Tagarchief: wat je aandacht geeft groeit

De zoektocht die ADD heet

In het verhaal dat vorige week onder mijn naam over mij in de krant stond, ben ik mezelf een beetje kwijt. Ik deed het werk van de eindredacteur dus over. Hierbij mijn echte eigen  verhaal.

20161111_091704_resizedBegin 2014 herinnert een psycholoog journalist Anke Welten eraan dat zij waarschijnlijk ADD heeft, een aandachtsstoornis. Het blijkt een belangrijke stap in een jarenlange zoektocht.

‘Mijn hoofd zit vol plannen. Ik denk alleen zo lang na over wat ik als eerste ga doen en waarom, dat er weinig uit mijn handen komt.’ Ik interview een man, dertien jaar jonger dan ik, die, net als ik, ADD heeft en regelmatig mediteert. ‘Nu lukt het me beter om te kiezen. Mijn plannen blijven niet in mijn hoofd hangen, maar ik doe er wat mee.’ Au. Ik hoor mezelf. Sinds vierenhalf jaar zit ik dagelijks twee keer twintig minuten op een meditatiekussentje en tel mijn uitademingen. Dat probeer ik althans. Nog voor ik bij drie ben, zijn mijn gedachten al ergens anders. Dat is normaal, vertel ik meditatiecursisten nu ik zelf in opleiding tot zenleraar ben. ‘Je neemt tijd om te kijken naar wat er in je hoofd gebeurt en doet daar even niets mee. Dat geeft vrijheid. Kun je straks zomaar besluiten iets anders dan anders te doen dan wat als eerste bij je opkwam.’

Ik schrijf dit verhaal in de beslotenheid van een zenschool, waar ik een week verblijf en extra veel mediteer. Even weg van mijn bureau vol stapels ‘to do’ die me afleiden, kan geen kwaad. Helemaal niet, nu ik twee plannen uitvoer die al twee jaar in mijn hoofd zitten: levensverhalen optekenen van andere volwassenen met ADHD en het verhaal optekenen van mijn eigen zoektocht naar wat mij helpt in de omgang met ADD. De afgelopen jaren interviewde ik vaker mensen met ADHD, waar ADD een variant van is, maar geen van die interviews werkte ik uit. Met deze ‘feest-der-herkenningsgenoot’ aan de lijn, weet ik weer waarom: hun verhaal confronteert me met mijn eigen vallen en opstaan, vanaf dat ik een dromerig schoolmeisje was, via de talloze nieuwe starten in banen, bij opdrachtgevers en in relaties, burn-outs, geldzorgen.

Betuttelende hulpverleners

Meer dan mijn eigen verhaal, gaan hun verhalen vaak ook nog eens over verkeerde diagnoses en behandelaars die daar jaren aan vasthouden, medicijnen die vooral depressief maken, betuttelende hulpverleners. Soms maken ze me vooral boos. En meer dan eens betrap ik mezelf op missiedrang: ‘Misschien moet je ook eens gaan mediteren.’ Sorry. Ik weet hoe vervelend het is als mensen je vertellen wat je moet doen.

Volgens de psychiatrie is ADHD een genetisch bepaalde afwijking in de manier waarop hersenen informatie verwerken. Alleen medicijnen kunnen daar echt iets aan veranderen. Gedragstherapie of coaching dienen hooguit om ‘ermee te leren leven.’ Onzin. Mediteren heeft mijn hersenen veranderd. Stilzitten was vijf jaar geleden ondenkbaar voor mij, nu lukt het me prima. Twee keer twintig minuten mediteren geeft me zelfinzicht èn oplossingen voor problemen waar ik tegenaan loop. Zo ontdekte ik, dat ik vrijwel continu to-do-lijstjes in mijn hoofd had, totdat ik besloot om voortaan vóór het mediteren zo’n lijstje op papier te zetten. Zo maak ik ruimte vrij voor andere dingen in mijn hoofd.

Wekelijkse groepslessen versnellen het proces. De huiswerkopdracht om een week ‘te zitten’ op ‘Welke vraag houd me het meeste bezig?’ maakte me duidelijk hoezeer ik in de overlevingsmodus zit. Niet de vraag ‘Hoe lever ik mijn bijdrage aan een betere wereld?’ of ‘Wat wordt het plot van mijn eerste roman?’ houd me een groot deel van de tijd bezig, maar ‘Hoe houd ik vol?’ Een pijnlijke ontdekking, te meer omdat ik op dat moment een leuke baan heb van twintig uur, met een salaris waar ik goed van leven kan – een luxe die ik als freelance journalist niet gewend ben en die de stress van geldzorgen naar de achtergrond deed verdwijnen.

