Tagarchief: losse eindjes

Oneindig opnieuw beginnen

papa-80-295x300Bijna drie maanden na mijn vorige blog, liggen vijf cursisten letterlijk aan mijn voeten. In mijn eigen kersverse vestiging van zenschool Zen.nl in Dordrecht geef ik de tweede les van mijn eerste achtweekse mindfulnesstraining. We doen de bodyscan, een oefening waarbij zij met hun aandacht telkens een ander deel van hun lichaam ‘verkennen’. Bij de bespreking van hun eerste ervaringen met het beoefenen van mindfulness thuis, vertellen ze wat ze allemaal ‘niet goed’ hebben gedaan.

,,Als je in slaap valt of afgeleid raakt, dan is dat niet erg”, hoop ik hen gerust te stellen. ,,En de oefening is dan ook niet voor niets geweest. Integendeel. Wat we bij mindfulness oefenen, is bewust ervaren ‘wat er is’ en hoe je daarop reageert. Is er slaap, dan is er slaap, is er afleiding, dan is er afleiding. En neem je jezelf kwalijk dat je in slaap valt of dat je afgeleid raakt, dan is er ‘veroordeling.’ Weet je dat ook weer. Het mooie uitgangspunt bij mindfulness is dat je oneindig opnieuw kunt beginnen. Net als we ook altijd weer opnieuw ademhalen. Vandaar dat we tijdens het mediteren telkens onze aandacht terugbrengen naar de ademhaling.”

Ik weet niet zeker of deze geruststelling aankomt. En terwijl ik meen dat ik het principe mooi vind en er, zeker theoretisch, vol overtuiging in geloof, piept iets in mij ,,Ja maar.” Dat zeg ik er natuurlijk niet bij.

,,Ja maar. Ja maar, mijn blog.”

,,Da’s wat anders.”

,,Niet.”

,,Wel.”

,,Niet.”

Met mijn blog is het niet anders. Lang schreef ik twee maal per week een nieuwe editie, dus drie maanden stilte voelt als een stille dood gestorven. Het lot van de meeste van mijn ‘eigen projecten’, zoals het propvolle documentenmapje op mijn laptop heet. En dan heeft dit project toch maar liefst tweeënhalf jaar gelopen – een record.

En dus knaagt dit sluimerend aankomend sterven luidruchtiger. Was fijn, dat bloggen,  het grootste deel van die tweeënhalf jaar. Fijn is een raar woord in deze context. Schrijven verheldert en kan dus ook confronteren, ofwel pijn doen. Het heeft een functie gehad, dat bedoel ik. Voor mezelf en voor lezers. ,,Maar nu is het wel weer eens tijd voor wat anders.” Piept een wat lagere stem. Ondertussen schaam ik me gewoon voor de achterstand en ben ik het overzicht kwijt. ,,Als ik dan weer zou willen beginnen, waar dan? Blijkbaar heb ik andere dingen aan mijn hoofd.”

Die heb ik zeker. De mindfulnesslessen die ik geef, een behoorlijke stap, uitdagend, leerzaam en dankbaar, is in het rijtje ‘dingen aan mijn hoofd’ relatief ‘peanuts.’ Ik ben immers ook, met Erwin en Hanneke, een nieuw bedrijf begonnen, Zen.nl Dordrecht. Heet ik opeens vestigingmanager en sta ik vandaag met foto in meditatiehouding in het regionale dagblad. Op persoonlijk AD(H)D-vlak is het grote nieuws  van de afgelopen twee maanden, dat ik de medicijnen weer overboord heb gegooid, en ze het positieve effect desondanks hebben behouden. Groot, groter, grootste nieuws is dat, in de nacht van 16 op 17 april, mijn vader is overleden.

Voelt oneerbiedig, ongemakkelijk en niet van prioriteitszin getuigend, om gezellig over Add&Anke te bloggen, in die omstandigheden. De stille dood de stille dood laten zijn, was bovendien een passender einde geweest aan het Add&Anke-avontuur. ,,Typisch AD(H)D.”

