Tagarchief: leven met een omweg

De zoektocht die ADD heet

In het verhaal dat vorige week onder mijn naam over mij in de krant stond, ben ik mezelf een beetje kwijt. Ik deed het werk van de eindredacteur dus over. Hierbij mijn echte eigen  verhaal.

20161111_091704_resizedBegin 2014 herinnert een psycholoog journalist Anke Welten eraan dat zij waarschijnlijk ADD heeft, een aandachtsstoornis. Het blijkt een belangrijke stap in een jarenlange zoektocht.

‘Mijn hoofd zit vol plannen. Ik denk alleen zo lang na over wat ik als eerste ga doen en waarom, dat er weinig uit mijn handen komt.’ Ik interview een man, dertien jaar jonger dan ik, die, net als ik, ADD heeft en regelmatig mediteert. ‘Nu lukt het me beter om te kiezen. Mijn plannen blijven niet in mijn hoofd hangen, maar ik doe er wat mee.’ Au. Ik hoor mezelf. Sinds vierenhalf jaar zit ik dagelijks twee keer twintig minuten op een meditatiekussentje en tel mijn uitademingen. Dat probeer ik althans. Nog voor ik bij drie ben, zijn mijn gedachten al ergens anders. Dat is normaal, vertel ik meditatiecursisten nu ik zelf in opleiding tot zenleraar ben. ‘Je neemt tijd om te kijken naar wat er in je hoofd gebeurt en doet daar even niets mee. Dat geeft vrijheid. Kun je straks zomaar besluiten iets anders dan anders te doen dan wat als eerste bij je opkwam.’

Ik schrijf dit verhaal in de beslotenheid van een zenschool, waar ik een week verblijf en extra veel mediteer. Even weg van mijn bureau vol stapels ‘to do’ die me afleiden, kan geen kwaad. Helemaal niet, nu ik twee plannen uitvoer die al twee jaar in mijn hoofd zitten: levensverhalen optekenen van andere volwassenen met ADHD en het verhaal optekenen van mijn eigen zoektocht naar wat mij helpt in de omgang met ADD. De afgelopen jaren interviewde ik vaker mensen met ADHD, waar ADD een variant van is, maar geen van die interviews werkte ik uit. Met deze ‘feest-der-herkenningsgenoot’ aan de lijn, weet ik weer waarom: hun verhaal confronteert me met mijn eigen vallen en opstaan, vanaf dat ik een dromerig schoolmeisje was, via de talloze nieuwe starten in banen, bij opdrachtgevers en in relaties, burn-outs, geldzorgen.

Betuttelende hulpverleners

Meer dan mijn eigen verhaal, gaan hun verhalen vaak ook nog eens over verkeerde diagnoses en behandelaars die daar jaren aan vasthouden, medicijnen die vooral depressief maken, betuttelende hulpverleners. Soms maken ze me vooral boos. En meer dan eens betrap ik mezelf op missiedrang: ‘Misschien moet je ook eens gaan mediteren.’ Sorry. Ik weet hoe vervelend het is als mensen je vertellen wat je moet doen.

Volgens de psychiatrie is ADHD een genetisch bepaalde afwijking in de manier waarop hersenen informatie verwerken. Alleen medicijnen kunnen daar echt iets aan veranderen. Gedragstherapie of coaching dienen hooguit om ‘ermee te leren leven.’ Onzin. Mediteren heeft mijn hersenen veranderd. Stilzitten was vijf jaar geleden ondenkbaar voor mij, nu lukt het me prima. Twee keer twintig minuten mediteren geeft me zelfinzicht èn oplossingen voor problemen waar ik tegenaan loop. Zo ontdekte ik, dat ik vrijwel continu to-do-lijstjes in mijn hoofd had, totdat ik besloot om voortaan vóór het mediteren zo’n lijstje op papier te zetten. Zo maak ik ruimte vrij voor andere dingen in mijn hoofd.

Wekelijkse groepslessen versnellen het proces. De huiswerkopdracht om een week ‘te zitten’ op ‘Welke vraag houd me het meeste bezig?’ maakte me duidelijk hoezeer ik in de overlevingsmodus zit. Niet de vraag ‘Hoe lever ik mijn bijdrage aan een betere wereld?’ of ‘Wat wordt het plot van mijn eerste roman?’ houd me een groot deel van de tijd bezig, maar ‘Hoe houd ik vol?’ Een pijnlijke ontdekking, te meer omdat ik op dat moment een leuke baan heb van twintig uur, met een salaris waar ik goed van leven kan – een luxe die ik als freelance journalist niet gewend ben en die de stress van geldzorgen naar de achtergrond deed verdwijnen.

Die baan was alweer even voorbij en de bodem van mijn spaarpot in zicht, toen ik in 2014 aanklopte bij een psycholoog. ‘Ik moet werk zoeken maar ben niet vooruit te branden’, vertelde ik. ‘Dat klinkt als ADD’, zei hij. ‘Je hebt veel stress nodig om in actie te komen, maar tegelijk ben je gauw gestresst en moe. Dat is waar ook, schiet me te binnen. Een andere psycholoog had dat tien jaar eerder ook al eens tegen me gezegd. Toen wist ik me daar geen raad mee en vertrok voor onbepaalde tijd naar Argentinië. Nu is het een opluchting. Eindelijk weet ik waar ik het zoeken moet.

Wat je aandacht geeft groeit

Of ik voel voor medicijnen, vroeg de psycholoog en somde de te verwachten effecten op: betere concentratie en focus, makkelijker prioriteiten kunnen stellen. ‘Precies wat ik aan meditatie heb, maar dan zonder nare bijwerkingen’, zeg ik. Hij reageerde lacherig en gaf me planningstips: ‘als je nu elke vrijdagmiddag vrijhoudt voor je mail?”en ‘Plan telefoontjes in je pauzes.’ Denkt hij werkelijk dat ik – toen 43 – niet al honderdduizend van dat soort tips gehad heb? En dat die, tot mijn grote frustratie, niet werkten? Ik besluit te zoeken naar een hulpverlener die mij serieus neemt, inclusief mijn streven om eigen oplossingen te vinden.

‘Verspil je energie niet aan dingen leren waar je niet goed in bent’, zegt coach Anja Bijker maanden later bij het ADHD-centrum. Ik volg daar een training op basis van neurolinguistisch programmeren, NLP, speciaal voor ‘mensen met een vol hoofd.’ ‘Wat je aandacht geeft groeit. Ga je keihard proberen om beter te leren plannen, dan zal je vooral zien dat je veel moeite hebt met plannen. Besteed je aandacht dus aan dingen waar je energie van krijgt, dan wordt je moeite met plannen vanzelf minder belangrijk. Grote kans dat ze juist daardoor minder moeite meer kosten.”

