Het komen en gaan van chagrijn

Opeens is er chagrijn. Niet onafgebroken en niet alleen, maar als zij er is, lijkt al het andere ver weg. Ik ben al wakker als ik haar doorkrijg maandagochtend. Eerst voel ik vooral dat ik onrustig geslapen heb, herinner ik me een stroef app-gesprek van voor het slapengaan, ongeduldig probeer ik toch weer in slaap te vallen. Dan voel ik de warmte van mijn bed, verbazing over mijn rustige ademhalen, gevolgd door teleurstelling dat fit wakker worden er niet in zit.

De teleurstelling dreigt boosheid te worden. Ik ren een paar blokjes om. De vochtige koude lucht verfrist. Opgeruimder ga ik mediteren, daarna douchen en ontbijten. En daar is het chagrijn weer. “Ik had vroeger op willen staan”, zeg ik in stilte en betrap me op een oude vertrouwde vervolgriedel in mijn gedachte,  “en alles wat ik vandaag wil doen gaat vast niet meer lukken.”

Ik besluit het bloggen uit te stellen, wat goed voelt. Na een paar uur boekhouding  “mag ik” mijn zenlessen van die avond voorbereiden, over voelen nota bene. De lucht klaart niet op slag en niet volledig.  Pas uren later, in de trein terug uit Dordrecht waar ik lesgegeven heb, realiseer ik me dat ik het chagrijn vergeten ben.

Ik slaap goed, mediteer, ontbijt en plots komt ze weer op, in de vorm van onrust, in geen zin meer om te luisteren naar Erwins enthousiaste verhaal over iets wat ik inmiddels vergeten ben. Ik ga naar mijn kamer, schrijf een kaart, en als mijn wekkertje gaat ten teken dat ik over vijf minuten naar mijn werk moet, check ik mijn mail. Een lange mail draai ik uit voor het geval ik later tijd heb om hem te lezen. Nu kan ik alleen nog op tijd komen als Erwin niet nèt als ik mijn tanden wil poetsen in onze eenpersoonsbadkamer staat. Ongeduld. Slachtofferschap. En later dan weer opluchting en energie, want het lukt, op tijd komen, ondanks dat ik opeens een regenbroek aanmoet.

Ik herinner ik me weer dat ik chagrijnig was, als het chagrijn er opnieuw is, na het grootste deel van de dag te zijn weggeweest. Ik zit op de bank, naast mijn geliefde, alles is goed en alles moet anders. Tijd om naar bed te gaan en morgen opnieuw te beginnen.

Inkleuren

Ik kom tot half augustus, met mijn boekhouding, en dan alleen aan de uitgavenkant. Daarna is het zaterdagavond en gaan we naar de  Khachapuri Kino Club van buurtberoemdheid Tante Nino.

Deze avond staat in het teken van filmmaker Koert Davidse, en daarmee van vormgeving, Amerikaanse paperbacks, de onbekende componist van muziek in Laurel&Hardy-films, striptekenaar Mark Smeets zijn leven wijdde aan zijn vak, maar nooit een “af” verhaal maakte,  de meest afgebroken architect Sybold van Ravesteyn en de rechtszaak over het einde van de Molukse treinkaping in 1977. Indrukwekkend, de beelden, de verhalen, verscheidenheid en toch een rode draad, waaronder de gedrevenheid en de verwonderde scherpe blik van de maker.

Voor het eten spreken we zijn vakgenoot Laurens. Zijn werk bestaat eruit om kleuren van films goed te krijgen. Ofwel, hij loopt elke film shot voor shot na en zorgt dat de kijker niet ziet dat tijdens het filmen de lichtval veranderde, een belangrijke persoon te veel of juist te weinig in het licht stond, het bij de “echte” lichtval leek alsof iemand ziekelijk bleek, roze of geel was. Hij  kiest dus doorlopend wat wij, de kijkers, wel en niet zien, en daarmee, hoe wij de beelden  ervaren.  Hij bepaalt dus mede het gevoel waarmee we de filmzaal verlaten. En dus hoe we thuiskomen, onze eerstvolgende gesprekken voeren, slapen. Omdat de montage van ruwe beelden van de werkelijkheid “niet om aan te zien is.”

Zie mij

Morgen, dat is vandaag. Ik eindigde mijn blog van gisteren met “Tot morgen,” dus schrijf ik vandaag verder. Logisch, toch?

Ach. Het zou logisch zijn, als ik altijd alles zou doen op het moment dat ik ze me voorneem te doen, en al helemaal als ik dat ook toezeg. Dat is, het spijt mij, niet het geval. Wat interessant is, is dat dit,  dit bloggen, zo’n beetje het eerste is wat ik doe vandaag, na mediteren, douchen, ontbijten en, vooruit, een start met de opgespaarde afwas. Terwijl er een veel belangrijker en grotere taak op mij wacht, die meer van mijn energie en tijd vergt en, anders dan bloggen, niet “even tussendoor” kan. Het betreft het nalopen, bijwerken en mogelijk aanvullen van mijn boekhouding van 2018. Deze moet aanstaande woensdag bij de boekhouder zijn, zodat die eindelijk onze belastingaangiften over vorig jaar in orde kan maken.

