Tagarchief: zen

De zoektocht die ADD heet

In het verhaal dat vorige week onder mijn naam over mij in de krant stond, ben ik mezelf een beetje kwijt. Ik deed het werk van de eindredacteur dus over. Hierbij mijn echte eigen  verhaal.

20161111_091704_resizedBegin 2014 herinnert een psycholoog journalist Anke Welten eraan dat zij waarschijnlijk ADD heeft, een aandachtsstoornis. Het blijkt een belangrijke stap in een jarenlange zoektocht.

‘Mijn hoofd zit vol plannen. Ik denk alleen zo lang na over wat ik als eerste ga doen en waarom, dat er weinig uit mijn handen komt.’ Ik interview een man, dertien jaar jonger dan ik, die, net als ik, ADD heeft en regelmatig mediteert. ‘Nu lukt het me beter om te kiezen. Mijn plannen blijven niet in mijn hoofd hangen, maar ik doe er wat mee.’ Au. Ik hoor mezelf. Sinds vierenhalf jaar zit ik dagelijks twee keer twintig minuten op een meditatiekussentje en tel mijn uitademingen. Dat probeer ik althans. Nog voor ik bij drie ben, zijn mijn gedachten al ergens anders. Dat is normaal, vertel ik meditatiecursisten nu ik zelf in opleiding tot zenleraar ben. ‘Je neemt tijd om te kijken naar wat er in je hoofd gebeurt en doet daar even niets mee. Dat geeft vrijheid. Kun je straks zomaar besluiten iets anders dan anders te doen dan wat als eerste bij je opkwam.’

Ik schrijf dit verhaal in de beslotenheid van een zenschool, waar ik een week verblijf en extra veel mediteer. Even weg van mijn bureau vol stapels ‘to do’ die me afleiden, kan geen kwaad. Helemaal niet, nu ik twee plannen uitvoer die al twee jaar in mijn hoofd zitten: levensverhalen optekenen van andere volwassenen met ADHD en het verhaal optekenen van mijn eigen zoektocht naar wat mij helpt in de omgang met ADD. De afgelopen jaren interviewde ik vaker mensen met ADHD, waar ADD een variant van is, maar geen van die interviews werkte ik uit. Met deze ‘feest-der-herkenningsgenoot’ aan de lijn, weet ik weer waarom: hun verhaal confronteert me met mijn eigen vallen en opstaan, vanaf dat ik een dromerig schoolmeisje was, via de talloze nieuwe starten in banen, bij opdrachtgevers en in relaties, burn-outs, geldzorgen.

Betuttelende hulpverleners

Meer dan mijn eigen verhaal, gaan hun verhalen vaak ook nog eens over verkeerde diagnoses en behandelaars die daar jaren aan vasthouden, medicijnen die vooral depressief maken, betuttelende hulpverleners. Soms maken ze me vooral boos. En meer dan eens betrap ik mezelf op missiedrang: ‘Misschien moet je ook eens gaan mediteren.’ Sorry. Ik weet hoe vervelend het is als mensen je vertellen wat je moet doen.

Volgens de psychiatrie is ADHD een genetisch bepaalde afwijking in de manier waarop hersenen informatie verwerken. Alleen medicijnen kunnen daar echt iets aan veranderen. Gedragstherapie of coaching dienen hooguit om ‘ermee te leren leven.’ Onzin. Mediteren heeft mijn hersenen veranderd. Stilzitten was vijf jaar geleden ondenkbaar voor mij, nu lukt het me prima. Twee keer twintig minuten mediteren geeft me zelfinzicht èn oplossingen voor problemen waar ik tegenaan loop. Zo ontdekte ik, dat ik vrijwel continu to-do-lijstjes in mijn hoofd had, totdat ik besloot om voortaan vóór het mediteren zo’n lijstje op papier te zetten. Zo maak ik ruimte vrij voor andere dingen in mijn hoofd.

Wekelijkse groepslessen versnellen het proces. De huiswerkopdracht om een week ‘te zitten’ op ‘Welke vraag houd me het meeste bezig?’ maakte me duidelijk hoezeer ik in de overlevingsmodus zit. Niet de vraag ‘Hoe lever ik mijn bijdrage aan een betere wereld?’ of ‘Wat wordt het plot van mijn eerste roman?’ houd me een groot deel van de tijd bezig, maar ‘Hoe houd ik vol?’ Een pijnlijke ontdekking, te meer omdat ik op dat moment een leuke baan heb van twintig uur, met een salaris waar ik goed van leven kan – een luxe die ik als freelance journalist niet gewend ben en die de stress van geldzorgen naar de achtergrond deed verdwijnen.

Die baan was alweer even voorbij en de bodem van mijn spaarpot in zicht, toen ik in 2014 aanklopte bij een psycholoog. ‘Ik moet werk zoeken maar ben niet vooruit te branden’, vertelde ik. ‘Dat klinkt als ADD’, zei hij. ‘Je hebt veel stress nodig om in actie te komen, maar tegelijk ben je gauw gestresst en moe. Dat is waar ook, schiet me te binnen. Een andere psycholoog had dat tien jaar eerder ook al eens tegen me gezegd. Toen wist ik me daar geen raad mee en vertrok voor onbepaalde tijd naar Argentinië. Nu is het een opluchting. Eindelijk weet ik waar ik het zoeken moet.

Wat je aandacht geeft groeit

Of ik voel voor medicijnen, vroeg de psycholoog en somde de te verwachten effecten op: betere concentratie en focus, makkelijker prioriteiten kunnen stellen. ‘Precies wat ik aan meditatie heb, maar dan zonder nare bijwerkingen’, zeg ik. Hij reageerde lacherig en gaf me planningstips: ‘als je nu elke vrijdagmiddag vrijhoudt voor je mail?”en ‘Plan telefoontjes in je pauzes.’ Denkt hij werkelijk dat ik – toen 43 – niet al honderdduizend van dat soort tips gehad heb? En dat die, tot mijn grote frustratie, niet werkten? Ik besluit te zoeken naar een hulpverlener die mij serieus neemt, inclusief mijn streven om eigen oplossingen te vinden.