Maar waar krijg ik energie van? Schrijven. Dat helpt me mijn gedachten te ordenen en ik krijg vaak complimenten voor het resultaat, dus doet mijn zelfvertrouwen goed. Maar tegelijk heb ik er juist tijdens het schrijven last van dat ik snel afgeleid ben en vecht ik keer op keer met deadlines.

Misschien heeft dat ook met iets anders te maken, suggereerde Anja ‘Noem eens iets dat je graag zou willen doen en steeds uitstelt.’ ‘Een boek schrijven.’ ‘En waarom doe je dat niet?’ ‘Geen tijd, te druk, eerst moet er brood op de plank.’ Ze herhaalde de vraag, totdat er geen antwoorden meer kwamen. Zo stuitte ik op overtuigingen die ik me ooit eigen gemaakt had en die me meer dwars zaten dan welk afwijkende stofje in mijn hersenen ook: ‘bang dat ik het niet af maak’, ‘bang dat het niet lukt’ en, na bijna een minuut stilte, ‘Ik ben bang voor straf. Ook als ik zelf vind dat ik het goed doe. Alles wat ik doe kan tegen me gebruikt worden.’

Nogal wiedes dat ik niet vooruit kom. De ontdekking dat ik verlamd word door een angst voor straf, deed mijn hart bonzen, zo hard dat mijn hele lichaam trilde. Net als Anja’s vervolgvraag: ‘Wat als de overtuiging, dat alles tegen je gebruikt kan worden, een belachelijke gedachte is?’ Dat gaf ruimte. Net als de oefeningen en vragen om erachter te komen wat mijn belangrijkste doel en drijfveren zijn. ‘Natuurlijk kun je proberen je omgeving aan te passen, en bijvoorbeeld een werkplek te zoeken waar je niet afgeleid raakt’, hoor ik Anja weer zeggen terwijl ik in de afzondering van de zenschool doortik aan dit artikel, ‘maar of je daar gelukkig van wordt? Weten wat je echt wilt, maakt het makkelijker om keuzes te maken.’ ‘Ik wil doen waar ik goed in ben en wat mij gelukkig maakt, zodat ik als vanzelf ook anderen gelukkig maak.’ Ik heb het nog niet uitgesproken, of het voelt alsof ik tien centimeter gegroeid ben.

Zenleraar

Dat inspireert me verder te ontwikkelen in zen en het lesgeven daarin. Eerst volg ik een opleiding tot mindfulnesstrainer en begin daarna een opleiding tot zenleraar. Mindfulness leert me hoe gedachten, emoties en fysieke gewaarwordingen elkaar direct beïnvloeden. Ik moet onder ogen zien dat ik vaker negatief over mezelf denk dan ik dacht. Maar de vraag ‘Wat als dit een belachelijke gedachte is?’ verdwijnt naar de achtergrond. Het eerste artikel dat ik na de NLP-training schreef, leverde ik dusdanig te laat in, dat het niet meer kon worden gepubliceerd. Dat schoot niet op. Het koste me moeite om de positieve energie vast te houden, merk ik.

Een vriendin wees me op een speciaal dieet voor mensen met AD(H)D: zou dat een bijdrage kunnen leveren? Zij dacht van wel. Dus at ik minder zoet, vet, brood en aardappelen en meer groente, fruit en vis. Ik viel af en voelde me fitter. Maar toen ik chagrijnig werd toen een vriendin me taart voorschotelde, wist ik dat dit niet mijn pad is. Ik besluit te doen waar honderdduizenden mensen met ADHD bij zweren: ik haalde een recept voor ritalin.

Het voelde als capitulatie. Maar al binnen een half uur voelde ik een onbekende ontspanning. Ik was niet meer bang dat wat ik die dag wil doen niet lukken ging. Een paar dagen later was het Oud&Nieuw. Ik had lange dagen doorgewerkt om artikelen af te krijgen, weinig geslapen, dronk een paar wijntjes en was tot lang na de jaarwisseling fit. Dat had ik in geen jaren meegemaakt. Ik kon het nauwelijks bevatten. Zou dit gevoel voor anderen ‘normaal’ zijn?

De pret duurde twee maanden. Met medicijnen voelde het overbodig om pauzes te nemen, te mediteren, gezond te eten en andere dingen te doen waarvan ik met veel moeite geleerd heb dat ze me helpen om ‘het vol te houden.’ Het was alsof ik veertig jaar achterstand mocht inhalen. Ik ging harder werken. Dat eiste zijn tol. Ik ging slechter slapen, kreeg tintelingen in mijn benen, handen en voeten. Ze werden zelfs blauw. En jawel, daar kwamen ze, als in de bijsluiter voorspeld: hartkloppingen.

De pillen dankbaar

‘Helpen de medicijnen?’ informeerde de huisarts toen ik haar vroeg mijn bloeddruk te controleren. ‘Want zo ja, dan kun je besluiten de hartkloppingen voor lief te nemen.’ Dat doe ik niet. Nog niet. Eerst maar eens herstellen en zien wat er gebeurt. Wat schetste mijn verbazing: de tintelingen en hartkloppingen verdwenen, maar de angst ‘dat het niet lukt’ bleef uit. Blijkbaar hielpen de medicijnen me om de afstand te nemen die ik nodig had om de verlammende mantra ‘het zal wel weer niet lukken’ te doorbreken. Het is de vraag of ik die afstand zo had kunnen benutten zonder het dagelijkse mediteren, de training bij het ADHD-centrum, mijn mindfulnessopleiding en de coaching die ik vanuit mijn zenopleiding krijg. Maar doet dat ertoe? Ik ben ze dankbaar, die pillen. Ook zes maanden later, als het laatste doosje dat ik aanbrak nog onaangetast in het medicijnkastje staat.

Soms is hij er weer, de verlamming die ik voel als ik iets doe wat voor mij belangrijk is. Zoals toen ik dit artikel schreef. De versie die ik daags na de deadline inleverde, was honderden woorden langer dan afgesproken. Pas maanden later verscheen het in de krant, dusdanig bewerkt dat ik mezelf er soms in kwijt ben. ‘Onderzoek wat er gebeurt’, moedigde mijn zenleraar me aan terwijl ik op de voorlaatste versie zat te zwoegen. ‘Als je het ene verhaal makkelijk schrijft en het andere verlamt je, dan is daar iets mee.’ Dat deed ik. En schreef na publicatie gewoon een nieuwe versie.

Ongeluk in een ander licht of Vandaar, die medicijnen

‘Laten we eerst eens benoemen wat ADHD is.’
Ik heb het maar gewoon gevraagd. ‘Waarom doen jullie – professionals en ervaringsdeskundigen die zich inzetten voor de belangen van mensen met AD(H)D – alsof medicijnen, liefst ritalin en concerta, het enige is dat echt helpt voor mensen met AD(H)D? Waarom lijkt dat meestal het eerste antwoord op de diagnose zelfs, waarom kijken jullie niet eerst verder?’

