereizigers in de sfeer te blijven.

Dan komt de zon op. De stadlucht aan de “Italiaanse kant” van de trein wordt roze, met grijze vegen die de kleur benadrukken. Duiken we een tunnel in, dan ben ik teleurgesteld, komen we weer boven, dan vervolg ik het bewonderen van de lucht. Al vind ik het jammer dat er door “mijn” raampje nog geen roze te zien is. Ik besluit foto’s te maken, om het moment vast te leggen. Hm, lukt niet echt. Die mannen zitten ervoor. En ik wil niet van plaats veranderen. Ik ging immers schrijven en lezen. Dan maar, eenmaal de stad uit, een foto van wat aan mijn kant van de trein te zien valt. Om vervolgens, zonder computer en boeken, slaperig te genieten van “wat er is.”

Herinneringen

Voor het eerst sinds de revival van deze blog, weet ik ruim van tevoren waarover ik ga schrijven. Desondanks, of misschien daarom, begin ik wel vier keer opnieuw, zie ik mezelf tussendoor met een zak chips in mijn handen zonder dat ik daar trek in heb en weet ik het niet. Wijd ik uit en uit en uit, raak ik de draad kwijt. Vandaag zou de vijftigste trouwdag van mijn ouders geweest zijn. Mijn vader overleed in het voorjaar van 2016, mijn moeder begin vorig jaar.

Voor ik schrijf, zoek ik ze op. Niet in de duinen waar hun as verstrooid ligt, zoals op eerdere “hoogtijdagen” sinds hun sterven, maar daar waar zij verreweg het langst samen hebben gewoond, in Rotterdam Ommoord. Vooraf stel ik me voor dat  ik, voor of na een kijkje bij het huis, naar het buurtwinkelcentrumpje ga, me aldaar installeer in een van de schaarse horecagelegenheden, mijn pen en schrift pak en ga zitten schrijven, zoals ik jaren en jaren en jaren deed, op talloze plekken. Dat ik herinneringen ophaal, onderzoek wat ik daarbij voel. Of doelbewust een mooi melancholie opzoek en me daar lekker in rondwentel.

Maar nee. Eenmaal uit de metro op “hun” station Hesseplaats, wil ik niets van winkels en horeca weten. Ik wil lopen, naar hun huis. Ik betrap me op hoop om hun gordijnen te zien, en dat die opzij schuiven en dan mijn vader en moeder verschijnen komen, kijkend of ik er al aan kom. Er hangen lamellen en van wat daarachter is zie ik weinig. Ja, dat de bank aan de verkeerde kant staat. Gelukkig staan er bekende planten in de voortuin. De rozenstruik die mijn moeder ooit van mijn tante cadeau kreeg, is gegroeid. De deur, hetzelfde groen als altijd, lonkt, en ik denk de ja-nee-sticker te zien die mijn vader op de brievenbus geplakt heeft. Zal ik aanbellen, met als smoes de vraag of er nog post is?

Nee. Ik begin aan hun vaste wandelingetje, het wijkje uit, de metrobaan over, richting rand van de stad en de Rotte. Het is dan al donker. Ik vraag  me af wat ik er te zoeken heb.  Ik zie herinneringen, aan twee mensen die samen een wandelingetje maken, hopen dat de kinderen meelopen maar meestal met zijn tweeën zijn.  Fijne rondwentelmelancholie blijft uit. Ik had deze dag geloof ik liever een feestje gevierd.

Iets anders aan mijn hoofd

Ben ik nauwelijks meer bewust met ADD bezig, sta ik in enkele weken tijd drie keer in een blad of krant met een artikelen die ik daar vijf en zes maanden terug over schreef….

Wat je aandacht geeft groeit, was een belangrijke les in mijn ADD-zoektocht, toch? Nou, andersom is ook waar. Twee maanden gebruikte ik ritalin, en was ik alleen al via het slikken van het pilletje minstens vier keer per dag bewust bezig met ‘dat ik iets heb.’ Ik stopte, omdat de pillen de verleiding te groot maakten om over mijn grenzen heen te gaan, met alle gevolgen van dien. Ruim een half jaar later, is ADD nauwelijks een issue in mijn leven. Heb wel wat anders aan mijn hoofd. Rouw, ja, maar ook een zenschool te runnen, les te geven en – oja, ook dat was ik een beetje vergeten – artikelen te schrijven, om de kost te verdienen en om mijn oorspronkelijke vak en daarmee een belangrijk deel van mezelf, weer serieus te nemen.

