Tagarchief: excuus of verklaring?

Ongenadig

Het is nog wat zoeken met deze blog. Wanneer schrijf ik, maar vooral ook waarover?

De wanneervraag lijkt lastig te beantwoorden, maar dat valt stiekem best mee. Als ik wil bloggen valt er altijd wel tijd te vinden, al is het ‘s ochtends heel vroeg. Het lastigst is het risico dat “moeten bloggen” een excuus wordt om belangrijker zaken voor me uit te schuiven.

Waarover te schrijven is een lastiger vraag. Ik weet wel dat ik het niet of nauwelijks over ADD en ADHD wil hebben. Omdat ik me daar al nauwelijks meer mee bezighoud. Al in de eerste zencursus die ik gaf viel me op dat heel veel mensen (iedereen, tot op zekere hoogte) ermee tobben dat zij bepaalde dingen heel graag willen doen en toch niet doen. Dat zij minder geleefd willen worden, vaker willen kunnen genieten, vaker rust willen ervaren, maar het niet op kunnen brengen om tien minuten stil te zitten om dat te bereiken. Ik heb gezien dat stilzitten de een meer moeite kost dan de ander en dat AD(H)D bij die verschillen een rol kan spelen. Maar waar de een, wegens zijn of haar AD(H)D, het stilzitten bijna onmogelijk vindt, lastiger dan de gemiddelde andere cursist, vindt de ander het, eveneens wegens AD(H)D, juist heerlijk om, al mediteren, een paar keer per dag, even helemáál niets te hóeven. Geniet die daar dus, lijkt het, meer van dan de andere gemiddelde cursist. Hetzelfde valt overigens op bij mensen die bijvoorbeeld herstellende zijn van een burn-out of mensen die chronische lichamelijke klachten hebben; ook zij vinden het lastiger of juist prettiger om te mediteren dan gemiddeld. Er valt dus geen peil op te trekken. Behalve dat iedereen wel ìets heeft dat hem of haar tot uitzondering maakt en dat we daarin dus allemaal veel meer met elkaar gemeen hebben dan we denken.

Ik verwachtte dat, als ik niet over ADD zou schrijven, deze blog lichter en luchtiger, vrolijk en energieker zou worden dan versie 1.0. Ik besloot vooral te schrijven over wat me op het moment van schrijven bezighoudt. Als zen-oefening, ook om al doende te onderzoeken wat mij zoal bezighoudt.

Tja, en dan komt er dus wat er komt, en blijk ik veel vaker halflege glazen te zien dan ik dacht. Ik beschouw mezelf als optimist. Tegelijkertijd heb ik een ongenadig scherp oog voor wat (nog) niet op orde is. De boekhouding, te volle tassen, verloren portemonnees, planningscapaciteiten, bewijsdrang, de bijbaan die ik – ik verklap het alvast – nodig heb om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. En, warempel, dat er, vooral potentiële blogonderwerpen bij me opkomen waar ik liever niet over wil schrijven.

Geen idee hoe, maar wordt vervolgd.

Groente en fruit voor adrenaline of pillen?

20150920_103031
Meer fruit en groente, terug naar adrenalinetijd of overstag naar medicijnen?

‘Anke, je bent gewoon een adrenalinejunk.’ Zegt een Bevriende Advocate, bekend om haar Rotterdamse duidelijkheid. Ze meent zich te herkennen in wat ik vertel over ‘veel plannen, te weinig – lijkt het – schot in de zaak’: ‘Ik zit dagen te verdoen met YouTube-filmpjes, terwijl maandag een akte de deur uit moet. Het zal gaan zoals altijd: een paar dagen en nachten doorpezen en een paar uur na de deadline is hij af. Normale gang van zaken in mijn wereld. Wie alles keurig op tijd af heeft, wordt voor tuttebel uitgemaakt.’

Dan valt het bij mij wel mee, reageer ik in stilte. Ik werk nog zelden ‘s nachts, heb geen tijdrovende verslavingen en haal  tegenwoordig meestal mijn deadlines. Maar wat die adrenalineverslaving betreft zou Bevriende Advocate wel eens gelijk kunnen hebben. In mijn pre-Erwiniaanse jaren, grotendeels samenvallend met mijn pre-zenjaren, sliep ik slechter, had ik meer stress, at ik ongezonder, dronk ik meer alcohol, kwam ik altijd en overal te laat, las ik minder, had ik minder oog voor kleine dingen die het leven mooi maken. Maar ik had meer werk en meer inkomen. Dat had weinig met het economisch tij te maken en veel met daadkracht. Daadkracht door stress, adrenaline dus. Dat ik ook meer uitgaf en dus vaker dan tegenwoordig met rood hoofd bij een kassa stond omdat het betaalautomaat ‘geen saldo’ aangaf, maakt het plaatje compleet.