Die baan was alweer even voorbij en de bodem van mijn spaarpot in zicht, toen ik in 2014 aanklopte bij een psycholoog. ‘Ik moet werk zoeken maar ben niet vooruit te branden’, vertelde ik. ‘Dat klinkt als ADD’, zei hij. ‘Je hebt veel stress nodig om in actie te komen, maar tegelijk ben je gauw gestresst en moe. Dat is waar ook, schiet me te binnen. Een andere psycholoog had dat tien jaar eerder ook al eens tegen me gezegd. Toen wist ik me daar geen raad mee en vertrok voor onbepaalde tijd naar Argentinië. Nu is het een opluchting. Eindelijk weet ik waar ik het zoeken moet.

Wat je aandacht geeft groeit

Of ik voel voor medicijnen, vroeg de psycholoog en somde de te verwachten effecten op: betere concentratie en focus, makkelijker prioriteiten kunnen stellen. ‘Precies wat ik aan meditatie heb, maar dan zonder nare bijwerkingen’, zeg ik. Hij reageerde lacherig en gaf me planningstips: ‘als je nu elke vrijdagmiddag vrijhoudt voor je mail?”en ‘Plan telefoontjes in je pauzes.’ Denkt hij werkelijk dat ik – toen 43 – niet al honderdduizend van dat soort tips gehad heb? En dat die, tot mijn grote frustratie, niet werkten? Ik besluit te zoeken naar een hulpverlener die mij serieus neemt, inclusief mijn streven om eigen oplossingen te vinden.

‘Verspil je energie niet aan dingen leren waar je niet goed in bent’, zegt coach Anja Bijker maanden later bij het ADHD-centrum. Ik volg daar een training op basis van neurolinguistisch programmeren, NLP, speciaal voor ‘mensen met een vol hoofd.’ ‘Wat je aandacht geeft groeit. Ga je keihard proberen om beter te leren plannen, dan zal je vooral zien dat je veel moeite hebt met plannen. Besteed je aandacht dus aan dingen waar je energie van krijgt, dan wordt je moeite met plannen vanzelf minder belangrijk. Grote kans dat ze juist daardoor minder moeite meer kosten.”

Maar waar krijg ik energie van? Schrijven. Dat helpt me mijn gedachten te ordenen en ik krijg vaak complimenten voor het resultaat, dus doet mijn zelfvertrouwen goed. Maar tegelijk heb ik er juist tijdens het schrijven last van dat ik snel afgeleid ben en vecht ik keer op keer met deadlines.

Misschien heeft dat ook met iets anders te maken, suggereerde Anja ‘Noem eens iets dat je graag zou willen doen en steeds uitstelt.’ ‘Een boek schrijven.’ ‘En waarom doe je dat niet?’ ‘Geen tijd, te druk, eerst moet er brood op de plank.’ Ze herhaalde de vraag, totdat er geen antwoorden meer kwamen. Zo stuitte ik op overtuigingen die ik me ooit eigen gemaakt had en die me meer dwars zaten dan welk afwijkende stofje in mijn hersenen ook: ‘bang dat ik het niet af maak’, ‘bang dat het niet lukt’ en, na bijna een minuut stilte, ‘Ik ben bang voor straf. Ook als ik zelf vind dat ik het goed doe. Alles wat ik doe kan tegen me gebruikt worden.’

Nogal wiedes dat ik niet vooruit kom. De ontdekking dat ik verlamd word door een angst voor straf, deed mijn hart bonzen, zo hard dat mijn hele lichaam trilde. Net als Anja’s vervolgvraag: ‘Wat als de overtuiging, dat alles tegen je gebruikt kan worden, een belachelijke gedachte is?’ Dat gaf ruimte. Net als de oefeningen en vragen om erachter te komen wat mijn belangrijkste doel en drijfveren zijn. ‘Natuurlijk kun je proberen je omgeving aan te passen, en bijvoorbeeld een werkplek te zoeken waar je niet afgeleid raakt’, hoor ik Anja weer zeggen terwijl ik in de afzondering van de zenschool doortik aan dit artikel, ‘maar of je daar gelukkig van wordt? Weten wat je echt wilt, maakt het makkelijker om keuzes te maken.’ ‘Ik wil doen waar ik goed in ben en wat mij gelukkig maakt, zodat ik als vanzelf ook anderen gelukkig maak.’ Ik heb het nog niet uitgesproken, of het voelt alsof ik tien centimeter gegroeid ben.