Natuurlijk, bloggen is leuker. Geeft energie. Maar dat geldt ook voor het invullen van mijn verlanglijstje voor Sinterklaas, zodat de Piet die mijn lootje trekt bijtijds zijn of haar inkopen kan doen en surprise- en dichtcreativiteit in werking kan stellen. En voor het voorbereiden van mijn zenlessen van de komende week. En het versturen van uitnodigen voor naderende proeflessen, om maar wat te noemen. Allemaal minstens even leuk en, in het geval van de lessen en de uitnodigingen, ook best belangrijk. Maar. …

Van het inzicht in deze “maar” schrok ik zojuist: die activiteiten of het ontbreken ervan, vallen minder op. Bloggend word ik door meer mensen gezien en oogst ik meer likes op Facebook. Ik kan dan wel in principe hartstikke tegen Facebook zijn, maar een lange lijst likes doet mij goed. Direct.  Niet pas als de boekhouder de aangifte indient en mij  een rekening toestopt, of als de les, overmorgen, goed verloopt.

Goed, bij deze dan, een nieuw blogje. Dat ik gelijk op Facebook zet. En dan is het nu tijd voor de boekhouding.

Tot morgen, wellicht pas in de avond.

Terug

Goedemorgen.

Hier ben ik weer.

Ruim vijf jaar nadat ik deze blog begon, een kleine drie jaar na mijn laatste post en op de kop af tien jaar nadat Erwin en ik elkaar voor het eerst ontmoetten, dansend in een – voor mij – oververmoeide – en – voor ons allebei – verwachtingsvolle nacht.

Het is ook zo’n drie jaar dat ik niet of nauwelijks meer over mezelf dacht en vertelde in de context van ADD. Ongeveer even lang als ik meditatieles geef, bij Zen.nl Dordrecht, mijn eigen meditatiecentrum. Ik leer mensen daar, onder wie mijzelf, om vastomlijnde ideeën en gedachten los te laten. Vooral  ideeën over hoe zij “nu eenmaal zijn”,  over “hoe ik nu eenmaal ben.”  Tja, dat lijkt lastig te combineren met bloggen over mijzelf in de context van een diagnose, “stempeltje” of verzameling duidelijk te onderscheiden eigenschappen.

Toch begin ik daar weer mee. Het antwoord op de vraag “Waartoe?” is nog vaag. Ik twijfelde tot het moment dat ik ervoor ging zitten. Wilde me opeens omkleden, moest nodig eerst mijn mail checken, een opzetje maken van deze eerste post, een lijstje ideeën maken voor nieuwe posts, mijn to-do-lijst voor vandaag aanvullen.  Appen, niet te vergeten. Terwijl ik binnen drie kwartier, nee, veertig minuten, nee een half uur, oeps, inmiddels over zes minuten, de deur uit moest. Genoeg reden om niet langer te wachten.

Tot morgen.

 

De zoektocht die ADD heet

In het verhaal dat vorige week onder mijn naam over mij in de krant stond, ben ik mezelf een beetje kwijt. Ik deed het werk van de eindredacteur dus over. Hierbij mijn echte eigen  verhaal.

20161111_091704_resizedBegin 2014 herinnert een psycholoog journalist Anke Welten eraan dat zij waarschijnlijk ADD heeft, een aandachtsstoornis. Het blijkt een belangrijke stap in een jarenlange zoektocht.

‘Mijn hoofd zit vol plannen. Ik denk alleen zo lang na over wat ik als eerste ga doen en waarom, dat er weinig uit mijn handen komt.’ Ik interview een man, dertien jaar jonger dan ik, die, net als ik, ADD heeft en regelmatig mediteert. ‘Nu lukt het me beter om te kiezen. Mijn plannen blijven niet in mijn hoofd hangen, maar ik doe er wat mee.’ Au. Ik hoor mezelf. Sinds vierenhalf jaar zit ik dagelijks twee keer twintig minuten op een meditatiekussentje en tel mijn uitademingen. Dat probeer ik althans. Nog voor ik bij drie ben, zijn mijn gedachten al ergens anders. Dat is normaal, vertel ik meditatiecursisten nu ik zelf in opleiding tot zenleraar ben. ‘Je neemt tijd om te kijken naar wat er in je hoofd gebeurt en doet daar even niets mee. Dat geeft vrijheid. Kun je straks zomaar besluiten iets anders dan anders te doen dan wat als eerste bij je opkwam.’

Ik schrijf dit verhaal in de beslotenheid van een zenschool, waar ik een week verblijf en extra veel mediteer. Even weg van mijn bureau vol stapels ‘to do’ die me afleiden, kan geen kwaad. Helemaal niet, nu ik twee plannen uitvoer die al twee jaar in mijn hoofd zitten: levensverhalen optekenen van andere volwassenen met ADHD en het verhaal optekenen van mijn eigen zoektocht naar wat mij helpt in de omgang met ADD. De afgelopen jaren interviewde ik vaker mensen met ADHD, waar ADD een variant van is, maar geen van die interviews werkte ik uit. Met deze ‘feest-der-herkenningsgenoot’ aan de lijn, weet ik weer waarom: hun verhaal confronteert me met mijn eigen vallen en opstaan, vanaf dat ik een dromerig schoolmeisje was, via de talloze nieuwe starten in banen, bij opdrachtgevers en in relaties, burn-outs, geldzorgen.