En ook weer niet. Want Add&Anke ‘houden niet van labeltjes’, noch van slachtofferschap en, als je het ons heel eerlijk vraagt, ook niet van losse eindjes en stil stervende projecten. Het nauwelijks minder stille sterven van mijn vader helpt mij daaraan herinneren. Hoezo, het bijltje erbij neergooien? Net nu ik op steeds meer podia mijn Add&Anke(&Zen-)verhaal mag doen? Had hij een graf en had hij begrepen wat het voor veel volwassenen met ADD of ADHD betekent dat hun verhalen aandacht krijgen, dan had mijn vader zich in zijn graf omgedraaid. Ik begin dus gewoon weer opnieuw.

Dank je papa.

Het geploeter voorbij

Soms komt het niet goed. Wordt een investering van weken, beginnend met uitgebreide interviews, gevolgd door dagen typen en overtypen, steeds krampachtiger typen, minder slaap, minder ademruimte, van puzzelen naar zweten en  van zweten naar ploeteren, niet beloond met complimenten en een mooie publicatie met foto.  Vrijwel altijd wel, is mijn bijna twintigjarige ervaring. Kwam in ieder geval die publicatie met foto er en werd deze betaald. De enige die achteraf nog last had van de moeizame manier waarop het betreffende artikel tot stand gekomen was, was ik zelf. Ik schaamde me daar dusdanig voor, dat ik de opdrachtgever in kwestie nauwelijks meer durfde te benaderen. In het geval van de afgelopen dagen, was de vorige en eerste opdracht bijna anderhalf jaar geleden moeizaam tot stand gekomen. Op opdracht twee lag dus enige druk, in ieder geval voor mij.

Woensdag aan het eind van de middag was ik klaar met wat maandag  klaar zou zijn. Op wat losse eindjes na, die gisteren mochten volgen. De datum van publicatie werd voor de tweede keer verschoven. De redacteur die me maandag nog mailde dat ‘wat vertraging’ ‘geen probleem’ was, dinsdag zei dat iedereen die schrijft wel eens vastloopt in een artikel en dat dat een rotgevoel is, er nu wel een mouw aan te passen valt maar dat het belangrijk is dat ik bij een eventuele volgende keer eerder aan de bel trek, gaf nu met andere woorden te kennen dat zijn geduld bijna op was.

Gisterochtend begon ik goed geluimd met vastknopen van die losse eindjes. Een slepend telefoontje van een meelezer met enkele correcties, zette mijn geduld op het spel. Ik had om kwart voor tien de bus willen pakken richting Utrecht Centraal Station en zag tijdens dat telefoontje voor me hoe die trein zonder mij wegreed. Laat ik dan alle losse eindjes die klaar waren om vastgeknoopt te worden nu gelijk maar vast te knopen en maar te zien met welke trein ik vertrekken zou. Was ik er maar vanaf.

Toen ging de telefoon. Opdrachtgever.

Het was niet goed, mijn artikel. Vond de redacteur. Te weinig nieuwswaardig, te zeer ingezoomd op een te kleine groep. En niet het verhaal dat volgens hem afgesproken was.

Weet niet of ik een ‘ja maar’ uitsprak. Wel dat de consequenties niet meteen tot me doordrongen. Ik stond op, liep met telefoon in de hand de tuin in, ging er even goed voor zitten. Dit kan niet. Kan ik niet maken naar al die mensen die ik geïnterviewd heb. Gebeurt me nóóit. Nou ja, bijna nooit. Is in al die jaren misschien drie of vier keer gebeurd. Wil ik niet. Niet nu. Dus zette de redacteur zijn woorden kracht bij. Hij is teleurgesteld en gezien de moeizame samenwerking van de afgelopen week heeft hij er geen vertrouwen in dat het, als ik nu eens een andere draai aan het verhaal gaf, toch nog goed komt. Doeg. Fijne dag nog. Weet niet meer precies hoe het gesprek eindigde, anders dan in ongemak.

