Tagarchief: schrijven

Iets anders aan mijn hoofd

Ben ik nauwelijks meer bewust met ADD bezig, sta ik in enkele weken tijd drie keer in een blad of krant met een artikelen die ik daar vijf en zes maanden terug over schreef….

Wat je aandacht geeft groeit, was een belangrijke les in mijn ADD-zoektocht, toch? Nou, andersom is ook waar. Twee maanden gebruikte ik ritalin, en was ik alleen al via het slikken van het pilletje minstens vier keer per dag bewust bezig met ‘dat ik iets heb.’ Ik stopte, omdat de pillen de verleiding te groot maakten om over mijn grenzen heen te gaan, met alle gevolgen van dien. Ruim een half jaar later, is ADD nauwelijks een issue in mijn leven. Heb wel wat anders aan mijn hoofd. Rouw, ja, maar ook een zenschool te runnen, les te geven en – oja, ook dat was ik een beetje vergeten – artikelen te schrijven, om de kost te verdienen en om mijn oorspronkelijke vak en daarmee een belangrijk deel van mezelf, weer serieus te nemen.

Ik moet het evenwicht tussen mijn oude en nieuwe professie nog zien te vinden. Net nu de contouren van dat evenwicht zich beginnen af te tekenen, verschijnen er drie artikelen die ik ruim zes maanden geleden schreef over mijn eigen zoektocht naar hoe ik omga met mijn ADD en over de effecten van zenmeditatie bij anderen met ADD of ADHD.  Met twee daarvan ben ik tevreden, met het derde niet echt.

Toch plaats ik ze hier alle drie:

In de Suzan!i Hèt ADHD lifestylemagazine van Nederland, een geschreven tussen vriendin-collega-zenleraar-en nog zo het een en ander Hanneke Dijkman en ik, over wat wij in de afgelopen tien jaar van elkaar geleerd hebben. suzan-anke-hanneke-add-zen-en-leren-van-elkaar

In Impuls&WoortblindMagazine, een artikel over zenmeditatie bij ADD en ADHD, en waar dat effect vandaan komt.

En in Hart&Ziel, een landelijk gemaakt katern dat meegaat in zeven regionale dagbladen, een nogal vrije bewerking van een artikel dat ik schreef over mijn zoektocht naar wat mij helpt om om te gaan met de gevolgen van ADD. hz-1-11-16-de-achtbaan-die-add-heet-1 en hz-1-11-16-de-achtbaan-die-add-heet-2

En hiermee ben ik terug bij Add&Anke en stel ik me voor het eerst in maanden weer de vragen: wat is dat toch,  ADD? , Hoe verhoud ik me tot ‘dat labeltje’? Wat maakt dat ik ongemakkelijk voel bij het grote verhaal in de krant? En hoe schrijf ik op een eerlijke manier over zen en ADD, zonder dat het – meer dan je van een journalist mag verwachten – overkomt als reclame?

De blog Add&Anke is weer geopend.

 

 

 

 

Schrijven (uit en) Thuis

PromoPosterFINAL-e1441019658867Waar voel je thuis? Waar hoor je thuis? Wat is dat eigenlijk, thuis?

Deze vraag staat centraal op het Interdisciplinaire Studentensymposium Partage, op vrijdag 16 oktober aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht, met als thema Thuis. Ik verzorg daar twee schrijfworkshops:

11.00 – 12.00 uur: Zoals het klokje thuis tikt…..

Waar schrijf je nu prettiger dan thuis? In je vertrouwde omgeving, rustig, zonder afleiding van collega’s en in je eigen tijd. Schrijf je graag of vaak thuis en verbaas je je erover dat het je (zelfs?) daar moeite kost om je aandacht bij het schrijven te houden, kom dan naar de workshop Schrijven met Aandacht – Zoals het klokje thuis tikt…

Schrijvend en niet-schrijvend verken je wat je in je eigen huiselijke omgeving afleidt en hoe je daarmee omgaat. Je gaat naar huis met een verhaal waarmee je verder kunt. 

14.15 – 15.15 Overal thuis

Schrijf je het best in een vreemde omgeving? In het geroezemoes van een café, op het deinen van de trein of in exotische afzondering? Kom naar de workshop Schrijven met Aandacht – Overal thuis.