Betuttelende hulpverleners

Meer dan mijn eigen verhaal, gaan hun verhalen vaak ook nog eens over verkeerde diagnoses en behandelaars die daar jaren aan vasthouden, medicijnen die vooral depressief maken, betuttelende hulpverleners. Soms maken ze me vooral boos. En meer dan eens betrap ik mezelf op missiedrang: ‘Misschien moet je ook eens gaan mediteren.’ Sorry. Ik weet hoe vervelend het is als mensen je vertellen wat je moet doen.

Volgens de psychiatrie is ADHD een genetisch bepaalde afwijking in de manier waarop hersenen informatie verwerken. Alleen medicijnen kunnen daar echt iets aan veranderen. Gedragstherapie of coaching dienen hooguit om ‘ermee te leren leven.’ Onzin. Mediteren heeft mijn hersenen veranderd. Stilzitten was vijf jaar geleden ondenkbaar voor mij, nu lukt het me prima. Twee keer twintig minuten mediteren geeft me zelfinzicht èn oplossingen voor problemen waar ik tegenaan loop. Zo ontdekte ik, dat ik vrijwel continu to-do-lijstjes in mijn hoofd had, totdat ik besloot om voortaan vóór het mediteren zo’n lijstje op papier te zetten. Zo maak ik ruimte vrij voor andere dingen in mijn hoofd.

Wekelijkse groepslessen versnellen het proces. De huiswerkopdracht om een week ‘te zitten’ op ‘Welke vraag houd me het meeste bezig?’ maakte me duidelijk hoezeer ik in de overlevingsmodus zit. Niet de vraag ‘Hoe lever ik mijn bijdrage aan een betere wereld?’ of ‘Wat wordt het plot van mijn eerste roman?’ houd me een groot deel van de tijd bezig, maar ‘Hoe houd ik vol?’ Een pijnlijke ontdekking, te meer omdat ik op dat moment een leuke baan heb van twintig uur, met een salaris waar ik goed van leven kan – een luxe die ik als freelance journalist niet gewend ben en die de stress van geldzorgen naar de achtergrond deed verdwijnen.

Die baan was alweer even voorbij en de bodem van mijn spaarpot in zicht, toen ik in 2014 aanklopte bij een psycholoog. ‘Ik moet werk zoeken maar ben niet vooruit te branden’, vertelde ik. ‘Dat klinkt als ADD’, zei hij. ‘Je hebt veel stress nodig om in actie te komen, maar tegelijk ben je gauw gestresst en moe. Dat is waar ook, schiet me te binnen. Een andere psycholoog had dat tien jaar eerder ook al eens tegen me gezegd. Toen wist ik me daar geen raad mee en vertrok voor onbepaalde tijd naar Argentinië. Nu is het een opluchting. Eindelijk weet ik waar ik het zoeken moet.

Wat je aandacht geeft groeit

Of ik voel voor medicijnen, vroeg de psycholoog en somde de te verwachten effecten op: betere concentratie en focus, makkelijker prioriteiten kunnen stellen. ‘Precies wat ik aan meditatie heb, maar dan zonder nare bijwerkingen’, zeg ik. Hij reageerde lacherig en gaf me planningstips: ‘als je nu elke vrijdagmiddag vrijhoudt voor je mail?”en ‘Plan telefoontjes in je pauzes.’ Denkt hij werkelijk dat ik – toen 43 – niet al honderdduizend van dat soort tips gehad heb? En dat die, tot mijn grote frustratie, niet werkten? Ik besluit te zoeken naar een hulpverlener die mij serieus neemt, inclusief mijn streven om eigen oplossingen te vinden.

‘Verspil je energie niet aan dingen leren waar je niet goed in bent’, zegt coach Anja Bijker maanden later bij het ADHD-centrum. Ik volg daar een training op basis van neurolinguistisch programmeren, NLP, speciaal voor ‘mensen met een vol hoofd.’ ‘Wat je aandacht geeft groeit. Ga je keihard proberen om beter te leren plannen, dan zal je vooral zien dat je veel moeite hebt met plannen. Besteed je aandacht dus aan dingen waar je energie van krijgt, dan wordt je moeite met plannen vanzelf minder belangrijk. Grote kans dat ze juist daardoor minder moeite meer kosten.”

Maar waar krijg ik energie van? Schrijven. Dat helpt me mijn gedachten te ordenen en ik krijg vaak complimenten voor het resultaat, dus doet mijn zelfvertrouwen goed. Maar tegelijk heb ik er juist tijdens het schrijven last van dat ik snel afgeleid ben en vecht ik keer op keer met deadlines.

Misschien heeft dat ook met iets anders te maken, suggereerde Anja ‘Noem eens iets dat je graag zou willen doen en steeds uitstelt.’ ‘Een boek schrijven.’ ‘En waarom doe je dat niet?’ ‘Geen tijd, te druk, eerst moet er brood op de plank.’ Ze herhaalde de vraag, totdat er geen antwoorden meer kwamen. Zo stuitte ik op overtuigingen die ik me ooit eigen gemaakt had en die me meer dwars zaten dan welk afwijkende stofje in mijn hersenen ook: ‘bang dat ik het niet af maak’, ‘bang dat het niet lukt’ en, na bijna een minuut stilte, ‘Ik ben bang voor straf. Ook als ik zelf vind dat ik het goed doe. Alles wat ik doe kan tegen me gebruikt worden.’