Zenleraar

Dat inspireert me verder te ontwikkelen in zen en het lesgeven daarin. Eerst volg ik een opleiding tot mindfulnesstrainer en begin daarna een opleiding tot zenleraar. Mindfulness leert me hoe gedachten, emoties en fysieke gewaarwordingen elkaar direct beïnvloeden. Ik moet onder ogen zien dat ik vaker negatief over mezelf denk dan ik dacht. Maar de vraag ‘Wat als dit een belachelijke gedachte is?’ verdwijnt naar de achtergrond. Het eerste artikel dat ik na de NLP-training schreef, leverde ik dusdanig te laat in, dat het niet meer kon worden gepubliceerd. Dat schoot niet op. Het koste me moeite om de positieve energie vast te houden, merk ik.

Een vriendin wees me op een speciaal dieet voor mensen met AD(H)D: zou dat een bijdrage kunnen leveren? Zij dacht van wel. Dus at ik minder zoet, vet, brood en aardappelen en meer groente, fruit en vis. Ik viel af en voelde me fitter. Maar toen ik chagrijnig werd toen een vriendin me taart voorschotelde, wist ik dat dit niet mijn pad is. Ik besluit te doen waar honderdduizenden mensen met ADHD bij zweren: ik haalde een recept voor ritalin.

Het voelde als capitulatie. Maar al binnen een half uur voelde ik een onbekende ontspanning. Ik was niet meer bang dat wat ik die dag wil doen niet lukken ging. Een paar dagen later was het Oud&Nieuw. Ik had lange dagen doorgewerkt om artikelen af te krijgen, weinig geslapen, dronk een paar wijntjes en was tot lang na de jaarwisseling fit. Dat had ik in geen jaren meegemaakt. Ik kon het nauwelijks bevatten. Zou dit gevoel voor anderen ‘normaal’ zijn?

De pret duurde twee maanden. Met medicijnen voelde het overbodig om pauzes te nemen, te mediteren, gezond te eten en andere dingen te doen waarvan ik met veel moeite geleerd heb dat ze me helpen om ‘het vol te houden.’ Het was alsof ik veertig jaar achterstand mocht inhalen. Ik ging harder werken. Dat eiste zijn tol. Ik ging slechter slapen, kreeg tintelingen in mijn benen, handen en voeten. Ze werden zelfs blauw. En jawel, daar kwamen ze, als in de bijsluiter voorspeld: hartkloppingen.

De pillen dankbaar

‘Helpen de medicijnen?’ informeerde de huisarts toen ik haar vroeg mijn bloeddruk te controleren. ‘Want zo ja, dan kun je besluiten de hartkloppingen voor lief te nemen.’ Dat doe ik niet. Nog niet. Eerst maar eens herstellen en zien wat er gebeurt. Wat schetste mijn verbazing: de tintelingen en hartkloppingen verdwenen, maar de angst ‘dat het niet lukt’ bleef uit. Blijkbaar hielpen de medicijnen me om de afstand te nemen die ik nodig had om de verlammende mantra ‘het zal wel weer niet lukken’ te doorbreken. Het is de vraag of ik die afstand zo had kunnen benutten zonder het dagelijkse mediteren, de training bij het ADHD-centrum, mijn mindfulnessopleiding en de coaching die ik vanuit mijn zenopleiding krijg. Maar doet dat ertoe? Ik ben ze dankbaar, die pillen. Ook zes maanden later, als het laatste doosje dat ik aanbrak nog onaangetast in het medicijnkastje staat.

Soms is hij er weer, de verlamming die ik voel als ik iets doe wat voor mij belangrijk is. Zoals toen ik dit artikel schreef. De versie die ik daags na de deadline inleverde, was honderden woorden langer dan afgesproken. Pas maanden later verscheen het in de krant, dusdanig bewerkt dat ik mezelf er soms in kwijt ben. ‘Onderzoek wat er gebeurt’, moedigde mijn zenleraar me aan terwijl ik op de voorlaatste versie zat te zwoegen. ‘Als je het ene verhaal makkelijk schrijft en het andere verlamt je, dan is daar iets mee.’ Dat deed ik. En schreef na publicatie gewoon een nieuwe versie.

Iets anders aan mijn hoofd

Ben ik nauwelijks meer bewust met ADD bezig, sta ik in enkele weken tijd drie keer in een blad of krant met een artikelen die ik daar vijf en zes maanden terug over schreef….

Wat je aandacht geeft groeit, was een belangrijke les in mijn ADD-zoektocht, toch? Nou, andersom is ook waar. Twee maanden gebruikte ik ritalin, en was ik alleen al via het slikken van het pilletje minstens vier keer per dag bewust bezig met ‘dat ik iets heb.’ Ik stopte, omdat de pillen de verleiding te groot maakten om over mijn grenzen heen te gaan, met alle gevolgen van dien. Ruim een half jaar later, is ADD nauwelijks een issue in mijn leven. Heb wel wat anders aan mijn hoofd. Rouw, ja, maar ook een zenschool te runnen, les te geven en – oja, ook dat was ik een beetje vergeten – artikelen te schrijven, om de kost te verdienen en om mijn oorspronkelijke vak en daarmee een belangrijk deel van mezelf, weer serieus te nemen.

