Van achterstanden, hartkloppingen en de epidemie

Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen en stand van zaken: Blij dat ik slik – deel 5,  dag 3, 23 december 2015 en, onder andere, dag 28, 17 januari 2016.

‘Nu snap ik het’, zei ik toen op 23 december om kwart over zes de wekker ging. Ik had het artikel dat die dag af moest, ondanks enthousiasme, vlijt, pillen en dagje dierentuin in het vooruitzicht als het lukte, niet de vorige dag afgekregen. Maar de manier waarop het schrijven verlopen was, gaf me de hoop dat ik de afronding in twee uurtjes zou klaren. Vroeg op dus.
‘Ik begrijp het, allemaal’, vertelde ik verder. Was Erwin ook gelijk wakker. ‘Ik begrijp waarom veel mensen met ADHD zo ontzettend blij zijn met die pillen. Ik begrijp waarom artsen huiverig zijn om alternatieven voor te schrijven. En ik begrijp waarom je van deze pillen hartkloppingen kunt krijgen.’ ‘Klinkt als tijd voor een nieuwe blog.’ ‘Ja. Maar eerst moet mijn stuk af, want dan kan ik mee naar de dierentuin.’ Drie uur later zat ik er met mijn werk ‘net lekker in’ toen het telefoontje ‘en, ga je mee?’ kwam. Toch ging ik mee. Ik wist vrijwel zeker dat die avond wel zou lukken, of anders de volgende ochtend. En was een van mijn doelen, eerst met met mediteren, nu ook met pillen slikken, niet dat ik erdoor meer van mijn vrije tijd kan genieten?

Het begin van deze blog zit al in mijn hoofd sinds ik het bewuste artikel zoveel dagen later inleverde en een lijstje maakte van anekdotes en inzichten die ik mijn eerste week als ritalingebruiker opgedaan had. Als ik nu elke dag over twee van die items een blog, ben ik over twee weken ‘bij’, hield ik me voor. Vandaag, op dag 28, ligt dat lijstje onder een dikke stapel ‘to-do’ en ‘op te ruimen’ op mijn bureau. Mijn mailbox stroomde over van berichten over onderzoek door AVRO-KRO-onderzoeksprogramma Monitor, dat onderzoek doet naar wat ze de ADHD-epidemie noemen, de suggestie dat kinderen wel heel gemakkelijk het etiket ADHD opgeplakt krijgen en pillen moeten slikken terwijl gewoon de opvoeding of het onderwijs niet deugt. Ik heb weliswaar geen kinderen en weet niet van dichtbij hoe het er op scholen aan toegaat, maar als zo’n beetje half Nederland hier een mening over heeft, mag ik mezelf inmiddels als deskundig genoeg beschouwen om die ook te hebben en te delen. Maar ja. Ik heb dat labeltje ook, zelf om gevraagd zelfs, ook al dacht ik mijn eigen, medicijnvrije weg wel zo’n beetje gevonden te hebben.

Maar ja, ik heb dat labeltje, ADD, een vorm van ADHD en dus een goede verklaring, nee, geen excuus, ik had andere keuze kunnen maken, waarom ik nog niet gereageerd heb. Ik had nog wat werkachterstanden weg te werken en gezien de financiële achterstanden die ik ook heb, gaf ik die voorrang. De pilletjes hielpen me bij die keuze trouwens – heb, voor het eerst in mijn leven – nauwelijks het gevoel van keuzestress gehad.

Nu meng ik me dan toch, op mijn eigen, licht chaotische manier.
Mijn inzichten van dag drie als pillenslikker gelden nog steeds:
1: Mensen die ADHD hebben zijn vaak heel blij met medicijnen, omdat die dingen die voor anderen simpel lijken en voor ons niet, opeens veel gemakkelijker maken. Merkte ik al heel snel, merk ik nog steeds en is ongelooflijk fijn, bijna letterlijk.

2: Richten volwassenen met ADHD zich te zeer op andere dingen die hen helpen, dan kunnen zij daar al gauw relatief veel baat bij hebben – zij komen immers van ver.  Dat is dan natuurlijk mooi, maar als ze daarom geen medicijnen gebruiken, ontnemen zij zich een redelijk algemeen erkend middel dat hen veel gemakkelijker veel beter helpt.

3) Om ADHD-medicijnen verantwoord te kunnen gebruiken, moet je heel goed aanvoelen wat het met je lichaam doet. Laat dat nou net iets zijn waar mensen met ADHD veel moeite mee hebben. Neem mij: had in 2001 mijn eerste burn-out, leerde daar veel van maar zit nog steeds wel eens nachten achter elkaar te werken. Inmiddels heb ik zo vaak gehoord dat mensen met ADHD van hun arts een vaste hoeveelheid pillen moeten slikken en te horen krijgen dat ze bijwerkingen krijgen als ze dat niet doen. Ik heb inmiddels gemerkt hoe groot de verleiding is om een pilletje (extra) te nemen om slaapgebrek te compenseren of nog maar wat langer door te gaan. Vind je het gek dat mijn lichaam op den duur gaat protesteren? Jarenlange ervaring met slaapproblemen hebben me ook hartkloppingen en andere ellende bezorgd.

Mediteren heeft mij wat dit betreft heeeeeel veel geleerd, maar maakte ook dat ik soms erg boos op mezelf werd als ik dat dan niet deed of als iemand anders, zoals mijn geliefde man, mij ervan weerhield dat te doen (omdat hij van zijn recht om geluid te maken in zijn eigen huis gebruik maakte, bijvoorbeeld).

Dat ik deze blog nu wel schrijf, is niet omdat mijn werk helemaal af is, maar omdat ik over twintig minuten vertrek naar een zen-retraite en weet dat mijn blog wel heel erg lang stilstaat als ik nu niet schrijf.  Sinds ik met ADD bezig ben, nu twee jaar geleden, hield ik mezelf voor dat twee tot vier keer per jaar zo’n retraite doen me zou brengen wat anderen zeggen dat ritalin of andere ADHD-medicijnen hen brengen. Maar ja, ik had werk- en financiële achterstanden, dus dat kwam er niet van.

Ik heb er zin in, veel. Ben heel benieuwd wat het me brengt nu mijn leven in weer een heel andere fase beland is. De combinatie van mediteren en pillen, goed gedoseerd, zou voor mij persoonlijk wel een hèt recept kunnen zijn om eindelijk, op mijn 45, wat gemakkelijker verder te komen.