‘Verspil je energie niet aan dingen leren waar je niet goed in bent’, zegt coach Anja Bijker maanden later bij het ADHD-centrum. Ik volg daar een training op basis van neurolinguistisch programmeren, NLP, speciaal voor ‘mensen met een vol hoofd.’ ‘Wat je aandacht geeft groeit. Ga je keihard proberen om beter te leren plannen, dan zal je vooral zien dat je veel moeite hebt met plannen. Besteed je aandacht dus aan dingen waar je energie van krijgt, dan wordt je moeite met plannen vanzelf minder belangrijk. Grote kans dat ze juist daardoor minder moeite meer kosten.”

Maar waar krijg ik energie van? Schrijven. Dat helpt me mijn gedachten te ordenen en ik krijg vaak complimenten voor het resultaat, dus doet mijn zelfvertrouwen goed. Maar tegelijk heb ik er juist tijdens het schrijven last van dat ik snel afgeleid ben en vecht ik keer op keer met deadlines.

Misschien heeft dat ook met iets anders te maken, suggereerde Anja ‘Noem eens iets dat je graag zou willen doen en steeds uitstelt.’ ‘Een boek schrijven.’ ‘En waarom doe je dat niet?’ ‘Geen tijd, te druk, eerst moet er brood op de plank.’ Ze herhaalde de vraag, totdat er geen antwoorden meer kwamen. Zo stuitte ik op overtuigingen die ik me ooit eigen gemaakt had en die me meer dwars zaten dan welk afwijkende stofje in mijn hersenen ook: ‘bang dat ik het niet af maak’, ‘bang dat het niet lukt’ en, na bijna een minuut stilte, ‘Ik ben bang voor straf. Ook als ik zelf vind dat ik het goed doe. Alles wat ik doe kan tegen me gebruikt worden.’

Nogal wiedes dat ik niet vooruit kom. De ontdekking dat ik verlamd word door een angst voor straf, deed mijn hart bonzen, zo hard dat mijn hele lichaam trilde. Net als Anja’s vervolgvraag: ‘Wat als de overtuiging, dat alles tegen je gebruikt kan worden, een belachelijke gedachte is?’ Dat gaf ruimte. Net als de oefeningen en vragen om erachter te komen wat mijn belangrijkste doel en drijfveren zijn. ‘Natuurlijk kun je proberen je omgeving aan te passen, en bijvoorbeeld een werkplek te zoeken waar je niet afgeleid raakt’, hoor ik Anja weer zeggen terwijl ik in de afzondering van de zenschool doortik aan dit artikel, ‘maar of je daar gelukkig van wordt? Weten wat je echt wilt, maakt het makkelijker om keuzes te maken.’ ‘Ik wil doen waar ik goed in ben en wat mij gelukkig maakt, zodat ik als vanzelf ook anderen gelukkig maak.’ Ik heb het nog niet uitgesproken, of het voelt alsof ik tien centimeter gegroeid ben.

Zenleraar

Dat inspireert me verder te ontwikkelen in zen en het lesgeven daarin. Eerst volg ik een opleiding tot mindfulnesstrainer en begin daarna een opleiding tot zenleraar. Mindfulness leert me hoe gedachten, emoties en fysieke gewaarwordingen elkaar direct beïnvloeden. Ik moet onder ogen zien dat ik vaker negatief over mezelf denk dan ik dacht. Maar de vraag ‘Wat als dit een belachelijke gedachte is?’ verdwijnt naar de achtergrond. Het eerste artikel dat ik na de NLP-training schreef, leverde ik dusdanig te laat in, dat het niet meer kon worden gepubliceerd. Dat schoot niet op. Het koste me moeite om de positieve energie vast te houden, merk ik.

Een vriendin wees me op een speciaal dieet voor mensen met AD(H)D: zou dat een bijdrage kunnen leveren? Zij dacht van wel. Dus at ik minder zoet, vet, brood en aardappelen en meer groente, fruit en vis. Ik viel af en voelde me fitter. Maar toen ik chagrijnig werd toen een vriendin me taart voorschotelde, wist ik dat dit niet mijn pad is. Ik besluit te doen waar honderdduizenden mensen met ADHD bij zweren: ik haalde een recept voor ritalin.

Het voelde als capitulatie. Maar al binnen een half uur voelde ik een onbekende ontspanning. Ik was niet meer bang dat wat ik die dag wil doen niet lukken ging. Een paar dagen later was het Oud&Nieuw. Ik had lange dagen doorgewerkt om artikelen af te krijgen, weinig geslapen, dronk een paar wijntjes en was tot lang na de jaarwisseling fit. Dat had ik in geen jaren meegemaakt. Ik kon het nauwelijks bevatten. Zou dit gevoel voor anderen ‘normaal’ zijn?

De pret duurde twee maanden. Met medicijnen voelde het overbodig om pauzes te nemen, te mediteren, gezond te eten en andere dingen te doen waarvan ik met veel moeite geleerd heb dat ze me helpen om ‘het vol te houden.’ Het was alsof ik veertig jaar achterstand mocht inhalen. Ik ging harder werken. Dat eiste zijn tol. Ik ging slechter slapen, kreeg tintelingen in mijn benen, handen en voeten. Ze werden zelfs blauw. En jawel, daar kwamen ze, als in de bijsluiter voorspeld: hartkloppingen.

De pillen dankbaar

‘Helpen de medicijnen?’ informeerde de huisarts toen ik haar vroeg mijn bloeddruk te controleren. ‘Want zo ja, dan kun je besluiten de hartkloppingen voor lief te nemen.’ Dat doe ik niet. Nog niet. Eerst maar eens herstellen en zien wat er gebeurt. Wat schetste mijn verbazing: de tintelingen en hartkloppingen verdwenen, maar de angst ‘dat het niet lukt’ bleef uit. Blijkbaar hielpen de medicijnen me om de afstand te nemen die ik nodig had om de verlammende mantra ‘het zal wel weer niet lukken’ te doorbreken. Het is de vraag of ik die afstand zo had kunnen benutten zonder het dagelijkse mediteren, de training bij het ADHD-centrum, mijn mindfulnessopleiding en de coaching die ik vanuit mijn zenopleiding krijg. Maar doet dat ertoe? Ik ben ze dankbaar, die pillen. Ook zes maanden later, als het laatste doosje dat ik aanbrak nog onaangetast in het medicijnkastje staat.