Mensen met ADD en ADHD hebben meer moeite met het bewaren van evenwicht. Meer stress nodig om in actie te komen en tegelijk meer rust nodig, want sneller afgeleid. Bekend verhaal. Die disbalans heeft te maken met minder goede filtering van prikkels in de hersenen. Waardoor er inderdaad vaker en meer adrenaline door het lichaam schiet….. totdat het te veel wordt en adrenaline juist afwezig lijkt. Is dat bij mij het geval de laatste tijd en zou ik dus weer eens wat meer stress moeten zoeken?

Goed, ga ik onlangs naar een workshop over gezonde voeding voor mensen met ADHD, ADD en autisme, zegt Deskundige – een orthomoleculair voedingstherapeut – dat al die ‘aandoeningen’ neerkomen op ‘drukte in je hoofd’ en veroorzaakt worden door verkeerde voeding. Pardon?

Dit klinkt als ‘ADHD bestaat niet’ of ‘ADHD is een rotsmoes’, stellingen die ik vaak hoor, gevolgd door een advies over wat de aansteller ‘gewoon even moet doen’: plannen, rustig zijn, opschieten, plannen uitvoeren, op tijd komen. Van die dingen waarvan het juist typisch AD(H)D is om daar heel veel moeite mee te hebben. Deze Deskundige zegt dat ‘ze’ gewoon anders moeten eten’. Geen zuivel, geen brood (koolhydraten en suiker), wel eieren, vlees, veel vis, en kilo’s groente, met uitzondering van aardappelen en de nachtschade-groenten: aubergine, tomaat (tenzij flink verhit geweest, als in puree),  rode pepers, paprika.  Vergeef me dat de details me zijn ontschoten, maar het gaat erom dat een tekort aan de juiste vetten en eiwitten en een teveel aan koolhydraten, ons lichaam in disbalans brengen. Onze hersenen bestaan voor tachtig procent uit vetten, zegt Deskundige, dus een tekort aan de juiste vetten verstoort de werking van de hersenen. En anderszins slechte voeding brengt het maagdarmsysteem in stress, wat ook al niet goed is voor de hersenen. Slechte darmen en ‘duffe’ of snel overprikkelde hersenen zouden beide een gevolg zijn van op ‘verkeerd’ eten en dus samenhangen.

Zij kan het weten, was een onmogelijk druk en impulsief en vervelend en snel afgeleid kind. Totdat haar moeder haar anders liet eten.

Ik heb moeite met stellige uitspraken. Wil meer lezen en horen voordat ik aan deze voeding-helpt-hersenentheorie meer aandacht besteed. Maar had jarenlang veel last van mijn darmen. Ik eet niet héél vet en niet héél zoet, maar wel veel kaas en zuivel. Ben ik uit evenwicht, dan is mijn maag de eerste die protesteert, soms net zo lang totdat  ik die volledig, maar dan ook volledig, geleegd heb. Van één iemand in mijn omgeving weet ik dat bij hem een relatief warrig hoofd, dagelijks twee porties yoghurt en jarenlange maag-darmklachten ook samengaan.

Twee nabije ‘cases’ zijn onvoldoende om dit verhaal over de relatie tussen voeding, darmen en brein dusdanig serieus te nemen dat ik Deskundiges leer heilig verklaar. Al kan gezond eten nooit kwaad. En  wat zou het fijn zijn, als anders eten maakt dat ik minder ‘slechte stress’ nodig heb om me ‘wakker’ te voelen. De suggestie van de advocate en de workshop komen in een periode waarin ik overweeg mijn verzet tegen medicijnen te staken en ‘het gewoon eens te proberen.’ Ik wil verder. Maar de hele rits bijwerkingen die van ADHD-medicatie bekend staan (van gebrek aan eetlust en slapeloosheid (daar wil ik nu juist vanáf!) tot hartkloppingen) schrikken me af. Meer dan, geloof het of niet, zeg ik ook tegen mezelf, een leven zonder kaas, brood en tomaten…

Bijna vergeten

O ja.

O ja, ik heb nog een blog.

Over ADD. Nee, over Add. En Anke. Zou het bijna vergeten, dat ik die had. Te druk voor.

Hebben andere mensen dit nu ook, vraag ik me af, dat ze ergens een poos enthousiast en vol overgave mee bezig zijn, er blijmoedig van overtuigd zijn dat zij dat voorlopig ook nog zullen blijven

en dat er dan

door omstandigheden

van welke aard ook

een kink in de kabel komt

want een workshop te organiseren,  een artikel te schrijven, een website in te richten, nu toch echt eens inkomen te generen, en al helemaal de mailachterstand wegwerken, o nee, eerst nog beide ouders te bezoeken

en dat het dan eerst eventjes stil ligt, paar dagen of zo

dan nog wat langer

dan nog wat langer

en dat het dan, op een gegeven moment

simpelweg ‘uit je systeem lijkt te zijn verdwenen?’