Ik moet het evenwicht tussen mijn oude en nieuwe professie nog zien te vinden. Net nu de contouren van dat evenwicht zich beginnen af te tekenen, verschijnen er drie artikelen die ik ruim zes maanden geleden schreef over mijn eigen zoektocht naar hoe ik omga met mijn ADD en over de effecten van zenmeditatie bij anderen met ADD of ADHD.  Met twee daarvan ben ik tevreden, met het derde niet echt.

Toch plaats ik ze hier alle drie:

In de Suzan!i Hèt ADHD lifestylemagazine van Nederland, een geschreven tussen vriendin-collega-zenleraar-en nog zo het een en ander Hanneke Dijkman en ik, over wat wij in de afgelopen tien jaar van elkaar geleerd hebben. suzan-anke-hanneke-add-zen-en-leren-van-elkaar

In Impuls&WoortblindMagazine, een artikel over zenmeditatie bij ADD en ADHD, en waar dat effect vandaan komt.

En in Hart&Ziel, een landelijk gemaakt katern dat meegaat in zeven regionale dagbladen, een nogal vrije bewerking van een artikel dat ik schreef over mijn zoektocht naar wat mij helpt om om te gaan met de gevolgen van ADD. hz-1-11-16-de-achtbaan-die-add-heet-1 en hz-1-11-16-de-achtbaan-die-add-heet-2

En hiermee ben ik terug bij Add&Anke en stel ik me voor het eerst in maanden weer de vragen: wat is dat toch,  ADD? , Hoe verhoud ik me tot ‘dat labeltje’? Wat maakt dat ik ongemakkelijk voel bij het grote verhaal in de krant? En hoe schrijf ik op een eerlijke manier over zen en ADD, zonder dat het – meer dan je van een journalist mag verwachten – overkomt als reclame?

De blog Add&Anke is weer geopend.

 

 

 

 

Post-deadlinestressdieptepunt-en-Sint-overwegingen in noodgedwongen pauze – deel 2

fotoGa ik inderdaad naar buiten, stap ik, na een overweging of vijftien, in de bus richting metro richting mijn moeder die ik een zieken- en post-Sinterklaasbezoekje had beloofd, bel ik haar op, zegt zij: ‘Dit klinkt als gekkenwerk, we zien elkaar van de week wel’, stap ik uit, waai ik langs de kade terug naar huis, vallen er kwartjes. Enkele kwartjes over de opdrachttekst die op voltooiing wacht, maar vooral kwartjes in antwoord op mijn vraag waarom ik mijn deadline dreig te missen terwijl ik de afgelopen week het ene na het andere Sinterklaasgedicht uit mijn pen kreeg:

– o ja, ik was ziek, deze week. Snotterdesnotter, een bonkend hoofd, slechte nachten en toch ging ik door, tot en met vandaag, zondag na Sinterklaas. En tja, dat een opdracht voor een nieuwe opdrachtgever enige extra spanning oproept, is een mij bekend verschijnsel.

– o ja, mijn ‘dat-moet-ik-toch-kunnen-modus’ is nogal opdringerig en eigenwijs

– ja en nee, is het verschijnsel deadline-voor-nieuwe-opdrachtgever en Sinterklaasgedichten voorrang geven, een gevalletje van ‘typisch AD(H)D’:

— Ja, moeite hebben met plannen, prioriteiten stellen en ‘moeten’, zijn bekende AD(H)D-symptomen, kreeg ik de afgelopen week bevestigd tijdens een event van de belangenvereniging, waarbij een ervaringsdeskundige moeder en ADHD-coach  met haar zoon, ook met ADHD, een presentatie hielden over ‘Hoe leer je je eigen gebruiksaanwijzing kennen.’

—- Nee. Bij de Impuls-bijeenkomst ging het over ‘waar-hebben-wij-met-ADHD-of-ADD-het-allemaal-moeilijk-mee-en-welke-trucjes-zijn-er-om-de-schade-te-beperken?’ en eerlijk gezegd heb ik daar moeite mee. Het gaat in tegen wat ik leerde bij het ADHD Centrum, namelijk: ‘Zoek naar: ‘Wat Werkt Wel Voor Mij’. Lijkt hetzelfde maar is heel anders: trucjes zijn algemeen en wat voor mij werkt is individueel. Wat Voor Mij Werkt is: ‘Waaien langs de kade. Dan valt er spanning van me af, kan ik relativeren, word ik blij en krijg ideeën. Hoe harder het waait, hoe beter.’