Schrijvend en niet-schrijvend verken je onder welke omstandigheden jij het prettigst schrijft en hoe je die omstandigheden creëert, ook dichtbij huis.

Het symposium en mijn workshops zijn voor iedereen toegankelijk, dus ook voor niet-studenten. Entree voor de hele dag, inclusief lunch, kost €15,- Alleen  meedoen aan deze workshop of een ander onderdeel? Dan betaal je €5,-

Meer informatie over het symposium, zoals adresgegevens, klik hier.

Opstartperikelen

Kop: <nog even over nadenken>

‘Leef je nog?’ Het is een vraag die een Zeer Goede Bekende mij vaak stelt als ik haar opbel. Grappig bedoeld en tegelijk een verwijt. Ik ben nalatig geweest, want heb te lang niets van me laten horen.

Mag het wat luchtiger?

Kop: Altijd opnieuw beginnen

Zo. Daar ben ik weer. Ja, even geleden hè. Tja, was druk. Stress. Teveel werk, te weinig geld, ja heel vervelend. Nou ja, wist ook even niet goed hoe ik verder moest met deze blog. (En dan verder over hoe ik altijd de neiging heb om me te verdedigen als ik iets lang niet gedaan heb of lang niets van me heb laten horen en iets vertellen over de vakantie enzo).

Weer negatief, terwijl ik me helemaal niet negatief voel.

Opnieuw:

Kop: Op avontuur

Gisteravond zenles, bij wijze van zomerse uitzondering door mij verzorgd. ADD komt ter sprake, als antwoord op een vraag naar waarom zen me zoveel helpt. (Over zen, mindfulness, add en dan springen naar waar een cursiste me over vertelde en een sprongetje maken naar onze vakantie)

Wel erg veel sprongen. Aard van het beestje en dus passend in deze blog, maar het moet wel te volgen zijn. Zo dan:

Opnieuw.

Kop: Op avontuur

iets met die zenles en ADD, maar korter. Ik wil het namelijk hebben over hoe een cursiste me vertelde over haar zoon, ‘héééél ADD, met zo’n hoofd’ (groot en warrig, verklaart ze gebarend), met rugzak vertrok op vakantie naar een Latijns-Amerikaanse land en dat ze er versteld van staat hoe hij het, reisvoorbereidend op zijn ADD’s, voor elkaar kreeg om nìet het vliegtuig te missen en hoe ik, terwijl ik haar aanhoorde, een grote grijns op mijn gezicht kreeg. Ik houd niet van stereotypen, maar het is de vierde keer in een maand, en tigste keer in een jaar, dat ik hoor over een ADD’er die graag reist, op de bonnefooi, met te volle en te laat gepakte rugzak of fietstas. Zoals ik dat zelf veel deed. In Nederland op de fiets, elders in Europa met de rugzak en ook in Latijns-Amerika, ja. Een lekkende tent in de recente vakantie riep herinneringen aan de mindere kanten van mijn avonturiersschap op: nog even in donker,  regen of juist plakkende hitte, moe, hongerig, dorstig en chagri, door moeten sjouwen omdat ik, kies maar: a) niet goed op de kaart gekeken had of deze was vergeten, b) de reisafstand sterk onderschat had, c) ik ondanks mijn weldoordachte planning een op de valreep besloot een omweg  te nemen, d) het geld voor de bus/trein/taxi/fietsenmaker op was, e) mijn band lek was en ik geen bandenplakspullen bij me had en er dit keer geen aardige mijnheer opdook die hem plakken kon, f) een van de vele andere mogelijke redenen. Meestal zijn het vrouwen en meisjes met ADD, die ik over rugzakreizen en over reisdromen hoor, nu dus een man. Leuk. Goed onderwerp.

Maar ik kan het ook gewoon over onze vakantie hebben. Over heerlijk offline zijn en me daar een beetje voor schamen. Of over terugkomen vol goede ideeën en energie en opeens weer alles uitstel alsof die energie en ideeën binnen vier dagen al opgebrand zijn. En dus nòg maar eens opnieuw aan deze blog beginnen. De eerste blog na zo’n lange en onaangekondigde stilte moet helemaal goed zijn, namelijk. Ik kan ook besluiten dat morgen een betere blogdag is.  En zo de drempel die mij ervan weerhoudt om de draad weer op te pakken met nog een een paar zware stenen te verhogen.