Heb ik zo vaak. Met deze blog. Met mails die ik snel wil beantwoorden. Met foto’s die ik uit wil zoeken. Ik heb het rijtje vast al eens genoemd

het boek waar ik vakanties en maandbudgetten aan wijdde, met een losjes samenhangend stapeltje scènes als voorlopig en bijna vergeten resultaat

kaarten aan vrienden en familieleden die niet voor niets op de verjaardagskalender staan

die kelder, ach die kelder, zou zo’n mooie opgeruimde en ruimte biedende extra ruimte kunnen zijn

en dan nu, heel recent, de follow-up van de workshops Schrijven met Aandacht

plannen zat

maar ja

tijdens de voorbereidingen, bleef al het andere liggen. En is het tijd voor volle vaart vooruit met Hoognodige andere dingen.

Is dat nou ADD?

Of is het een kwestie van teveel tijd in mijn eentje huis zonder structuur van baan, gezin, echt bedrijf in de zin  van met werknemers aan wie ik zo mijn verplichtingen heb, waardoor ik tijd in overschot lijk te hebben en elk klusje er een van megaformaat lijkt, tijd- energie-, gepeins en in de zin van het ondernemersuitgangspunt tijd=geld ook geldvretend?

Ik hoor het vaker. Vooral ook van mensen die zich van geen ADHD of ADD bewust zijn. ‘Werk ik thuis, dan lijkt het alsof ik alle tijd heb, maar doe ik veel minder dan op kantoor tussen de collega’s.’

Toch verdenk ik Add. In combinatie met Anke. Oude Patronen. En Nieuwe Input en Inzichten, met dank aan Effectief met ADHD, de coach, zen,  de opleiding tot Mindfulnesstrainer, Nieuwe Ervaringen die  laten zien dat het echt  ook anders kan. En dat ik me dus gewoon niet zo druk moet maken en rustig, ja rustig, overhaasten is niet goed, verder moet gaan op ingeslagen wegen.

De afgelopen week, van twee deadlines na workshopdrukte, slonk mijn wereld weer tot een vierkante meter of drie, vier.

vergat ik bijna deze blog

en zelfs die workshops. Ondanks dankwoorden, ‘we want more’s’ en mooie pennenvruchten als uitkomst.

Mailt Laura me deze. Laura van Mourik, dusdanig geprezen om haar kort-en-krachtige teksten, dat ze maar niet tot langere teksten komt. Kwam. Lees waarom de Finnen zwijgen.

dan zwijg ik mijn gemijmer over hoe’s en waarommen, Add of Anke, excuus of verklaring en ga ik over tot de orde van de dag.

Geslaagd

gat in de straatEn dertig uur later heb ik een diploma. Mindfulnesstrainer ben ik nu. Met een eerste baantje in het vooruitzicht, zelfs dat.

De lessen van de dagen afgelopen dagen dreunen erin door. Dat het mis ging met dat artikel, heeft er veel mee te maken dat ik streefde naar iets waar ik eigenlijk niet geloofde, en waar ik (daarom?) eigenhandig voor zorgde dat de kans van slagen met de dag dat ik eraan werkte minder werd. Een artikel wordt zelden beter van geploeter. Zoals maar weinig dingen er beter op worden als je er te geforceerd, te krampachtig mee bezig bent. Terwijl ik een bijna levenslange neiging heb om dat te doen. Gevolg van ADD? Sommige dingen kosten mij ‘nu eenmaal’ meer moeite dan anderen en om een nieuwe mislukking voor te zijn zet ik mij schrap.

Het weerhoudt me er niet van om me vol overgave in de mindfulnesslessen te storten. Goed, donderdag, toen ik ernstig verlaat binnenkwam, nog niet helemaal. Vrijdag zeker. De beloning, afgezien van het diploma, was een verhaal van Sogyal Rinpoche, uit Het Tibetaanse Boek van Leven en Sterven, waarmee trainer Bert de dag en opleiding afsluit:

UNIVERSELE AUTOBIOGRAFIE
1.
Ik loop door een straat.
Er is een diep gat in het trottoir
Ik val erin.
Ik ben verloren… ik ben radeloos.
Het is mijn schuld niet.
Het duurt eeuwig om een uitweg te vinden.
2.
Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir
Ik doe alsof ik het niet zie.
Ik val er weer in.
Ik kan niet geloven dat ik op dezelfde plek ben.
Maar het is mijn schuld niet.
Het duurt nog lang voordat ik eruit ben.
3.
Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir
Ik zie dat het er is.
Ik val er weer in… het is een gewoonte.
Mijn ogen zijn open.
Ik weet waar ik ben.
Het is mijn schuld.
Ik kom er direct uit.
4.
Ik loop door dezelfde straat.
Er is een diep gat in het trottoir
Ik loop eromheen.
5.
Ik loop door een andere straat.