– Hé, ook Sinterklaasgedichten schrijven is een typische ‘Wat-werkt-wel-voor-mij’: dat kan ik zelfs met een verkouden hoofd, of misschien dan zelfs beter. Ik word er zo blij van, dat ik vergeet dat ik me snotterig voel. Plezierig en lastig tegelijk. Het verklaart in ieder geval waarom ik, de morning after pakjesavond en snotterweek, slaap- en energietekorten nog nauwelijks aangevuld, vol goede moed, zo niet overmoedig, aan het echte werk ga. Wat ik misschien niet had moeten doen. Maar ja.

En nog zo het een en ander aan kwartjes-inzichten. Dat ik het allemaal allang weet, bijvoorbeeld. Maar dat wist ik al.

In elke hoek een tetterende radio op een andere zender en een vijfde in het midden

radio2(1)Zes jaar geleden is het, dat Anneke via haar werk naar een workshop ging over ADHD. Een bijscholingsactiviteit als zovele, lijkt het. Als reclasseringswerker begeleidt zij ex-gedetineerden bij hun terugkeer naar ‘het normale leven.’ Onder haar cliënten zijn er ook die AD(H)D hebben: de combinatie van impulsiviteit, een aaneenschakeling van miscommunicaties als gevolg, frustraties over mislukkingen en gevoeligheid voor de verleiding van verzachtende, rustgevende of juist oppeppende verslavende middelen, drijft mensen met AD(H)D vaker dan gemiddeld in de criminaliteit.

e9e404_c9e33de515d74f939a29e2e27420bc1dAnneke is nieuwsgierig naar de workshop, ook omdat het nu eens niet een deskundige van buitenaf is die een dergelijke workshops geeft, maar een collega die zelf ADHD heeft. Die collega is niet tevreden met de gangbare benadering van mensen met ADHD, vooral gericht op de problematische aspecten en ‘hoe het hoort’ – rust, structuur en regelmaat, terwijl dat niet voor iedereen die AD(H)D heeft helpend is.  Zie mijn kortstondige ervaring bij PsyQ. In plaats daarvan, raadt zij haar collega’s aan om bij iemand met ADHD ook te kijken naar wat hij wèl kan, naar waar zijn kracht ligt in plaats van zijn destructiviteit. Dat geeft een heel ander gevoel. Daar kan ik gelukkig beter over meepraten.

Goed, Anneke gaat naar die bijeenkomst, loopt er binnen en…… schrikt. In elke hoek van de kamer een radio op volle sterkte, elk op een andere zender. En in het midden staat er nog één. Zo is dat dus, wil Anneke’s collega zeggen, zoveel drukte in je hoofd dat het moeite kost om waar dan ook je aandacht bij te houden. Anneke ontdekt waar ze nooit eerder aan gedacht heeft: dit heb ik ook!BC_700DA_2013_Hot_Waterproof_Shower_Radio

De presentatie die volgt, sterkt haar vermoeden. Het is schrikken maar een opluchting tegelijk: Anneke, dan eind veertig, die haar werk erg leuk vindt, inmiddels een fijne relatie heeft en redelijk goed weet wat wel en wat niet goed voor haar is, heeft een burn-out gehad en is dan, ondanks therapie en beter weten, op weg naar de volgende. Terwijl ze slim, leuk en enthousiast is en ze dus vaak te horen krijgt dat het ‘bij haar dus echt wel goed komt.’ Slim, leuk en enthousiast gaat bij ADHD nogal eens samen met ‘en toch lukt het niet’ of ‘maar het is wel heel gauw teveel’, leert ze.

Een huisartsbezoek volgt. Anneke vertelt haar dokter over haar ‘ontdekking.’ Het antwoord: ‘Je zou weleens gelijk kunnen hebben.’ Hij raadt haar af om officieel diagnose-onderzoek te laten doen, ‘want wat dat je oplevert zijn een stempel en pillen. Wil je dat?’ ‘Nee.’ Dus ontmoet ik haar, na, inderdaad, nog even zoeken, ruim een jaar geleden voor het eerst, bij de opleiding Effectief met AD(H)D, van het ‘eigenwijze’, want ‘behandelaar- en medicijnvrije’ ADHD Centrum. Daar verkenden we samen, met nog tien ‘feest-der-herkenningsgenoten’ onze persoonlijke hulpbronnen. Anneke weet nu veel beter nog dan eerst wat voor haar werkt.  Pillen horen daar niet bij.

radio4Anneke vertelde me dit verhaal begin dit jaar, maar het beeld van die tetterende radio’s popt sindsdien nog regelmatig op in mijn hoofd. Bijvoorbeeld, als ik zo in beslag genomen word door een deadline, dat ik al het andere aan me voorbij laat gaan, omdat ik in elk telefoontje, appje, mailtje, klopje op mijn werkkamerdeur, een ‘tetterende radio’ vermoed, die me van mijn werk zal houden. Of op een dag als gisteren, onverwacht deadline- en afspraakvrij, waarop alle mogelijkheden voor dingen die ik opeens kan gaan doen, inclusief achterstallige klusjes,  in mijn hoofd zo hard door elkaar tetteren  dat ik ’s avonds vooral moe ben en nauwelijks voldaan.