Muziek in mijn pauzes

Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen: Blij dat ik slik – deel 4,  dag 2, 22 december 2015

e9e404_c9e33de515d74f939a29e2e27420bc1dBoos was ik, op de ochtend na mijn eerste pilletje, boos en bang. Heel stiekem was ik ook vol verwachting. Maar dat ging ik zeker niet toegeven. Behalve dan, door, na klagen, rennen, néé, verdomme, niet mediteren, ‘daarvan Hebben Ze me de lol ontnomen’, tranen en ‘Wat nou, probéér het nu gewoon eens een poosje, makkelijk praten, jij weet niet wat ik allemaal voel!’, mijn tweede pilletje te nemen. Een kleintje opnieuw, 2,5 milligram, waarvoor ik het toch al kleine 10-milligramspilletje in vieren moest zien te splijten. De rare druk op mijn buik terwijl ik de voorgaande nacht lag te woelen, de ervaring dat wat ik, met veel geduld, toewijding, strijd soms ook omdat ik boos werd als iets of iemand me daarbij in de weg zat, heb aangeleerd als Hulpbron nummer één, mediteren, opeens niet meer hetzelfde effect had, tegelijk het ongekend wakkere gevoel tijdens het lezen en bloggen ‘s nachts, deden pijn. Pijn van verwarring, pijn van verdriet, pijn van een vorm van verraad aan mezelf.

En toch weer een pilletje dus. En drie uur later weer een, van dubbele omvang. En nog drie uur later weer één. Ondertussen vorderde mijn artikel langzaam. Het zijn geen wonderpilletjes. Het is niet zo, dat ik opeens alles wat ik wil doen snel en goed en moeiteloos af krijg. Helaas en gelukkig maar.

Ondertussen deden zich de eerstvolgende opmerkelijke nieuwe ervaringen voor.

Sinds een jaar of jaar of twee, toen ik het boek ‘Ik heb de tijd’ las, werk, schrijf en lees, ik vrijwel altijd in tijdspannes van veertig minuten. Wat ik ook doe (mits alleen), na veertig minuten gaat de wekker en neem ik een pauze. Dat kan een plas- en theezetpauze van enkele minuten zijn; vaak is het wat meer. Maar altijd, altijd, altijd, altijd, ja, altijd, dat is de bedoeling, is de pauze zo vrij mogelijk van prikkels. Geen krant, geen email, geen surfen, geen muziek, geen telefoon, geen conversatie. En àls die prikkels er wel zijn en ik ben niet degene die ze veroorzaakt, dan is dat vragen om mot. Dit  is overigens niet hoe de schrijver, zenmonnik Paul Loomans, het bedoeld heeft, in tegendeel. Voor mij is het zo gaan werken, omdat ik merk dat de structuur van 40 minuten concentreren – prikkelvrije pauze-40 minuten concentreren goed werkt. Heb bovendien menig afwasje weggewerkt in die prikkelvrije pauzes, dus mijn huis is er, in opgeruimdheid, gezelliger  op geworden. Het zorgt ervoor dat ik op een dag meer gedaan krijg, met meer voldoening als gevolg.

Op de eerste dag waarop ik de hele dag gebruikte, was ik niet boos  om ongevraagde muziek in mijn pauzes.

Op de eerste dag waarop ik de hele dag gebruikte, zette ik, in een van mijn pauzes zelf muziek op.

Op de eerste dag waarop ik de hele dag gebruikte, floot ik in minstens een van mijn pauzes.

En pakte ik, na elke pauze, de draad van mijn artikel weer op. Niet, zoals vaak, door eerst alles wat ik tot dan toe geschreven heb opnieuw te lezen en al doende maar weer eens te herschrijven, maar gewoon, verder schrijven waar ik gebleven was.

Noem dat maar ‘gewoon.’

Het artikel kwam niet af. Desondanks optimistisch, stond ik op het punt om met tja-bijna-deadline-je weet-nooit-hoe-dat-afloopt-slag om de arm afgesproken dierentuinuitje de volgende dag af te zeggen, want helaas, het is nog niet af, toen de telefoon ging. ‘We vertrekken morgen pas om half tien.’ Ik beloof niets. ‘Maar’, bedenk ik hardop, ‘in dat geval kan ik misschien toch mee.’

Onmiddellijk effect

Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen: Blij dat ik slik – deel 3,  dag 1, 21 december 2015

‘Het fijne van die medicijnen’, zie ik mijn psycholoog twee jaar geleden nog lachend zeggen, ‘is dat ze onmiddellijk effect hebben.’ Misschien repliceerde ik, dat dat voor mediteren ook geldt. Ik had toen in twee jaar tijd drie zen-retraites van een week achter de rug en was vol van de effecten. Misschien zei ik dat niet. Het klopt ook niet, dat mediteren altijd onmiddellijk effect heeft, afgezien van de eerste keren en/of als het langer dan vijfentwintig minuten ofzo achter elkaar doet. Hoewel ik andersom wel merk, dat niet-mediteren voor het slapengaan, zeker in drukke en/of emotionele tijden, de kans op een slapeloze nacht sterk vergroot.

Vergrootte, moet ik inmiddels zeggen.

Ik nam mijn eerste pilletje in gespannen sfeer. Spanning uit vrees voor het effect en spanning uit wederzijdse vermoeidheid leidend tot ruzie. Nog volledig in mijn pre-pilliaanse bewustzijn, stelde ik Erwin enkele minuten later voor om samen te mediteren. Even stilzitten is even geen olie op het vuur en daarmee een kans om de negatieve spiraal te doorbreken. Dat snelle effect heeft mediteren vaak dan weer wel.

Of er tijdens de volgende, stille, twintig minuten iets noemenswaardigs gebeurde, kan ik niet meer met zekerheid zeggen. Wel, dat ik daarna, zoals gepland, de keuken inging, een maaltijd voorbereidde en me er niet druk om maakte dat het al tegen achten liep. Wat bijzonder was, want ik verheugde me nog steeds op een gezellige, misschien wel romantische, avond en aangezien ik al tijden rond een uur of tien ‘s avonds instort, krijg ik van het vooruitzicht om na zevenen nog te moeten koken en eten, meestal de vervelende kriebels, een benauwd gevoel van ‘zie je wel, het zal wel weer niet lukken.’

Nu dus niet. Ik kookte minstens spreekwoordelijk fluitend, ging vervolgens opgeruimd aan tafel en had er wel weer zin in. Onmiddellijk effect numero één was binnen.