stil was ik

en liep terug naar mijn computer. Dat was dat. Ik stuurde een mail de hele groep mensen die ik geïnterviewd had, met het nieuws dat hun verhaal niet in de krant komt, en verontschuldigingen. Belde de docent van mijn mindfulnessopleiding, waar ik aan het eind van de ochtend werd verwacht. Zit tegen, kom later. Nam de boterham die ik uitgesteld had tot ik klaar was, hees mijn rugzak op mijn rug en vertrok. Naar Rotterdam. Naar de op een na laatste dag van mijn opleiding tot mindfulnesstrainer.

Wat volgde was een reis Utrecht-Rotterdam die langer duurde dan anders. ‘Zit stil bij wat er gebeurt’, sprak ik mezelf toe, conform mindfulnessregels, zij het strenger. Waar ik verdriet, frustratie, verongelijktheid verwachte, als in ‘Verdomme Ik KAN HET NIET EN ZAL HET NOOIT KUNNEN EN WAAROM GEEF IK DAT NOU NIET EINDELIJK EENS TOE, KAP ER TOCH MEE, DAT GEPLOETER, voelde ik rust en kracht. Het geploeter zit erop. En, hoe je het ook wendt of keert, ik ben er even tussenuit geweest. Was fijn. En ik heb veel geleerd. Waaronder, dat ik het niet meer ga doen, me zo vastbijten in een artikel dat ik heeeeel graag wil schrijven en dat Echt Niet mag Mislukken, dat ik al voordat ik begin zenuwachtig ben en het dus heeeeeeel goed wil doen, dus heeeeeeeeeeeel veel mensen heeeeeeeeeel lang ga interviewen en tijdens het schrijven vooral aan het schrappen ben. Zoals ik het vaak gedaan heb, zeker als ik me ervoor speciaal op een mooie plek terugtrok.

Terwijl Rotterdam nadert, spreekt een stem van binnen moederlijk toe: ‘Meisje, hou op met dat geploeter, stop je onzekerheid. Daar ben je nu echt te groot voor.’

En zo is het maar net.

Losse eindjes wereldwijd

20150328_191044
Met ‘Mom’, ‘Dad’ en vriendin Laura in Disney World, Kerst+Oud&Nieuw 1987-1988

Afbellen deed ik niet. Ik bracht mijn ‘stoere’ beslissing in een mailtje, drie dagen nadat ik besloot de tot beschimmelings toe uitgestelde opdracht terug te geven. Pas nadat ik daar, weer twee dagen later, het gesprek over aanging, was er lucht. Ongekend veel. Zon, ondanks regen. Tot die tijd bleef de knoop in mijn maag stevig zitten. Met doorwaakte nachten tot gevolg. Had ik kunnen weten. Losse-eindjes ervaring genoeg in mijn leven.

Een van die afgelopen doorwaakte nachten besloot ik mijn rusteloosheid n daden om te zetten. Het moet na drieën geweest zijn. De beslissing klinkt opgewekter dan hij voelde. Er stond een doos in de huiskamer, karton met vochtplekken, oranje belettering, het adres van mijn voor-voor-voor-voor-vorige woning, en dat alles in een vastgeplakte wolk stof. Een paar weken geleden naar boven gehaald, in een optimistische roes na een jaren uitgesteld zondagje kelderruimen. Net als de talloze eerdere malen dat ik rond die doos bezig was, was ik niet verder gekomen dan dat ik hem openmaakte, een graai deed in de losse foto’s, kledingstukken en prullaria, enkele dingen daarvan weggooide, er inhoud uit een vergelijkbare doos aan toevoegde en besloot: Nee laat maar. Komt wel een keer als ik tijd heb. Misschien bij de volgende verhuizing. Wanneer dat ook is.