Ik moet zeggen dat ik, heel langzaam aan, steeds minder last heb van dergelijk ‘getetter.’ En dat zou weleens te maken kunnen hebben met een mindfulnessoefening die ik dit jaar leerde en waarbij het beeld van de tetterende radio’s de eerste keer óók opdoemde: ga rechtop zitten, ontspan, sluit je ogen en richt je aandacht helemaal op alle geluiden die je hoort. Neem ze waar, onderzoek de kwaliteit van de geluiden – hard, zacht, continu of met onderbrekingen – , hoe het geluid ontstaat en verdwijnt, in welke richting het zich beweegt. En, heel belangrijk: interpreteer en oordeel niet.

vintage-radioDe eerste keer deed ik deze oefening in een ruimte waarin ik me tot dan toe vrijwel altijd stoorde aan de verkeersherrie er omheen. Hooguit enkele minuten nadat ik mijn ogen sloot en mijn oren opende, waren de geluiden een soort ruis geworden, zo nu en dan onderbroken door stilte, of getjilp van een vogeltje. Ik vergat me te ergeren. Dat viel me pas op, toen na een minuut of tien, een belletje de oefening beëindigde.

Sindsdien gebruik ik deze oefening als het even kan zodra ik me stoor: in plaats van me op te vreten, over de bron van ergernis of over mezelf omdat ik vind dat ik me aanstel, neem ik de tijd om even echt naar die ‘tetterende radio’s’ te luisteren. Ja, allemaal door elkaar heen. Zonder mijn best te doen ze te willen volgen. Moet je eens proberen. Ik weet niet of het effect hetzelfde is als je ADHD-medicijnen gebruikt – ik hoor wel eens dat daardoor je gevoel vlakker wordt. Ik vind hem leuk, in ieder geval. Het laat zien dat je ergernis zelf kunt omzetten in iets positiefs. Dat is een hele opluchting.

Deze blog is mede mogelijk gemaakt door een gesponsorde deadline als stok achter de deur, van Ariane Lelieveld/Ariquitectura, adviseur voor zelfvoorzienende gezonde woningen en wijken. Dank je Ariane!

Wil je deze blog ook steunen? Zie: Add&Anke doen het niet alleen.

45, het beginnen gaat door

20151009_092505Een jaar, vandaag is het precies een jaar geleden dat ik deze blog begon! Met gemengde gevoelens keek ik de afgelopen tijd naar deze dag uit. De herinneringen aan die dag, de dagen ervoor en de weken en maanden die volgden, werden intenser.

Euforie was er in die tijd, vermengd met mijn oude vertrouwde onzekerheid en het ‘eerst zien dan geloven.’ Euforie: ik weet dat ik ADD heb, weet dus waar ik het zoeken moet om patronen van altijd-plannen-maar-uitvoeren-ho-maar, nooit-tijd, altijd ‘eerst even dit’ en ‘ik begin er nog maar niet aan want het zal toch niet lukken’ te doorbreken. Groeiende euforie, toen de eerste blog op de geplande dag online stond, de volgende ook, de daarop volgende ook, en dat ondertussen de opleiding waar ik een paar weken eerder ‘toch geen geld voor zou hebben’ van start ging. Toen lezers applaudisseerden. Toen ik complimenten, steunbetuigingen, ontroerde mails van herkenning kreeg, herkenning gemengd met verdriet, aanmoedigingen om vooral door te gaan. Toen me tijdens de opleiding Effectief met AD(H)D als een donderslag bij heldere hemel duidelijk werd dat ik een flink deel van mijn leven heb laten leiden door de overtuiging dat alles wat ik doe tegen me gebruikt kan worden en dat die overtuiging me niet meer helpt. Toen feest der herkenning met mede-cursisten zich ontwikkelde tot vriendschap. En toen het me, maanden later, lukte het idee los te laten dat als ik ander werk zou gaan doen dan het journalistieke, ik gefaald had. En vervolgens zag dat een workshop ontwikkelen en geven me meer energie gaf dan kostte en deelnemers er nog heel blij van werden ook.