Soms is hij er weer, de verlamming die ik voel als ik iets doe wat voor mij belangrijk is. Zoals toen ik dit artikel schreef. De versie die ik daags na de deadline inleverde, was honderden woorden langer dan afgesproken. Pas maanden later verscheen het in de krant, dusdanig bewerkt dat ik mezelf er soms in kwijt ben. ‘Onderzoek wat er gebeurt’, moedigde mijn zenleraar me aan terwijl ik op de voorlaatste versie zat te zwoegen. ‘Als je het ene verhaal makkelijk schrijft en het andere verlamt je, dan is daar iets mee.’ Dat deed ik. En schreef na publicatie gewoon een nieuwe versie.

Iets anders aan mijn hoofd

Ben ik nauwelijks meer bewust met ADD bezig, sta ik in enkele weken tijd drie keer in een blad of krant met een artikelen die ik daar vijf en zes maanden terug over schreef….

Wat je aandacht geeft groeit, was een belangrijke les in mijn ADD-zoektocht, toch? Nou, andersom is ook waar. Twee maanden gebruikte ik ritalin, en was ik alleen al via het slikken van het pilletje minstens vier keer per dag bewust bezig met ‘dat ik iets heb.’ Ik stopte, omdat de pillen de verleiding te groot maakten om over mijn grenzen heen te gaan, met alle gevolgen van dien. Ruim een half jaar later, is ADD nauwelijks een issue in mijn leven. Heb wel wat anders aan mijn hoofd. Rouw, ja, maar ook een zenschool te runnen, les te geven en – oja, ook dat was ik een beetje vergeten – artikelen te schrijven, om de kost te verdienen en om mijn oorspronkelijke vak en daarmee een belangrijk deel van mezelf, weer serieus te nemen.

Ik moet het evenwicht tussen mijn oude en nieuwe professie nog zien te vinden. Net nu de contouren van dat evenwicht zich beginnen af te tekenen, verschijnen er drie artikelen die ik ruim zes maanden geleden schreef over mijn eigen zoektocht naar hoe ik omga met mijn ADD en over de effecten van zenmeditatie bij anderen met ADD of ADHD.  Met twee daarvan ben ik tevreden, met het derde niet echt.

Toch plaats ik ze hier alle drie:

In de Suzan!i Hèt ADHD lifestylemagazine van Nederland, een geschreven tussen vriendin-collega-zenleraar-en nog zo het een en ander Hanneke Dijkman en ik, over wat wij in de afgelopen tien jaar van elkaar geleerd hebben. suzan-anke-hanneke-add-zen-en-leren-van-elkaar

In Impuls&WoortblindMagazine, een artikel over zenmeditatie bij ADD en ADHD, en waar dat effect vandaan komt.

En in Hart&Ziel, een landelijk gemaakt katern dat meegaat in zeven regionale dagbladen, een nogal vrije bewerking van een artikel dat ik schreef over mijn zoektocht naar wat mij helpt om om te gaan met de gevolgen van ADD. hz-1-11-16-de-achtbaan-die-add-heet-1 en hz-1-11-16-de-achtbaan-die-add-heet-2

En hiermee ben ik terug bij Add&Anke en stel ik me voor het eerst in maanden weer de vragen: wat is dat toch,  ADD? , Hoe verhoud ik me tot ‘dat labeltje’? Wat maakt dat ik ongemakkelijk voel bij het grote verhaal in de krant? En hoe schrijf ik op een eerlijke manier over zen en ADD, zonder dat het – meer dan je van een journalist mag verwachten – overkomt als reclame?

De blog Add&Anke is weer geopend.

 

 

 

 

Nieuwe onwerkelijkheid

Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen en stand van zaken: Blij dat ik slik – deel 8,  dag 70, 29 februari en dag 64, 23 februari 2016.

Een onwerkelijke ervaring gisterochtend. Een bevriende collega complimenteert mij, ten overstaande van middelgrote groep toehoorders, met de manier waarop ik omga met mijn ADD.

Dat was niet het onwerkelijke, al blijft het onwennig om complimenten te krijgen. Maar dank, dank, nogmaals.

De onwerkelijkheid zit hem in het vervolg.

De bevriende collega – jarenlange hectische journalistieke baan achter de rug waarin de stress hem bij de les hield, onderuit gegaan in een, vanuit het perspectief van een gemiddelde mens gezien, rustiger baan waar een stabiel productieniveau verwacht werd, nu op zoek naar evenwicht in een nieuw bestaan als ondernemer – zegt geraakt te zijn door wat ik hem, koffiedrinkend, vorige week vertelde over mijn ervaringen als redelijk kersverse ritalingebruiker. Een paar dagen eerder had iemand hem verteld over hoe fijn het kan zijn om ritalin te gebruiken. ‘Met die pilletjes gaan dingen gewoon veel makkelijker, dus waarom zou ik ze niet nemen?’

Ik was het die hem, ruim een jaar geleden, zonder voorbedachte rade, op het idee bracht dat de verklaring voor zijn wat zijn ‘eigenaardige’ verhouding tot spanning en rust ‘ADD’ zou kunnen heten. Een proefles ‘zen voor ADD-ers en wie zich in de symptomen daarvan herkent’ die hij bij mij volgde, gaf de doorslag. Aan het begin van die les, legde ik uit, wat mij doet vermoeden zen goed werkt bij mensen met ADD of ADHD: de rust van het niets moeten (anders dan bij meditatievormen waarbij iemand je vertelt waar je je aandacht nu …………. en nu……………………en weer even later……… op mag richten), in combinatie van de fysieke inspanning van twintig minuten rechtop zitten en wat streng overkomende rituelen als concentratie-oefening, geeft voldoende stress om ons relatief slaperige brein bij de les te houden en tegelijk genoeg echte rust om te kunnen ontspannen. Verbaasd merkte hij na één maal een kwartier mediteren op, dat hij hier inderdaad rustig van werd, terwijl hij na afloop van een als ontspannend bedoelde yoga-les als enige van de groep vooral chagrijnig is.