Ik moet het evenwicht tussen mijn oude en nieuwe professie nog zien te vinden. Net nu de contouren van dat evenwicht zich beginnen af te tekenen, verschijnen er drie artikelen die ik ruim zes maanden geleden schreef over mijn eigen zoektocht naar hoe ik omga met mijn ADD en over de effecten van zenmeditatie bij anderen met ADD of ADHD.  Met twee daarvan ben ik tevreden, met het derde niet echt.

Toch plaats ik ze hier alle drie:

In de Suzan!i Hèt ADHD lifestylemagazine van Nederland, een geschreven tussen vriendin-collega-zenleraar-en nog zo het een en ander Hanneke Dijkman en ik, over wat wij in de afgelopen tien jaar van elkaar geleerd hebben. suzan-anke-hanneke-add-zen-en-leren-van-elkaar

In Impuls&WoortblindMagazine, een artikel over zenmeditatie bij ADD en ADHD, en waar dat effect vandaan komt.

En in Hart&Ziel, een landelijk gemaakt katern dat meegaat in zeven regionale dagbladen, een nogal vrije bewerking van een artikel dat ik schreef over mijn zoektocht naar wat mij helpt om om te gaan met de gevolgen van ADD. hz-1-11-16-de-achtbaan-die-add-heet-1 en hz-1-11-16-de-achtbaan-die-add-heet-2

En hiermee ben ik terug bij Add&Anke en stel ik me voor het eerst in maanden weer de vragen: wat is dat toch,  ADD? , Hoe verhoud ik me tot ‘dat labeltje’? Wat maakt dat ik ongemakkelijk voel bij het grote verhaal in de krant? En hoe schrijf ik op een eerlijke manier over zen en ADD, zonder dat het – meer dan je van een journalist mag verwachten – overkomt als reclame?

De blog Add&Anke is weer geopend.

 

 

 

 

Schrijven (uit en) Thuis

PromoPosterFINAL-e1441019658867Waar voel je thuis? Waar hoor je thuis? Wat is dat eigenlijk, thuis?

Deze vraag staat centraal op het Interdisciplinaire Studentensymposium Partage, op vrijdag 16 oktober aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht, met als thema Thuis. Ik verzorg daar twee schrijfworkshops:

11.00 – 12.00 uur: Zoals het klokje thuis tikt…..

Waar schrijf je nu prettiger dan thuis? In je vertrouwde omgeving, rustig, zonder afleiding van collega’s en in je eigen tijd. Schrijf je graag of vaak thuis en verbaas je je erover dat het je (zelfs?) daar moeite kost om je aandacht bij het schrijven te houden, kom dan naar de workshop Schrijven met Aandacht – Zoals het klokje thuis tikt…

Schrijvend en niet-schrijvend verken je wat je in je eigen huiselijke omgeving afleidt en hoe je daarmee omgaat. Je gaat naar huis met een verhaal waarmee je verder kunt. 

14.15 – 15.15 Overal thuis

Schrijf je het best in een vreemde omgeving? In het geroezemoes van een café, op het deinen van de trein of in exotische afzondering? Kom naar de workshop Schrijven met Aandacht – Overal thuis.

Schrijvend en niet-schrijvend verken je onder welke omstandigheden jij het prettigst schrijft en hoe je die omstandigheden creëert, ook dichtbij huis.

Het symposium en mijn workshops zijn voor iedereen toegankelijk, dus ook voor niet-studenten. Entree voor de hele dag, inclusief lunch, kost €15,- Alleen  meedoen aan deze workshop of een ander onderdeel? Dan betaal je €5,-

Meer informatie over het symposium, zoals adresgegevens, klik hier.

Opstartperikelen

Kop: <nog even over nadenken>

‘Leef je nog?’ Het is een vraag die een Zeer Goede Bekende mij vaak stelt als ik haar opbel. Grappig bedoeld en tegelijk een verwijt. Ik ben nalatig geweest, want heb te lang niets van me laten horen.

Mag het wat luchtiger?

Kop: Altijd opnieuw beginnen

Zo. Daar ben ik weer. Ja, even geleden hè. Tja, was druk. Stress. Teveel werk, te weinig geld, ja heel vervelend. Nou ja, wist ook even niet goed hoe ik verder moest met deze blog. (En dan verder over hoe ik altijd de neiging heb om me te verdedigen als ik iets lang niet gedaan heb of lang niets van me heb laten horen en iets vertellen over de vakantie enzo).