Ik vraag het aan Rob Pereira, kinderarts en voorzitter van belangenvereniging Impuls&Woortblind. Tot voor kort ‘kende’ ik hem als schrijver van naschriften bij artikelen over niet-medicinale aanpakken bij ADHD, waarin de strekking steeds was: ‘Harde wetenschappelijke bewijzen dat het werkt zijn er niet, dus gooi niet je pillen weg om met dit andere te experimenteren.’ Inmiddels weet ik, dat hij in de jaren tachtig, toen ADHD nog nauwelijks bekend was, voor het eerst ADHD bij kinderen ontdekte, ritalin voorschreef en zag dat veel kinderen zich daarmee een stuk minder ongelukkig voelden. In een mailwisseling die volgde op de lezing van Peter Gøtzsche (‘Huisarts doodt één patiënt per jaar’) stel ik voor het eens over mijn vraag te hebben. Ik kan blijven zeggen dat ik het niet begrijp en me opwinden over hoe ik (neig te) denk(en) dat het is, maar daar komt niemand een stap verder mee. Hij schrijft me dat er altijd mensen zijn die naar eer en geweten medicatie voorschrijven en eerlijke voorlichting proberen te geven en dat hij zich vaak moet verdedigen omdat hij voorschrijver is en dus ‘heult met de industrie.’ Maar hij wil wel met me praten.

Om verwarring te voorkomen begint hij het gesprek ongeveer zo: ‘Een volwassene die ik de diagnose ADHD geef, is iemand die heel erg zijn best om meer structuur in zijn leven te krijgen en beter te kunnen functioneren en dat maar niet lukt. Of die het redt dankzij een partner alles overneemt. Meestal heeft iemand al van alles geprobeerd voordat ik hem of haar zie, aan therapieën, coaching, ja, vaak ook mindfulness. Soms is iemand ook al bij Cathelijne (Wildervanck, oftewel het ADHD Centrum, waar ik mijn opleiding ‘Effectief met ADHD’ volgde) geweest en toch blijft die persoon vastlopen. Gaat het wel goed, dan krijgt iemand de diagnose ADHD niet.’
‘En hoe gaat het normaal gesproken verder, als iemand de diagnose krijgt?’

‘We beginnen met psycho-educatie. Vertellen wat AD(H)D is, wat de eerste dingen zijn die je kunt doen – van ‘gebruik een agenda’ tot leef gezond’ – en ook wat de positieve kanten van AD(H)D kunnen zijn. Vervolgens bespreken we de mogelijkheden voor behandeling.’ Is er sprake van een ernstige mate van AD(H)D, dan gaat dat verhaal bij Pereira vrijwel direct over medicijnen, al noemt hij, afhankelijk van wat iemand allemaal al geprobeerd heeft, ook andere mogelijkheden – zoals mindfulness, bepaalde diëten, neurofeedback. Overigens eerder ter aanvulling op dan als alternatief voor medicatie. Bij matige AD(H)D kan hij aanraden om eerst verder te kijken. ‘Tenzij iemand zelf graag medicijnen wil.’ Zelf heeft hij in ieder geval geen enkel probleem met medicijnen, vooral omdat hij meestal ziet dat mensen er heel blij mee zijn. Pereira: ”’Ik kan dingen waarvan ik nooit gedacht had dat ik ze kon’, dat hoor ik zo vaak.’

‘Maar die bijwerkingen dan? Driekwart van de deelnemers aan onderzoek van Impuls&Woortblind naar bijwerkingen van AD(H)D-medicatie heeft last van gemiddeld drie bijwerkingen. Verminderde eetlust, hartkloppingen en het zogenoemde rebound-effect, noemen zij het meest. Dat is niet mis?’

‘Heb je gekeken naar de mate waarin ze last hebben van die bijwerkingen?’ Volgens Pereira valt dat meestal wel mee. Hij raadt zijn patiënten aan om bij te houden waar zij last van hebben en om, als ze meer last hebben van de bijwerkingen dan baat van waar de medicijnen voor bedoeld zijn, dat aan te geven. Dan kijkt hij samen met hen hoe ze verder gaan: een andere dosering, ander gebruik (alleen in tijden van stress in plaats van een dagelijkse dosering, of andersom), een medicijn tegen de bijwerkingen, andere medicijnen of een niet-medicinale oplossing. ‘Waar het ons uiteindelijk om gaat, is dat de patiënt autonomie heeft. Ik kan niet voelen wat hij voelt, dus hij is degene die bepaalt. Helaas hoor ik nogal eens dat iemand van zijn psychiater te horen krijgt dat hij perse een bepaalde dosering moet gebruiken. ‘Dat is stom. Iedereen reageert anders op die medicijnen, dus geen enkele behandelaar kan zeggen wat precies wel of niet werkt. Als vereniging zeggen we dus, dat vooral behandelaars ook betere psycho-educatie moeten krijgen. Bijwerkingen zijn meestal het gevolg van niet goed afgestemd gebruik.’

Ik ben niet nog niet overtuigd. ‘Medicijnen die hartkloppingen kunnen veroorzaken, daar moet je toch héél voorzichtig mee zijn?’
‘Niemand gaat dood aan ritalin of concerta. Aan teveel water drinken kun je doodgaan, aan ritalin of concerta niet eens als je er veel teveel van neemt. Ja, er zullen gevallen zijn waarin iemand die deze ADHD-medicijnen gebruikt hartfalen krijgt. Maar dan is er altijd meer aan de hand – dan heeft iemand al ernstige hartklachten.’

Pereira vervolgt, rustig en fel tegelijk: ‘Stel dat er jaarlijks twee doden vallen door de bijwerkingen van ADHD-medicatiem weegt dat dan op tegen de vijf doden die vallen door ADHD in het verkeer? Daar hoor ik nóóit iemand over!’

nasleep van mijn ongeluk in 2003, ruim zeven jaar later, kort na een zoveelste operatie aan aan mijn hand
Mijn ongeluk, in 2003, had een lange nasleep. In 2010 werd ik bijvoorbeeld voor de zoveelste keer geopereerd aan mijn linkerhand, die nooit hersteld is van de klap die ik toen opliep.

Ik schreef al eens over het verkeersongeluk dat ik in 2003 had, twee maanden na thuiskomst van een dik anderhalf jaar bonnefooi correspondentschap in Buenos Aires. In de vroege ochtend werd ik, op de fiets op enkele tientallen meters van mijn huis in het rustige Rotterdamse wijkje Noordeiland, ‘geschept’ door een auto. Wat er precies gebeurd is zal ik nooit weten – ik liep een hersenschudding op en kan me de klap niet meer herinneren. Maar er staat me vaag iets bij, dat de auto in kwestie niet zo hard reed, maar dat ik tegen het verkeer inreed en gewoon niet goed oplette. Ik weet in ieder geval nog, dat ik, toen ik enkele minuten eerder de deur achter me dichttrok dacht: ‘Vanavond moet ik echt eens vroeg naar bed.’