Helaas zijn voor het doorbreken van een gezamenlijke negatieve spiraal twee mensen nodig, plus wilskracht en enige emotionele stabiliteit. Een uur later vertrok ik in bijna-tranen richting bed, maakte binnen een minuut, in huis- annex meditatiekloffie rechtsomkeer naar de huiskamer en griste opnieuw de meditatiemat en het meditatiekussen tevoorschijn. Hier was duidelijk sprake van drukke en emotionele tijden. En aangezien slapeloosheid het pilleneffect was waar ik het meest voor vreesde, zat er niets anders op dan nog maar eens twintig minuten te gaan ‘zitten.’

Fout, weet ik nu. Onmiddellijk effect numero twee liet zich voelen: zoals ‘ritalin’ een pepmiddel is waar alleen mensen met AD(H)D rustig van worden, maakt mediteren ‘normale mensen’ aan het eind van de dag extra wakker en AD(H)D’ers juist rustiger. Maar niet als je het een met het ander combineert: nu werd ik er klaarwakker van. Lezen, waar ik, tegen bedtijd tegenwoordig meestal te moe voor ben (was…) maar wat nu prima lukte, kalmeerde me niet. Zo werd mijn eerste nacht als pillenslikker een doorwaakte.

Lastige patiënt

20160102_105605Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen: Blij dat ik slik – deel 2,  dag 1, 21 december 2015

Bij de apotheek ben ik opeens ben ik patiënt. De overhandiging van het recept, na uitleg over hoe de medicijnen werken en ingenomen dienen te worden, voelde nog als deel van een journalistiek onderzoeksproject, een samenwerking tussen Rob Pereira, als arts die zich vaak in de verdediging gedrukt voelt en voorzitter van de belangenvereniging en mijzelf,  als journalist en  wat zo mooi ‘ervaringsdeskundige’ heet.  Het meisje van apotheek Noordereiland heeft van dat spel geen weet.

Ik geef haar mijn recept.

‘Wat is uw geboortedatum?’

Ik noem mijn geboortedatum, een datum in het jaar 1970.

‘Is het voor het eerst dat u dit gaat gebruiken?’

‘Ja.’

‘Goed. U moet dit drie maal daags gebruiken,  steeds rond dezelfde tijd. Het effect merkt u naar een paar dagen. Als bijwerkingen kun je hoofdpijn krijgen en iets verminderde eetlust.’

‘Goh,  dat is iets anders dan wat de dokter mij vertelde.’ Laat ik het spel spelen, Pereira is nu inderdaad mijn dokter en ik begon dit experiment tenslotte óók als kritisch lid van belangenvereniging en journalist.

‘Houdt u zich aan wat de dokter u verteld heeft. Maar wij moeten dit zeggen.’

Ik protesteer maar even niet. Maar zo gaat dat dus. Heb ik net gehoord dat het medicijn na ongeveer drie uur uitgewerkt is, heb ik al heel vaak gehoord dat het direct effect heeft, heb ik diverse malen geschreven over hartkloppingen als mogelijke bijwerking en drukte Pereira me op het hart dat iedereen anders op de medicijnen reageert en dat je dus vooral zelf goed moet voelen op welke dosis je het best gedijt, komt dit meisje met ‘drie maal per dag op dezelfde tijd.’

Ze geeft  mij drie doosjes methylfenidaat. Waar ik de merknaam ritalin verwacht, staat HCI Sandoz. Ik herinner me dat tijdens de Impuls&Woortblind-vergadering mede-leden vertelden dat zij van de apotheek opeens een ander merk medicijnen kregen dan eerst en daarna meer bijwerkingen of minder van het bedoelde effect.

‘Ik dacht dat ik ritalin zou krijgen.’

‘Dat staat niet op het recept.’

‘Dat  is wel waar de dokter het over had.’

Meisje kijkt naar haar beeldscherm, typt wat in en zegt: ‘Uw verzekeraar vergoedt dat niet en dit wel.’

‘Daar ben ik mooi klaar mee.’

Goh, bedenk ik me, ik heb nooit eerder bij een apotheek moeilijk gedaan over het merk van een medicijn; vertrouw er altijd blind op dat het goed is.

‘U kunt ritalin alleen krijgen als er medische noodzaak voor is en dan moet de dokter dat op het recept zetten.’

‘Dan zal ik eerst eens met hem overleggen.’

Verdorie. Ik had deze middag meteen willen beginnen, niet  morgen als ik aan mijn deadlineartikel wil werken.

Ik stuur Pereira een mail, met dit verhaal, inclusief de gebruiksinstructie en bijwerkingenwaarschuwing en gevolgd door de vraag: ‘Kun je een recept voor ritalin aan mijn apotheek faxen? Of zal ik teruggaan en dat merkloze medicijn accepteren?’

Hij antwoordt vrijwel direct: ‘Ik zou het gewoon accepteren, het is vrijwel in alle gevallen bij de kortwerkende methylfenidaat hetzelfde, en laat de apotheek maar praten, echte onzin van die 3x per dag. Meestal moet je gewoon “ja mevrouw” zeggen.’

Je zou maar een andere dokter hebben, of zijn instructies niet goed begrijpen of erop vertrouwen dat als je de instructies van de dokter vergeten bent de apotheker het nog wel even duidelijk herhaalt, zoals ik vaak doe, en dus gelijk beginnen met 3 maal daags het dubbele van wat ik nu meestal slik.

Ik fiets terug, neem de doosjes in ontvangst en neem, een uur later,  mijn eerste pilletje.

Blij dat ik slik – deel 1, vertraagd wegens deadline

20151231_112407Gelukkig, ik ben geen ander mens geworden. Het artikel dat woensdag, nou-ja-goed-omdat-jij-het-bent-donderdag-is-ook-goed, af moest, stuurde ik dinsdag naar de redactie. 116 uur bruto, anderhalve werkdag netto te laat. In een periode waarin ik de kans erg klein acht dat de heren hoofd- en eindredactie werkelijk op de dag des deadlines met mijn stuk aan de slag wilden. Zonder overleg, want ik was er, zoals vaak, heilig van overtuigd dat het dit keer gewoon ging lukken, maar ook uit de hardnekkige gewoonte om zelf wel even te bepalen wat voor de ander belangrijk is, ging ik ervan uit dat er geen man overboord zou slaan. Heb anderhalf etmaal na inlevering nog geen blijk van ontvangst ontvangen, hetgeen mijn vermoeden bevestigt dat Ze er helemaal nog niet zo dringend op zaten te wachten. Op vakantie zijn misschien zelfs. Mooi is dat. Gelukkig heb ik deze deadline niet mijn Kerst laten bepalen en nam ik twee dagen voor de uitgestelde deadline zelfs een dagje vrij. Pilletjes 1 t/m 4 hadden namelijk een dusdanig effect op mijn geestelijke en fysieke conditie, dat ik zeker wist dit klusje in recordtijd te zullen klaren.