Weer negatief, terwijl ik me helemaal niet negatief voel.

Opnieuw:

Kop: Op avontuur

Gisteravond zenles, bij wijze van zomerse uitzondering door mij verzorgd. ADD komt ter sprake, als antwoord op een vraag naar waarom zen me zoveel helpt. (Over zen, mindfulness, add en dan springen naar waar een cursiste me over vertelde en een sprongetje maken naar onze vakantie)

Wel erg veel sprongen. Aard van het beestje en dus passend in deze blog, maar het moet wel te volgen zijn. Zo dan:

Opnieuw.

Kop: Op avontuur

iets met die zenles en ADD, maar korter. Ik wil het namelijk hebben over hoe een cursiste me vertelde over haar zoon, ‘héééél ADD, met zo’n hoofd’ (groot en warrig, verklaart ze gebarend), met rugzak vertrok op vakantie naar een Latijns-Amerikaanse land en dat ze er versteld van staat hoe hij het, reisvoorbereidend op zijn ADD’s, voor elkaar kreeg om nìet het vliegtuig te missen en hoe ik, terwijl ik haar aanhoorde, een grote grijns op mijn gezicht kreeg. Ik houd niet van stereotypen, maar het is de vierde keer in een maand, en tigste keer in een jaar, dat ik hoor over een ADD’er die graag reist, op de bonnefooi, met te volle en te laat gepakte rugzak of fietstas. Zoals ik dat zelf veel deed. In Nederland op de fiets, elders in Europa met de rugzak en ook in Latijns-Amerika, ja. Een lekkende tent in de recente vakantie riep herinneringen aan de mindere kanten van mijn avonturiersschap op: nog even in donker,  regen of juist plakkende hitte, moe, hongerig, dorstig en chagri, door moeten sjouwen omdat ik, kies maar: a) niet goed op de kaart gekeken had of deze was vergeten, b) de reisafstand sterk onderschat had, c) ik ondanks mijn weldoordachte planning een op de valreep besloot een omweg  te nemen, d) het geld voor de bus/trein/taxi/fietsenmaker op was, e) mijn band lek was en ik geen bandenplakspullen bij me had en er dit keer geen aardige mijnheer opdook die hem plakken kon, f) een van de vele andere mogelijke redenen. Meestal zijn het vrouwen en meisjes met ADD, die ik over rugzakreizen en over reisdromen hoor, nu dus een man. Leuk. Goed onderwerp.

Maar ik kan het ook gewoon over onze vakantie hebben. Over heerlijk offline zijn en me daar een beetje voor schamen. Of over terugkomen vol goede ideeën en energie en opeens weer alles uitstel alsof die energie en ideeën binnen vier dagen al opgebrand zijn. En dus nòg maar eens opnieuw aan deze blog beginnen. De eerste blog na zo’n lange en onaangekondigde stilte moet helemaal goed zijn, namelijk. Ik kan ook besluiten dat morgen een betere blogdag is.  En zo de drempel die mij ervan weerhoudt om de draad weer op te pakken met nog een een paar zware stenen te verhogen.

Laat maar. Ik ben terug en begin weer, daar gaat het om.

Schrijver killt darling

overcoming_writers_blockAu. Was ik zo blij met mijn mooi allitererende workshopnaam De Knipperende Kursor, zo mooi passend in de titel ‘Add&Anke&…….,’ blijkt ie niet goed. En al helemaal niet  in combinatie met termen als ‘een vol hoofd’ of ‘concentratieproblemen.’ Mensen die ik enthousiast probeer te maken, vertellend, haken af.  Herkennen zij zich in het beeld van de schrijver die wel wil maar steeds afgeleid wordt en daarom maar niet verder komt, worden daar liever niet aan herinnerd. De grappig bedoelde naam kan de vermeende serieuze ondertoon juist versterken. Terwijl ik in mijn workshop juist wil laten ervaren hoe leuk het ook alweer kan zijn, schrijven. Zelfs als je vaak afgeleid wordt. Of als je zo in je schrijven opgaat dat je wereld om je heen even ophoudt te bestaan.