Ik zoek wetenschappelijke cijfers over ADHD en verkeersongelukken en vind een artikel over een recent onderzoek onder een kleine vijfhonderdduizend automobilisten in de Verenigde Staten. De automobilisten met ADHD waren vaker betrokken bij een verkeersongeluk door onoplettendheid èn vaker betrokken bij een verkeersongeluk omdat zij vaker, 20,5 procent van de tijd versus 7,3 % van de automobilisten zonder ADHD, slaperig achter het stuur zaten. De andere cijfers duizelen me, ook door wat ze me vertellen.

Stel nu dat ik, gelijk toen mijn eerste psycholoog in 2001 zei dat ik waarschijnlijk ADD heb, met meditatie was begonnen? Als het even kan, onder vergelijkbare omstandigheden als die waarin ik dat ruim twaalf jaar later deed (vriendin als zenleraar, vriend die dagelijks mee-oefent)? Was ik dan alsnog even later zonder geld en contract naar Argentinië vertrokken? Of had ik dat uitgesteld tot ik beter voorbereid was? Als ik wel gegaan was – het ticket lag immers al klaar – was ik dan misschien eerder teruggekomen, toen Argentinië, de ergste crisis achter de rug en Willem-Alexander en Máxima getrouwd, uit het nieuws verdween en mijn inkomsten kelderden? Had ik dan in 2003 torenhoge schulden en dat ongeluk gehad? Had ik dan nu een inkomen boven bijstandsniveau gehad? Dat alles anders was gelopen, daar twijfel ik niet aan, maar hoe anders, dat zullen we nooit weten.

En als ik in 2001 ritalin of concerta was gaan gebruiken? Dat ligt meer voor de hand dan dat ik – geregeld – was gaan mediteren; mijn omstandigheden van toen waren immers niet de omstandigheden van nu. Ik kan me alleen niet herinneren dat de psychologe erover begon. In het boek dat zij me na  mijn officieuze diagnose meegaf, Aandacht een kopzorg  van Katleen Nadeau werd de optie wel genoemd, maar ik kan me niet herinneren dat ik het serieus overwogen heb.

Was ik Pereira’s patiënt geweest, dan was de keuze tussen de drie opties (mediteren, medicijnen of niets) uitgekomen op medicijnen. Omdat er voor effecten van meditatie op ADHD geen officieel en hard wetenschappelijk bewijs is. Zowel ‘gokken’ als ‘niets doen’ had hij onverantwoord gevonden.

Deze blog is mede tot stand gekomen dankzij een stok achter de deur van Hanneke Dijkman, loopbaancoach, zenleraar en de vrouw achter Een 10 voor werkgeluk. Omdat ik bloggen naast mijn betaalde werk doe, terwijl het me aardig wat moeite kost om van dat betaalde werk rond te komen, laat ik mij sponsoren via een stok achter de deur. Redactionele invloed hebben de sponsoren nooit, maar ik vermeld natuurlijk wel hun naam en bedrijfsnaam: Dank je Hanneke!

Ook een blog sponsoren? Zie ‘Add&Anke doen het niet alleen.’

De toekomst is allang begonnen

Over hoe je zelf je hersenen beïnvloedt gesproken. Noem een willekeurige dag in februari ‘Dag van de toekomst’, werk daar in een blog weemoedig naartoe, sta op de bewuste dag positief stil bij zowel verleden (‘of die belangrijke ervaring nu positief of negatief was, bedenk welke positieve les je eruit geleerd hebt waar je nu wat aan hebt’) als toekomst (‘stel je doelen, helemaal zoals jij echt wilt dat het zal zijn, durf te dromen!’) en, tataaaaa, ga naar huis met het gevoel dat vanaf nu niets meer zal zijn zoals het was.

Zo voelt het dus echt, deze day after. Ook al schrijf ik deze blog ‘als vanouds’ met enige stress omdat het alweer het einde van de dag is en ik niet wil kiezen tussen de honderd-en-een dingen die ik vandaag ook nog wil doen. Zo gaat het al jaren aan het eind van de dag en zo zal het nog vaak blijven gaan. Ik heb gisteren goede hoop opgedaan voor mijn 95e, waarover later meer. Maar juist door mijn verleden, met alle omwegen en bijbehorende avonturen, teleurstellingen, frustraties en talloze nieuwe starten, te bekijken in het licht van de toekomst, voelen mijn toekomstdromen opeens een stuk dichterbij. Om niet te zeggen tastbaar.

Hoe anders dan na die veelbesproken opsomming der tegenslagen die ik bij wijze van intake bij PsyQ mocht maken.

En hoe anders dan het effect van wat ik jarenlang in dagboeken deed. Ik schreef over wat ik nu weer niet handig gedaan had, wat ze wel niet van me zullen denken, ook, tuurlijk, ja dat ook, over hoe ik het later anders zou willen. ‘Als ik eerst maar … en dan een variant op de volgende opties: mijn studie af is, ik een leuke kleine baan en dus basisinkomen heb, ik die leuke echte baan heb, het me gelukt is om mijn relatie te verbreken, ik eindelijk een leuke man heb, ik uit de schulden ben, ik wat meer rust heb, ik een nieuwe huis heb……….

Ondertussen nam ik regelmatig afscheid, om aan een andere kant van de wereld of ‘eindelijk weer alleen’ een nieuwe start te maken. Langzaamaan ben ik dat als falen gaan zien. Onrust. Onvermogen om te kiezen. Gebrek aan doorzettingsvermogen. Perfectionisme. Bindingsangst. Met als gevolg dat het me steeds meer moeite kostte om te blijven dromen.

Gisteren deed ik dat toch. Na een wandeling langs positieve lessen uit mijn verleden. Gaandeweg ontdekte ik dat dromen van een stip op de horizon, een nieuwe start, om de hoek van de straat of aan de andere kant van de wereld, me van kinds af aan een enorme kracht heeft gegeven. Die me talloze nieuwe starten heeft opgeleverd, in Amerika, Rotterdam, Spanje, Argentinië, de liefde, de journalistiek, vriendschappen, werkkringen, ervaringen, lessen voor de rest van mijn leven. Best bijzonder eigenlijk.

Me bewust van die kracht, is het prettig doelen stellen. De afgelopen maanden liet ik steeds minder energie verloren gaan aan treuren om wat er niet is of boos zijn om wat niet lukt. Vandaag bereikte die energieverspilling een ongekend dal. Ik had mezelf een vrije dag gegund, om de laatste cursusdag te kunnen verwerken. In plaats daarvan dook ik in mijn zenworkshop voor AD(H)D’ers en het Schrijven voor chaoten. Over een jaar draaien de cursussen die ik als ervaringsdeskundige geef namelijk erg goed. Dat staat op een briefje. Op een ander briefje staat dat we over tien jaar in een huis wonen van waaruit je binnen tien minuten de natuur in wandelt en dat ik dan meerdere boeken op mijn naam heb staan.