Onlangs besloot hij min of meer, lichtelijk ten einde raad omdat vallen hem steeds beter en opstaan steeds minder goed afgaat, om eenvoudiger werk en/of omgevingen zonder afleiding te gaan zoeken. En toen kwam dat verhaal van die kennis. En vervolgens het mijne. Ik, die steeds gezegd heb, dat als mediteren mij, juist op ADHD-symptomenvlak betreft, zoveel goed doet, dat ik ervan overtuigd ben dat ik geen medicijnen nodig heb, vertel ik hem, tussen een slok koffie en een hap appeltaart door, dat ritalin me rust, overzicht en hoop geeft. Dat ik natuurlijk blijf  mediteren, maar niet meer omdat mijn leven ervan afhangt. Dat is vermoed dat, als ik mijn nieuwe evenwicht eenmaal heb gevonden, medicijnen en mediteren elkaar zullen versterken en ik dus, eindelijk, eindelijk, eindelijk wat meer voor elkaar krijgt.

Tot zover de nieuwe werkelijkheid. De onwerkelijkheid van gisterochtend: Daar in het openbaar, voegt collega aan zijn compliment toe, dat de vraag of hij dan misschien ook maar eens achter medicijnen aangaat, hem al dagen achtervolgt. En later, iets minder openbaar: ‘Dat zou weleens kunnen voelen als vorm van erkenning, dat sommige dingen mij nu eenmaal meer moeite kosten. En tegelijk  dat het niet nodig is om me daarom in rare bochten te wringen.’

De vrouw die, ietwat afwezig, naast me zat toen het compliment binnenkwam, kijkt me even later verwonderd aan. ‘Jij, medicijnen?’ ‘Ja.’ ‘Welke?’ ‘Ritalin.’ ‘En het bevalt?’ ‘Ja.’ Stilte. ‘Geen last van bijwerkingen?’ ‘Nee, eigenlijk niet.’ ‘Ik was altijd tegen…..’ ‘Ik ook.’ …….’maar als jij dit zo zegt, ben ik toch wel nieuwsgierig.’

Ik wil haar zeggen dat het uitblijven van bijwerkingen misschien komt omdat ik hooguit een derde gebruik van de gemiddelde dosering ritalin bij volwassen. Dat het misschien aan het mediteren te danken is dat ik met minder toekan. Dat ik er nog steeds moeite mee heb, dat medicijnen in behandelaars- en bepaalde lotgenotenkringen worden gepresenteerd als ‘het enige dat echt werkt.’ Dat de vele klachten over heftige bijwerkingen ook het gevolg kunnen zijn met slechte informatievoorziening over hoe je ‘het spul’ moet gebruiken.

Maar ik zeg dat nu allemaal eens even niet.

Deze blog kwam tot stand met dank aan een stok achter de deur van Hetty Oostijen van Schitterende Teams. Hetty begeleidt dialogen en is senior (team) coach. Ondersteunen van ontwikkeling en verandering als die zich aandient, ruimte maken voor ieders eigenheid in leven en werk, zijn belangrijke drijfveren bij het werk dat zij doet. Bij mij doet zij dat vanaf de zijlijn, als trouwe lezer en fan van mijn blog. Dank je Hetty!

Wil je Add&Anke ook steunen met een stok achter de deur? Zie: Add&Anke doen het niet alleen.

Met ritalin meer zen

Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen en stand van zaken: Blij dat ik slik – deel 6, dagen 28 tot en met 34, 17 tot en met 23 januari 2016.

Wintersesshin 2016De sesshin, de zenmeditatieweek die nu twee weken achter de rug is, heeft mijn ADHD-pillen niet overbodig gemaakt. Mijn inschatting dat pillen en meditatie elkaar kunnen versterken, is uitgekomen. Ik blijf ritalin voorlopig dus nog wel een poosje gebruiken.

De eerste dagen aarzelde ik nog. Als er één gelegenheid is waar ik immers niet bang hoef te zijn voor afleiding en keuzestress, is het een sesshin. Elke dag is er hetzelfde: zestien tot twintig blokjes van 25 minuten mediteren, op vaste tijden eten, corvee, sporten, ongeveer anderhalf uur les in de ochtend en enkele minuten individueel onderhoud met de zenmeester in de avond. Buiten de les en dat persoonlijk onderhoud om, praat niemand en behalve tijdens het sporten is de dresscode even simpel als prikkelloos: zwart. Dagelijkse hoofdbrekens als ‘Wat zal ik doen?’, ‘Krijg ik het af?’, ‘Wat zullen we eten?’ en ‘Wat moet ik aan?’ ontbreken dus. Waar zijn concentratie-verbeterende pilletjes dan nog voor nodig?

Ik nam ze uit nieuwsgierigheid. En omdat mijn zencoach – die ik, niet voor niets, zelf gevraagd heb mij op te leiden tot zenleraar – mij eraan herinnerde dat een van de ‘opdrachten’ van zen is dat je je talenten optimaal gebruikt. Wat is er mis mee, om medicijnen die me daarbij zouden kunnen helpen, juist in zo’n week waarin ik niets ‘moet’, uit te proberen?

Mijn twijfel nam snel af. Van mijn vorige drie sesshins herinner ik me dat ik ongeveer een derde van de tijd in een soort slaaproes verkeerde. Niets mis mee, maar toch een beetje zonde. De stille eentonigheid mag saai klinken, maar is ook luxe: wanneer heb je nou zo lang en zoveel gelegenheid om te onderzoeken welke gevoelens en gedachten er schuilgaan achter de ‘gewoonte-gedachten’ en vaste reactiepatronen die ons leven bepalen? Hoe vaak krijg ik zo’n kans om los te komen van mijn energie- en goede-moedremmende mantra: ‘Het zal wel weer niet lukken?’ Slapend kom je niet ver. Wat gebeurde er, dank, dank, Dank Zij ritalin: ik was wakker, wakker, wakkerder, wakkerder dan….. Ja, misschien wel wakkerder dan ooit. Dusdanig, dat ik een aantal keer besloot om aan het extra intensieve programma mee te doen – om vier uur in plaats van om vijf uur opstaan en pas tegen middernacht in plaats van elf uur naar bed. Gewoon omdat het kon en omdat het in die extra uren, waarin de meditatieruimte bijna leeg was, het nog mooier stil was dan anders.