‘Kill your darlings’, luidt een basisregel voor schrijvers. Blijf niet vasthouden aan een titel, beschrijving, formulering, scène waar je trots op bent als deze niet ten goede komt van het verhaal. Dat kan je verhaal gekunsteld maken, en maken dat lezers afhaken. Als je als schrijver zelf al niet bent afgehaakt. Want vasthouden aan iets dat niet werkt, kost veel energie.  Dus is mijn workshopnaam op de schop. De Knipperende Kursor wordt Schrijven met Aandacht. Positiever. Passender ook. We schrijven in de workshop alleen (of, in de uitgebreidere versie die in het najaar volgt, ‘ook’) op papier. Geen cursor te zien. En aandacht, dat is deel van het geheim van het verschil tussen leuk en niet leuk schrijven.

Helemáál passen doet deze titel ook niet. Want het gaat erin om zowel aandacht als geen aandacht. Niemand is, ooit, in staat om continu de aandacht op één ding te houden. Schrijvers lukt het op een bepaald moment juist wel, komen in een ‘flow.’ Net als mensen voor wie aandacht ‘een issue’ is. De keerzijde van snel afgeleid zijn, is bij hen (ons :-)!) juist de hyperfocus: helemaal op één ding gericht zijn en daar niet van los kunnen komen. Waar het om gaat, is het evenwicht te vinden. Soms focussen, liefst vanuit ‘flow’, soms laten meevoeren door afleiding. En ondertussen schrijven. Met een levendige en prettige tekst, plus een tevreden gevoel, als gevolg.

Op vrijdag 28 en zaterdag 29 augustus gaat het gebeuren: de eerste twee edities van Schrijven met Aandacht. Overdag, van om en nabij 9.30 uur tot om en nabij 15.30 uur, in Rotterdam of haar zeer nabije omgeving. Nog één maal voor de speciale prijs van €59,-

Inschrijven kan nu, per mail. Details volgen. Wil je meer weten, houd dan deze site in de gaten.

Het geploeter voorbij

Soms komt het niet goed. Wordt een investering van weken, beginnend met uitgebreide interviews, gevolgd door dagen typen en overtypen, steeds krampachtiger typen, minder slaap, minder ademruimte, van puzzelen naar zweten en  van zweten naar ploeteren, niet beloond met complimenten en een mooie publicatie met foto.  Vrijwel altijd wel, is mijn bijna twintigjarige ervaring. Kwam in ieder geval die publicatie met foto er en werd deze betaald. De enige die achteraf nog last had van de moeizame manier waarop het betreffende artikel tot stand gekomen was, was ik zelf. Ik schaamde me daar dusdanig voor, dat ik de opdrachtgever in kwestie nauwelijks meer durfde te benaderen. In het geval van de afgelopen dagen, was de vorige en eerste opdracht bijna anderhalf jaar geleden moeizaam tot stand gekomen. Op opdracht twee lag dus enige druk, in ieder geval voor mij.

Woensdag aan het eind van de middag was ik klaar met wat maandag  klaar zou zijn. Op wat losse eindjes na, die gisteren mochten volgen. De datum van publicatie werd voor de tweede keer verschoven. De redacteur die me maandag nog mailde dat ‘wat vertraging’ ‘geen probleem’ was, dinsdag zei dat iedereen die schrijft wel eens vastloopt in een artikel en dat dat een rotgevoel is, er nu wel een mouw aan te passen valt maar dat het belangrijk is dat ik bij een eventuele volgende keer eerder aan de bel trek, gaf nu met andere woorden te kennen dat zijn geduld bijna op was.

Gisterochtend begon ik goed geluimd met vastknopen van die losse eindjes. Een slepend telefoontje van een meelezer met enkele correcties, zette mijn geduld op het spel. Ik had om kwart voor tien de bus willen pakken richting Utrecht Centraal Station en zag tijdens dat telefoontje voor me hoe die trein zonder mij wegreed. Laat ik dan alle losse eindjes die klaar waren om vastgeknoopt te worden nu gelijk maar vast te knopen en maar te zien met welke trein ik vertrekken zou. Was ik er maar vanaf.

Toen ging de telefoon. Opdrachtgever.

Het was niet goed, mijn artikel. Vond de redacteur. Te weinig nieuwswaardig, te zeer ingezoomd op een te kleine groep. En niet het verhaal dat volgens hem afgesproken was.