Terwijl ik deze blog schrijf is de telefoon drie keer gegaan zonder dat ik hem opnam – first things first. Nu gaat hij voor de vierde keer. Hoogste tijd voor het nu. Waar ik zonder mijn verleden niet zou zijn en wat ik hard nodig heb voor mijn toekomst.

Nee, even nog. Mijn vergezicht. Aan het eind van de levenslijn die ik gisteren in kaart bracht en uitstippelde, slijt deze dame, dunne grijze haren in een losse knot, dikke kriebeltrui over haar bottige lijf, haar dagen met uitzicht op zee. Naast mijn schommelstoel ligt een schetsblokje. Ik maak me allang niet druk meer om wat ik nog wil of moet. Maar soms word ik geraakt, door de sierlijke beweging van een meeuw, het schuim op de golven of een dankbare herinnering. En dan, alleen als ik dat wil, pak ik dat blokje en een potlood en zorg ervoor dat wat me blij maakt nog even in mijn gedachten blijft.

Stok achter de deur van vandaag: Hetty Oostijen. Dank je, Hetty!

De lange route

de lange routeZaterdagochtend, een link in mijn Facebook-brievenbus: een artikel in Psychologie Magazine, ‘Mijn leven met ADD‘. ‘Shit’, denk ik, ‘weer te laat. Dat stuk had ik moeten schrijven.  Waarom loop ik toch altijd achter de feiten aan?’ Retorische vraag, die ik nu heel makkelijk zou kunnen beantwoorden met ‘tja, ADD…..’. Maar da’s te simpel. Er is genoeg dat ik, ADD of niet, wèl voor elkaar gekregen heb. En mijn mede-ADD-ende freelance-journalistieke collega Charlotte van Drimmelen deed het dus ook. En deed nog veel meer, zie ik als ik haar website bekijk. Tien jaar jonger en veel meer opdrachtgevers, au. Ik zie dat zo vaak, maar niet in combinatie met AD(H)D. Al weet ik inmiddels ook dat er aardig wat AD(H)D’ers in de journalistiek zitten.

Ik zet me over mijn jaloezie en ga lezen. ‘Goh, wat ben ik al een stuk verder’, schiet troostend door me heen, als ik lees over de caissière die Charlotte achterna rent omdat ze haar pinpas in het betaalapparaat liet zitten, over hoe Charlotte haar allerbraafste hond per ongeluk op het terras achterliet, hoe ze met haar armen vol boodschappen – ‘ik red me wel zonder tasje’ – naar huis loopt en dan pas bedenkt dat haar fiets voor de supermarkt staat, haar dagen zonder duidelijk begin en eind. Ik herken het structurele te laat komen, inclusief nahijgen van veel te hard fietsen en me een paar keer per dag verontschuldigen. De troep in huis. Die armen vol boodschappen en vergeten fiets. De afkeer van regels. Zij het, dat de extremen waarin Charlotte ze beschrijft, voor mij toch alweer best een poos tot het verleden behoren.

Wat me sterkt in de overtuiging dat mijn eigen zoeken, tien jaar langer dan zij, veel effect heeft gehad. Positief maar misschien ook negatief. Negatief in de zin dat de mantra ‘het zal wel weer niet lukken’ venijnig diep ingesleten zit. Het positieve is tastbaarder: de tijd dat ik een half uur naar mijn interviewaantekeningen moest zoeken voordat ik een artikel kon schrijven, ligt al jaren achter me. En ik durf te stellen dat ik tegenwoordig vaker ruim op tijd dan te laat op een afspraak ben.

Dat ging stapje voor stapje, via omwegen, terugvallen en oplevingen. Ik heb al beschreven hoe ik als kind leerde te schrijven wat ik niet vertellen kon. En hoe een podium me hielp om mijn verlegenheid te laten varen. Ik leerde ook al vroeg dat ik het prettig vond om alleen te zijn – overleggen is vreselijk lastig voor een verlegen chaoot. Ik zal in mijn jonge jaren nog wel meer strategieën hebben ontwikkeld, waar ik me niet eens bewust van ben. En vanaf mijn dertigste, ten tijde van mijn eerste burn-out, heb ik bewust hulp gezocht. Zo leerde een maatschappelijk werkster me dat collega’s het juist prettig vinden als je af en toe over iets persoonlijks praat, terwijl ik dacht dat ze me dan oppervlakkig of lui zouden vinden. Een psychologe wees me in 2001 al op de mogelijkheid dat ik ADD had en gaf me een boekje waarin ik vrijwel alles onderstreepte – zo blij was ik met alle herkenning en tips. Maar in de nacht voor de eerstvolgende sessie had ik zo slecht geslapen, dat ik tijdens die sessie te duf en onzeker was om daar een zinnig woord over te zeggen. Kort erna vertrok ik voor anderhalf jaar naar Argentinië en vergat dat hele ADD-verhaal.

Jaren na terugkomst liet een opruimcoach me zien dat opruimen een kwestie van kiezen is en dat ik zelfs de hardnekkigste stapel binnen korte tijd kan wegwerken zonder dierbare spullen roekeloos weg te gooien.  Mijn haptonome hielp me te voelen en erkennen wat mijn lichaam me te vertellen had, om te beginnen een hardnekkige neiging om heel hard weg te rennen als iemand te dichtbij kwam. Pas toen ik me daar bewust van was, kwam, deze week precies vijf jaar geleden, Erwin in mijn leven. Wat het op slag evenwichtiger, rustiger en gelukkiger maakte. Twee  jaar later begon ik met mediteren. Ik merk dat ik aarzel om het te schrijven, zelfs een beetje bang ben om ervan beschuldigd te worden dat ik, voor eigen gewin of voor het gewin van de zenschool, zieltjes wil winnen. Maar ik schrijf het toch, omdat ik het oprecht meen: als er voor mijn gevoel ìets is dat me werkelijk geholpen heeft om me beter te concentreren, niet meer op elke impuls te reageren, te relativeren, te focussen en, na elke slechte nacht of andere terugslag, snel het evenwicht terug te vinden, is het mediteren en zen. Met dank aan mijn zenleraar, dat natuurlijk wel, en aan degenen die me eerder hielpen. Zonder de eerdere stappen, had ik ook mijn nieuwste stappen niet gezet.

En toen kwam de laatste psycholoog, die me, mijn dank is groot, herinnerde aan ‘mijn ADD’. En toen het ADHD-centrum en deze blog.