Laat maar. Ik ben terug en begin weer, daar gaat het om.

Schrijver killt darling

overcoming_writers_blockAu. Was ik zo blij met mijn mooi allitererende workshopnaam De Knipperende Kursor, zo mooi passend in de titel ‘Add&Anke&…….,’ blijkt ie niet goed. En al helemaal niet  in combinatie met termen als ‘een vol hoofd’ of ‘concentratieproblemen.’ Mensen die ik enthousiast probeer te maken, vertellend, haken af.  Herkennen zij zich in het beeld van de schrijver die wel wil maar steeds afgeleid wordt en daarom maar niet verder komt, worden daar liever niet aan herinnerd. De grappig bedoelde naam kan de vermeende serieuze ondertoon juist versterken. Terwijl ik in mijn workshop juist wil laten ervaren hoe leuk het ook alweer kan zijn, schrijven. Zelfs als je vaak afgeleid wordt. Of als je zo in je schrijven opgaat dat je wereld om je heen even ophoudt te bestaan.

‘Kill your darlings’, luidt een basisregel voor schrijvers. Blijf niet vasthouden aan een titel, beschrijving, formulering, scène waar je trots op bent als deze niet ten goede komt van het verhaal. Dat kan je verhaal gekunsteld maken, en maken dat lezers afhaken. Als je als schrijver zelf al niet bent afgehaakt. Want vasthouden aan iets dat niet werkt, kost veel energie.  Dus is mijn workshopnaam op de schop. De Knipperende Kursor wordt Schrijven met Aandacht. Positiever. Passender ook. We schrijven in de workshop alleen (of, in de uitgebreidere versie die in het najaar volgt, ‘ook’) op papier. Geen cursor te zien. En aandacht, dat is deel van het geheim van het verschil tussen leuk en niet leuk schrijven.

Helemáál passen doet deze titel ook niet. Want het gaat erin om zowel aandacht als geen aandacht. Niemand is, ooit, in staat om continu de aandacht op één ding te houden. Schrijvers lukt het op een bepaald moment juist wel, komen in een ‘flow.’ Net als mensen voor wie aandacht ‘een issue’ is. De keerzijde van snel afgeleid zijn, is bij hen (ons :-)!) juist de hyperfocus: helemaal op één ding gericht zijn en daar niet van los kunnen komen. Waar het om gaat, is het evenwicht te vinden. Soms focussen, liefst vanuit ‘flow’, soms laten meevoeren door afleiding. En ondertussen schrijven. Met een levendige en prettige tekst, plus een tevreden gevoel, als gevolg.

Op vrijdag 28 en zaterdag 29 augustus gaat het gebeuren: de eerste twee edities van Schrijven met Aandacht. Overdag, van om en nabij 9.30 uur tot om en nabij 15.30 uur, in Rotterdam of haar zeer nabije omgeving. Nog één maal voor de speciale prijs van €59,-

Inschrijven kan nu, per mail. Details volgen. Wil je meer weten, houd dan deze site in de gaten.

Het geploeter voorbij

Soms komt het niet goed. Wordt een investering van weken, beginnend met uitgebreide interviews, gevolgd door dagen typen en overtypen, steeds krampachtiger typen, minder slaap, minder ademruimte, van puzzelen naar zweten en  van zweten naar ploeteren, niet beloond met complimenten en een mooie publicatie met foto.  Vrijwel altijd wel, is mijn bijna twintigjarige ervaring. Kwam in ieder geval die publicatie met foto er en werd deze betaald. De enige die achteraf nog last had van de moeizame manier waarop het betreffende artikel tot stand gekomen was, was ik zelf. Ik schaamde me daar dusdanig voor, dat ik de opdrachtgever in kwestie nauwelijks meer durfde te benaderen. In het geval van de afgelopen dagen, was de vorige en eerste opdracht bijna anderhalf jaar geleden moeizaam tot stand gekomen. Op opdracht twee lag dus enige druk, in ieder geval voor mij.