Nogal wiedes dat ik niet vooruit kom. De ontdekking dat ik verlamd word door een angst voor straf, deed mijn hart bonzen, zo hard dat mijn hele lichaam trilde. Net als Anja’s vervolgvraag: ‘Wat als de overtuiging, dat alles tegen je gebruikt kan worden, een belachelijke gedachte is?’ Dat gaf ruimte. Net als de oefeningen en vragen om erachter te komen wat mijn belangrijkste doel en drijfveren zijn. ‘Natuurlijk kun je proberen je omgeving aan te passen, en bijvoorbeeld een werkplek te zoeken waar je niet afgeleid raakt’, hoor ik Anja weer zeggen terwijl ik in de afzondering van de zenschool doortik aan dit artikel, ‘maar of je daar gelukkig van wordt? Weten wat je echt wilt, maakt het makkelijker om keuzes te maken.’ ‘Ik wil doen waar ik goed in ben en wat mij gelukkig maakt, zodat ik als vanzelf ook anderen gelukkig maak.’ Ik heb het nog niet uitgesproken, of het voelt alsof ik tien centimeter gegroeid ben.

Zenleraar

Dat inspireert me verder te ontwikkelen in zen en het lesgeven daarin. Eerst volg ik een opleiding tot mindfulnesstrainer en begin daarna een opleiding tot zenleraar. Mindfulness leert me hoe gedachten, emoties en fysieke gewaarwordingen elkaar direct beïnvloeden. Ik moet onder ogen zien dat ik vaker negatief over mezelf denk dan ik dacht. Maar de vraag ‘Wat als dit een belachelijke gedachte is?’ verdwijnt naar de achtergrond. Het eerste artikel dat ik na de NLP-training schreef, leverde ik dusdanig te laat in, dat het niet meer kon worden gepubliceerd. Dat schoot niet op. Het koste me moeite om de positieve energie vast te houden, merk ik.

Een vriendin wees me op een speciaal dieet voor mensen met AD(H)D: zou dat een bijdrage kunnen leveren? Zij dacht van wel. Dus at ik minder zoet, vet, brood en aardappelen en meer groente, fruit en vis. Ik viel af en voelde me fitter. Maar toen ik chagrijnig werd toen een vriendin me taart voorschotelde, wist ik dat dit niet mijn pad is. Ik besluit te doen waar honderdduizenden mensen met ADHD bij zweren: ik haalde een recept voor ritalin.

Het voelde als capitulatie. Maar al binnen een half uur voelde ik een onbekende ontspanning. Ik was niet meer bang dat wat ik die dag wil doen niet lukken ging. Een paar dagen later was het Oud&Nieuw. Ik had lange dagen doorgewerkt om artikelen af te krijgen, weinig geslapen, dronk een paar wijntjes en was tot lang na de jaarwisseling fit. Dat had ik in geen jaren meegemaakt. Ik kon het nauwelijks bevatten. Zou dit gevoel voor anderen ‘normaal’ zijn?

De pret duurde twee maanden. Met medicijnen voelde het overbodig om pauzes te nemen, te mediteren, gezond te eten en andere dingen te doen waarvan ik met veel moeite geleerd heb dat ze me helpen om ‘het vol te houden.’ Het was alsof ik veertig jaar achterstand mocht inhalen. Ik ging harder werken. Dat eiste zijn tol. Ik ging slechter slapen, kreeg tintelingen in mijn benen, handen en voeten. Ze werden zelfs blauw. En jawel, daar kwamen ze, als in de bijsluiter voorspeld: hartkloppingen.

De pillen dankbaar

‘Helpen de medicijnen?’ informeerde de huisarts toen ik haar vroeg mijn bloeddruk te controleren. ‘Want zo ja, dan kun je besluiten de hartkloppingen voor lief te nemen.’ Dat doe ik niet. Nog niet. Eerst maar eens herstellen en zien wat er gebeurt. Wat schetste mijn verbazing: de tintelingen en hartkloppingen verdwenen, maar de angst ‘dat het niet lukt’ bleef uit. Blijkbaar hielpen de medicijnen me om de afstand te nemen die ik nodig had om de verlammende mantra ‘het zal wel weer niet lukken’ te doorbreken. Het is de vraag of ik die afstand zo had kunnen benutten zonder het dagelijkse mediteren, de training bij het ADHD-centrum, mijn mindfulnessopleiding en de coaching die ik vanuit mijn zenopleiding krijg. Maar doet dat ertoe? Ik ben ze dankbaar, die pillen. Ook zes maanden later, als het laatste doosje dat ik aanbrak nog onaangetast in het medicijnkastje staat.

Soms is hij er weer, de verlamming die ik voel als ik iets doe wat voor mij belangrijk is. Zoals toen ik dit artikel schreef. De versie die ik daags na de deadline inleverde, was honderden woorden langer dan afgesproken. Pas maanden later verscheen het in de krant, dusdanig bewerkt dat ik mezelf er soms in kwijt ben. ‘Onderzoek wat er gebeurt’, moedigde mijn zenleraar me aan terwijl ik op de voorlaatste versie zat te zwoegen. ‘Als je het ene verhaal makkelijk schrijft en het andere verlamt je, dan is daar iets mee.’ Dat deed ik. En schreef na publicatie gewoon een nieuwe versie.