Charlotte van Drimmelen vond heil in ritalin, in combinatie met een coach die haar basisvaardigheden voor het plannen bijbrengt en leert om minder emotioneel te reageren. Was ik bij die psychologe dik tien jaar geleden wakkerder geweest en had zij me de mogelijkheid gegeven, dan had ik waarschijnlijk ook voor die aanpak getekend. En daar was ik nu vast blij mee geweest.

Nu denk ik dat pillen me weinig extra’s te bieden hebben. Me eerder juist een opdonder geven, door de bijwerkingen. Toch ga ik over twee dagen naar PsyQ, een particuliere instelling voor geestelijke gezondheidszorg, voor diagnose-onderzoek. De afspraak staat nog van kort nadat ik gehoord had dat mijn ziektekostenverzekering geen coaching door het ADHD-centrum vergoedt. Behandeling, inclusief pillen, door PsyQ vergoedt ze wel.

Ik sta niet te springen. Mijn telefonisch intake liep aan de hand van een vragenlijst waarin niet alleen mijn onrust, impulsiviteit en slaapproblemen aan de orde kwamen, maar ook mijn drank- en drugsgebruik en eventuele zelfmoordpogingen. Wat voel ik me welkom. Maar ik kan mijn nieuwsgierigheid niet onderdrukken. Naar de uitkomst van de diagnose, naar wat de psychiaters me te bieden hebben, naar of ze me er werkelijk vooral als ‘zieke’ bekijken, zoals tot nu  toe leek. Ik zal proberen me open te stellen. Baat het niet dan schaadt het niet gaat hier niet op – al zal ik pas medicijnen slikken als ik het gevoel heb dat ik alle andere mogelijkheden heb benut. Ik hoop in ieder geval op mooi nieuw blogmateriaal.

Wat je water geeft groeit

gieter-lungo-blauw-xala1-229x300Beginnen ze al te vervelen, mijn blogs? Ik had beloofd, in ieder geval aan mezelf, maar ook aan mijn lezers, dat ik met deze blog iets wil doorbreken. Iets negatiefs. Mijn gevoel dat ik wel vreselijk enthousiast aan dingen kan beginnen, maar juist de dingen die ik echt heel graag wil doen, niet afmaak. Het gevoel dat ik het dus eigenlijk allemaal niet kan. Elk moment door de mand kan vallen. Tuurlijk, ik kan best leuke stukjes schrijven. Dat weet ik, dat weet een aantal vaste opdrachtgevers, dat weten talloze mensen die ik heb geïnterviewd. Wat zij niet of nauwelijks weten, is dat dat me soms ‘opeens’ vreselijk veel moeite en tijd en energie en nachtrust kost. En, frustrerender nog, dat ik grotere, langere, diepgaandere verhalen wil schrijven, boeken zelfs. Of verhalen bij tentoonstellingen, met mooie beelden erbij. Dat ik vele uren meer aan interviews voor die verhalen en boeken en tentoonstellingen onuitgewerkt in schriftjes, MP3 en, jawel, op cassettebandjes, heb staan dan ik alles bij elkaar gepubliceerd heb. Dat het me daardoor moeite kost om mijn ambities, en daarmee mezelf, serieus te nemen. En dat ik dus, tot voor zeer kort, maar zelden met mijn plannen en projecten te koop liep.

Dat wil ik dus doorbreken. En al doende wil ik de wereld laten zien dat dat kan. De wereld van de mensen die alles meezit èn de wereld van ‘ons, degenen die het niet altijd meezit’. Dat je moeite kunt hebben om je te concentreren, daardoor onzeker kan zijn, zo onzeker zelfs dat je de neiging hebt om jezelf af te remmen voordat je ambities maar de kans krijgen om werkelijkheid te worden…..en die neiging kunt terugdringen. Dat ADD of ADHD of een achterstand als gevolg van een moeilijke situatie thuis, een lichamelijk beperking, trauma, analfabete ouders of wat het ook is dat maakt dat je in sommige opzichten niet helemaal meekomt, nooit allesbepalend is. Dat er altijd dingen zijn die je wel kunt doen, of waar je zelfs heel goed in bent. Ik heb meer dan genoeg verhalen opgeschreven, en nog veel meer aangehoord, van mensen die daar het levende bewijs van zijn.

En nu heb ik al in acht blogs geschreven wat tot nu toe niet lukte. Wat je aandacht, water, geeft groeit, vatte ik in mijn blog Doe ik het wel goed?’ de theorie van het ADHD-centrum samen. Ons brein is aartslui, voegde trainer Anja daaraan toe, ‘goed in alles wat we veel doen en alles wat we veel denken.’ En daarmee houdt het dat gedrag en die gedachten in stand. Denk je vaak, zoals ik, ‘het zal wel weer niet lukken’, dan is is de kans groot dat dingen inderdaad niet lukken. Het goede nieuws is, zei Anja erbij: je kunt je denken veranderen. Als je de dingen die wel goed gaan maar genoeg water geeft. AD(H)D of niet. De andere trainer, Renée, liet ons een oefening doen: ‘Doe je armen eens over elkaar.’ Simpel, waar is dat goed voor? ‘En doe ze nu eens andersom over elkaar.’ Huh? Da’s puzzelen. Maar het lukt. ‘Zie je: een nieuwe beweging voelt in het begin een beetje raar, maar als je wilt kun je het leren. Zo is het ook met nieuw gedrag en een andere manier van denken.’

Vertel mij wat. Toen ik een jaar of drie geleden voor het eerst tien minuten probeerde te mediteren, duurden die tien minuten een eeuwigheid. Keek ik elke minuut wel drie keer ‘hoe lang ik nog moest’. Ging ik een paar keer anders zitten. Nu word  ik pas onrustig als ik voor de derde of soms pas de vierde of vijfde keer op een dag twintig minuten stilzit. ‘Vanzelf’ gaat het nooit, maar ik houd vol omdat ik merk dat mediteren me goed doet. Me rust geeft en helpt om ook in andere situaties door te zetten.

Ook deze blog kwam niet vanzelf. De eerste versie begon met een opsomming van alles waar ik vandaag aan begon zonder dat ik het af kreeg. Mijn brein is erg goed in de gedachte ‘Ik heb geen tijd’, wilde ik laten zien. Ook op deze eerste postvrije donderdag in zes maanden ‘heb ik geen tijd.’ Desondanks is de blog afgekomen. Zonder die opsomming. Nog niet volledig positief, maar wel op tijd. Ik kan het niet genoeg benadrukken.

Wat de post mijn bracht

postnl_fiets_bezorger-300x170Morgen is mijn laatste vaste doordeweekse dag bij de post. Yes! Heb mijn hele contract, van een half jaar maar liefst, zonder problemen – ruzies, burn-outs of wat dies meer zij  – volbracht en zelfs met dusdanig succes dat ik mag en ook (nog wel even) wil blijven. Maar dan wel op mijn voorwaarden. Eén vaste dag per week – zaterdag -, die verwisselbaar is met een andere dag als de zaterdag me een keer niet uitkomt, en de mogelijkheid om meer uren te draaien als mijn andere, ‘eigenlijke’ werk dat toelaat. Klinkt best luxe. Is het ook, realiseer ik me, tegenover mensen die minder te kiezen hebben. Tegelijk lijkt het voor mij de enige manier om een baan vol te kunnen houden. Mijn langstdurende werknemersschap bedroeg een jaar of vier, op een oproepcontract voor nul uren per week, onderbroken door een klein jaar Spanje. Assistent-boekverkoper bij boekhandel Donner was dat, jaren negentig, naast mijn studie. Op de tweede plaats gevolgd door mijn baan als communicatie-consulent/redacteur bij Dona Daria, Kenniscentrum Emancipatie, als ik de anderhalf jaar die ik voor die organisatie freelancete voordat ik er begin 2012 een jaarcontract kreeg, meereken. Mijn fijnste werkplek ooit: inhoudelijk interessant en  vooral ook belangwekkend werk, heel lieve en bevlogen collega’s, een bijzondere inkijk in multicultureel Rotterdam. Ik mis mijn collega’s daar nog steeds. Toch was ik blij dat ik na die tweeënhalf jaar weer ‘verder kon.’ Net als na mijn tijd, in 2004-2006, bij het CIBG, een uitvoeringsclub van het ministerie van VWS. Daar leerde ik dat ‘een fijne baan’ kan draaien om ‘gezellige collega’s’ en dat de inhoud van het werk niet allesbepalend is. Een baken van rust was het, na dik anderhalf jaar freelance-correspondentschap in crisislijdend Argentinië volgend op een burn-out die minstens een jaar duurde en gevolgd door een behoorlijk zwaar verkeersongeluk.

Bij het tijdschrift Zorg+Welzijn, waar ik in 1999 een werkervaringsplaats had en in 2001 terugkeerde, was het ook fijn. En het is niet voor niets dat ik nog altijd voor dat blad schrijf. Net als dat ik al sinds 1998 schrijf voor het AD Rotterdams Dagblad en beide voorgangers, het Rotterdams Dagblad en het Algemeen Dagblad. Bij geen van beide ben ik in loondienst geweest. Misschien had ik het daar, in de hectiek van een redactie, wèl volgehouden. Zou kunnen. Hoorde laatst van een mede-ADD-ende collega dat hij ‘op de krant’ wèl en in een baan met minder pieken en dalen nìet goed functioneerde. Maar het kan ook zijn dat het uitblijven van een arbeidscontract – waar ik bij die krant overigens nooit naar gesolliciteerd heb –   het geheim is achter een al zestien jaar durende opdrachtgever-opdrachtnemersrelatie.

Ik ben, wil ik maar zeggen, niet zo goed in het werknemersschap. Hoewel, ik ging eigenlijk iets heel anders vertellen. Dat ik bij de Nederlandse posterijen ben gaan werken omdat mijn inkomsten uit freelance arbeid te onvoorspelbaar en, vooral, te laag waren. En dat in de periode dat de ‘semi-diagnose’ ADD werd gesteld (de echte diagnose volgt, ‘als  het goed is’, volgende week). En dus opeens ‘was gebleken’ dat ‘pech’, ‘economisch slecht tij’ of ‘privé-omstandigheden’ waarschijnlijk niet de enige oorzaken zijn van de structurele onvoorspelbaarheid van mijn werk- en inkomstenpeil. De twee jaar voor mijn gang naar de psycholoog had ik het financieel juist, voor mijn doen, rustig gehad, eerst vanwege mijn baan bij Dona Daria, daarna wegens de uitkering van een letselschadeverzekering in verband met het ongeluk na mijn Argentijnse avontuur. In diezelfde periode ging ik mediteren, wat me ook op andere vlakken (relatief, alles is relatief) veel rust gaf. De rust gaf me de ruimte die ik lang ontbeerd had, om te bedenken wat ik ook alweer wilde met mijn leven. En dus dacht ik, toen eind vorig jaar het einde van  mijn spaartegoeden dreigde, dat ik er in ieder geval nóóit meer krap bij kas wilde zitten en daar dus, met artikelen over onderwerpen die mij écht interesseren gewoon, ruim op tijd en met gemak, een redelijk inkomen ging verdienen.

Nou, niet dus. Sterker: over de eerste opdracht in de herboren periode, deed ik zes weken in plaats van de enkele dagen die ervoor stonden. En hield ik dus, omgerekend, veel minder over dan het minimumloon dat ik postbestellend verdien. En als dat nu een opdracht was die ik inhoudelijk niet bijster interessant vond…..Nee. Het was een opdracht die ik helemaal zelf, volledig uit eigen interesse en op eigen initiatief met niet weinig moeite, aan de man gebracht had mij Trouw. Waar ik al heel lang ooit hoopte ‘binnen te komen.’

Wat AD(H)D precies is, weet niemand. Het enige dat vaststaat, is dat het te maken heeft met een stofje in de hersenen dat ervoor zorgt dat iemand afwijkend – soms langzamer, soms juist veel sneller (en geïrriteerder… ) – op prikkels reageert dan ‘normale’ mensen. Dreigende kastekorten alleen brengen mij niet, of pas héééééél laat, op de been. Spanningen thuis als gevolg daarvan, evenmin. Tegelijk kunnen spanningen, bijvoorbeeld uit faalangst waar ik iets héél graag wil of omdat een Baas iets van me wil waar ik het niet mee eens ben, me juist afremmen. Bijvoorbeeld om een artikel voor de deadline af te krijgen.

Mijn postbaan heeft me financieel weinig verder gebracht. Het kostte me namelijk erg veel moeite om die baan, een paar uurtjes per week maar, maar toch, te combineren met freelance schrijven. Een aantal deadline-loze opdrachten, met een gemiddelde waarde van een maandsalaris bij de post, ligt al maanden stil. Wel bracht het me een betere fysieke conditie en afstand. Afstand die nodig was om bewuster te kiezen voor wat  ik wèl en juist niet doe. En  om het vertrouwen (her-) op te bouwen dat ik nodig had om me met huid en haar in een volgend project te storten, dit keer vastberaden om dat te volbrengen.

Opdrachten naar aanleiding van deze blog zijn van harte welkom.

Levens met een omweg

foto-hellens-bami-225x300Ojee, ik lijk verslaafd. Volgens de planning die ik met mijn stok-achter-de-deur-team (uitleg volgt nog wel een keer…) heb afgesproken, ben ik vandaag blogplichtvrij. En op dit moment ben ik eigenlijk met het eten bezig. Dinsdag ‘moet’ ik weer, op mijn vaders tachtigste verjaardag. Dat ik de pannen laat voor wat ze zijn, is dat die beruchte hyperfocus? Of ben ik gewoon erg enthousiast? Schijnt er ook bij te horen, bij dat ADD.

Ik probeer het kort te houden dit keer. Deel alleen even een inzicht, opgedaan in de AD(H)D-opleiding. Niet uit de lesstof, maar uit de vragen en verhalen bij koffie en lunch van mijn groepsgenoten. Iedereen uit die groep, heeft namelijk een zoektocht achter de rug. Net als ik. Langs banen, opdrachtgevers, relaties, woningen, alles. En hoe pijnlijk en frustrerend die zoektochten vaak ook zijn geweest, ze leveren mooie verhalen op. Opeens werd me duidelijk waarom ik, als ik bij een opdrachtgever de vrijheid heb om zelf mijn interviewkandidaten uit te kiezen, puur op hun persoonlijke verhaal, heel vaak uitkom bij mensen wiens leven,  om welke reden dan ook, via omwegen gelopen is. Opnieuw het feest der herkenning! Ik realiseer me dat ik, als vermoedelijk ADD-er, relatief lichte belemmeringen ondervonden heb in mijn leven, als je dat zet naast bijvoorbeeld iemand die aan de andere kant van de wereld waarin hij geboren is een nieuw leven heeft opbouwt, of iemand die in een probleemgezin is opgegroeid. Maar, overeenkomsten zijn er.  Ik zal voorbeelden daarvan de komende tijd op mijn site (op de site www.ankewelten.nl) rubriceren onder ‘levens met een omweg‘. En verhaal nu over mijn Pronkstukhoofdpersoon van gisteren, Hellen van Rabenswaay, met haar paarse magnetron.

In dit AD-stukje was voor haar levensverhaal geen plaats, wel voor haar eigenzinnigheid – ook zo’n eigenschap waar de hoofdpersonen in mijn verhalen patent op lijken te hebben. Heel in het kort, beperkt tot het beetje wat ik ervan weet: Hellen, nu 63 , kwam als jonge meid uit Suriname naar Nederland. Koken had ze altijd leuk gevonden, maar dat ze nu bijna fulltime vrijwillige kok is en ook thuis de keuken niet uit te slaan is, begon in 1985. Ze werkte bij een verzekeringsmaatschappij, iets administratiefs, en die maatschappij werd overgenomen door Nationale Nederlanden. Daar hield ze officieel een vergelijkbare functie, maar kreeg nauwelijks werk. ‘Als ik hier moet gaan zitten wachten op werk’, verzuchte ze toen een keer, ‘dan sta ik nog liever in de keuken.’ En daar kwam ze terecht. Eerst de spoelkeuken, langzaamaan mocht ze helpen bij het bereiden van steeds echtere gerechten, totdat collega’s jaloers werden omdat haar gerechten zelfs bij de burgemeester favoriet waren, en ze opnieuw naar de spoelkeuken verbannen werd. Maar daar kwam ze ook weer uit. Ik heb een keer haar bami mogen proeven, bij Resto Van Harte in buurthuis De Mozaïek in het Rotterdamse Oude Noorden. Lekker!

Hmm, ik zou  het kort houden dit keer. Tja, dat kost me moeite. En dan heb ik nog het gevoel dat ik Hellens verhaal eigenlijk tekort doe. Daarom, en gewoon omdat het leuk is, plaats ik hier haar bamirecept. En dan gaan we nu zelf eten.

Feest der herkenning

billyfrankalexandergrootfeestDe kop is eraf. Het eerste blok van Effectief met AD(H)D zit erop. Ik heb beloofd om daar vandaag nog over te bloggen. Dus dat doe ik. Al zit ik nu liever aan het water, of op mijn meditatiekussen, of op de bank. In stilte, dat wel, met of zonder Erwin. Mijn bed lonkt ook, trouwens. Twee volle dagen cursus is niet niets, helemaal niet als die cursus over jezelf gaat. Over een levenslange bron van frustratie en hoe je het remmende, zichzelf in stand houdende effect van die frustratie doorbreekt. Dat is leuk, heel leuk, vrolijk, hoopgevend en tegelijk heftig.

Ik geloof dat ik de theorie, de oefeningen, de Grote Inzichten, het Begin van Grote Veranderingen Die Komen Gaan,  nog even voor mezelf houd. Het moet nog bezinken. Wat ik wel alvast deel, is wat me de afgelopen dagen het meest gelukkig maakte en tegelijk diep raakte. Ik heb twintig ADD’ers en ADHD’ers leren kennen die heel verschillend zijn – variërend in leeftijd van achttien tot rond de zestig, mannen, vrouwen, techneuten, een manager welzijn, een beroepsmilitair, een scholier, een natuursteenrestaurateur, een verpleegkundige, een kermisklant, een hogeschooldocent, getrouwd, alleenstaand, samenwonend, werkloos, al jaren in hetzelfde bedrijf of structureel jobhoppend – en tegelijk ongelooflijk veel gemeen hebben. Wat me in één gesprek met de AD(H)D-coach al raakte, raakte me nu in vele-malen-meer-dan-twintigvoud: opeens was er weinig meer om uit te leggen. Dat je goed kunt zijn in je vak (en slim en sympathiek en inlevend) en vaak vol enthousiasme aan dingen begint, maar het allesbehalve vanzelfsprekend is dat dat dan afkomt. Dat de vaak levenslange zoektocht naar manieren om met beperkingen te leven, creatief, open minded, optimistisch maakt en je doorzettingsvermogen sterkt. Maar je ook kan afremmen, frustreren, verlammen als dat gezoek te lang te weinig oplevert. Dat bazen, partners, ouders, kinderen, opdrachtgevers, onderwijzers niet begrijpen hoe je in het ene wel heel goed kunt zijn en in het andere (plannen, opruimen, op tijd komen, routineklussen) niet. En dat luid en duidelijk of subtiel maar ondertussen laten merken.

Een feest der herkenning. Ik was met twintig vrijwel onbekenden en het voelde vertrouwd. Erom kunnen glimlachen dat meer dan de helft van de groep net iets na de officiële begintijd binnensjeest. Je samen af kunnen vragen of wij wel degenen zijn die ‘gek’ zijn, of al die – o zo gestructureerde, snelle, efficiënte, consequente, tikkie saaie – anderen. Maar ik heb ook al twee dagen een brok in mijn keel. Stel nou, dat ik tien jaar geleden had ‘ontdekt’, zo, in prettig gezelschap van ‘mensen zoals ik’, dat mijn ‘anders-zijn’ geen kwestie is van ‘niet goed mijn best doen’? Of twintig, of dertig jaar? Wat had dat me bespaard? Wat had dat me opgeleverd? Daarbij stilstaan doet pijn.

Bedtijd.