Van achterstanden, hartkloppingen en de epidemie

Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen en stand van zaken: Blij dat ik slik – deel 5,  dag 3, 23 december 2015 en, onder andere, dag 28, 17 januari 2016.

‘Nu snap ik het’, zei ik toen op 23 december om kwart over zes de wekker ging. Ik had het artikel dat die dag af moest, ondanks enthousiasme, vlijt, pillen en dagje dierentuin in het vooruitzicht als het lukte, niet de vorige dag afgekregen. Maar de manier waarop het schrijven verlopen was, gaf me de hoop dat ik de afronding in twee uurtjes zou klaren. Vroeg op dus.
‘Ik begrijp het, allemaal’, vertelde ik verder. Was Erwin ook gelijk wakker. ‘Ik begrijp waarom veel mensen met ADHD zo ontzettend blij zijn met die pillen. Ik begrijp waarom artsen huiverig zijn om alternatieven voor te schrijven. En ik begrijp waarom je van deze pillen hartkloppingen kunt krijgen.’ ‘Klinkt als tijd voor een nieuwe blog.’ ‘Ja. Maar eerst moet mijn stuk af, want dan kan ik mee naar de dierentuin.’ Drie uur later zat ik er met mijn werk ‘net lekker in’ toen het telefoontje ‘en, ga je mee?’ kwam. Toch ging ik mee. Ik wist vrijwel zeker dat die avond wel zou lukken, of anders de volgende ochtend. En was een van mijn doelen, eerst met met mediteren, nu ook met pillen slikken, niet dat ik erdoor meer van mijn vrije tijd kan genieten?

Het begin van deze blog zit al in mijn hoofd sinds ik het bewuste artikel zoveel dagen later inleverde en een lijstje maakte van anekdotes en inzichten die ik mijn eerste week als ritalingebruiker opgedaan had. Als ik nu elke dag over twee van die items een blog, ben ik over twee weken ‘bij’, hield ik me voor. Vandaag, op dag 28, ligt dat lijstje onder een dikke stapel ‘to-do’ en ‘op te ruimen’ op mijn bureau. Mijn mailbox stroomde over van berichten over onderzoek door AVRO-KRO-onderzoeksprogramma Monitor, dat onderzoek doet naar wat ze de ADHD-epidemie noemen, de suggestie dat kinderen wel heel gemakkelijk het etiket ADHD opgeplakt krijgen en pillen moeten slikken terwijl gewoon de opvoeding of het onderwijs niet deugt. Ik heb weliswaar geen kinderen en weet niet van dichtbij hoe het er op scholen aan toegaat, maar als zo’n beetje half Nederland hier een mening over heeft, mag ik mezelf inmiddels als deskundig genoeg beschouwen om die ook te hebben en te delen. Maar ja. Ik heb dat labeltje ook, zelf om gevraagd zelfs, ook al dacht ik mijn eigen, medicijnvrije weg wel zo’n beetje gevonden te hebben.

Maar ja, ik heb dat labeltje, ADD, een vorm van ADHD en dus een goede verklaring, nee, geen excuus, ik had andere keuze kunnen maken, waarom ik nog niet gereageerd heb. Ik had nog wat werkachterstanden weg te werken en gezien de financiële achterstanden die ik ook heb, gaf ik die voorrang. De pilletjes hielpen me bij die keuze trouwens – heb, voor het eerst in mijn leven – nauwelijks het gevoel van keuzestress gehad.

Nu meng ik me dan toch, op mijn eigen, licht chaotische manier.
Mijn inzichten van dag drie als pillenslikker gelden nog steeds:
1: Mensen die ADHD hebben zijn vaak heel blij met medicijnen, omdat die dingen die voor anderen simpel lijken en voor ons niet, opeens veel gemakkelijker maken. Merkte ik al heel snel, merk ik nog steeds en is ongelooflijk fijn, bijna letterlijk.

2: Richten volwassenen met ADHD zich te zeer op andere dingen die hen helpen, dan kunnen zij daar al gauw relatief veel baat bij hebben – zij komen immers van ver.  Dat is dan natuurlijk mooi, maar als ze daarom geen medicijnen gebruiken, ontnemen zij zich een redelijk algemeen erkend middel dat hen veel gemakkelijker veel beter helpt.

3) Om ADHD-medicijnen verantwoord te kunnen gebruiken, moet je heel goed aanvoelen wat het met je lichaam doet. Laat dat nou net iets zijn waar mensen met ADHD veel moeite mee hebben. Neem mij: had in 2001 mijn eerste burn-out, leerde daar veel van maar zit nog steeds wel eens nachten achter elkaar te werken. Inmiddels heb ik zo vaak gehoord dat mensen met ADHD van hun arts een vaste hoeveelheid pillen moeten slikken en te horen krijgen dat ze bijwerkingen krijgen als ze dat niet doen. Ik heb inmiddels gemerkt hoe groot de verleiding is om een pilletje (extra) te nemen om slaapgebrek te compenseren of nog maar wat langer door te gaan. Vind je het gek dat mijn lichaam op den duur gaat protesteren? Jarenlange ervaring met slaapproblemen hebben me ook hartkloppingen en andere ellende bezorgd.

Mediteren heeft mij wat dit betreft heeeeeel veel geleerd, maar maakte ook dat ik soms erg boos op mezelf werd als ik dat dan niet deed of als iemand anders, zoals mijn geliefde man, mij ervan weerhield dat te doen (omdat hij van zijn recht om geluid te maken in zijn eigen huis gebruik maakte, bijvoorbeeld).

Dat ik deze blog nu wel schrijf, is niet omdat mijn werk helemaal af is, maar omdat ik over twintig minuten vertrek naar een zen-retraite en weet dat mijn blog wel heel erg lang stilstaat als ik nu niet schrijf.  Sinds ik met ADD bezig ben, nu twee jaar geleden, hield ik mezelf voor dat twee tot vier keer per jaar zo’n retraite doen me zou brengen wat anderen zeggen dat ritalin of andere ADHD-medicijnen hen brengen. Maar ja, ik had werk- en financiële achterstanden, dus dat kwam er niet van.

Ik heb er zin in, veel. Ben heel benieuwd wat het me brengt nu mijn leven in weer een heel andere fase beland is. De combinatie van mediteren en pillen, goed gedoseerd, zou voor mij persoonlijk wel een hèt recept kunnen zijn om eindelijk, op mijn 45, wat gemakkelijker verder te komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *