Tagarchief: achter de feiten aan

Nog een dagje

Er is ontzettend veel veranderd in mijn leven sinds ik deze blog startte, en misschien nog wel meer in de periode dat hij stil lag.  Het lesgeven heeft mijn eigen zenbeoefening verdiept, met resultaat. Ik heb meer overzicht, meer rust, meer focus, doe vaker wat ik van plan ben en krijg dus meer voor elkaar. Natuurlijk gaan er ook dagelijks dingen anders dan verwacht en zijn er verrassingen. Maar als ik daardoor het evenwicht al kwijtraak, vind ik dat doorgaans snel weer terug.  Dat voelt goed, heel goed.

Tegelijkertijd ben ik “er” nog lang niet, met dat overzicht en die rust. Het leven is oefenen. Vooral als het resultaat van oude patronen, uitstellen in het verleden, zich in duizelende cijfers op mijn beeldscherm en in bonnetjes met vraagtekens op mijn bureau laat zien. En dan de telefoon gaat. Ik wilde net schrijven dat ik me ervoor schaam dat ik opnieuw een dagje “boekhouding 2018” te doen heb, en het jammer vind dat het wegwerken van achterstanden nieuwe activiteiten in de weg zit. Maar vóelen, die schaamte en wat er nog meer zij, doe ik pas als ik opgenomen heb. Adrenaline giert door mijn lijf, mijn hartslag gaat snel. Ik weet dat de beller niets te verwijten valt en het lukt me om hem niet af te snauwen. Als ik ophang is het tijd voor pauze.

Nacht redt blog

Nou, zo gaat dat dus. Besluit ik niet te bloggen zolang er betaald werk op me wacht, kom ik niet meer aan bloggen toe. Ook niet aan de eindes der dagen. Geen tijd, geen rust, en ‘mag niet.’ Heb ik tijd en rust over, dan kan ik daarmee ook een acquisitie- of sollicitatiemailtje sturen.

Is geen verassing, dat het zo gaat. Ik weet, rationeel, dat er in de afgelopen jaren dagen zijn geweest dat er geen werk op me lag te wachten. Voor de geest halen kan ik die niet. Mijn ‘probleem’ is niet dat ik lui ben of te weinig te doen heb, maar dat Het Nooit Af is. Omdat ik  zelden goed kan inschatten wanneer iets af is, begin ik, voordat het ene af is, alvast aan het andere. Dus lopen dingen door elkaar heen, gaat de vaart eruit en is er dus altijd wel iets is waar ik mee achterloop. Beslissen dat ik ‘iets 1’ niet doe zolang ‘iets 2’ niet af is, is gevaarlijk voor ‘iets 1’. Vandaar dat ik graag stokken achter de deur heb. Die helpen me om onmogelijke keuzes – verwaarloos ik ‘iets 1’ of verwaarloos ik ‘iets 2 tot en met 100’? – te forceren.

Vaak is ‘iets 1’ iets sociaals. Of iets huishoudelijks. Of iets rond het thema ‘goed voor mezelf zorgen.’ Deze weken, tussen deadlines, naderende deadlines, heel mooie interviewgesprekken en workshoppromotie door, verwaarloos ik mijn blog. Onder andere. Tot nu. Ik blog nu. Lig ik ‘s nachts wakker, dan ben ik vrij van inkomensvergaring en andere verplichtingen. Vind ik. Vrij dus ook een beetje blij.

Dank, woelige nacht, je redt mijn blog.

Stok achter de deur worden voor deze blog, op welke wijze ook? Lees hier verder of neem contact op.

De lange route

de lange routeZaterdagochtend, een link in mijn Facebook-brievenbus: een artikel in Psychologie Magazine, ‘Mijn leven met ADD‘. ‘Shit’, denk ik, ‘weer te laat. Dat stuk had ik moeten schrijven.  Waarom loop ik toch altijd achter de feiten aan?’ Retorische vraag, die ik nu heel makkelijk zou kunnen beantwoorden met ‘tja, ADD…..’. Maar da’s te simpel. Er is genoeg dat ik, ADD of niet, wèl voor elkaar gekregen heb. En mijn mede-ADD-ende freelance-journalistieke collega Charlotte van Drimmelen deed het dus ook. En deed nog veel meer, zie ik als ik haar website bekijk. Tien jaar jonger en veel meer opdrachtgevers, au. Ik zie dat zo vaak, maar niet in combinatie met AD(H)D. Al weet ik inmiddels ook dat er aardig wat AD(H)D’ers in de journalistiek zitten.

Ik zet me over mijn jaloezie en ga lezen. ‘Goh, wat ben ik al een stuk verder’, schiet troostend door me heen, als ik lees over de caissière die Charlotte achterna rent omdat ze haar pinpas in het betaalapparaat liet zitten, over hoe Charlotte haar allerbraafste hond per ongeluk op het terras achterliet, hoe ze met haar armen vol boodschappen – ‘ik red me wel zonder tasje’ – naar huis loopt en dan pas bedenkt dat haar fiets voor de supermarkt staat, haar dagen zonder duidelijk begin en eind. Ik herken het structurele te laat komen, inclusief nahijgen van veel te hard fietsen en me een paar keer per dag verontschuldigen. De troep in huis. Die armen vol boodschappen en vergeten fiets. De afkeer van regels. Zij het, dat de extremen waarin Charlotte ze beschrijft, voor mij toch alweer best een poos tot het verleden behoren.