Niet dus. En ja dus, ik ben blijven slikken. Kortwerkend methylfenidaat, ritalin zeg maar, maar dan een ander merk, het spul dat beroemd en berucht is als middel om drukke schoolkinderen bij de les te houden. Nooit eerder wilde ik me erin verdiepen, maar nu ik dan toch begonnen ben, heb ik me door dokter Pereira – ziehier, een rolsverandering in mijn verhaal – laten duidelijk maken hoe het spul gebruikt dient te worden: ongeveer eens per drie uur, zo vaak op de dag als je zeker wilt weten dat je er zo goed mogelijk bij bent, een pilletje. De gangbare dosering per pil is 10 milligram, maar hij raadde me aan om te beginnen met 2,5 milligram en dan bij ieder volgend pilletje te bepalen of ik wat meer of juist wat minder dan de vorige neem, totdat ik erachter ben wat voor mij een goede standaarddosering is.

Vanochtend stuurde ik hem het overzicht van wat ik de afgelopen ruime week geslikt heb:

maandag 21 december
– 18.30 uur: 2,5 mg
dinsdag 22 december, schrijfdag:
– 10 uur: 2,5 mg
– 13 uur: 5 mg
– 16 uur: 5 mg
woensdag 23 december, twee uur schrijven, daarna dierentuin:
– 7 uur: 5 mg (na meditatie om 6.30 uur)
donderdag 24 december, schrijfdag tot 20 uur:
– 7 uur: 2,5 mg
– 10 uur: 5 mg
– 13 uur: 7,5 mg
– 6 uur: 10 mg
Eerste kerstdag, bezoek aan ouders, ‘s avonds gewerkt:
– 8.20 uur: +/- 2,5 mg
– 11.20 uur: +/- 3,3 mg
– 14.15 uur: +/- 3,3 mg
– 17.15 uur: +/- 5 mg
Tweede kerstdag, (schoon-)familiefeestje bij ons thuis:
– 4 x 5 mg, eerste om 11.15 uur, laatste om 19.30 uur.
zondag 27 december, op bezoek in Driebergen
– 3 x 5 mg, eerste om 11 uur, laatste om 17 uur.
maandag 28 december, schrijfdag tot 1.30 uur ‘s nachts
– 4 x 5 mg (om 6.00, 9.15, 12.10 en 15.30 uur) en 1 x 7,5 mg (18.30 uur)
dinsdag 29 december, interview, onverwachte ontmoeting, schrijven
– 4 x 5 mg, eerste om 8.15 uur, laatste om 17.40 uur.
woensdag 30 december, achterstallig (ander) werk
– 8.30 uur: 2,5 mg
– 11.30, 14.30 en 17.50 uur: 5 mg

Er is meer hetzelfde gebleven. Ik hield deze blog niet bij, terwijl Adds ontwikkelingen elkaar in rap tempo volgden. Ik presteerde het om een boek – ter recensie gekregen, over AD(H)D nota bene – kwijt te raken, ergens op het vertrouwde metro-en-wandeltraject van huis naar moeder naar vader naar moeder en terug naar huis. Ik liet mijn digitale postvak vollopen en liet vrijwel alle andere werkklussen die naast dat ene artikel echt ook nog moesten uit mijn handen vallen.

Tegelijk gebeurden er zoveel opmerkelijk prettige dingen, dat ik opeens bijna reclame zou willen maken voor ‘dat spul’. Zo ver is het nog niet. Ik zie nadelen, of op zijn minst risico’s. En ik ben te kort bezig voor een eindoordeel, als dat er ooit zou kunnen komen. Ik probeer graag nog een poosje door. En stel me tot doel – maar beloven doe ik niks – om de komende dagen met terugwerkende kracht mijn eerste bevindingen uit de doeken te doen.

Overstag?

20151222_112143Dubbele espresso is lekkerder. En mijn eigen cafetiere-koffie al helemaal. Of die minder effectief is dan een pilletje, dat weet ik nog niet.

Ik loop wat achter met mijn blog. Wie weet lukt het me vanaf vandaag om hem helemaal, zo real live mogelijk, up to date te houden. Gisteren aan het begin van de avond nam namelijk ik mijn eerste pilletje; vanochtend mijn tweede. Een kwartier voordat ik dat tweede nam, vond ik nog dat ik dat maar beter niet kon doen. Pilletje één, 2,5 milligram methylfenidaat, een kwart van de gangbare dosering per pil, heeft me namelijk mijn nacht gekost. Precies waar ik voor vreesde, precies datgene waar ik het allerliefst van alles dat Add me gebracht heeft vanaf wil: ik wist dat ik moe was, maar kon niet slapen. Dag nachtrust, dag productieve pre-deadlinedag – maalde ik de hele nacht.

Onrustig was ik niet, dat was dan wel weer bijzonder. Was ik alweer dagen achtereen wel geweest, niet vreselijk, wel vretend, alsof ik door de tijd, en alles wat ik daarin wilde doen, op de hiel gezeten werd en wist dat ik het bij mijn eerste de beste kleine misstap – sleutels vergeten dus bus gemist dus ….. enzovoorts – tegen hem zou afleggen. Zaterdag gewerkt, zondagochtend opgestaan vol plannen voor een vrije dag maar zondagavond chagrijnig naar bed gegaan omdat ik alleen de plannen van het type corvee had uitgevoerd en niet de Wat-werkt-Wel-Voor-Mij-types. Gisterochtend vol goede moed en plannen op, maar chagrijnig, want te laat voor mijn Hub-netwerkbijeenkomst en zonder mijn laatste pre-pillenblog af te kunnen ronden de deur uit. En dan had ik ook nog eens nauwelijks ontbeten terwijl Erwin dat ondertussen op zijn gemakkie wel gedaan had.

Eenmaal bezig ging het wel weer. Totdat het einde van de middag gekomen was, ik thuis, Erwin thuis, beide nog wat onafgestreepte to-do-lijstitems in gedachte, ik vol verwachting voor een rustige, gezellige, ja misschien wel intiem-romantische avond. Ruzie. En zou ik nu maar gelijk beginnen met die pillen waarvoor ik eerder op de middag naar Pereira (recept) en apotheek gefietst was, of was dit niet het  goede moment?