Woensdag aan het eind van de middag was ik klaar met wat maandag  klaar zou zijn. Op wat losse eindjes na, die gisteren mochten volgen. De datum van publicatie werd voor de tweede keer verschoven. De redacteur die me maandag nog mailde dat ‘wat vertraging’ ‘geen probleem’ was, dinsdag zei dat iedereen die schrijft wel eens vastloopt in een artikel en dat dat een rotgevoel is, er nu wel een mouw aan te passen valt maar dat het belangrijk is dat ik bij een eventuele volgende keer eerder aan de bel trek, gaf nu met andere woorden te kennen dat zijn geduld bijna op was.

Gisterochtend begon ik goed geluimd met vastknopen van die losse eindjes. Een slepend telefoontje van een meelezer met enkele correcties, zette mijn geduld op het spel. Ik had om kwart voor tien de bus willen pakken richting Utrecht Centraal Station en zag tijdens dat telefoontje voor me hoe die trein zonder mij wegreed. Laat ik dan alle losse eindjes die klaar waren om vastgeknoopt te worden nu gelijk maar vast te knopen en maar te zien met welke trein ik vertrekken zou. Was ik er maar vanaf.

Toen ging de telefoon. Opdrachtgever.

Het was niet goed, mijn artikel. Vond de redacteur. Te weinig nieuwswaardig, te zeer ingezoomd op een te kleine groep. En niet het verhaal dat volgens hem afgesproken was.

Weet niet of ik een ‘ja maar’ uitsprak. Wel dat de consequenties niet meteen tot me doordrongen. Ik stond op, liep met telefoon in de hand de tuin in, ging er even goed voor zitten. Dit kan niet. Kan ik niet maken naar al die mensen die ik geïnterviewd heb. Gebeurt me nóóit. Nou ja, bijna nooit. Is in al die jaren misschien drie of vier keer gebeurd. Wil ik niet. Niet nu. Dus zette de redacteur zijn woorden kracht bij. Hij is teleurgesteld en gezien de moeizame samenwerking van de afgelopen week heeft hij er geen vertrouwen in dat het, als ik nu eens een andere draai aan het verhaal gaf, toch nog goed komt. Doeg. Fijne dag nog. Weet niet meer precies hoe het gesprek eindigde, anders dan in ongemak.

stil was ik

en liep terug naar mijn computer. Dat was dat. Ik stuurde een mail de hele groep mensen die ik geïnterviewd had, met het nieuws dat hun verhaal niet in de krant komt, en verontschuldigingen. Belde de docent van mijn mindfulnessopleiding, waar ik aan het eind van de ochtend werd verwacht. Zit tegen, kom later. Nam de boterham die ik uitgesteld had tot ik klaar was, hees mijn rugzak op mijn rug en vertrok. Naar Rotterdam. Naar de op een na laatste dag van mijn opleiding tot mindfulnesstrainer.

Wat volgde was een reis Utrecht-Rotterdam die langer duurde dan anders. ‘Zit stil bij wat er gebeurt’, sprak ik mezelf toe, conform mindfulnessregels, zij het strenger. Waar ik verdriet, frustratie, verongelijktheid verwachte, als in ‘Verdomme Ik KAN HET NIET EN ZAL HET NOOIT KUNNEN EN WAAROM GEEF IK DAT NOU NIET EINDELIJK EENS TOE, KAP ER TOCH MEE, DAT GEPLOETER, voelde ik rust en kracht. Het geploeter zit erop. En, hoe je het ook wendt of keert, ik ben er even tussenuit geweest. Was fijn. En ik heb veel geleerd. Waaronder, dat ik het niet meer ga doen, me zo vastbijten in een artikel dat ik heeeeel graag wil schrijven en dat Echt Niet mag Mislukken, dat ik al voordat ik begin zenuwachtig ben en het dus heeeeeeel goed wil doen, dus heeeeeeeeeeeel veel mensen heeeeeeeeeel lang ga interviewen en tijdens het schrijven vooral aan het schrappen ben. Zoals ik het vaak gedaan heb, zeker als ik me ervoor speciaal op een mooie plek terugtrok.

Terwijl Rotterdam nadert, spreekt een stem van binnen moederlijk toe: ‘Meisje, hou op met dat geploeter, stop je onzekerheid. Daar ben je nu echt te groot voor.’

En zo is het maar net.

Een andere omgeving

20150615_232742Heb vaak aan mijn dankbare vorige blog gedacht, de afgelopen dagen. Met spijt. Geen idee natuurlijk of ik, als ik die nacht niet aan het bloggen geslagen was, uiteindelijk nog wat uurtjes had geslapen. De kans is groot. Had me een dag roezig typen zonder vooruitgang, gevolgd door, na een min of meer normale dag ter onderbreking, een dag zwak, ziek en heeeeeel misselijk, gescheeld. Tuurlijk, lag niet aan die blog alleen. Combi van stress om een deadline voor een artikel waar ik zoooooooooooooooveeel uren aan interviews, lezen, interviews, lezen, mijmeren en toch nog maar een interview in gestopt heb, dat ik door de bomen het bos niet meer zie, die slechte nacht plus nieuwe echtelijke spanning om kwesties in de categorie hoe-houd-je-het-gezellig-met-zijn-tweeën-onder-stress-in-een-daarvoor-net-te-klein-huis.

De misselijkheid heeft een me bijna hele dag tussen bed en toilet doen pendelen. Maar enkele uren na de laatste toiletgang stapte ik, als gepland maar dan wankelend, met rugzak in de trein. Wilde niets missen van de paar dagen eruit waar ik al weken naar uitkeek. Nu pas ik al twee dagen typend, goed-nog-één-interview-dan,  mailend over dat die deadline toch niet helemaal lukken gaat, typend, plantjes water gevend, katten voerend, typend, nog een kopje thee, typend, typend, typend, typend, typend, typend, goed-dan-een-ommetje, verder typend, drollen wegscheppend, weer wat typend, op het huis en de katten van schoonzus en zwager aan de mooie groene rand van Utrecht.

Dat ik vooruit kom maar niet opschiet, ligt niet aan die ene blog in de nacht. Toch zou ik de film graag terugdraaien en die blog dan voor de lol eens niet schrijven. Zou ik dan nu van boek-op-bank of de weelde van het ligbad genieten? En morgen fris, voldaan en vrij de omgeving verkennen?

Al eens verteld, dat mijn weekjes alleen weg, kattenoppas spelend en van een fijn andermans huisje genietend, er wel vaker zo uitzien?

Ik moet nu stoppen, want verder gaan. Helaas is de nacht al begonnen. Maar ik ben bijna klaar, volgens mij.

 

 

Ontspanningsstress tegen de deadline

20150506_065543Ik ben er nog. Vraag niet hoe, maar ik ben er nog.
Nou ja, niet overdrijven. Ik heb een poosje niet geblogt, had deadlinestress. Dusdanige deadlinestress dat ik al een week voor het naderen van de betreffende deadline, toen hij nog goed haalbaar was, wist dat ik hem niet halen ging. En me daarover opvrat. En me daardoor met de dag meer van de wereld afsloot. En me dus meer opvrat. En de kans om hem te halen met het uur zag slinken.

Zoals ik er meestal pas na half december achter kom dat het bijna Kerstmis is, komt de meivakantie voor mij, kinder- en collegaloos, elk jaar opnieuw als een complete verrassing. Hadden we niet, in mijn eigen kindertijd. Ik had voor mijn artikel vijf mensen willen interviewen en niemand nam de telefoon op. Toch bleef ik proberen. Vooral op Bevrijdingsdag probeerde ik het erg hard, want dat was de eerste dag dat ik er alle tijd en rust voor had.