En toen, ergens onderweg, de opleiding voorbij, de volgende alweer aan de gang, de financiële zorgen waar mijn hele onderzoek dat via bijna-diagnose tot opleiding, bloggen en diagnose leidde, ooit mee begonnen was, nog even aanwezig waren als daarvoor, kwamen ze terug, die oude patronen. De fixatie op het onaffe, niet-perfecte, dat volgens het boekje waaruit Erwin me tijdens mijn vorige verjaardagsontbijt uit voorlas, af zou nemen, kwam terug. Zie mijn blogs van de laatste maanden. Zie mijn steeds vaker  terugkerende klagen over dat ik te weinig blog en sowieso te weinig doe van wat ik doen wil. Is zo. Ben ook de afgelopen twee weken vooral bezig geweest met afronden van wat al af had moeten zijn, ten koste van starten met nieuwe plannen. De nieuwe Schrijven-met-aandachtsworkshops, een nieuwe serie blogs, het vullen van mijn beide nieuwe websites. Sterker, zelfs het ‘simpelweg’ bijhouden van de mail en andere zaken die door zouden moeten lopen, schoot erbij in. Nu ik dit optik, verbaas ik me erover dat ik me daarover verbaas. Sommige dingen zullen nu eenmaal altijd gaan zoals ze gaan: heb ik het druk met het één, dan blijft al het andere liggen.

Maar ondertussen.

Ondertussen ben ik zelden nog boos op mezelf of op anderen.

Ondertussen  maakt anders eten me inderdaad fitter, opgeruimder en opgewekter.

Ondertussen heb ik nog nooit zo ontspannen mijn eigen verjaardagsfeest gevierd als afgelopen weekend, samen met Erwin en zonder het gevoel achteraf dat het beter, anders, minder onzeker, lekkerder, drukker, rustiger, muzikaler, gastvriendelijker, wakkerder, luxer, harmonieuzer, ontspannener had gemoeten.

Ondertussen geef ik volgende week voor het eerst een Schrijven-met-Aandachtworkshop op uitnodiging.

Ondertussen werken Erwin en ik steeds gebroederlijker samen in plaats naast elkaar.

Ondertussen lijkt het inkomenstij zich te keren.

Ondertussen schijnt de zon.

Ergens onderweg kwam kracht vrij.

Ja, ik mopperde deze ochtend dat ik nu echt nog even wilde bloggen en de tijd zo snel ging door dat uitslapen en ontbijt en kadootjes op bed enzo en dat ik toch echt ook een vrije dag wil vandaag, want ik ben jarig en zaterdag werk ik.  Sommige dingen zullen nu eenmaal altijd gaan zoals ze gaan. Ben ik blij, ga ik mopperen. En even later ben ik weer blij.

Ondertussen zette ik gisteren een nieuwe grote levensstap, die ik nog even voor mezelf en intimi houd. Wel presenteer ik nu de tekening die deze website (en meer) voortaan zal sieren, van het duo dat de komende tijd vaker van zich laat horen: Add&Anke:Add-Anke-2

En sluit ik nu, op  het  geplande tijdstip, mijn computer af. Euforie, nee. Maar tijd voor een klein feestje voor twee, dat ik is het zeker.

Brief aan het nu

Brief aan het nuEen brief bij de post, deze week. Ik verwachtte hem  en toch herkende ik hem niet direct. Ik zag de x-jes over het hoofd, die Remco, mede-cursist bij Effectief met ADHD, op elke hoekje van de envelop zette. Ik schreef de brief zes maanden en drie dagen geleden, op de laatste lesdag. Gedateerd op 11 augustus en geschreven als terugblik vanuit het verleden naar de toekomst en weer terug. Zoiets. Remco adresseerde hem, omdat ik mijn eigen handschrift te snel herkennen zou. De kruisjes, lief, euforisch en hoopvol als zo’n beetje alle Effectief-met-ADHD-deelnemers die dag,  stonden niet aan de voorkant, zoals ik me meende te herinneren, maar aan de achterkant.

Ik opende de envelop, tegen beter weten in, tussen thuiskomst aan het eind van de dag en snel koken en eten om vlug-vlug daarna weer te vertrekken, te nieuwsgierig om een rustig moment af te wachten. ‘Lieve Anke’, las ik, gevolgd door twee regels die trainer Anja dicteerde: ‘ik wil je even laten weten hoe het met me gaat. Een half jaar geleden, op 11 februari dus, heb ik het volgende besluit genomen:…..’ en toen een besluit. En de eerste stappen die ik na het schrijven genomen had om dat besluit tot uitvoering te brengen. Gevolgd door woorden van aanmoediging en trots, plus het realistische ‘ook al is het allemaal toch weer net anders gelopen dan ik me voorgenomen had.’

