Tagarchief: en nu aan het werk

Ik schaam me

Ik schaam me bij voorbaat voor deze blog. Wie daar moeite mee heeft, klikke vooral snel verder.

Ik schaam me, omdat schaamte een rot-onderwerp is.

Ik schaam me, omdat me, daags na weer twee cursusdagen, geen ander onderwerp te binnen schiet.

Ik schaam me, omdat het onderwerp schaamte veel bij me losmaakt.

Ik schaam me, omdat ik me al mijn hele leven schaam.

Ik schaam me, omdat ik nauwelijks  weet hoe dat komt.

Ik schaam me, omdat me inmiddels duidelijk is dat ik daar helemaal niet zoveel reden toe heb.

Ik schaam me, omdat schaamte me van zoveel stappen weerhouden heeft.

Ik schaam me, omdat schaamte me blind maakt voor wat ik allemaal wel doe en kan en heb gedaan.

Ik schaam me, omdat ik het nu benauwd krijg.

Ik schaam me, omdat ik bang ben dat lezers, waaronder opdrachtgevers, misschien op dit stukje afknappen.

Ik schaam me, omdat ik die opdrachtgevers zo vaak dingen heb toegezegd die ik niet nakwam.

Ik schaam me, omdat ik juist de dingen waar ik het meest enthousiast over ben, het meest voor me uit schuif.

Ik schaam me, omdat ik zo tijd en energie en talent en kansen te grabbel gooi.

Ik schaam me omdat ik die schaamte nooit echt van me af heb geschud.

Ik schaam me, omdat twee dagen ‘werken aan schaamte’ me rust en energie heeft gegeven.

Ik schaam me, omdat schaamte, volgens de trainers bij het ADHD-centrum,vrijwel altijd voortkomt uit patronen in je gezin van herkomst.

Ik schaam me, omdat dat zou betekenen dat ik mijn oude ouders wat te verwijten heb.

Ik schaam me, omdat ik weet dat die veronderstelling niet klopt.

Ik schaam me, omdat ik desondanks dat gevoel heb. Of had.

Ik schaam me, omdat me pas tijdens familie-opstellingen, gisteren, duidelijk werd, dat ik wel heel veel voor anderen – mijn vader en moeder, in dit geval – heb ingevuld zonder te weten wat er echt in hen omging.

Ik schaam me, omdat ik daardoor zo vaak zo gemakkelijk afstand heb genomen.

Ik schaam me, omdat het met zo’n oefening opeens zo gemakkelijk lijkt om anders tegen mijn ouders, mijzelf en alles en iedereen om me heen, aan te kijken.

Ik schaam me, omdat ik deze werkdag niet bloggend begon, zoals andere post-cursuswerkdagen.

Ik schaam me, omdat ik dik 240 mails in mijn mailbox heb en er daar vandaag nog maar enkele van heb bekeken.

Ik schaam me, omdat ik besloten heb om mijn werk, mijn betaalde journalistieke werk, eindelijk weer eens wat serieuzer wil nemen dan ik lang gedaan heb.

Ik schaam me, dat ik daar een blog en een cursus, beide volgend op lang sluimerend ongenoegen, voor nodig heb.

Ik schaam me, omdat ik bang ben dat ik mijn voornemen – in concreto: weer in volle vaart en met mijn oude creativiteit, doorzettingsvermogen en enthousiasme achter journalistieke opdrachten aangaan, die opdrachten goed en tijdig afronden en binnen enkele dagen daarna weer aan de volgende beginnen, zodat ik in de flow blijf en de kachel blijft roken – over een paar dagen weer vergeten ben.

Ik schaam me, omdat ik me realiseer, dat ik vandaag al de eerste stappen gezet heb.

Ik schaam me, omdat ik nu met de blog moet stoppen. Op naar een interview, dat vanochtend nog niet in mijn agenda stond.

Stok achter de deur van vandaag: Diny Blad. Dank je Diny!

Wat de post mijn bracht

postnl_fiets_bezorger-300x170Morgen is mijn laatste vaste doordeweekse dag bij de post. Yes! Heb mijn hele contract, van een half jaar maar liefst, zonder problemen – ruzies, burn-outs of wat dies meer zij  – volbracht en zelfs met dusdanig succes dat ik mag en ook (nog wel even) wil blijven. Maar dan wel op mijn voorwaarden. Eén vaste dag per week – zaterdag -, die verwisselbaar is met een andere dag als de zaterdag me een keer niet uitkomt, en de mogelijkheid om meer uren te draaien als mijn andere, ‘eigenlijke’ werk dat toelaat. Klinkt best luxe. Is het ook, realiseer ik me, tegenover mensen die minder te kiezen hebben. Tegelijk lijkt het voor mij de enige manier om een baan vol te kunnen houden. Mijn langstdurende werknemersschap bedroeg een jaar of vier, op een oproepcontract voor nul uren per week, onderbroken door een klein jaar Spanje. Assistent-boekverkoper bij boekhandel Donner was dat, jaren negentig, naast mijn studie. Op de tweede plaats gevolgd door mijn baan als communicatie-consulent/redacteur bij Dona Daria, Kenniscentrum Emancipatie, als ik de anderhalf jaar die ik voor die organisatie freelancete voordat ik er begin 2012 een jaarcontract kreeg, meereken. Mijn fijnste werkplek ooit: inhoudelijk interessant en  vooral ook belangwekkend werk, heel lieve en bevlogen collega’s, een bijzondere inkijk in multicultureel Rotterdam. Ik mis mijn collega’s daar nog steeds. Toch was ik blij dat ik na die tweeënhalf jaar weer ‘verder kon.’ Net als na mijn tijd, in 2004-2006, bij het CIBG, een uitvoeringsclub van het ministerie van VWS. Daar leerde ik dat ‘een fijne baan’ kan draaien om ‘gezellige collega’s’ en dat de inhoud van het werk niet allesbepalend is. Een baken van rust was het, na dik anderhalf jaar freelance-correspondentschap in crisislijdend Argentinië volgend op een burn-out die minstens een jaar duurde en gevolgd door een behoorlijk zwaar verkeersongeluk.