Was ik maar gewoon alvast gaan schrijven met het materiaal dat ik al had, dacht ik in de dagen die volgden. Toen stond mijn telefoon juist vrijwel onafgebroken op stil. Nu moest het gebeuren. Bellen kwam later wel. Niemand mocht me storen. De dag dat Erwin thuis was, zat ik in de bieb. Ik heb daar stiltekamers ontdekt die je drie uur achtereen kunt huren. Blijkt het examentijd. In de groepsruimte naast mij zat een groep studenten, met chips, energiedrankjes, boeken en laptops heel hard te studeren. Zo hard dat ik hen, uren nadat ik, mijn hart bonkend in mijn keel, had gevraagd of het wat zachter kon, nog kon horen. Ondertussen knaagde het dat ik dit toch gewoon moet kunnen, met mijn tig jaren ervaring. Of dat ik nu eindelijk eens moet toegeven dat ik juist niet voor schrijven in de wieg gelegd ben. En begon ik voor mijn bloggen te vrezen. Heb geen stok achter de deur meer in de vorm van sponsors, dus, zie je wel, het lukt me niet meer. Jammer, heb ik net deze website opgetuigd en mijn ‘oude’ blogs allemaal hierheen verhuist.

Nu ben ik alweer jaren bezig met zen. En leer ik voor mindfulnesstrainer. Onderwijs ik zelf hoe je je concentratie bevordert door juist niet al te zeer je best te doen. Dat ik niet opschiet, ligt niet aan luidruchtige studenten en zelfs niet aan vakantievierende interviewkandidaten. Ik ben moe, nog altijd, opgestapeld, moe en gespannen. Wil teveel, slaap te weinig, al maanden. En wat ik het hardste wil, is die vermoeidheid doorbreken. En als er iets niet werkt als je vermoeidheid wilt doorbreken, is het hard je best doen.  Accepteer dat wat je niet voelen wil, geef eraan toe, en je zult zien dat het dan, op den duur, minder wordt, leren de meesters. Maar vermoeidheid maakt koppig.

De afgelopen week haalde ik dus alle gewoonten uit de kast die me ooit fitter deden voelen. Drie keer stond ik om kwart voor zes op, twee van die keren deed ik een extra meditatiesessie, de andere keer ging ik hardlopen. De bruggenronde, vijf kilometer via Koninginne- Erasmus en Willemsbrug om ons huis. Het werd een mooie gecomineerde ren-en wandeltocht, onderbroken met een bankje om te genieten van het uitzicht. Dat was nog eens een fijn begin van de dag. Maar misschien had uitslapen mijn artikel meer geholpen.

Nu is het weekend. Ik moet straks verder met dat artikel. Maar omdat het weekend is mag ik ook rustig aan doen. Eigenaardig toch, dat de deadline opeens minder belangrijk is, ook al is hij verder overschreden. Het is weekend. Kan ik ook mijn blog weer eens schrijven. En dadelijk met mijn lief koffiedrinken in de stad. Zul je zien dat dat artikel daarna opeens snel klaar is.

Lichaamseigen stoffen

20150501_091748Ben duf deze ochtend. Op een andere manier dan anders. Tijdens mijn tijdens mijn ochtendlijke freewriting-sessie, waarin ik probeer mijn gedachten zo letterlijk mogelijk op papier te krijgen, inclusief rare gedachtensprongen en zonder ‘iets moois’ na te streven, kwam ik tot vijf, zes keer toe, niet verder dan vijf woorden per gedachte. En maakte ik me nog druk over de onleesbaarheid  van die woorden ook. Waar mijn hoofd en schrijven in de loop van zo’n sessie meestal rustig worden, bleef de dufheid een kwartier onverminderd. Ik probeerde na te gaan wat er aan de hand was. Vanwaar die dufheid? Ik had nota bene goed geslapen. De voorgaande nacht minder, maar ik ben aardig wat gewend. Dat kon het niet zijn. Ik heb gisteravond een glaasje wijn gedronken, goed. Hakt er soms in. Ik drink heel weinig, daarom en vandaar. Maar àls ik alcohol drink en ik voel ‘s ochtends de gevolgen daarvan, dan voelt dat anders dan wat ik nu voel. Alcoholdufheid zit meer tegen hoofdpijn aan. Vervelend, chagrijnbevorderend. Maar dit keer voelt de dufheid als verlamming. Tot in mijn spieren toe. Waar ken ik dat toch van?