Weet niet of ik een ‘ja maar’ uitsprak. Wel dat de consequenties niet meteen tot me doordrongen. Ik stond op, liep met telefoon in de hand de tuin in, ging er even goed voor zitten. Dit kan niet. Kan ik niet maken naar al die mensen die ik geïnterviewd heb. Gebeurt me nóóit. Nou ja, bijna nooit. Is in al die jaren misschien drie of vier keer gebeurd. Wil ik niet. Niet nu. Dus zette de redacteur zijn woorden kracht bij. Hij is teleurgesteld en gezien de moeizame samenwerking van de afgelopen week heeft hij er geen vertrouwen in dat het, als ik nu eens een andere draai aan het verhaal gaf, toch nog goed komt. Doeg. Fijne dag nog. Weet niet meer precies hoe het gesprek eindigde, anders dan in ongemak.

stil was ik

en liep terug naar mijn computer. Dat was dat. Ik stuurde een mail de hele groep mensen die ik geïnterviewd had, met het nieuws dat hun verhaal niet in de krant komt, en verontschuldigingen. Belde de docent van mijn mindfulnessopleiding, waar ik aan het eind van de ochtend werd verwacht. Zit tegen, kom later. Nam de boterham die ik uitgesteld had tot ik klaar was, hees mijn rugzak op mijn rug en vertrok. Naar Rotterdam. Naar de op een na laatste dag van mijn opleiding tot mindfulnesstrainer.

Wat volgde was een reis Utrecht-Rotterdam die langer duurde dan anders. ‘Zit stil bij wat er gebeurt’, sprak ik mezelf toe, conform mindfulnessregels, zij het strenger. Waar ik verdriet, frustratie, verongelijktheid verwachte, als in ‘Verdomme Ik KAN HET NIET EN ZAL HET NOOIT KUNNEN EN WAAROM GEEF IK DAT NOU NIET EINDELIJK EENS TOE, KAP ER TOCH MEE, DAT GEPLOETER, voelde ik rust en kracht. Het geploeter zit erop. En, hoe je het ook wendt of keert, ik ben er even tussenuit geweest. Was fijn. En ik heb veel geleerd. Waaronder, dat ik het niet meer ga doen, me zo vastbijten in een artikel dat ik heeeeel graag wil schrijven en dat Echt Niet mag Mislukken, dat ik al voordat ik begin zenuwachtig ben en het dus heeeeeeel goed wil doen, dus heeeeeeeeeeeel veel mensen heeeeeeeeeel lang ga interviewen en tijdens het schrijven vooral aan het schrappen ben. Zoals ik het vaak gedaan heb, zeker als ik me ervoor speciaal op een mooie plek terugtrok.

Terwijl Rotterdam nadert, spreekt een stem van binnen moederlijk toe: ‘Meisje, hou op met dat geploeter, stop je onzekerheid. Daar ben je nu echt te groot voor.’

En zo is het maar net.

Een andere omgeving

20150615_232742Heb vaak aan mijn dankbare vorige blog gedacht, de afgelopen dagen. Met spijt. Geen idee natuurlijk of ik, als ik die nacht niet aan het bloggen geslagen was, uiteindelijk nog wat uurtjes had geslapen. De kans is groot. Had me een dag roezig typen zonder vooruitgang, gevolgd door, na een min of meer normale dag ter onderbreking, een dag zwak, ziek en heeeeeel misselijk, gescheeld. Tuurlijk, lag niet aan die blog alleen. Combi van stress om een deadline voor een artikel waar ik zoooooooooooooooveeel uren aan interviews, lezen, interviews, lezen, mijmeren en toch nog maar een interview in gestopt heb, dat ik door de bomen het bos niet meer zie, die slechte nacht plus nieuwe echtelijke spanning om kwesties in de categorie hoe-houd-je-het-gezellig-met-zijn-tweeën-onder-stress-in-een-daarvoor-net-te-klein-huis.

De misselijkheid heeft een me bijna hele dag tussen bed en toilet doen pendelen. Maar enkele uren na de laatste toiletgang stapte ik, als gepland maar dan wankelend, met rugzak in de trein. Wilde niets missen van de paar dagen eruit waar ik al weken naar uitkeek. Nu pas ik al twee dagen typend, goed-nog-één-interview-dan,  mailend over dat die deadline toch niet helemaal lukken gaat, typend, plantjes water gevend, katten voerend, typend, nog een kopje thee, typend, typend, typend, typend, typend, typend, goed-dan-een-ommetje, verder typend, drollen wegscheppend, weer wat typend, op het huis en de katten van schoonzus en zwager aan de mooie groene rand van Utrecht.

Dat ik vooruit kom maar niet opschiet, ligt niet aan die ene blog in de nacht. Toch zou ik de film graag terugdraaien en die blog dan voor de lol eens niet schrijven. Zou ik dan nu van boek-op-bank of de weelde van het ligbad genieten? En morgen fris, voldaan en vrij de omgeving verkennen?