zentuin in de sneeuwHet eerste en tegelijk meest verrassende effect dat ik, vanaf mijn eerste dag als ritalingebruiker merkte van mijn pilletjes, was dat ik minder krampachtig was in doen wat goed voor me is en me afsluiten voor wie en wat me daarvan zou kunnen weerhouden. Metylfenidaat, de werkzame stof in ritalin, zorgt ervoor dat de stofjes die informatievoorziening naar mijn hersenen regelen, sneller en effectiever werken. Door AD(H)D werken die stofjes bij mij van nature relatief traag, waardoor ik minder overzicht heb. Blijkbaar maakt dat me bangig – een gevoel dat me doet denken aan de irritatie die ik voel in een sfeervol bedoelde kaarslicht-verlichte ruimte waar ik, met mijn eveneens wat ‘tragere’ ogen, heel weinig zie.

Minder krampachtig zijn, geeft me een rust die ik tot voor kort alleen kende van sesshins. Meer zelfs. Tijdens mijn eerste sesshin vond ik vooral het niet mogen praten nog heel lastig – bang als ik was dat anderen me onaardig vonden. Al snel, genoot ik dusdanig van ‘eindelijk rust’, dat ik een groot deel van mijn spaarzame wakkere sesshinuren verdeed met zorgen over hoe ik de rust en bijbehorende concentratie kon vasthouden als ik weer thuis was.

Nu was ik nauwelijks bang. De rust was ‘prettig’, niet meer en niet minder. Dacht ik aan ‘straks, als het gewone leven verder gaat’, dan was het vol verwachting. Helemaal, als de zon weer eens roze boven het besneeuwde weiland voor ons opkwam, of ik zag dat de schaduwen van de mensen tegenover me, er bij elke oogopslag anders uitzagen. ‘Goh’, ging het in rustige verwondering door me heen, ‘als ik, met pilletjes en meditatie, niet alleen wakkerder ben dan ik ooit was, maar ook met gemak vroeger opsta en later naar bed ga dan de meeste andere mediteerders, wat kan ik dan eigenlijk niet?’

Deze blog kwam tot stand met dank aan een stok achter de deur van Hetty Oostijen van Schitterende Teams. Hetty begeleidt dialogen en is senior (team) coach. Ondersteunen van ontwikkeling en verandering als die zich aandient, ruimte maken voor ieders eigenheid in leven en werk, zijn belangrijke drijfveren bij het werk dat zij doet. Bij mij doet zij dat vanaf de zijlijn, als trouwe lezer en fan van mijn blog. Dank je Hetty!

Wil je Add&Anke ook steunen met een stok achter de deur? Zie: Add&Anke doen het niet alleen.

 

Schrijver killt darling

overcoming_writers_blockAu. Was ik zo blij met mijn mooi allitererende workshopnaam De Knipperende Kursor, zo mooi passend in de titel ‘Add&Anke&…….,’ blijkt ie niet goed. En al helemaal niet  in combinatie met termen als ‘een vol hoofd’ of ‘concentratieproblemen.’ Mensen die ik enthousiast probeer te maken, vertellend, haken af.  Herkennen zij zich in het beeld van de schrijver die wel wil maar steeds afgeleid wordt en daarom maar niet verder komt, worden daar liever niet aan herinnerd. De grappig bedoelde naam kan de vermeende serieuze ondertoon juist versterken. Terwijl ik in mijn workshop juist wil laten ervaren hoe leuk het ook alweer kan zijn, schrijven. Zelfs als je vaak afgeleid wordt. Of als je zo in je schrijven opgaat dat je wereld om je heen even ophoudt te bestaan.

‘Kill your darlings’, luidt een basisregel voor schrijvers. Blijf niet vasthouden aan een titel, beschrijving, formulering, scène waar je trots op bent als deze niet ten goede komt van het verhaal. Dat kan je verhaal gekunsteld maken, en maken dat lezers afhaken. Als je als schrijver zelf al niet bent afgehaakt. Want vasthouden aan iets dat niet werkt, kost veel energie.  Dus is mijn workshopnaam op de schop. De Knipperende Kursor wordt Schrijven met Aandacht. Positiever. Passender ook. We schrijven in de workshop alleen (of, in de uitgebreidere versie die in het najaar volgt, ‘ook’) op papier. Geen cursor te zien. En aandacht, dat is deel van het geheim van het verschil tussen leuk en niet leuk schrijven.

Helemáál passen doet deze titel ook niet. Want het gaat erin om zowel aandacht als geen aandacht. Niemand is, ooit, in staat om continu de aandacht op één ding te houden. Schrijvers lukt het op een bepaald moment juist wel, komen in een ‘flow.’ Net als mensen voor wie aandacht ‘een issue’ is. De keerzijde van snel afgeleid zijn, is bij hen (ons :-)!) juist de hyperfocus: helemaal op één ding gericht zijn en daar niet van los kunnen komen. Waar het om gaat, is het evenwicht te vinden. Soms focussen, liefst vanuit ‘flow’, soms laten meevoeren door afleiding. En ondertussen schrijven. Met een levendige en prettige tekst, plus een tevreden gevoel, als gevolg.

Op vrijdag 28 en zaterdag 29 augustus gaat het gebeuren: de eerste twee edities van Schrijven met Aandacht. Overdag, van om en nabij 9.30 uur tot om en nabij 15.30 uur, in Rotterdam of haar zeer nabije omgeving. Nog één maal voor de speciale prijs van €59,-

Inschrijven kan nu, per mail. Details volgen. Wil je meer weten, houd dan deze site in de gaten.

Ontspanningsstress tegen de deadline

20150506_065543Ik ben er nog. Vraag niet hoe, maar ik ben er nog.
Nou ja, niet overdrijven. Ik heb een poosje niet geblogt, had deadlinestress. Dusdanige deadlinestress dat ik al een week voor het naderen van de betreffende deadline, toen hij nog goed haalbaar was, wist dat ik hem niet halen ging. En me daarover opvrat. En me daardoor met de dag meer van de wereld afsloot. En me dus meer opvrat. En de kans om hem te halen met het uur zag slinken.