Ik besloot dat geen moment het perfecte zou zijn dus elk moment goed.

Maar waarom moest ik nu opeens toch aan die pillen?

Tja, daar had ik gisterochtend dus een blog over willen plaatsen. Het waarom van mijn welgemeend maar spontane positieve antwoord op de vraag of ik wat meer zou willen, wat mijn functioneren betreft. Dat ik me over het algemeen gelukkig voel, enthousiast de dag begin, blij ben met de dingen die ik doe en met de mensen om mij heen, maar dat grrrrrrrrr ik ervan baal, baal, baal, soms tot frustratie, woede, tranen, ruzie, vertwijfeling of welke andere weinig constructieve emotie dan ook aan toe. Dat ik van mijn helemaal niet zo dramatische functioneren namelijk nogal afhankelijk ben van ‘vooral niet te veel ‘drukte’ (kan de radio, internet, muziek bij de buren zijn, maar ook een vriendelijk aangeboden kopje thee) om me heen. Dat mijn meestal prima ontvangen werkprestaties me dan niet meer zo vaak als ooit gebruikelijk meer mijn nachtrust, maar nog wel vaak mijn vrije tijd en sociale leven kosten en ik tegelijkertijd nauwelijks kan rondkomen van de opbrengsten ervan. En dat ik me daarvoor, en voor nog zo het een en ander, schaam. Wat heeeeel veel energie kost, me afremt en erg vervelend is.

Maakte ik vrijdag ofzo een afspraak om een recept te gaan halen, hoor ik zondag dat ik een beurs krijg voor een zenretraite in januari.  Laat  ik nu al twee jaar hopen op de mogelijkheid tot zo’n retraite – een week lang dag in dag uit, van ‘s ochtends vroeg tot een na tienen ‘s avonds, mediteren – omdat ik, op basis van drie pre-diagnose zenretraite-ervaringen, verwacht dat ik daarna weer makkelijk een half jaar met veel meer focus, vertrouwen en plezier in het leven sta en dus voorlopig echt geen pillen nodig heb.

De nieuwsgierigheid had al gewonnen. Want ook dat is een reden om het maar eens te proberen. Al is het maar bij wijze van experiment, zodat ik weet waar het over gaat en ik er met meer recht van spreken over mee kan praten.  Mijn eerste ervaringen: gemengd. Was inderdaad binnen no-time opmerkelijk wakker en, prettiger nog, minder bezorgd over de vraag of alles wat ik vandaag wil, wel gaat lukken. Maar ik lag wakker, voelde een rare druk op mijn buik en kwam niet meer los van het chagrijn dat ontstond toen aan het begin van gisteravond duidelijk werd dat het niet de avond werd waarop ik hoopte.

Nu, tegen elf uur ‘s ochtends, na ontbijt, hardlooprond en ge-blog, begint de ultieme test: ga ik mijn deadline halen?

Onverantwoord

"DEU BSer Weihnachtsmarkt Bratwurststand Schlemmerking EV MSZ091126" by Monstourz - Own work. Licensed under CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons - https://commons.wikimedia.org/wiki/File:DEU_BSer_Weihnachtsmarkt_Bratwurststand_Schlemmerking_EV_MSZ091126.jpg#/media/File:DEU_BSer_Weihnachtsmarkt_Bratwurststand_Schlemmerking_EV_MSZ091126.jpgDe cijfers duizelen me nog steeds. Vijf doden door ADHD in het verkeer, twintig procent van de automobilisten met ADHD die geregeld slaperig achter het stuur zit. De vraag laat me niet meer los: zou ik in 2003 een verkeersongeluk hebben gehad als ik toen al mediteerde of ADHD-medicatie gebruikte? Ook tijdens het afgelopen weekendje weg, met Erwin en een Vriendin, in het huis van Vriendin in een slaperig stadje in Duitsland.

We waren nog maar net onderweg, toen ik, opgepropt op de achterbank van Vriendins auto, in slaap viel. Tegen middernacht op de plek van bestemming, zocht ik een paar kussens bij elkaar, wurmde me daar bovenop en ging mediteren – had ik dat niet gedaan, dan had ik de nacht waarschijnlijk klaarwakker op de bank van dat Duitse huis doorgebracht. Mijn autoslaap was zo licht dat ik urenlang gebabbel tussen automobiliste en bijrijder had meegekregen, bovengenoemde cijfers en vraag nog tollend in mijn hoofd. De bestemming overdonderde me: een groot huis, verdonkerd met rolluiken en vol grote meubels, barokke gordijnen en vloerkleden. ‘Bubbels’ genoeg dus, in Zen.nl-termen, ervaringen die, zonder meditatiesessie, nog uren of langer mijn lijf en hoofd onrustig hadden gehouden.
Nu sliep ik tot ver na ochtendgloren. Terwijl Erwin en Vriendin boodschappen deden, installeerde ik me in trui, fleece, winterjack en deken op een kussentje op het semi-overdekte terras. Kou en wat er van mijn slaap over was, maakten in mijn beleving plaats voor getjilp en winterfrisheid.

Het ontbijt had ik niet in de hand. Croissants, verse jam, kaas, warme broodjes en taart waren er, fruit en noten ontbraken. Een half jaar geleden had ik me de koningin te rijk gevoeld, nu knaagde het. Als er een moment van de dag is waarop mijn nieuwste recept voor extra fitheid – meer fruit, noten, minder zoet, minder brood – me geen moeite kost, is het thuis bij het ontbijt. Ik miste mijn fruit en noten. Prompt was de slaperigheid – o ja, die deadline van eerder die week haalde ik nachtbrakend – terug. In mildere vorm weliswaar, maar terug is terug. Mijn onbehagen vertaalde zich in geërgerd verzet. Helemaal toen Vriendin na een kwartier uitriep: ‘Zo, nu gaan we naar de Kerstmarkt’, vijf minuten later jas-aan-schoenen-aan buiten stond en Erwin tien minuten daarna zijn hoofd om de badkamerdeur stak met een blik van ‘Waar blijf je nou?’ Dit voelde groter dan miscommunicatie over de invulling van ons langverwachte weekendje weg. Nee, het was ‘Zij zijn stom’ vermengd met ‘neus op de feiten’: ‘Ik heb ADD, ben dus vaak slaperig en altijd langzamer dan de rest.’