Wat me sterkt in de overtuiging dat mijn eigen zoeken, tien jaar langer dan zij, veel effect heeft gehad. Positief maar misschien ook negatief. Negatief in de zin dat de mantra ‘het zal wel weer niet lukken’ venijnig diep ingesleten zit. Het positieve is tastbaarder: de tijd dat ik een half uur naar mijn interviewaantekeningen moest zoeken voordat ik een artikel kon schrijven, ligt al jaren achter me. En ik durf te stellen dat ik tegenwoordig vaker ruim op tijd dan te laat op een afspraak ben.

Dat ging stapje voor stapje, via omwegen, terugvallen en oplevingen. Ik heb al beschreven hoe ik als kind leerde te schrijven wat ik niet vertellen kon. En hoe een podium me hielp om mijn verlegenheid te laten varen. Ik leerde ook al vroeg dat ik het prettig vond om alleen te zijn – overleggen is vreselijk lastig voor een verlegen chaoot. Ik zal in mijn jonge jaren nog wel meer strategieën hebben ontwikkeld, waar ik me niet eens bewust van ben. En vanaf mijn dertigste, ten tijde van mijn eerste burn-out, heb ik bewust hulp gezocht. Zo leerde een maatschappelijk werkster me dat collega’s het juist prettig vinden als je af en toe over iets persoonlijks praat, terwijl ik dacht dat ze me dan oppervlakkig of lui zouden vinden. Een psychologe wees me in 2001 al op de mogelijkheid dat ik ADD had en gaf me een boekje waarin ik vrijwel alles onderstreepte – zo blij was ik met alle herkenning en tips. Maar in de nacht voor de eerstvolgende sessie had ik zo slecht geslapen, dat ik tijdens die sessie te duf en onzeker was om daar een zinnig woord over te zeggen. Kort erna vertrok ik voor anderhalf jaar naar Argentinië en vergat dat hele ADD-verhaal.

Jaren na terugkomst liet een opruimcoach me zien dat opruimen een kwestie van kiezen is en dat ik zelfs de hardnekkigste stapel binnen korte tijd kan wegwerken zonder dierbare spullen roekeloos weg te gooien.  Mijn haptonome hielp me te voelen en erkennen wat mijn lichaam me te vertellen had, om te beginnen een hardnekkige neiging om heel hard weg te rennen als iemand te dichtbij kwam. Pas toen ik me daar bewust van was, kwam, deze week precies vijf jaar geleden, Erwin in mijn leven. Wat het op slag evenwichtiger, rustiger en gelukkiger maakte. Twee  jaar later begon ik met mediteren. Ik merk dat ik aarzel om het te schrijven, zelfs een beetje bang ben om ervan beschuldigd te worden dat ik, voor eigen gewin of voor het gewin van de zenschool, zieltjes wil winnen. Maar ik schrijf het toch, omdat ik het oprecht meen: als er voor mijn gevoel ìets is dat me werkelijk geholpen heeft om me beter te concentreren, niet meer op elke impuls te reageren, te relativeren, te focussen en, na elke slechte nacht of andere terugslag, snel het evenwicht terug te vinden, is het mediteren en zen. Met dank aan mijn zenleraar, dat natuurlijk wel, en aan degenen die me eerder hielpen. Zonder de eerdere stappen, had ik ook mijn nieuwste stappen niet gezet.

En toen kwam de laatste psycholoog, die me, mijn dank is groot, herinnerde aan ‘mijn ADD’. En toen het ADHD-centrum en deze blog.

Charlotte van Drimmelen vond heil in ritalin, in combinatie met een coach die haar basisvaardigheden voor het plannen bijbrengt en leert om minder emotioneel te reageren. Was ik bij die psychologe dik tien jaar geleden wakkerder geweest en had zij me de mogelijkheid gegeven, dan had ik waarschijnlijk ook voor die aanpak getekend. En daar was ik nu vast blij mee geweest.

Nu denk ik dat pillen me weinig extra’s te bieden hebben. Me eerder juist een opdonder geven, door de bijwerkingen. Toch ga ik over twee dagen naar PsyQ, een particuliere instelling voor geestelijke gezondheidszorg, voor diagnose-onderzoek. De afspraak staat nog van kort nadat ik gehoord had dat mijn ziektekostenverzekering geen coaching door het ADHD-centrum vergoedt. Behandeling, inclusief pillen, door PsyQ vergoedt ze wel.

Ik sta niet te springen. Mijn telefonisch intake liep aan de hand van een vragenlijst waarin niet alleen mijn onrust, impulsiviteit en slaapproblemen aan de orde kwamen, maar ook mijn drank- en drugsgebruik en eventuele zelfmoordpogingen. Wat voel ik me welkom. Maar ik kan mijn nieuwsgierigheid niet onderdrukken. Naar de uitkomst van de diagnose, naar wat de psychiaters me te bieden hebben, naar of ze me er werkelijk vooral als ‘zieke’ bekijken, zoals tot nu  toe leek. Ik zal proberen me open te stellen. Baat het niet dan schaadt het niet gaat hier niet op – al zal ik pas medicijnen slikken als ik het gevoel heb dat ik alle andere mogelijkheden heb benut. Ik hoop in ieder geval op mooi nieuw blogmateriaal.