Zoals ik er meestal pas na half december achter kom dat het bijna Kerstmis is, komt de meivakantie voor mij, kinder- en collegaloos, elk jaar opnieuw als een complete verrassing. Hadden we niet, in mijn eigen kindertijd. Ik had voor mijn artikel vijf mensen willen interviewen en niemand nam de telefoon op. Toch bleef ik proberen. Vooral op Bevrijdingsdag probeerde ik het erg hard, want dat was de eerste dag dat ik er alle tijd en rust voor had.

Was ik maar gewoon alvast gaan schrijven met het materiaal dat ik al had, dacht ik in de dagen die volgden. Toen stond mijn telefoon juist vrijwel onafgebroken op stil. Nu moest het gebeuren. Bellen kwam later wel. Niemand mocht me storen. De dag dat Erwin thuis was, zat ik in de bieb. Ik heb daar stiltekamers ontdekt die je drie uur achtereen kunt huren. Blijkt het examentijd. In de groepsruimte naast mij zat een groep studenten, met chips, energiedrankjes, boeken en laptops heel hard te studeren. Zo hard dat ik hen, uren nadat ik, mijn hart bonkend in mijn keel, had gevraagd of het wat zachter kon, nog kon horen. Ondertussen knaagde het dat ik dit toch gewoon moet kunnen, met mijn tig jaren ervaring. Of dat ik nu eindelijk eens moet toegeven dat ik juist niet voor schrijven in de wieg gelegd ben. En begon ik voor mijn bloggen te vrezen. Heb geen stok achter de deur meer in de vorm van sponsors, dus, zie je wel, het lukt me niet meer. Jammer, heb ik net deze website opgetuigd en mijn ‘oude’ blogs allemaal hierheen verhuist.

Nu ben ik alweer jaren bezig met zen. En leer ik voor mindfulnesstrainer. Onderwijs ik zelf hoe je je concentratie bevordert door juist niet al te zeer je best te doen. Dat ik niet opschiet, ligt niet aan luidruchtige studenten en zelfs niet aan vakantievierende interviewkandidaten. Ik ben moe, nog altijd, opgestapeld, moe en gespannen. Wil teveel, slaap te weinig, al maanden. En wat ik het hardste wil, is die vermoeidheid doorbreken. En als er iets niet werkt als je vermoeidheid wilt doorbreken, is het hard je best doen.  Accepteer dat wat je niet voelen wil, geef eraan toe, en je zult zien dat het dan, op den duur, minder wordt, leren de meesters. Maar vermoeidheid maakt koppig.

De afgelopen week haalde ik dus alle gewoonten uit de kast die me ooit fitter deden voelen. Drie keer stond ik om kwart voor zes op, twee van die keren deed ik een extra meditatiesessie, de andere keer ging ik hardlopen. De bruggenronde, vijf kilometer via Koninginne- Erasmus en Willemsbrug om ons huis. Het werd een mooie gecomineerde ren-en wandeltocht, onderbroken met een bankje om te genieten van het uitzicht. Dat was nog eens een fijn begin van de dag. Maar misschien had uitslapen mijn artikel meer geholpen.

Nu is het weekend. Ik moet straks verder met dat artikel. Maar omdat het weekend is mag ik ook rustig aan doen. Eigenaardig toch, dat de deadline opeens minder belangrijk is, ook al is hij verder overschreden. Het is weekend. Kan ik ook mijn blog weer eens schrijven. En dadelijk met mijn lief koffiedrinken in de stad. Zul je zien dat dat artikel daarna opeens snel klaar is.

Opnieuw beginnen

De rust van het relatieve evenwicht houdt aan. Goed,  na de twee opleidingsdagen met verkwikkende focus, gevolgd door een dagje treinen en weg, lag ik weer een nacht wakker. Gisteren deed ik alles wat ik deed dus met vertraging. Had ik mijn aloude neiging om tien dingen tegelijk te doen, telkens bang dat ik iets vergeten zou als ik er niet nù aan begon en/of dat ik zou instorten van vermoeidheid voordat ik ook maar één van die tien dingen af zou krijgen.

20150317_095416_resized
De stapels naast mijn bureau. 17 maart 2015

Kreeg inderdaad weinig af. Pech speelde mee. Van de negen mensen die ik benaderde voor een interview, kreeg ik er vier aan de lijn, van wie er drie ‘nee’ zeiden op mijn verzoek en één: ‘nu niet.’ Een mengeling van eigenwijsheid en kop-in-het-zand was er ook. Opeens was mijn nieuwe website veel belangrijker dan welke afspraak dan ook. En gebrek aan overzicht. De weken van kip zonder kop hebben voor stapels gezorgd. Die maken  dat elke klus die ik nu dan eindelijk eens klaren wil, begint met een zoektocht. Was ooit gewoon.  En aanleiding om professionele opruimhulp te zoeken. Daarover later meer.

Nu een laatste stand van zaken van de stapel naast mijn bureau: zie hierboven. Hieruit heb ik zojuist de lesopzet van mijn aanstaande Knipperende Kursorworshop, de stemkaarten voor de staten- en waterschapsverkiezingen van morgen en een aantal te betalen rekeningen gevist. De rekeningen die ik nu eindelijk eens bij de zorgverzekering wil declareren kwam ik helaas niet tegen. Het zij zo. Met wat nu niet lukt, kan ik – opnieuw een zenles, die ook in mindfulness leidraad is – elke dag opnieuw beginnen.

Zo heerlijk rustig

Het filmpje dat ik vorige week liet zien, van de jongen met ADHD die, in  eigen tempo en temperament uitlegt wat er in zijn hoofd gebeurt, hield me dagen de greep. De herkenning. En daarmee de erkenning – want nee, de meeste lezers herkenden zich juist niet – van mijn anders-zijn. Zegt me in zekere zin meer dan de diagnose. Ja, die drukte in mijn hoofd, hoezeer zen mij ook helpt die binnen de perken te houden, dat is mijn basis, mijn referentiekader, dat wat er altijd zal zijn als ik niet keihard mijn best doe om ‘gewoon fit’ te zijn. En die zit me nog vaak in de weg. Helemaal als die draaikolk aan gedachten zich tegen me keert, als in: ‘Zie je wel, daar gáán we weer. Waarom ben ik niet gewoon…..  enzovoort’.