Al eens verteld, dat mijn weekjes alleen weg, kattenoppas spelend en van een fijn andermans huisje genietend, er wel vaker zo uitzien?

Ik moet nu stoppen, want verder gaan. Helaas is de nacht al begonnen. Maar ik ben bijna klaar, volgens mij.

 

 

Ontspanningsstress tegen de deadline

20150506_065543Ik ben er nog. Vraag niet hoe, maar ik ben er nog.
Nou ja, niet overdrijven. Ik heb een poosje niet geblogt, had deadlinestress. Dusdanige deadlinestress dat ik al een week voor het naderen van de betreffende deadline, toen hij nog goed haalbaar was, wist dat ik hem niet halen ging. En me daarover opvrat. En me daardoor met de dag meer van de wereld afsloot. En me dus meer opvrat. En de kans om hem te halen met het uur zag slinken.

Zoals ik er meestal pas na half december achter kom dat het bijna Kerstmis is, komt de meivakantie voor mij, kinder- en collegaloos, elk jaar opnieuw als een complete verrassing. Hadden we niet, in mijn eigen kindertijd. Ik had voor mijn artikel vijf mensen willen interviewen en niemand nam de telefoon op. Toch bleef ik proberen. Vooral op Bevrijdingsdag probeerde ik het erg hard, want dat was de eerste dag dat ik er alle tijd en rust voor had.

Was ik maar gewoon alvast gaan schrijven met het materiaal dat ik al had, dacht ik in de dagen die volgden. Toen stond mijn telefoon juist vrijwel onafgebroken op stil. Nu moest het gebeuren. Bellen kwam later wel. Niemand mocht me storen. De dag dat Erwin thuis was, zat ik in de bieb. Ik heb daar stiltekamers ontdekt die je drie uur achtereen kunt huren. Blijkt het examentijd. In de groepsruimte naast mij zat een groep studenten, met chips, energiedrankjes, boeken en laptops heel hard te studeren. Zo hard dat ik hen, uren nadat ik, mijn hart bonkend in mijn keel, had gevraagd of het wat zachter kon, nog kon horen. Ondertussen knaagde het dat ik dit toch gewoon moet kunnen, met mijn tig jaren ervaring. Of dat ik nu eindelijk eens moet toegeven dat ik juist niet voor schrijven in de wieg gelegd ben. En begon ik voor mijn bloggen te vrezen. Heb geen stok achter de deur meer in de vorm van sponsors, dus, zie je wel, het lukt me niet meer. Jammer, heb ik net deze website opgetuigd en mijn ‘oude’ blogs allemaal hierheen verhuist.

Nu ben ik alweer jaren bezig met zen. En leer ik voor mindfulnesstrainer. Onderwijs ik zelf hoe je je concentratie bevordert door juist niet al te zeer je best te doen. Dat ik niet opschiet, ligt niet aan luidruchtige studenten en zelfs niet aan vakantievierende interviewkandidaten. Ik ben moe, nog altijd, opgestapeld, moe en gespannen. Wil teveel, slaap te weinig, al maanden. En wat ik het hardste wil, is die vermoeidheid doorbreken. En als er iets niet werkt als je vermoeidheid wilt doorbreken, is het hard je best doen.  Accepteer dat wat je niet voelen wil, geef eraan toe, en je zult zien dat het dan, op den duur, minder wordt, leren de meesters. Maar vermoeidheid maakt koppig.

De afgelopen week haalde ik dus alle gewoonten uit de kast die me ooit fitter deden voelen. Drie keer stond ik om kwart voor zes op, twee van die keren deed ik een extra meditatiesessie, de andere keer ging ik hardlopen. De bruggenronde, vijf kilometer via Koninginne- Erasmus en Willemsbrug om ons huis. Het werd een mooie gecomineerde ren-en wandeltocht, onderbroken met een bankje om te genieten van het uitzicht. Dat was nog eens een fijn begin van de dag. Maar misschien had uitslapen mijn artikel meer geholpen.

Nu is het weekend. Ik moet straks verder met dat artikel. Maar omdat het weekend is mag ik ook rustig aan doen. Eigenaardig toch, dat de deadline opeens minder belangrijk is, ook al is hij verder overschreden. Het is weekend. Kan ik ook mijn blog weer eens schrijven. En dadelijk met mijn lief koffiedrinken in de stad. Zul je zien dat dat artikel daarna opeens snel klaar is.