Tijdens de Kerstmarkt-expeditie – Vriendin had haast en wilde ons vooral veel Speizen laten proeven – mengde de verzetsergernis zich met melancholie en pijnlijk besef: hé, ik ben slaperig zoals ik me ‘vroeger’, alleenlevend en zonder meditatie-ervaring, in mijn vrije tijd vrijwel altijd voelde. Een dubbele espresso zou er wel in gaan. ‘Grappig’, schoot me te binnen’, destijds achtte ik me zonder koffiestart tot niets zinnigs in staat – dat overkomt me nu zelden meer. De middag was bovendien nog jong, terwijl ik destijds blij was als ik op vrije dagen tegen drieën voor het eerst buiten kwam.

Het pijnlijke: ‘hé, voor mij horen slaperigheid en espresso-behoefte bij ADD – minstens als bijgevolg van de modus ‘wat-‘iedereen’-lukt-moet-mij-ook-lukken,-sterker,-ik-zal-ze-eens-laten-zien-dat-ik-het-zelfs-beter-kan’, in combinatie met vaak slecht slapen. Nog pijnlijker: ‘Ik weet zoooooo goed wat wel (mediteren, fruit) en niet (uren gebabbel om me heen, broodjes met zoet, drukte, nachtbrakend deadlines halen) goed voor me is en toch, grrrrrrrrrrr, laat ik het soms zomaar gebeuren dat ik vooral doe wat me suf maakt en laat waar ik me fit door voel.

Anders pijnlijk: Weten wat werkt schept verantwoordelijkheid; weten wat het risico is van dingen doen niet werken – vijf verkeersdoden door AD(H)D in het verkeer, ooit bijna zelf aan het ergste ontkomen – nog meer. De gedachte die zich aan me opdringt is: ‘ik kan en mag niet meer terug naar de tijd dat ik niet mediteerde, nachtbraken een gewoonte was en pas echt ongezond at’ – broodjes met jam zijn heus niet zo vreselijk. Rob Pereira gebruikte de term ‘onverantwoord’. Ik kom tot de vraag: ‘stel dat ik pillen zou proberen en merken dat ik dan nog minder vaak versuft rondloop, en me minder erger als iemand mijn hardnekkig gekoesterde wat-werkt-welgewoonten door de war schopt, kan ik dan ooit nog terug?’

‘Vind je dat je er nu bent, wat functioneren betreft, of zou je meer willlen’, vroeg Pereira, vriendelijk, aan het eind van ons gesprek. ‘Het zou beter kunnen’ antwoordde ik voordat ik er erg in had. Wil ik medicijnen proberen, al is het maar om het effect te ervaren, dan wil hij me daar wel aan helpen.

Als ik hem de volgende dag toevallig weer ontmoet geef ik toe dat die uitsmijter van ons gesprek me tot dan toe nog het meest heeft bezig gehouden. ‘Maar ik roep al anderhalf jaar dat ik niet aan pillen begin en ik vind ze eng. ‘ Mensen doen altijd alsof het zoveel voorstelt’ zegt hij, ‘maar zo is het niet’, zegt hij. ‘Vergelijk ADHD-medicatie met dubbele espresso. Een oppepper. Maar dan effectiever en minder ongezond.’ ‘Jaja’ denk ik. En: ‘Er moeten alternatieven zijn.’ Maar mijn nieuwsgierigheid begint het te winnen.

Ongeluk in een ander licht of Vandaar, die medicijnen

‘Laten we eerst eens benoemen wat ADHD is.’
Ik heb het maar gewoon gevraagd. ‘Waarom doen jullie – professionals en ervaringsdeskundigen die zich inzetten voor de belangen van mensen met AD(H)D – alsof medicijnen, liefst ritalin en concerta, het enige is dat echt helpt voor mensen met AD(H)D? Waarom lijkt dat meestal het eerste antwoord op de diagnose zelfs, waarom kijken jullie niet eerst verder?’

Ik vraag het aan Rob Pereira, kinderarts en voorzitter van belangenvereniging Impuls&Woortblind. Tot voor kort ‘kende’ ik hem als schrijver van naschriften bij artikelen over niet-medicinale aanpakken bij ADHD, waarin de strekking steeds was: ‘Harde wetenschappelijke bewijzen dat het werkt zijn er niet, dus gooi niet je pillen weg om met dit andere te experimenteren.’ Inmiddels weet ik, dat hij in de jaren tachtig, toen ADHD nog nauwelijks bekend was, voor het eerst ADHD bij kinderen ontdekte, ritalin voorschreef en zag dat veel kinderen zich daarmee een stuk minder ongelukkig voelden. In een mailwisseling die volgde op de lezing van Peter Gøtzsche (‘Huisarts doodt één patiënt per jaar’) stel ik voor het eens over mijn vraag te hebben. Ik kan blijven zeggen dat ik het niet begrijp en me opwinden over hoe ik (neig te) denk(en) dat het is, maar daar komt niemand een stap verder mee. Hij schrijft me dat er altijd mensen zijn die naar eer en geweten medicatie voorschrijven en eerlijke voorlichting proberen te geven en dat hij zich vaak moet verdedigen omdat hij voorschrijver is en dus ‘heult met de industrie.’ Maar hij wil wel met me praten.

Om verwarring te voorkomen begint hij het gesprek ongeveer zo: ‘Een volwassene die ik de diagnose ADHD geef, is iemand die heel erg zijn best om meer structuur in zijn leven te krijgen en beter te kunnen functioneren en dat maar niet lukt. Of die het redt dankzij een partner alles overneemt. Meestal heeft iemand al van alles geprobeerd voordat ik hem of haar zie, aan therapieën, coaching, ja, vaak ook mindfulness. Soms is iemand ook al bij Cathelijne (Wildervanck, oftewel het ADHD Centrum, waar ik mijn opleiding ‘Effectief met ADHD’ volgde) geweest en toch blijft die persoon vastlopen. Gaat het wel goed, dan krijgt iemand de diagnose ADHD niet.’
‘En hoe gaat het normaal gesproken verder, als iemand de diagnose krijgt?’

‘We beginnen met psycho-educatie. Vertellen wat AD(H)D is, wat de eerste dingen zijn die je kunt doen – van ‘gebruik een agenda’ tot leef gezond’ – en ook wat de positieve kanten van AD(H)D kunnen zijn. Vervolgens bespreken we de mogelijkheden voor behandeling.’ Is er sprake van een ernstige mate van AD(H)D, dan gaat dat verhaal bij Pereira vrijwel direct over medicijnen, al noemt hij, afhankelijk van wat iemand allemaal al geprobeerd heeft, ook andere mogelijkheden – zoals mindfulness, bepaalde diëten, neurofeedback. Overigens eerder ter aanvulling op dan als alternatief voor medicatie. Bij matige AD(H)D kan hij aanraden om eerst verder te kijken. ‘Tenzij iemand zelf graag medicijnen wil.’ Zelf heeft hij in ieder geval geen enkel probleem met medicijnen, vooral omdat hij meestal ziet dat mensen er heel blij mee zijn. Pereira: ”’Ik kan dingen waarvan ik nooit gedacht had dat ik ze kon’, dat hoor ik zo vaak.’

‘Maar die bijwerkingen dan? Driekwart van de deelnemers aan onderzoek van Impuls&Woortblind naar bijwerkingen van AD(H)D-medicatie heeft last van gemiddeld drie bijwerkingen. Verminderde eetlust, hartkloppingen en het zogenoemde rebound-effect, noemen zij het meest. Dat is niet mis?’

‘Heb je gekeken naar de mate waarin ze last hebben van die bijwerkingen?’ Volgens Pereira valt dat meestal wel mee. Hij raadt zijn patiënten aan om bij te houden waar zij last van hebben en om, als ze meer last hebben van de bijwerkingen dan baat van waar de medicijnen voor bedoeld zijn, dat aan te geven. Dan kijkt hij samen met hen hoe ze verder gaan: een andere dosering, ander gebruik (alleen in tijden van stress in plaats van een dagelijkse dosering, of andersom), een medicijn tegen de bijwerkingen, andere medicijnen of een niet-medicinale oplossing. ‘Waar het ons uiteindelijk om gaat, is dat de patiënt autonomie heeft. Ik kan niet voelen wat hij voelt, dus hij is degene die bepaalt. Helaas hoor ik nogal eens dat iemand van zijn psychiater te horen krijgt dat hij perse een bepaalde dosering moet gebruiken. ‘Dat is stom. Iedereen reageert anders op die medicijnen, dus geen enkele behandelaar kan zeggen wat precies wel of niet werkt. Als vereniging zeggen we dus, dat vooral behandelaars ook betere psycho-educatie moeten krijgen. Bijwerkingen zijn meestal het gevolg van niet goed afgestemd gebruik.’

Ik ben niet nog niet overtuigd. ‘Medicijnen die hartkloppingen kunnen veroorzaken, daar moet je toch héél voorzichtig mee zijn?’
‘Niemand gaat dood aan ritalin of concerta. Aan teveel water drinken kun je doodgaan, aan ritalin of concerta niet eens als je er veel teveel van neemt. Ja, er zullen gevallen zijn waarin iemand die deze ADHD-medicijnen gebruikt hartfalen krijgt. Maar dan is er altijd meer aan de hand – dan heeft iemand al ernstige hartklachten.’

Pereira vervolgt, rustig en fel tegelijk: ‘Stel dat er jaarlijks twee doden vallen door de bijwerkingen van ADHD-medicatiem weegt dat dan op tegen de vijf doden die vallen door ADHD in het verkeer? Daar hoor ik nóóit iemand over!’

nasleep van mijn ongeluk in 2003, ruim zeven jaar later, kort na een zoveelste operatie aan aan mijn hand
Mijn ongeluk, in 2003, had een lange nasleep. In 2010 werd ik bijvoorbeeld voor de zoveelste keer geopereerd aan mijn linkerhand, die nooit hersteld is van de klap die ik toen opliep.

Ik schreef al eens over het verkeersongeluk dat ik in 2003 had, twee maanden na thuiskomst van een dik anderhalf jaar bonnefooi correspondentschap in Buenos Aires. In de vroege ochtend werd ik, op de fiets op enkele tientallen meters van mijn huis in het rustige Rotterdamse wijkje Noordeiland, ‘geschept’ door een auto. Wat er precies gebeurd is zal ik nooit weten – ik liep een hersenschudding op en kan me de klap niet meer herinneren. Maar er staat me vaag iets bij, dat de auto in kwestie niet zo hard reed, maar dat ik tegen het verkeer inreed en gewoon niet goed oplette. Ik weet in ieder geval nog, dat ik, toen ik enkele minuten eerder de deur achter me dichttrok dacht: ‘Vanavond moet ik echt eens vroeg naar bed.’

Ik zoek wetenschappelijke cijfers over ADHD en verkeersongelukken en vind een artikel over een recent onderzoek onder een kleine vijfhonderdduizend automobilisten in de Verenigde Staten. De automobilisten met ADHD waren vaker betrokken bij een verkeersongeluk door onoplettendheid èn vaker betrokken bij een verkeersongeluk omdat zij vaker, 20,5 procent van de tijd versus 7,3 % van de automobilisten zonder ADHD, slaperig achter het stuur zaten. De andere cijfers duizelen me, ook door wat ze me vertellen.

Stel nu dat ik, gelijk toen mijn eerste psycholoog in 2001 zei dat ik waarschijnlijk ADD heb, met meditatie was begonnen? Als het even kan, onder vergelijkbare omstandigheden als die waarin ik dat ruim twaalf jaar later deed (vriendin als zenleraar, vriend die dagelijks mee-oefent)? Was ik dan alsnog even later zonder geld en contract naar Argentinië vertrokken? Of had ik dat uitgesteld tot ik beter voorbereid was? Als ik wel gegaan was – het ticket lag immers al klaar – was ik dan misschien eerder teruggekomen, toen Argentinië, de ergste crisis achter de rug en Willem-Alexander en Máxima getrouwd, uit het nieuws verdween en mijn inkomsten kelderden? Had ik dan in 2003 torenhoge schulden en dat ongeluk gehad? Had ik dan nu een inkomen boven bijstandsniveau gehad? Dat alles anders was gelopen, daar twijfel ik niet aan, maar hoe anders, dat zullen we nooit weten.

En als ik in 2001 ritalin of concerta was gaan gebruiken? Dat ligt meer voor de hand dan dat ik – geregeld – was gaan mediteren; mijn omstandigheden van toen waren immers niet de omstandigheden van nu. Ik kan me alleen niet herinneren dat de psychologe erover begon. In het boek dat zij me na  mijn officieuze diagnose meegaf, Aandacht een kopzorg  van Katleen Nadeau werd de optie wel genoemd, maar ik kan me niet herinneren dat ik het serieus overwogen heb.

Was ik Pereira’s patiënt geweest, dan was de keuze tussen de drie opties (mediteren, medicijnen of niets) uitgekomen op medicijnen. Omdat er voor effecten van meditatie op ADHD geen officieel en hard wetenschappelijk bewijs is. Zowel ‘gokken’ als ‘niets doen’ had hij onverantwoord gevonden.