Zo ook de afgelopen week. Twee deadlines had ik te halen, tegelijkertijd, waarvan één voor een net wat diepgravender artikel dan ik de laatste maanden in opdracht geschreven had. Ging vrij soepel, eigenlijk. Toch, als ik dan pauze nam, even afstand, dan was er de stem ‘ojee, wat zit je te treuzelen’ en moest ik, in plaats van ècht pauze te nemen, de afwas doen, oud papier wegbrengen, een boodschapje doen, de krant lezen. En waren er opeens kostbare uren om en moest het alsnog ’s avonds laat of ’s ochtends voor dag en dauw. Ze kwamen er, beide stukken. Zoals er, ff tussendoor, ook een opzet kwam voor een schrijfworkshop waarvan de naam op mijn nieuwe website zal worden onthuld, plus, zondag, mijn eerste introductieworkshop zenmeditatie voor mensen met ADD of ADHD. Zonder al teveel moeite. En naar tevredenheid.

En toen was die zenworkshop er en voelde ik me daar omheen grieperig en wilde ik gisteren heel rustig aan doen en deed ik dat niet en ging ik ook nog naar een informatiebijeenkomst van PsyQ vol ernstige gezichten pratend over de problematische kant van in mijn ogen toch ook best fijne karaktereigenschappen en de paar vrolijke types die er waren werden zuinig glimlachend afgeremd en toen fietste ik naar huis en bedacht ik met weemoed dat Effectief met ADHD bijna ten einde is, net als stamkroeg DikT en mijn postbaan sinds dit weekend ten einde zijn en hoe dat nou verder moet en hoe ontkom ik aan dat zwarte gat en ojee, nee toch, niet weer, niet weer wakker liggen, jawel hoor dus toch, nou goed dan, plannetjes maken voor een weekendje weg en dan vanochtend toch maar weer zo fris mogelijk beginnen.

Belt zojuist een van mijn hulpbronnen, mede-cursiste Zeven, die helaas niet bij mijn zenworkshop kon zijn, om te vragen hoe het gegaan was.

Nou, goed. Heel goed. Lage opkomst, maar wat wil je als je vier dagen tevoren de uitnodigingen verstuurt. Ik vertelde mijn zen-en-add-verhaal. Herkenning, met lach en traan, ter inspiratie. En ze gingen er vol in. Na de twee minuten mediteren in stilte om erin te komen, en mijn verhaal, twee keer tien minuten, ook in stilte. Da’s veel voor beginners. Ik vond het veel, drie jaar geleden. En heb het daarna veel beginners veel zien en horen vinden. Pijn, in rug en benen. En ‘tjonge, wat een drukte in mijn hoofd als ik stil zit’.

Ha. Opeens, in een groepje mensen met een net zo structureel vol hoofd als ik, stemt dat mij vrolijk. Want zij ervaren het heel anders, die tien minuten in stilte. ‘Wat heerlijk rustig, die stilte. Even niets. Zelfs geen muziek. Doe mij er maar meer van.’

Dank je Zeven, dat je me hielp herinneren.

En dank je Petra Meulenberg, dat je mijn stok achter de deur was.

Al doende

mediteren-met-hond-aan-het-water-296x300De verleiding is groot, maar ik doe het niet. De naam van mijn nieuwe website, nieuwe thuisbasis van deze blog samen met andere AD(H)D-gerelateerde zaken maak ik nog even niet wereldkundig. Ik ben erg blij mee, hij geeft me nieuwe ideeën, energie en focus. Maar hij hoort bij een website en die is nog niet klaar voor gebruik.

Wat ik alvast verklap, is dat de site zal gaan over leren, leren van de omwegen die ik in mijn leven heb gemaakt en maak. Met dank aan mijn ‘beperking’, die soms opeens een kracht blijkt.

Volgens mijn moeder vond ik het als peutertje heerlijk om naar school te gaan. Later werd dat minder, al bleef ik graag nieuwe dingen leren. Weet-dingen vooral. Dingen leren doen vond ik al snel minder leuk. Als je doet, dan kun je namelijk fouten maken, falen, afgaan, gestraft worden.

Geen idee wanneer die angst om fouten te maken me in een verlegen meisje veranderde. Wel wanneer de ommekeer inzette. Anderhalf jaar na mijn afstuderen, laat dus, ik moet 27, 28 geweest zijn, begon ik aan mijn eerste journalistieke ‘baan’, freelance voor het Rotterdams Dagblad. Ik interviewde mensen, van bestuurders tot actieve wijkbewoners, van professionals die dagelijks de pers te woord staan tot mensen die verbaasd zijn dat iemand wil horen wat zij te zeggen hebben. Terwijl ik mijn eerste interviews nog als een soort examen beschouwde (geen domme vragen stellen, niet door de mand vallen!), merkte ik al gauw dat degene die ik interviewde soms even zenuwachtig was als ik. En dat ik ‘de macht had’. Ik bepaalde immers wat er in de krant kwam, of de ander dat nou was wat de ander wilde overbrengen of niet. Klinkt vreselijk kinderachtig, maar zo werkt het helaas vaak: de een voelt zich sterker naarmate de ander zich zwakker voelt.

Tegenwoordig doe ik in interviews mijn best om werkelijk te luisteren naar wat iemand me vertellen wil. Voelt veel aangenamer. Maar het machtsgevoel uit mijn journalistieke begintijd had een functie. Ik groeide, voelde me zelfverzekerder en ging daardoor mijn werk beter doen.