20150328_190345Nu ging ik ervoor zitten. Muziekje op, kop thee erbij. Ik begon als vanouds. Een graai in de losse spullen. Een vlag van de Detroit Tigers, uit mijn High School Year 1987-1988. Een beker van de Gran Ole Opry in Nashville, uit het voorjaar van 1988.  Affiches van de toneelvoorstellingen waar ik op CrossLex High School, in speelde. Een hartjesdoos vol brieven, periode, naar schatting, van 1988 tot 2004. Een grijzig groen Hemaschort, relikwie van een van mijn eerste bijbanen, 1989.  Een Surinaamse verkiezingsvlag, uit afstudeerjaar 1996. En mijn Amerikaanse schoolagenda.

Veel ging weg, de agenda bleef. Sterker, in sloeg hem open. Bekeek de losse velletjes – oefenprogramma voor de toneelstukken Our hearts were young and gay en Onions in the stew. Een foto van het American Footballteam van school. Mijn hardloopschema. Een cijferlijst (Vooral A’s en B’s, bij journalistiek een C+ en de mededeling ‘shows improvement’) En toen de foto’s, van Amerikaanse klasgenoten, mijn Nederlandse hartsvriendin, de Nederlandse schooltoneelclub en mijn twee beste Amerikaanse vriendinnen, Laura en Patty. Met bijbehorende brieven. Over hoe leuk we het hadden, op feestjes bij mij thuis, cruisend in het dichtsbijzijnde stadje Port Huron,  gierend van het lachen in de auto. Dat ze me zullen missen. Dat we – please, please-  contact moeten houden,  ‘Onze vriendschap is nog maar net begonnen.’ Een traan welde op. Met Laura en Patty, miste ik opeens ook mijn Argentijnse vriendinnen Myriam, Melina en Norma, die dankzij Facebook en email net iets minder ver weg lijken – al laat ik ook hun berichten maanden onbeantwoord.

20150328_190944
Heimwee had ik ook, in Amerika. In mijn schoolagenda telde ik de dagen af voordat ik weer naar Nederland vertrok.

Over losse eindjes had ik het. Bij elk afscheid van een uitwisselingsjaar, woonplaats, baan of hobby liet ik ook vriendinnen en vrienden achter. Eenmaal uit het oog, verzon ik, nauwelijks bewust, een verhaal om het afscheid draagbaar te maken. ‘Wat  is Amerika toch een naar conservatief land’, drukte ik mijn herinneringen aan Amerikaanse vriendinnenlachbuien weg. Anderen ‘kregen wel een héél ander leven, mij te huisje-boompje-beestje.’ Banen pasten me achteraf bij nader inzien nooit. En de samenlevingen van landen waarin ik me toch echt een poosje thuis gevoeld heb, waren toch wel heel erg anders, niet te doen anders, dan de onze.

20150328_190504
In 1987-1988 was ik nog bij: zie hier het overzicht van wie ik wanneer een brief gestuurd had.

In de donkerte van de doorwaakte nacht somberde ik dat de meeste van die verhalen niet kloppen. Meer dan van ‘levens die niet meer op elkaar aansluiten’ hebben mijn vriendschappen te lijden onder mijn eeuwige losse eindjes op andere vlakken. Pas als de emailachterstand weg is, het artikel af, het artikelvoorstel verstuurd, de workshop voorbereid, de afwas weggewerkt en mijn ouders bezocht…. …

bel ik vriendin…..X, zo neem ik me voor. Maar nee, dan ben ik moe, val ik in slaap of niet, en begin ik de volgende dag met het opbouwen en wegwerken van nieuwe achterstanden.

Zo ook vandaag. Had een Pronkstuk zullen schrijven, een workshopopzet uit zullen werken en een artikelvoorstel zullen specificeren. En daarna, ja, nou, gezellig, een vriendin, mijn broer, een nicht of tante zullen bellen. Maar ja. Ik had een blogachterstand.

Check.