Deze blog is mede tot stand gekomen dankzij een stok achter de deur van Hanneke Dijkman, loopbaancoach, zenleraar en de vrouw achter Een 10 voor werkgeluk. Omdat ik bloggen naast mijn betaalde werk doe, terwijl het me aardig wat moeite kost om van dat betaalde werk rond te komen, laat ik mij sponsoren via een stok achter de deur. Redactionele invloed hebben de sponsoren nooit, maar ik vermeld natuurlijk wel hun naam en bedrijfsnaam: Dank je Hanneke!

Ook een blog sponsoren? Zie ‘Add&Anke doen het niet alleen.’

Post-deadlinestressdieptepunt-en-Sint-overwegingen in noodgedwongen pauze – deel 2

fotoGa ik inderdaad naar buiten, stap ik, na een overweging of vijftien, in de bus richting metro richting mijn moeder die ik een zieken- en post-Sinterklaasbezoekje had beloofd, bel ik haar op, zegt zij: ‘Dit klinkt als gekkenwerk, we zien elkaar van de week wel’, stap ik uit, waai ik langs de kade terug naar huis, vallen er kwartjes. Enkele kwartjes over de opdrachttekst die op voltooiing wacht, maar vooral kwartjes in antwoord op mijn vraag waarom ik mijn deadline dreig te missen terwijl ik de afgelopen week het ene na het andere Sinterklaasgedicht uit mijn pen kreeg:

– o ja, ik was ziek, deze week. Snotterdesnotter, een bonkend hoofd, slechte nachten en toch ging ik door, tot en met vandaag, zondag na Sinterklaas. En tja, dat een opdracht voor een nieuwe opdrachtgever enige extra spanning oproept, is een mij bekend verschijnsel.

– o ja, mijn ‘dat-moet-ik-toch-kunnen-modus’ is nogal opdringerig en eigenwijs

– ja en nee, is het verschijnsel deadline-voor-nieuwe-opdrachtgever en Sinterklaasgedichten voorrang geven, een gevalletje van ‘typisch AD(H)D’:

— Ja, moeite hebben met plannen, prioriteiten stellen en ‘moeten’, zijn bekende AD(H)D-symptomen, kreeg ik de afgelopen week bevestigd tijdens een event van de belangenvereniging, waarbij een ervaringsdeskundige moeder en ADHD-coach  met haar zoon, ook met ADHD, een presentatie hielden over ‘Hoe leer je je eigen gebruiksaanwijzing kennen.’

—- Nee. Bij de Impuls-bijeenkomst ging het over ‘waar-hebben-wij-met-ADHD-of-ADD-het-allemaal-moeilijk-mee-en-welke-trucjes-zijn-er-om-de-schade-te-beperken?’ en eerlijk gezegd heb ik daar moeite mee. Het gaat in tegen wat ik leerde bij het ADHD Centrum, namelijk: ‘Zoek naar: ‘Wat Werkt Wel Voor Mij’. Lijkt hetzelfde maar is heel anders: trucjes zijn algemeen en wat voor mij werkt is individueel. Wat Voor Mij Werkt is: ‘Waaien langs de kade. Dan valt er spanning van me af, kan ik relativeren, word ik blij en krijg ideeën. Hoe harder het waait, hoe beter.’

– Hé, ook Sinterklaasgedichten schrijven is een typische ‘Wat-werkt-wel-voor-mij’: dat kan ik zelfs met een verkouden hoofd, of misschien dan zelfs beter. Ik word er zo blij van, dat ik vergeet dat ik me snotterig voel. Plezierig en lastig tegelijk. Het verklaart in ieder geval waarom ik, de morning after pakjesavond en snotterweek, slaap- en energietekorten nog nauwelijks aangevuld, vol goede moed, zo niet overmoedig, aan het echte werk ga. Wat ik misschien niet had moeten doen. Maar ja.

En nog zo het een en ander aan kwartjes-inzichten. Dat ik het allemaal allang weet, bijvoorbeeld. Maar dat wist ik al.

Post-deadlinestressdieptepunt-en-Sint-overwegingen in noodgedwongen pauze

Het is weer zover.
Heb ik een leuke klus, twee weken terug enthousiast aangenomen want perfect passend bij waar ik tegenwoordig zoal mee bezig ben, kan de inkomsten bovendien natuurlijk  goed gebruiken, overzichtelijk en niet al te ingewikkeld, met mooie vooruitzichten als ik hem naar tevredenheid volbreng, dus, ja graag, doe ik. Werd deze week slechts onderbroken door enkele achterstallige interviews en een Sinterklaasgedicht of zes, en pakjesavond maar om zeven uur vanochtend was ik spontaan wakker, dus ging ik vol goede moed aan de slag voor een finishing touch. Loopt de middag ten einde, loop ik vast. Vast, vaster, vast. Op de dag voor de deadline. Alsof ik niets geleerd heb van de gevolgen van mij dieptepunt op deadlinestressgebied eerder dit jaar.

Hoe strenger ik mezelf toeroep dat ik mezelf niet streng toeroepen moet, want mezelf streng toeroepen heeft een remmende werking op mijn creatieve en constructieve denkvermogen, des te strenger word ik. Des te korter worden de kladteksten, telkens opnieuw en opnieuw en opnieuw begonnen, des te harder bonkt mijn hart. En nee, ik gebruik nog steeds geen medicijnen waarbij hartkloppingen als bijwerking in de bijsluiter staan.

Ik snap het niet en tegelijk o zo goed
gisteren en eergisteren rijmde ik vol goede moed
hele gedichten bij elkaar
voor naasten maar ook voor haar
die ik voor de tweede maal zag
wel graag mag
maar nog nauwelijks ken
ze vloeiden zonder al teveel moeite uit mijn pen
geloof het of niet
vraag het, als je wilt, aan Piet
die gedichten waren van veel hogere kwaliteit
dan wat hier en nu uit mijn stressvingers glijdt

<……..>

en wéér loop ik vast
want ook deze onderbreking van ‘wat moet’ voor ‘wat leuk(er) is’
moet van net wat hoge kwaliteit zijn dan wat spontaan komt, vind ik blijkbaar.

Pauze dus. Nu even echt. Weg van bureau, naar buiten misschien.
Pas als ik er helemaal uit ben geweest mag ik verder.

Naschrift: eruit gaan deed me goed. Lees hier hoe de kwartjes vielen.