Iets anders aan mijn hoofd

Ben ik nauwelijks meer bewust met ADD bezig, sta ik in enkele weken tijd drie keer in een blad of krant met een artikelen die ik daar vijf en zes maanden terug over schreef….

Wat je aandacht geeft groeit, was een belangrijke les in mijn ADD-zoektocht, toch? Nou, andersom is ook waar. Twee maanden gebruikte ik ritalin, en was ik alleen al via het slikken van het pilletje minstens vier keer per dag bewust bezig met ‘dat ik iets heb.’ Ik stopte, omdat de pillen de verleiding te groot maakten om over mijn grenzen heen te gaan, met alle gevolgen van dien. Ruim een half jaar later, is ADD nauwelijks een issue in mijn leven. Heb wel wat anders aan mijn hoofd. Rouw, ja, maar ook een zenschool te runnen, les te geven en – oja, ook dat was ik een beetje vergeten – artikelen te schrijven, om de kost te verdienen en om mijn oorspronkelijke vak en daarmee een belangrijk deel van mezelf, weer serieus te nemen.

Ik moet het evenwicht tussen mijn oude en nieuwe professie nog zien te vinden. Net nu de contouren van dat evenwicht zich beginnen af te tekenen, verschijnen er drie artikelen die ik ruim zes maanden geleden schreef over mijn eigen zoektocht naar hoe ik omga met mijn ADD en over de effecten van zenmeditatie bij anderen met ADD of ADHD.  Met twee daarvan ben ik tevreden, met het derde niet echt.

Toch plaats ik ze hier alle drie:

In de Suzan!i Hèt ADHD lifestylemagazine van Nederland, een geschreven tussen vriendin-collega-zenleraar-en nog zo het een en ander Hanneke Dijkman en ik, over wat wij in de afgelopen tien jaar van elkaar geleerd hebben. suzan-anke-hanneke-add-zen-en-leren-van-elkaar

In Impuls&WoortblindMagazine, een artikel over zenmeditatie bij ADD en ADHD, en waar dat effect vandaan komt.

En in Hart&Ziel, een landelijk gemaakt katern dat meegaat in zeven regionale dagbladen, een nogal vrije bewerking van een artikel dat ik schreef over mijn zoektocht naar wat mij helpt om om te gaan met de gevolgen van ADD. hz-1-11-16-de-achtbaan-die-add-heet-1 en hz-1-11-16-de-achtbaan-die-add-heet-2

En hiermee ben ik terug bij Add&Anke en stel ik me voor het eerst in maanden weer de vragen: wat is dat toch,  ADD? , Hoe verhoud ik me tot ‘dat labeltje’? Wat maakt dat ik ongemakkelijk voel bij het grote verhaal in de krant? En hoe schrijf ik op een eerlijke manier over zen en ADD, zonder dat het – meer dan je van een journalist mag verwachten – overkomt als reclame?

De blog Add&Anke is weer geopend.

 

 

 

 

Oneindig opnieuw beginnen

papa-80-295x300Bijna drie maanden na mijn vorige blog, liggen vijf cursisten letterlijk aan mijn voeten. In mijn eigen kersverse vestiging van zenschool Zen.nl in Dordrecht geef ik de tweede les van mijn eerste achtweekse mindfulnesstraining. We doen de bodyscan, een oefening waarbij zij met hun aandacht telkens een ander deel van hun lichaam ‘verkennen’. Bij de bespreking van hun eerste ervaringen met het beoefenen van mindfulness thuis, vertellen ze wat ze allemaal ‘niet goed’ hebben gedaan.

,,Als je in slaap valt of afgeleid raakt, dan is dat niet erg”, hoop ik hen gerust te stellen. ,,En de oefening is dan ook niet voor niets geweest. Integendeel. Wat we bij mindfulness oefenen, is bewust ervaren ‘wat er is’ en hoe je daarop reageert. Is er slaap, dan is er slaap, is er afleiding, dan is er afleiding. En neem je jezelf kwalijk dat je in slaap valt of dat je afgeleid raakt, dan is er ‘veroordeling.’ Weet je dat ook weer. Het mooie uitgangspunt bij mindfulness is dat je oneindig opnieuw kunt beginnen. Net als we ook altijd weer opnieuw ademhalen. Vandaar dat we tijdens het mediteren telkens onze aandacht terugbrengen naar de ademhaling.”

Ik weet niet zeker of deze geruststelling aankomt. En terwijl ik meen dat ik het principe mooi vind en er, zeker theoretisch, vol overtuiging in geloof, piept iets in mij ,,Ja maar.” Dat zeg ik er natuurlijk niet bij.

,,Ja maar. Ja maar, mijn blog.”

,,Da’s wat anders.”

,,Niet.”

,,Wel.”

,,Niet.”