Ik slik een brok weg. De laatste verwondering over dat ik niet vreselijk boos en verdrietig ben over alle verspilde energie en ongezien lijden ebt weg. Ik mag een wat afwijkend gevoel van tijd hebben en moeite met grenzen, veel van mijn valkuilen graaf ik toch echt zelf. Dat is niet raar, dat doen de meeste mensen. Ik word daar stapje voor stapje, soms een stapje achteruit, terughoudender in. Nog terughoudender moet kunnen. Heb tenslotte een diploma.

Dus het ligt aan mij

Mijn mede-oud-Effectief-met-AD(H)D-ers vinden ook dat ik het wel heeeeeeeeeel erg druk heb. Vragen zich af waarom ik zoveel doe. En hoe ik het volhoud. Namen me, aan het eind van onze bijeenkomst van gisteravond tegen mezelf in bescherming door me mijn door mezelf opgelegde verantwoordelijkheid voor de organisatie van de volgende bijeenkomst uit handen te nemen. Wat ik nogal betutteld vind. Maar van hen kan ik het hebben.

Het ligt aan Anke, niet alleen aan Add.
Het ligt aan Anke, niet alleen aan Add.

Nou zeg. Mijn drukte ligt dus niet aan Add. Niet alleen althans. Waar mijn groepsgenoten, net als ik last van hebben wat teveel drukte betreft, zit hem meer in ‘willen voldoen aan verwachtingen’. Knap vermoeiend, zeker in combinatie met snel overprikkeld en daarmee toch al moe zijn. Effectief met AD(H)D heeft hen gebracht dat ze dat nu minder bezig zijn met die verwachtingen. Minder boos zijn op zichzelf (en op anderen) als het niet lukt. Dat heb ik ook. Maar ondertussen blijf ik veel willen doen, veel meer liefst dan ik al doe.  Waar  blijven die journalistieke artikelen over AD(H)D toch, bijvoorbeeld? Vind ook dat ik meer zou moeten kunnen. Als ik eindelijk eens van mijn losse eindjes af was.

Aan mij dus om te achterhalen waarom ik dat wil, waarom ik zo vaak over mijn grenzen ga, met alle gevolgen voor nachtrust, gezondheid, humeur, relaties van dien. En waarom er ook altijd zoveel blijft liggen. Ik vertelde over mijn sessies met AD(H)D-coach A, over excuses. En de uitkomst, dat het gegeven dat ik aan veel klussen, sociale contacten en mails, niet toekom, niet veel met ADHD te maken heeft. Dat ik goed ben in excuses.

Au. ‘Voor een deel zit het hem erin dat ik het juist heeeeel goed wil doen’, vertel ik, ook aan twee groepsgenotes wiens persoonlijke mails ook al eens weken in mijn mailbox zijn blijven hangen. ‘Een persoonlijke mail wil ik met al mijn aandacht, rustig, weloverwogen, schrijven. Ik wacht op een rustig moment en dat komt nooit. Dus heb ik mails van meer dan een jaar oud in mijn mailbox. ‘

‘Nou, die zou ik dan maar eens weggooien’, zegt A. ‘Ik kreeg laatst een mailtje van een collega, in antwoord op een mail van een jaar oud. Nou, wat voelde ìk me belangrijk. Mijn collega was blij en trots dat ze eindelijk geantwoord had. Ik was juist boos.’

O, werkt dat zo.

Nog twee inzichten uit de coachingssessie die ik deelde: bij elke klus waar ik mee bezig ben, ben ik me ervan bewust dat ik ondertussen aan talloze andere lopende klussen geen aandacht besteed. Dat werkt nogal verlammend. En wat vriendschappen en andere sociale contacten betreft: als ik aandacht besteed aan vriendin 1, heb ik gevoel dat ik alle andere mensen om mij heen vreselijk tekort doe. Dat wil ik niet, dus laat  ik vriendin 1 ook nog maar even zitten.’

‘Tjonge, dat is lastig.’  Deel 1 – als ik het één doe, voel ik de druk van alle dingen die ook moeten maar ik op dat moment niet doe – dat kennen mijn AD(H)D-genoten ook.  Deel 2 niet. Dat is iets van mij. En, zo bevroed ik, ook van minstens één iemand zeer nabij mij.

In de trein naar huis gooide ik zowaar dertig oude onbeantwoorde mails weg. Vanochtend nog eens vijftien. Lijkt weinig, maar voelt groots. Lucht!

Geen excuus

stapel-naast-bureau
De stapel naast mijn bureau is nooit helemaal weg. Is ADD hiervoor een verklaring of een excuus?

‘NB: ADHD IS EEN VERKLARING, GEEN EXCUUS!’ prijkte er in de reader van de introductiecursus ADHD van PsyQ. Ook daar kon ik het hartgrondig mee eens zijn. Als je het tenminste opvat als: ‘Dat ik te laat kom, vaak niet de snelste ben, al honderden plannen nooit tot uitvoering heb gebracht, er altijd bergen papier en aanverwanten naast mijn bureau liggen, ik mails rustig maanden onbeantwoord kan laten, ik bepaalde telefoontjes en klusjes structureel uitstel enzovoort, enzovoort, enzovoort, enzovoort, enzovoort valt mede te verklaren uit een wat eigenaardig functioneren van mijn hersenen. Sorry, kan ik niks aan doen. Natuurlijk doe ik mijn best en me schamen doe ik heus ook nog wel. Als je in ieder geval maar niet denkt dat ik zeg dat ik AD(H)D heb om onder mijn verantwoordelijkheden uit te komen.’

Ga ik vandaag naar mijn coach, die goeie, je weet wel, van het ADHD-centrum, gaan we verder met het thema willen versus moeten, komen we er zomaar op uit dat ik me wel degelijk achter excuses verschuil. Hoezo, te druk, moet nog zoveel, bekijk mijn mailbox nou toch eens, en je weet toch dat ik me ook mantelzorger mag noemen, en trouwens, ik ben er ook gewoon niet goed in, overzicht houden, plannen en kiezen? Coach A.: ‘Ik begrijp het heel goed, als jij zegt: ‘Ik weet gewoon echt niet hoe ik het voor elkaar moet krijgen.’ Zo zal het voor jou voelen. Is ook helemaal niet gek. Maar het zijn excuses.’

Ik A, zelfspottend op pieptoon: ‘Ja maar…..’ Coach A.: ‘Ah, je herkent het.’

Net als in de vorige sessie, is het woord AD(H)D niet gevallen. Dat ik altijd wel weet waarom ik iets nìet doe of gedaan heb, heeft nauwelijks met ADD te maken. Zeker bij dingen die ik in het contact met anderen doe, privételefoontjes en -mails voorop, zit er iets anders in de weg. ADD kan dat hooguit versterken, omdat ik ‘nu eenmaal’ wat meer moeite heb om het overzicht te bewaren. Was eenvoudiger geweest als ik AD(H)D wèl de volledige schuld had kunnen geven. In dat geval, had ik nu beschreven hoe de sessie met mijn coach verder was gelopen. Maar hij ging over heel andere dingen dan ‘omgaan met mijn beperking.’ Over dingen die erin hakken. Dusdanig dat ik ze voorlopig niet aan de bezoekers van het wereldwijde web prijsgeef.

Stok achter de deur van vandaag: Marlijn Wesseling. Dank je, Marlijn!

Lui wegens drukte

Even een heel luie blog vandaag. Voelt raar. Ik wil niet lui zijn. Ben ik ook niet gewend. Denk dan dat afgestraft gaat worden. Als iets gemakkelijk gaat dan kan het niet goed zijn. Maar het is even niet anders. Dubbele deadline vandaag en ook nog een ziekenhuisbezoek met mijn moeder op de planning. En het nachtelijke bloggen, eerder deze week, heeft opnieuw schade aangericht, in de vorm van slaaptekort, humeurigheid en, jawel, ook ik, een licht gevoel  van slachtofferschap. Dus dat gooi ik niet in de herhaling.

Maar wel:

Een filmpje over hoe dat is, een druk hoofd. Let even niet op hoe de man beweegt en praat enzo, qua vorm, wel qua inhoud – hij heeft de H van hyperactief in zijn diagnose. Maar dat is de buitenkant. Van binnen gaat het bij mij zo’n beetje net als bij hem. Vandaar dat ik aan lang niet alles toekom dat ik zou willen…. en tegelijk vaak het gevoel heb dat ik tijd verspil aan dingen die op dat moment helemaaaal niet relevant zijn.

Stok achter de deur van vandaag: Laura van Mourik. Dank je, Laura!

Gecertificeerd

felicitatieschermGelukkig kwamen de felicitaties snel. Van Erwin, direct na thuiskomst aan de telefoon. En de volgende dag van ‘collega’s’ bij flexnetwerkplek de Hub, juist voor mijn binnenkomst door Erwin ingelicht toen één van hen mopperde waar ik, een half uur na de afgesproken tijd, toch bleef. ‘Gefeliciteerd’, straalde Joost, ‘je bent gecertificeerd.’ ‘Gecertificeerd tot hopeloos geval’? vroeg Amelie. ‘Gecertificeerd, ja, dat ben ik. Hopeloos, nou nee.’ Ik had de afspraak nu eenmaal voor een uur later in mijn hoofd staan. Nu pas zag ik dat in mijn agenda iets anders stond. Vervelend, lastig, onprofessioneel. Maar hopeloos?

Meer felicitaties las ik gisteren, op Facebook. ‘Klinkt misschien stom, een felicitatie bij een diagnose… Maar weten wat je mankeert en daarmee aan de slag gaan geeft je rust en opent nieuwe deuren’, schrijft Nicole, die, zonder ADHD zo donders goed weet waar ze het over heeft dat ik me tot voor zeer kort (zie: ‘Ik schaam me’, gevolgd door ‘Iets raars’) naast haar een aansteller zou voelen. Marco schrijft: ‘Nu heb je een stempel maar ga je je er blijkbaar niet aan houden!’ Aardig bedoeld, waarvoor dank, maar hij vergist zich.

AD(H)D is niet een stempel waar je wel of niet aan houden kunt. Mijn tweede morning after bracht ik door met het lezen van blogs en Facebookberichten van andere ‘gecertificeerden.’ ‘Heb je dat ook, dat het bijna nooit lukt om thee te zetten, omdat je vergeet dat je het water opgezet hebt, en dat àls het lukt, de thee al koud is voor je eraan denkt om hem op te drinken?’ ‘Zonder een lijstje krijg ik niets voor elkaar.’ Met foto en reactie: ‘Wat een net lijstje! Krijg ik niet voor elkaar. Ik blijf maar strepen en opnieuw beginnen, word er gek van.’ ‘Heb ik eindelijk vakantie, kan ik precies doen waar ik zin in heb, weet ik niet waar ik beginnen moet.’ Veel HOOFDLETTERS en !!!!!!!!!!!!!!!! en ????????????? in de berichtjes. Grappig, tuurlijk, fijn ook, de (h)erkenning. Maar niemand van ‘ons’ die het niet liever anders zou zien.

‘s Avonds zouden we met mede-cursisten van Effectief met AD(H)D bij elkaar komen voor intervisie. Van de zeven groepsgenoten hadden er drie ruim van tevoren aangegeven er niet bij te kunnen zijn, twee anderen, onder wie ik zelf, twijfelden. Nummer vier was het vergeten, nummer vijf ging er op de een of andere manier vanuit dat het niet doorging, nummer zes bleek, desgevraagd, die dag verhinderd en nummer zeven stuurde in de vroege ochtend de vraag de groep in waar we zouden afspreken. Het werd een één-op-één, met pide en soep – niet te ver buiten ons beperkte budget, toch gezellig.

Het gaat goed met ‘Zeven’, het subgroeplid in wie ik me het meest herken. Sinds het laatste cursusblok, een kleine maand geleden, richtte zij eindelijk het koor op waar ze al jaren van droomde, trad toe tot een bestuur en doorbrak vanuit die rol een jarenlang voortslepende impasse waar ze zich tot dan toe vooral aan had geërgerd en koos vaker dan ooit voor zichzelf, zelfs in bijzijn van haar hulpbehoevende moeder. De afgelopen week was dat laatste minder goed gelukt. Vier dagen achtereen had haar moeder een beroep op Zeven gedaan, vier keer had ze haar eigen bezigheden aan de kant geschoven en was ze pas laat thuis. Eergisteravond was het negen uur geworden – viel mee. Dus kon ze alsnog wat dingen doen die ze overdag had willen doen. En opeens was het zeven uur ‘s ochtends. ‘Ik heb één uur geslapen vanochtend. Ik ben dus niet zo fit. Maar al drie mensen om me heen hebben me gevraagd wat voor cursus het toch is die ik doe. Wat een stappen opeens, dat zouden zij ook wel willen!’

‘Zeven’ is geen roekeloze puber, geen bewijszuchtige dertiger op het drukke kruispunt van het leven, maar een rustige alleenstaande vrouw van halverwege de vijftig. Ik dacht aan haar toen om kwart voor zeven uur vanochtend mijn wekker ging en ik zo ontdekte dat ik, na een nacht woelen, schrijven, eten, kruidentheeën, wachten, website-naampresentatie bedenken, toch nog in slaap was gevallen. Een volle dag achter de computer, met Erwin en dus gesprekken in mijn pauzes waar ik dan juist stilte nodig heb, was wat teveel geworden voor deze gecertificeerde veertigster, een afsluitend uur zen ten spijt. Dat mag ik nu zomaar toegeven. Gefeliciteerd.

Stok achter de deur van vandaag:  Ton Hendricks in Argentinië. Muchas gracias Ton!

Afscheid van een ADD-jaar

20141231_173839-klein-203x300Ken je die van die roze olifant? Waar je vooral niet aan mag denken? En die je vervolgens niet meer uit je hoofd krijgt?