Al doende leerde ik verder, met veel vallen en opstaan. Een jaar of drie geleden, begonnen de pieken en dalen minder te worden. Dankzij, jawel, daar is ’t ie weer, zen. Zaterdag, toen ik mijn uiterste fysieke en mentale concentratie inzette om tegen de wind in de juiste brieven in de juiste brievenbussen te stoppen, schoot me een inzicht te binnen uit mijn begindagen met zen. Het moet in het voorjaar van 2011 geweest zijn, de introductiecursus die ik volgde was een maand of drie op gang, en de huiswerkvraag van de week luidde: ‘Welke vraag houd mij op dit moment het meeste bezig?’

Die huiswerkvraag doolde een week door mijn hoofd. Het antwoord dat me als eerste te binnen schoot, duwde ik weg. Ik wachtte op een vraag als ‘Hoe lever ik een bijdrage aan een betere wereld?’ of ‘Wat wordt het plot van mijn eerste roman?’. Maar vraag één kwam terug en bleef terugkomen, hoe harder ik duwde, hoe koppiger hij werd. Het kostte me moeite om hem in de eerstvolgende zenles uit te spreken, maar ik deed het toch: ‘Hoe houd ik vol?’ Dat uitspreken, was het toegeven. Leuke man, leuke baan, genoeg inkomen èn redelijk wat vrije tijd waren niet genoeg – ik was altijd bang om koppie onder te gaan. Wat een rotvraag, mopperde ik in de les.

Dat ‘geleerd hebbende’, realiseerde ik me terwijl de brievenbussen klepperden in de wind, begon ik de zoektocht op het pad dat ik nu met zevenmijlslaarzen aan het bewandelen ben. Ik kwam langs een  burn-out-achtige situatie later dat jaar, waarin ik, in de luxe van de ziektewet nu eens niet toch nog artikelen probeerde te schrijven of dag en nacht de hort op te zijn, in stilte boeken las op de bank, tussen dutjes door. Soms opeens toch weer eruit brak. Leerde dat stilte me goed doet, de drie meditatieweken waar ik aan meedeed, leverden me rust en energie en focus waar ik nog steeds een beetje op teer. Ik herinnerde me eraan dat ik ook opbloei door te dansen, mensen om me heen heb waar ik blij van word. Ik leerde om mezelf te presenteren, eerst stuntelend, tegenwoordig meestal veel minder stuntelend en opeens dan toch weer wel. Ik leerde van opdrachten en plannen die kwamen, slaagden en strandden, tot ik de psycholoog opzocht die zijn ADD-woorden sprak.

Of het ultieme antwoord ooit komt, is de vraag. En dan wil ik niet alleen volhouden, maar ook weer eens feesten, reizen, nieuwe dingen doen. Gek genoeg lijkt dat juist samen te gaan. Veel vaker stilzitten heeft gemaakt dat ik langer, meer en gelukkiger volhoud dan drie jaar geleden. Best leuk, dat leren. Zeker als elk stapje telt. Ook een naam die ik nog even voor me houd.

Stok achter de deur van vandaag:  Hanneke Dijkman. Dank je Hanneke!

Els

terug-uit-driebergen-225x300Vandaag waren we bij Els. En zij bij ons. Achter een bemost heuveltje, onder een dekentje van aarde, bladeren en bloemen in het bos. Onderweg daarheen kwam ze uit de grijze dag tevoorschijn, toen koetjes en kalfjes plaats maakten voor herinneringen. Voelbaar was ze ’s middags in haar ouderlijk huis, tussen haar familie en vrienden. Minstens even vertrouwd als op de foto waarop ze ons tegenwoordig vanaf de schoorsteenmantel aankijkt, soms geamuseerd, soms streng, vaak bemoedigend. Net als ik, is Els graag op zichzelf maar geniet ze ervan als ze de vele mensen die haar dierbaar zijn om zich heen heeft. Precies een jaar geleden overleed zij, onze vriendin en getuige. Twee van de vier jaar dat ik haar goed kende, wist ze dat ze ziek was. Patiënt was ze nooit. Hoe beroerd ze zich soms ook voelde, ze weigerde daarin op te gaan. Zolang er te leven viel, moest en zou ze leven.

Els helpt me. Toen zij overleed, had ik de term ADD niet op mijn netvlies. Wel praatte ik vaak met haar over het boek dat ik schreef en maar niet afkwam, de noodzaak om een baantje te zoeken en vrees dat dat me van mijn ambities afhield, me altijd druk voelen en nooit opschieten. In de zenlessen behandelden we in die tijd de vraag ‘Als mijn enige zekerheid is dat ik zal sterven, en ik alleen niet weet wanneer, wat moet ik doen?’ Els beantwoordde hem in de praktijk: vrienden zien, reizen, maar ook veel thuis zijn, lezend, klussend, mailend. Kiezen voor wat ze op dat moment echt wilde.

Mijn antwoord luidde dat ik meer tijd en aandacht wilde besteden aan de mensen om me heen. Schreef Els vervolgens, met buikpijn en moeite, een brief. Ik wilde haar  nog zoveel vertellen en vragen, maar in levende lijve lukte dat niet. De brief was bijna af toen ze me vanuit het hospice een sms’je stuurde: hebben jullie zin en tijd om langs te komen? Zo kon ik de brief persoonlijk geven, de laatste keer dat ik haar zag. In haar antwoord moedigde ze me aan om veel en veel meer te doen met mijn schrijftalent, met mijn vermogen om uit te drukken wat ik wil uitdrukken. Ik denk daar deze maanden vaak aan.

Drie maanden terug hielp ze me opnieuw. De term ADD was inmiddels gevallen en ik had me aangemeld bij PsyQ, want hun behandelingen zijn gratis. Misschien zou het meevallen, hun focus op problemen. Maar ik twijfelde. Surfde naar de site van het ADHD-centrum, las over de opleiding Effectief met AD(H)D, ontdekte dat die nog geen twee weken later van start ging. Mijn blik dwaalde van mijn scherm naar het prikbord ernaast, dat ik zelden bewust zie. Toen wel. Deze foto zag ik, van Els en mij op hetzelfde traject als we vandaag reisden. ‘Dat is het’, zeiden haar ogen, ‘en dat weet je best. Hoe je het doet, doe je het, maar ga voor wat je energie geeft. Het leven is te kort om met minder genoegen te nemen.’

Dank je Els!

Stok achter de deur van vandaag: Ted Eggink. Dank je Ted!