Met mijn blog is het niet anders. Lang schreef ik twee maal per week een nieuwe editie, dus drie maanden stilte voelt als een stille dood gestorven. Het lot van de meeste van mijn ‘eigen projecten’, zoals het propvolle documentenmapje op mijn laptop heet. En dan heeft dit project toch maar liefst tweeënhalf jaar gelopen – een record.

En dus knaagt dit sluimerend aankomend sterven luidruchtiger. Was fijn, dat bloggen,  het grootste deel van die tweeënhalf jaar. Fijn is een raar woord in deze context. Schrijven verheldert en kan dus ook confronteren, ofwel pijn doen. Het heeft een functie gehad, dat bedoel ik. Voor mezelf en voor lezers. ,,Maar nu is het wel weer eens tijd voor wat anders.” Piept een wat lagere stem. Ondertussen schaam ik me gewoon voor de achterstand en ben ik het overzicht kwijt. ,,Als ik dan weer zou willen beginnen, waar dan? Blijkbaar heb ik andere dingen aan mijn hoofd.”

Die heb ik zeker. De mindfulnesslessen die ik geef, een behoorlijke stap, uitdagend, leerzaam en dankbaar, is in het rijtje ‘dingen aan mijn hoofd’ relatief ‘peanuts.’ Ik ben immers ook, met Erwin en Hanneke, een nieuw bedrijf begonnen, Zen.nl Dordrecht. Heet ik opeens vestigingmanager en sta ik vandaag met foto in meditatiehouding in het regionale dagblad. Op persoonlijk AD(H)D-vlak is het grote nieuws  van de afgelopen twee maanden, dat ik de medicijnen weer overboord heb gegooid, en ze het positieve effect desondanks hebben behouden. Groot, groter, grootste nieuws is dat, in de nacht van 16 op 17 april, mijn vader is overleden.

Voelt oneerbiedig, ongemakkelijk en niet van prioriteitszin getuigend, om gezellig over Add&Anke te bloggen, in die omstandigheden. De stille dood de stille dood laten zijn, was bovendien een passender einde geweest aan het Add&Anke-avontuur. ,,Typisch AD(H)D.”

En ook weer niet. Want Add&Anke ‘houden niet van labeltjes’, noch van slachtofferschap en, als je het ons heel eerlijk vraagt, ook niet van losse eindjes en stil stervende projecten. Het nauwelijks minder stille sterven van mijn vader helpt mij daaraan herinneren. Hoezo, het bijltje erbij neergooien? Net nu ik op steeds meer podia mijn Add&Anke(&Zen-)verhaal mag doen? Had hij een graf en had hij begrepen wat het voor veel volwassenen met ADD of ADHD betekent dat hun verhalen aandacht krijgen, dan had mijn vader zich in zijn graf omgedraaid. Ik begin dus gewoon weer opnieuw.

Dank je papa.

Nieuwe onwerkelijkheid

Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen en stand van zaken: Blij dat ik slik – deel 8,  dag 70, 29 februari en dag 64, 23 februari 2016.

Een onwerkelijke ervaring gisterochtend. Een bevriende collega complimenteert mij, ten overstaande van middelgrote groep toehoorders, met de manier waarop ik omga met mijn ADD.

Dat was niet het onwerkelijke, al blijft het onwennig om complimenten te krijgen. Maar dank, dank, nogmaals.

De onwerkelijkheid zit hem in het vervolg.

De bevriende collega – jarenlange hectische journalistieke baan achter de rug waarin de stress hem bij de les hield, onderuit gegaan in een, vanuit het perspectief van een gemiddelde mens gezien, rustiger baan waar een stabiel productieniveau verwacht werd, nu op zoek naar evenwicht in een nieuw bestaan als ondernemer – zegt geraakt te zijn door wat ik hem, koffiedrinkend, vorige week vertelde over mijn ervaringen als redelijk kersverse ritalingebruiker. Een paar dagen eerder had iemand hem verteld over hoe fijn het kan zijn om ritalin te gebruiken. ‘Met die pilletjes gaan dingen gewoon veel makkelijker, dus waarom zou ik ze niet nemen?’

Ik was het die hem, ruim een jaar geleden, zonder voorbedachte rade, op het idee bracht dat de verklaring voor zijn wat zijn ‘eigenaardige’ verhouding tot spanning en rust ‘ADD’ zou kunnen heten. Een proefles ‘zen voor ADD-ers en wie zich in de symptomen daarvan herkent’ die hij bij mij volgde, gaf de doorslag. Aan het begin van die les, legde ik uit, wat mij doet vermoeden zen goed werkt bij mensen met ADD of ADHD: de rust van het niets moeten (anders dan bij meditatievormen waarbij iemand je vertelt waar je je aandacht nu …………. en nu……………………en weer even later……… op mag richten), in combinatie van de fysieke inspanning van twintig minuten rechtop zitten en wat streng overkomende rituelen als concentratie-oefening, geeft voldoende stress om ons relatief slaperige brein bij de les te houden en tegelijk genoeg echte rust om te kunnen ontspannen. Verbaasd merkte hij na één maal een kwartier mediteren op, dat hij hier inderdaad rustig van werd, terwijl hij na afloop van een als ontspannend bedoelde yoga-les als enige van de groep vooral chagrijnig is.