Ik broed al een halve dag op de juiste insteek voor deze oudejaarsblog. Zit met ‘ADD-jaar’ in mijn hoofd. Dat 2014 voor mij was. En ook weer niet. En natuurlijk toch ook wel. En niet. En wel. En niet. En wel. En niet, maar wat dan wel? Net zoals dit natuurlijk een ADD-blog is. En, hoop ik, ook weer niet. Er is meer in mijn leven dan ADD. Er is meer, veel meer, wat mijn leven bepaalt dan ADD. Ik bèn niet ADD, zoals de 17-jarige Sue me gisteren zo mooi schreef, ik hèb ADD. Net als zij. En nu ik weet dat ik (waarschijnlijk) ADD heb, ben ik niet opeens veranderd. Dat soort gedachten helpen haar. Bij mij wekken ze nog verwarring op. Ook al weet ik het best. Ik ben Anke. Ik ben 44, woon in Rotterdam, ben vrouw en geliefde van Erwin, werk als journalist, ben dochter, zus, schoonzus, vriendin, nicht, buurvrouw, assistent-zenleraar, heb een bijbaan als postbezorger, ben lid van de Hub, Amnesty International en van een politieke partij, doctoranda in de maatschappijgeschiedenis, Argentinië-kenner, oud-collega, freelancer, Pronkstukspecialist, schrijven-voor-chaoten-specialist in wording en, oja, ervaringsdeskundige op het gebied van ADD, zeg maar ADHD maar dan zonder de H van hyperactief. Onder andere.

Dit jaar kan moeilijk vooral ADD-jaar genoemd worden. Het was het jaar dat begon zonder Els maar met een hernieuwde kennismaking met Karin, die we tot dan toe vrijwel alleen in Els’s gezelschap zagen. Het begon met mijn artikel over mediterende artsen, dat ik eind 2013 af had willen hebben. Het was het jaar van nieuwe journalistieke opdrachtgevers. Het jaar waarin ik voortaan rond zes uur opstond. Het was het jaar waarin ik post ging bezorgen, voor het geval dat. Het was het jaar waarin mijn vader naar het verpleeghuis ging en mijn moeder na vijfenveertig jaar weer het grootste deel van de dag alleen was. Waarin ik een nieuw soort gesprekken met mijn moeder voerde. Het was het jaar waarin Erwin en ik op fietsvakantie gingen, door Nederland en door het Eerstewereldoorlogslagveld  in West-Vlaanderen. Het jaar waarin ik meer kilometers schreef dan ik in jaren gedaan had. En het jaar waarin mijn psycholoog tegen me zei dat wat ik had wel erg als ADD klonk en ik, opgelucht, op zoek ging naar hulp van iemand die goed begreep wat dat betekent.

En toen, begin oktober, werd die hulp serieus, ging ik steeds openlijker over ADD praten en begon ik deze blog. Leek al het andere in mijn leven plotseling minder belangrijk. Of kwam het, op zijn best, in de schaduw te staan van deze nieuwe richting in mijn ontwikkeling. Zelfs mijn vader. Zelfs mijn werk. Leek 2014 een ADD-jaar te worden. De ontdekking dat ik in ieder geval erg veel gemeen heb met mensen die de diagnose ADD of ADHD hebben, zoveel dat wat hen helpt, mij ook helpt, heeft mijn kijk op mijn leven tot nu toe veranderd. En veranderde ook mijn kijk op de toekomst. Zij het dat het me, dankzij zen en dankzij Effectief met AD(H)D, vooral sterkt in mijn toch al steeds sterkere overtuiging dat ik het verst kom, me het gelukkigst voel en het best bijdraag aan het geluk van anderen, als ik dicht bij mezelf blijf. Als ik schrijf dus, bijvoorbeeld. En vanavond een klein maar fijn feestje vier met mensen die me dierbaar zijn.

Volgend jaar verder. Met ADD, dat voorlopig heel belangrijk blijft. Misschien zelfs wel belangrijker wordt. En tegelijk steeds meer een eigen plek krijgt, niet boven maar naast al het andere.

Omdat ik het niet laten kan: en toen, toen kwam er een roze olifant met een lange snuit en die blies blogjaar 2014, met ADD, dank  en mooie vooruitzichten, wis en waarachtig uit.

Stok achter de deur van vandaag: Erwin Wesseling. Dank je Erwin, voor dat en nog veel meer!

De normaalste zaak van de wereld

normale-wereld_janna-kool-300x208Morgen en overmorgen duik ik weer in de opleiding Effectief met AD(H)D. Die is dan halverwege. Als bijna vanzelf blik ik terug op de afgelopen twee maanden. Dus kwam ik vanochtend een vrouw tegen die aanwezig was bij de laatste Hub-netwerkbijeenkomst voordat ik met opleiding en bloggen. Ik had haar sindsdien niet meer gesproken.

Toen, eind september, nam ik het woord ADD nog niet in de mond. Tijdens die netwerkbijeenkomst vertelde ik over de oorsprong van mijn schrijven: ik vond het als kind moeilijk om in een groep mijn zegje te doen, ontdekte dat papier geduldig was en bleef vervolgens schrijven en schrijven en schrijven. Heb ik hier inmiddels vaker verteld, maar toen betrof het een nieuw inzicht. Ik voegde eraan toe dat ik graag in contact wilde komen met anderen die moeite hebben om zich te concentreren. Zij was een van de drie (in een groep van vijftien) die reageerden, een uurtje na de bijeenkomst in een mail:
‘Wat jij beschreef, dat herken ik heel goed. Liever even rustig nadenken over mijn zinnen, in de situatie zelf ben ik meestal van mijn a propos. Ik denk wel eens: zal ik een debatteer-cursus doen… 🙂

Nu vertelde ik haar over mijn blog, over ADD. ‘Heeft het daarmee te maken dan?’
Grote ogen. ‘Waarschijnlijk wel’, zeg ik. ‘Heeft een psycholoog tegen me gezegd, een diagnose heb ik niet. En wat ADD  precies inhoudt weet niemand, dus zoveel zou dat niet zeggen. Maar ik herken in ieder geval veel in alles wat ik er de laatste tijd over gehoord en gelezen heb.’
‘Een vriendin van me heeft ADD’, antwoordt zij. ‘Zij heeft me weleens uitgelegd hoe dat werkt. Eerlijk gezegd vind ik het moeilijk om dat serieus te nemen. Ik denk: ‘als iemand zich prettig voelt bij zo’n labeltje, moet hij dat zelf weten. Ik zou me er beperkt door voelen.’

Dat heb ik vaker gehoord. Sterker: ook al is de suggestie dat ik ADD heb aanleiding voor deze blog, ook ik heb niets met labeltjes. Ik hoop duidelijk te maken dat ADD voor mij hooguit een verklaring is, een verklaring voor dingen die niet lopen zoals ik zou willen. Of meer nog: een zoekrichting voor oplossingen. Voor mij begint dat zoeken naar oplossingen er nu mee dat ik het beestje bij de naam noem. Al zeg ik erg raag bij dat ADD maar een van de vele ‘beestjes’ is die maken dat ik ben wie ik ben en dat mijn leven loopt zoals het loopt.

In de week tussen die bijeenkomst in september en mijn ‘coming out’ als vermoedelijke ‘ADD-er’, biechtte ik een andere vrouw op dat ik misschien ADD heb. Fluisterend. Aanleiding: ik stond versteld van de manier hoe zij, met tekeningen en pijltjes een ingewikkeld verhaal inzichtelijk kan maken, terwijl ze wegens dyslexie moeite heeft met schrijven. Ook in haar hoofd zit een vreemde combinatie van chaos en structuur. ‘Oh, dat heeft mijn broer ook’, antwoordde zij, verbaasd en laconiek tegelijk. Ze heeft het er vaker over gehad. ‘En mijn dochter ook.’ Andere familieleden hebben weer andere afwijkingen. ‘Maar één van mijn kinderen is normaal. Hoewel die wel erg van slag raakt als dingen opeens anders gaan.’ Afwijkingen, de normaalste zaak van de wereld, zo klinkt het.

Ik was verbluft en blij. Iemand die de term ADD kent. Die iets weet van de ‘symptomen’. Te vriend houden, dacht ik, altijd fijn om iemand te hebben met wie ik kan praten over wat niemand begrijpt.

Toen kwam die presentatie. De blog. De opleiding. Dat ik bij de opleiding ‘soortgenoten’ zou treffen, natuurlijk, was te verwachten. Al waren zij ‘normaler’ dan dat ik me hen had voorgesteld. Zo zie je maar wat labeltjes doen – ook ik ben erin getrapt. Dat er in de afgelopen twee maanden, nog afgezien van tijdens de opleidingsdagen, geen drie dagen voorbij zouden gaan zonder dat iemand tegen me zei dat hij of zij zelf ook ADD heeft, of iemand in de nabije omgeving heeft die dat heeft, of op zijn minst zoveel herkent in mijn verhalen dat hij/zij vermoedt dat……, nee, dat niet.

We trekken onze agenda’s, de vrouw met vriendin met labeltje. Ik noem drie data. Aarzelend kiest zij er een uit. ‘Altijd als ik een afspraak in mijn agenda wil zetten krijg ik een beetje de kriebels. Kan het eigenlijk wel?’ ‘Hmm, dat heb ik nou ook.’ Ik voel een glimlach, zo’n zie-je-wel-glimlach, die voor ‘goed-fout’ zou kunnen doorgaan. ‘Ik heb altijd het idee dat andere mensen gewoon aanvoelen wanneer ze wel of niet iets kunnen plannen’, aarzelt zij. ‘Sommige wel ja. Maar niet iedereen.’

Stok achter de deur van vandaag: Janna Kool. Dank je Janna!