Opeens weet ik het. Een pilletje. Een gewoon huis-tuin-en-keuken pilletje van de drogist, valdispert nacht  extra sterk, met valeriaan en melatonine. Er is een tijd geweest, volgend op jaren waarin ik meer nachten niet dan wel sliep, dat ik erg gelukkig was met dat spul. Beter duf wakker worden dan niet slapen. Tegenwoordig moet ik wel heel extreem, extreem extreem bang zijn dat ik niet slaap, op het wanhopige af zeg maar, dat ik een melatoninecapsule overweeg.  Gisteravond kon ik de lichtere variant die ik wel vaker slik, met valeriaan maar zonder melatonine, even niet vinden. Dan die sterke maar. Het was wat laat, ik was over mijn grenzen heen zo moe van een gezellig etentje met dat glaasje wijn dus en dacht ‘nou goed dan, voor deze keer.’

Ik weet gelijk weer waarom ik dat niet meer doe.  Opeens, voor het eerst in bijna twee  maanden, doemt Zij op in mijn gedachten,  ADHD-bij-volwassenen-onderzoekspionier, goeroe voor velen en boevrouw voor anderen, professor dokter ex-farmaceutische-industriemedewerker, tataaaa, taratatatataaaaaaaaaaaaaa Sandra Kooij! Als hoofdspreker – want pionier – op het congres ADHD Vrouw sprak zij over melatonine. In de context van ADHD-ers nachtuilschap en slaapproblemen. Waar ze medicijngebruik als iets volkomen vanzelfsprekends besprak, inclusief het gegeven dat gangbare ADHD-medicatie ritatin en concerta, beide vormen van speed, goed slapen soms nog eens extra in de weg kan staan. ‘Maar ik voel me de hele volgende dag duf als ik dat geslikt heb’, zei iemand uit de zaal. Mevrouw goeroes antwoord: ‘Melatonine is een lichaamseigen stof, die het lichaam normaal gesproken dus zelf aanmaakt om slaap te bevorderen. Als je daar last van hebt, zou dat heel vreemd zijn. Het kan in ieder geval geen kwaad.’ Of woorden van gelijke strekking.’

Hmm, is adrenaline niet ook een lichaamseigen stof? Die je alert maakt, wakker houdt en je in sommige situaties helpt maar in andere in de weg zit? Vreemde redenering. Moet gelijk ook denken aan iets dat Hoofdpersoon M, uit het verhalende verhaal dat ik de komende tijd vorm zal geven, me vertelde. Ook zij heeft informatiebijeenkomsten bij PsyQ gevolgd. En ook die gingen grotendeels over medicijnen. Deden de psycholoog en zijn stagiaire die mijn groep begeleidde bagatelliserend over hartkloppingen als bijwerking van Ritalin en Concerta, ‘haar’ psychologes deden er lacherig over dat die medicijnen in het buitenland vaak als drugs worden  gezien, verboden dus. Met een toontje van ‘ze snappen er ook niets van.’

Ik vind het heel fijn om hele nachten door te kunnen slapen. Slome spieren zijn minder naar dan een bonkend hoofd van de slaap. Maar dat kunstmatig aangemaakte dufheid als gevolg van bijslikken van een stofje dat het lichaam ook zelf kan maken, helemáál geen kwaad kan, nee, daar wil ik niet aan.

Zo, en dan nu maar een extra bakje koffie.

Zonder te knipperen

20150410_154502_resized_2 De Knipperende Kursor is al een paar uur op gang, als ik mezelf de zaal plots streng hoor toespreken: ‘En nu is het tijd om te schrijven. Zorg dat je goed zit, kijk even of je pen het goed doet en zoek, zo niet, een andere. Houd eventueel wat extra papier bij de hand voor het geval je afgeleid wordt en iets op wilt schrijven dat niets te maken heeft met het verhaal waarvoor je gekomen bent. Jullie hebben een half uur.’

‘Een half uur? Dat is wel heel erg lang…..’ klinkt het, ‘dat houd ik niet vol.’ Voor de duidelijkheid: ik geef deze workshop, samen met tekstschrijver en schrijfcoach Manon Kleijn, speciaal aan mensen die toegeven dat het hen moeite kost om zich te concentreren. Die, zo blijkt ‘s ochtends, wel heel erg makkelijk een lange lijst afleiders kunnen noemen die hen, altijd als ze zich aan het schrijven willen zetten, van het werk houdt: van het gekrab van de kat en gejengel van kleine kinderen, via plotselinge enorme trek in koffie of snoep, de piepjes van de telefoon en het zoemen van de wasmachine die klaar is met zijn wasbeurt tot de hardnekkige innerlijke stem die duidelijk maakt dat ‘ik het nu eenmaal niet kan, schrijven.’ Die het desondanks wel graag zouden willen. Al is het maar omdat je zonder teksten geen website hebt en het zonder website lastig is om nieuwe klanten te trekken voor je bedrijf.