Onlangs besloot hij min of meer, lichtelijk ten einde raad omdat vallen hem steeds beter en opstaan steeds minder goed afgaat, om eenvoudiger werk en/of omgevingen zonder afleiding te gaan zoeken. En toen kwam dat verhaal van die kennis. En vervolgens het mijne. Ik, die steeds gezegd heb, dat als mediteren mij, juist op ADHD-symptomenvlak betreft, zoveel goed doet, dat ik ervan overtuigd ben dat ik geen medicijnen nodig heb, vertel ik hem, tussen een slok koffie en een hap appeltaart door, dat ritalin me rust, overzicht en hoop geeft. Dat ik natuurlijk blijf  mediteren, maar niet meer omdat mijn leven ervan afhangt. Dat is vermoed dat, als ik mijn nieuwe evenwicht eenmaal heb gevonden, medicijnen en mediteren elkaar zullen versterken en ik dus, eindelijk, eindelijk, eindelijk wat meer voor elkaar krijgt.

Tot zover de nieuwe werkelijkheid. De onwerkelijkheid van gisterochtend: Daar in het openbaar, voegt collega aan zijn compliment toe, dat de vraag of hij dan misschien ook maar eens achter medicijnen aangaat, hem al dagen achtervolgt. En later, iets minder openbaar: ‘Dat zou weleens kunnen voelen als vorm van erkenning, dat sommige dingen mij nu eenmaal meer moeite kosten. En tegelijk  dat het niet nodig is om me daarom in rare bochten te wringen.’

De vrouw die, ietwat afwezig, naast me zat toen het compliment binnenkwam, kijkt me even later verwonderd aan. ‘Jij, medicijnen?’ ‘Ja.’ ‘Welke?’ ‘Ritalin.’ ‘En het bevalt?’ ‘Ja.’ Stilte. ‘Geen last van bijwerkingen?’ ‘Nee, eigenlijk niet.’ ‘Ik was altijd tegen…..’ ‘Ik ook.’ …….’maar als jij dit zo zegt, ben ik toch wel nieuwsgierig.’

Ik wil haar zeggen dat het uitblijven van bijwerkingen misschien komt omdat ik hooguit een derde gebruik van de gemiddelde dosering ritalin bij volwassen. Dat het misschien aan het mediteren te danken is dat ik met minder toekan. Dat ik er nog steeds moeite mee heb, dat medicijnen in behandelaars- en bepaalde lotgenotenkringen worden gepresenteerd als ‘het enige dat echt werkt.’ Dat de vele klachten over heftige bijwerkingen ook het gevolg kunnen zijn met slechte informatievoorziening over hoe je ‘het spul’ moet gebruiken.

Maar ik zeg dat nu allemaal eens even niet.

Deze blog kwam tot stand met dank aan een stok achter de deur van Hetty Oostijen van Schitterende Teams. Hetty begeleidt dialogen en is senior (team) coach. Ondersteunen van ontwikkeling en verandering als die zich aandient, ruimte maken voor ieders eigenheid in leven en werk, zijn belangrijke drijfveren bij het werk dat zij doet. Bij mij doet zij dat vanaf de zijlijn, als trouwe lezer en fan van mijn blog. Dank je Hetty!

Wil je Add&Anke ook steunen met een stok achter de deur? Zie: Add&Anke doen het niet alleen.

Wakker

Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen en stand van zaken: Blij dat ik slik – deel 7,  dag 7, 27 december 2015 en de nacht van dag 57, 15 februari op dag 58, 16 februari 2016.

‘Heb jij dat weleens’, vraag ik Erwin als ik de eerste zondag-echte-uitslaapdag als ADHD-pilgebruikster, wakker word, ‘dat je ‘s ochtends wakker wordt en dan ook gelijk helemaal wakker bent? Zo wakker, dat je helder kunt denken en praten enzo?’

Hij is even stil. Niet omdat hij over zijn antwoord hoeft na te denken. ‘Ja, dat heb ik meestal.’

Ik kan er niet bij. Zijn antwoord stelt me zelfs teleur. ‘Ik heb dat nu al een paar ochtenden, zo bijzonder. Maar voor jou is dat dus normaal?’

Ruim vijftig dagen later, is wakker zijn al bijna zo ‘normaal’, dat ik blij ben als ik een een keer ‘ouderwets’ duf ben. Toch is mijn vrees dat de ritalin me ‘s nachts vaker wakker zou houden niet uitgekomen. Soms lig ik ‘s nachts wakker, zoals dat al jaren het geval is. Veel somser kruip  ik dan achter de computer, als altijd tegen beter weten in. Meestal zet ik dan een wekkertje en zet dat, als het afgegaan is, nog een keer en nog een keer en nog een keer. Nu zet ik het maar één keer en wel voordat ik de computer aanzet, ga plassen, thee zet, knäckebrood beleg. Een half uur later moet de computer weer uit. Gaat lukken. Best bijzonder.

Met ritalin meer zen

Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen en stand van zaken: Blij dat ik slik – deel 6, dagen 28 tot en met 34, 17 tot en met 23 januari 2016.

Wintersesshin 2016De sesshin, de zenmeditatieweek die nu twee weken achter de rug is, heeft mijn ADHD-pillen niet overbodig gemaakt. Mijn inschatting dat pillen en meditatie elkaar kunnen versterken, is uitgekomen. Ik blijf ritalin voorlopig dus nog wel een poosje gebruiken.