Bij het tijdschrift Zorg+Welzijn, waar ik in 1999 een werkervaringsplaats had en in 2001 terugkeerde, was het ook fijn. En het is niet voor niets dat ik nog altijd voor dat blad schrijf. Net als dat ik al sinds 1998 schrijf voor het AD Rotterdams Dagblad en beide voorgangers, het Rotterdams Dagblad en het Algemeen Dagblad. Bij geen van beide ben ik in loondienst geweest. Misschien had ik het daar, in de hectiek van een redactie, wèl volgehouden. Zou kunnen. Hoorde laatst van een mede-ADD-ende collega dat hij ‘op de krant’ wèl en in een baan met minder pieken en dalen nìet goed functioneerde. Maar het kan ook zijn dat het uitblijven van een arbeidscontract – waar ik bij die krant overigens nooit naar gesolliciteerd heb –   het geheim is achter een al zestien jaar durende opdrachtgever-opdrachtnemersrelatie.

Ik ben, wil ik maar zeggen, niet zo goed in het werknemersschap. Hoewel, ik ging eigenlijk iets heel anders vertellen. Dat ik bij de Nederlandse posterijen ben gaan werken omdat mijn inkomsten uit freelance arbeid te onvoorspelbaar en, vooral, te laag waren. En dat in de periode dat de ‘semi-diagnose’ ADD werd gesteld (de echte diagnose volgt, ‘als  het goed is’, volgende week). En dus opeens ‘was gebleken’ dat ‘pech’, ‘economisch slecht tij’ of ‘privé-omstandigheden’ waarschijnlijk niet de enige oorzaken zijn van de structurele onvoorspelbaarheid van mijn werk- en inkomstenpeil. De twee jaar voor mijn gang naar de psycholoog had ik het financieel juist, voor mijn doen, rustig gehad, eerst vanwege mijn baan bij Dona Daria, daarna wegens de uitkering van een letselschadeverzekering in verband met het ongeluk na mijn Argentijnse avontuur. In diezelfde periode ging ik mediteren, wat me ook op andere vlakken (relatief, alles is relatief) veel rust gaf. De rust gaf me de ruimte die ik lang ontbeerd had, om te bedenken wat ik ook alweer wilde met mijn leven. En dus dacht ik, toen eind vorig jaar het einde van  mijn spaartegoeden dreigde, dat ik er in ieder geval nóóit meer krap bij kas wilde zitten en daar dus, met artikelen over onderwerpen die mij écht interesseren gewoon, ruim op tijd en met gemak, een redelijk inkomen ging verdienen.

Nou, niet dus. Sterker: over de eerste opdracht in de herboren periode, deed ik zes weken in plaats van de enkele dagen die ervoor stonden. En hield ik dus, omgerekend, veel minder over dan het minimumloon dat ik postbestellend verdien. En als dat nu een opdracht was die ik inhoudelijk niet bijster interessant vond…..Nee. Het was een opdracht die ik helemaal zelf, volledig uit eigen interesse en op eigen initiatief met niet weinig moeite, aan de man gebracht had mij Trouw. Waar ik al heel lang ooit hoopte ‘binnen te komen.’

Wat AD(H)D precies is, weet niemand. Het enige dat vaststaat, is dat het te maken heeft met een stofje in de hersenen dat ervoor zorgt dat iemand afwijkend – soms langzamer, soms juist veel sneller (en geïrriteerder… ) – op prikkels reageert dan ‘normale’ mensen. Dreigende kastekorten alleen brengen mij niet, of pas héééééél laat, op de been. Spanningen thuis als gevolg daarvan, evenmin. Tegelijk kunnen spanningen, bijvoorbeeld uit faalangst waar ik iets héél graag wil of omdat een Baas iets van me wil waar ik het niet mee eens ben, me juist afremmen. Bijvoorbeeld om een artikel voor de deadline af te krijgen.

Mijn postbaan heeft me financieel weinig verder gebracht. Het kostte me namelijk erg veel moeite om die baan, een paar uurtjes per week maar, maar toch, te combineren met freelance schrijven. Een aantal deadline-loze opdrachten, met een gemiddelde waarde van een maandsalaris bij de post, ligt al maanden stil. Wel bracht het me een betere fysieke conditie en afstand. Afstand die nodig was om bewuster te kiezen voor wat  ik wèl en juist niet doe. En  om het vertrouwen (her-) op te bouwen dat ik nodig had om me met huid en haar in een volgend project te storten, dit keer vastberaden om dat te volbrengen.

Opdrachten naar aanleiding van deze blog zijn van harte welkom.