20150410_153811_resizedZe hebben elkaar verteld wat ze willen schrijven. Zich verbaasd over de samenvattingen die toehoorders gaven van het verhaal dat ze dachten te hebben verteld. ‘Simpele’ schrijfoefeningen gedaan rond het thema van hun verhaal. En toen vond ik het de hoogste tijd.

Het half uur vloog om. Collega Manon was de enige die maar niet rustig op haar stoel kon blijven zitten. Althans, ze deed alsof ze dat niet kon. Ze wilde het de schrijvers moeilijk maken. In een doodstille zaal zonder computers en telefoons kan iedereen wel schrijven, was haar idee. Dus dan maar wat geloop en geschuif en gefluister. Niet lang geleden zou ik me daar vreselijk over hebben opgevreten. Nu vond ik het alleen ‘wat vervelend’. Ik was zelf ook aan het schrijven gegaan, zat net ‘lekker in mijn verhaal’, en onderbrak ze me omdat ze zo nodig moest overleggen. Voor de deelnemers mocht het niet baten. Had ik ze stiekem drie kwartier laten doorgaan, dan waren zij waarschijnlijk gemakkelijk drie kwartier aan het schrijven gebleven. Ook toen we hen vroegen om een minder rustige plek in het gebouw op te zoeken scheven zij door.

Zo zie je maar. Concentreren kun je leren. En schrijven ook. Ik heb zomaar het idee dat de meeste geblokkeerde schrijvers en aspirant schrijvers vooral zichzelf als stoorzender hebben. Zelf ben ik in ieder geval een van mijn voornaamste belemmeringen. ‘Het zal wel weer niet lukken’, dat soort werk. Dus toch, het lukt toch. En wat mij lukt, lukt velen met mij.

Dank je, Manon Kleijn, om samen met mij dit avontuur aan te gaan. En dank Annemiek, Diana, Dinaah, Irma en Pia voor het vertrouwen. Blijf schrijven. En knippert die cursor, knipper dan gewoon maar vrolijk terug.

Vakantiegevoel

20150410_002648(0)_resized
Ik geef een workshop en ik neem mee…..

Als ik dit stukje begin is het even over half twee ‘s nachts. Achter het raam naast mijn bureau is het aardedonker – het enige uitzicht is mijn eigen spiegelbeeld in de weerkaatsing van het licht van mijn bureaulamp. Naast mijn bureau, schuin achter de stapels, liggen de spullen die ik morgen echt niet mag vergeten mee te nemen. Ik typ driftig tegen de klok in; ik wil zo snel mogelijk mediteren om tot rust te komen en dan naar bed.

Het lijkt wel de avond voor vertrek. Vakantievoorpret, in de vorm die voor mij decennialang het meest vanzelfsprekend was. Ik kon een reis maanden geleden hebben gepland, de laatste vierentwintig uur voor vertrek moest er altijd nog van alles: van inpakken tot adressenlijsten voor vakantiekaartjes printen, van nu toch echt mijn emailachterstand wegwerken tot de jaarlijkse grote schoonmaak.

Ik ga niet op reis morgen. Ik geef  morgen voor het eerst mijn Knipperende Kursor Kursus. Stond al een maand of vijf op de rol. Ben er al weken zo goed als klaar voor. Toch leg ik pas een kwartier geleden de laatste hand aan het programma. Blijkbaar is het spannend. Opeens riep de afwas, die ik al dagen negeer. Moet ik nu echt nog even bloggen. En tijdens mijn eerdere deadline deze week, was het opeens dringend nodig om oude blogs naar deze nieuwe site te verhuizen. En die kursor maar knipperen.

Klokslag twee uur. Het zit erop. De meeste pre-vakantienachten begonnen uren later. Ik ga de goede kant op, dat moge duidelijk zijn.