De eerste dagen aarzelde ik nog. Als er één gelegenheid is waar ik immers niet bang hoef te zijn voor afleiding en keuzestress, is het een sesshin. Elke dag is er hetzelfde: zestien tot twintig blokjes van 25 minuten mediteren, op vaste tijden eten, corvee, sporten, ongeveer anderhalf uur les in de ochtend en enkele minuten individueel onderhoud met de zenmeester in de avond. Buiten de les en dat persoonlijk onderhoud om, praat niemand en behalve tijdens het sporten is de dresscode even simpel als prikkelloos: zwart. Dagelijkse hoofdbrekens als ‘Wat zal ik doen?’, ‘Krijg ik het af?’, ‘Wat zullen we eten?’ en ‘Wat moet ik aan?’ ontbreken dus. Waar zijn concentratie-verbeterende pilletjes dan nog voor nodig?

Ik nam ze uit nieuwsgierigheid. En omdat mijn zencoach – die ik, niet voor niets, zelf gevraagd heb mij op te leiden tot zenleraar – mij eraan herinnerde dat een van de ‘opdrachten’ van zen is dat je je talenten optimaal gebruikt. Wat is er mis mee, om medicijnen die me daarbij zouden kunnen helpen, juist in zo’n week waarin ik niets ‘moet’, uit te proberen?

Mijn twijfel nam snel af. Van mijn vorige drie sesshins herinner ik me dat ik ongeveer een derde van de tijd in een soort slaaproes verkeerde. Niets mis mee, maar toch een beetje zonde. De stille eentonigheid mag saai klinken, maar is ook luxe: wanneer heb je nou zo lang en zoveel gelegenheid om te onderzoeken welke gevoelens en gedachten er schuilgaan achter de ‘gewoonte-gedachten’ en vaste reactiepatronen die ons leven bepalen? Hoe vaak krijg ik zo’n kans om los te komen van mijn energie- en goede-moedremmende mantra: ‘Het zal wel weer niet lukken?’ Slapend kom je niet ver. Wat gebeurde er, dank, dank, Dank Zij ritalin: ik was wakker, wakker, wakkerder, wakkerder dan….. Ja, misschien wel wakkerder dan ooit. Dusdanig, dat ik een aantal keer besloot om aan het extra intensieve programma mee te doen – om vier uur in plaats van om vijf uur opstaan en pas tegen middernacht in plaats van elf uur naar bed. Gewoon omdat het kon en omdat het in die extra uren, waarin de meditatieruimte bijna leeg was, het nog mooier stil was dan anders.

zentuin in de sneeuwHet eerste en tegelijk meest verrassende effect dat ik, vanaf mijn eerste dag als ritalingebruiker merkte van mijn pilletjes, was dat ik minder krampachtig was in doen wat goed voor me is en me afsluiten voor wie en wat me daarvan zou kunnen weerhouden. Metylfenidaat, de werkzame stof in ritalin, zorgt ervoor dat de stofjes die informatievoorziening naar mijn hersenen regelen, sneller en effectiever werken. Door AD(H)D werken die stofjes bij mij van nature relatief traag, waardoor ik minder overzicht heb. Blijkbaar maakt dat me bangig – een gevoel dat me doet denken aan de irritatie die ik voel in een sfeervol bedoelde kaarslicht-verlichte ruimte waar ik, met mijn eveneens wat ‘tragere’ ogen, heel weinig zie.

Minder krampachtig zijn, geeft me een rust die ik tot voor kort alleen kende van sesshins. Meer zelfs. Tijdens mijn eerste sesshin vond ik vooral het niet mogen praten nog heel lastig – bang als ik was dat anderen me onaardig vonden. Al snel, genoot ik dusdanig van ‘eindelijk rust’, dat ik een groot deel van mijn spaarzame wakkere sesshinuren verdeed met zorgen over hoe ik de rust en bijbehorende concentratie kon vasthouden als ik weer thuis was.

Nu was ik nauwelijks bang. De rust was ‘prettig’, niet meer en niet minder. Dacht ik aan ‘straks, als het gewone leven verder gaat’, dan was het vol verwachting. Helemaal, als de zon weer eens roze boven het besneeuwde weiland voor ons opkwam, of ik zag dat de schaduwen van de mensen tegenover me, er bij elke oogopslag anders uitzagen. ‘Goh’, ging het in rustige verwondering door me heen, ‘als ik, met pilletjes en meditatie, niet alleen wakkerder ben dan ik ooit was, maar ook met gemak vroeger opsta en later naar bed ga dan de meeste andere mediteerders, wat kan ik dan eigenlijk niet?’

Deze blog kwam tot stand met dank aan een stok achter de deur van Hetty Oostijen van Schitterende Teams. Hetty begeleidt dialogen en is senior (team) coach. Ondersteunen van ontwikkeling en verandering als die zich aandient, ruimte maken voor ieders eigenheid in leven en werk, zijn belangrijke drijfveren bij het werk dat zij doet. Bij mij doet zij dat vanaf de zijlijn, als trouwe lezer en fan van mijn blog. Dank je Hetty!

Wil je Add&Anke ook steunen met een stok achter de deur? Zie: Add&Anke doen het niet alleen.