Verwondering en lichte teleurstelling mengden zich bij het eerste lezen. En opnieuw nu ik de brief weer lees. Verwondering over de stelligheid van mijn besluit: ‘het geven van workshops, trainingen en coaching op het gebied van mijn voornaamste hulpbronnen, mediteren en schrijven, wordt de voornaamste tak van mijn bedrijf.’ Ik herinner me dat ik bedacht had dat ik ‘de komende tijd serieus ging werk aan workshops, trainingen ……. etcetera.’ Niet dat ik mijn schrijven feitelijk tot bijzaak verklaarde. Ondertussen heb ik daar aardig  naar gehandeld. Ik volgde zelfs een nieuwe opleiding, die nul komma niks met journalistiek te maken heeft. Teleurstelling, omdat er verder weinig verrassends in de brief staat. En omdat de voorspelling dat het delen van mijn hulpbronnen ook mijn belangrijkste bron van inkomsten zou worden, niet is uitgekomen.

Net las ik mijn terugblik op vijf maanden training terug, plus het euforische verslag van ‘de dag van de toekomst.’ Word er blijer van dan ik me de laatste tijd gevoeld heb. Tuurlijk is er veel gebeurd en veranderd sinds ik in oktober aan die training begon. En ik nam het besluit niet voor niets. Van schrijven zoals ik schrijven wil, kan ik nauwelijks leven en word ik, vooralsnog niet gelukkig. Door die financiën en doordat schrijven bij mij teveel eenzame opsluiting vergt. Maar de diploma’s ik haalde, workshops en zenlessen die ik gaf en blogs die ik schreef, voorkwamen niet dat de gedachte ‘het zal wel weer niet lukken’ zich langzaamaan haar vertrouwde holletje in mijn hoofd weer toe-eigende. Leuk, al die nieuwe stappen, maar kan het niet wat sneller? Gemakkelijker? Lucratiever? Doordat die nieuwe stappen ook nog eens ten koste gaan van mijn journalistieke productie en een dag niet geschreven voor mij voelt als een verloren dag – dreigt ‘het zal wel weer niet lukken’ vanuit dat holletje haar verlammende macht weer uit te breiden.

Gisterochtend stond ik voor het eerst sinds lang om zes uur op en rende ik mijn rondje eiland. Zonder stoppen, voor het eerst in nog wat langer.  Ik pik het niet, die machtsovername. De rest van de dag, leverde ik, afwisselend schrijvend (Yes!) en ‘regelend’ (oef!) een taaie strijd om constructieve gedachten weer ruimte te laten winnen.

Inkomen eerst

image-251915Iets zit me niet lekker, als ik afreis naar mijn ADHD-coach. Terwijl ik er ook zin in heb. Na de nachtelijke ontdekking, begin deze week, van een dwangbevel bij de post, gevolgd door een paar uur spitten door de beruchte stapel papieren naast mijn bureau totdat ik zeker-zeker-helemaal-100-procent-zeker weet dat er niet meer van dergelijke verassingen onderweg kunnen zijn, verheug ik me erop om samen met haar een flinke nieuwe stap te zetten op weg naar inzicht in mijn weinig praktische houding ten opzichte van inkomensvergaring. Ik ben het zat, ik wil het anders. Voor mezelf, voor Erwin, voor de wereld, ik wil een inkomen verdienen dat me vrijwaart van schaamte en spanning over of ik de rekeningen wel op tijd kan betalen.

Terwijl ik daar met haar over begin, daagt het me dat praten en schrijven en denken over hoe dat toch zit, waarom ik toch niet tot meer inkomensgerichte actie kom, terwijl de eerste echtelijke ruzies met financiële achtergrond in de nieuwste rode periode zich al hebben aangediend en ik net zo blij was dat ik weer wat beter slaap en dat dat waarschijnlijk nu weer minder wordt en waarom doe ik me dit aan, tja ADHD, nee, niets ADHD, gewoon die stomme belemmerende overtuigingen, tja wat doe je eraan, nou, gewoon doormediteren en dooronderzoeken en vertrouwen en geloven en werken, ja ook dat, werken, kom op, toe nou, gewoon werken, waarom doe ik dat zo langzaam, niet, niet, niet ik doe het niet langzaam, ik doe wat ik kan – dat dàt, die gedachtenstroom, best wel wat weg heeft van dat rumineren. Het rumineren ofwel malen dat de depressiegevoeligen doen en depressiegevoeligen alleen maar depressiegevoeliger maakt. Afremt, verlamt. Pffffffff, maar ja. Hoe doe ik het anders?

Nou, anders dus. Zegt coach. Roept coach. ‘Jij bent intelligent, slim, kan veel, weet veel, waarom in vredesnaam zou jij niet in staat zijn om een baan te vinden?!’

Begint zij nou ook al? Ik wìl geen baan. Ik wil mijn cursussen geven, ik ga, weet ik inmiddels, vanaf september mindfulnesstrainingen geven, ik wil vooral ook blijven schrijven, meer schrijven ook, lucratiever schrijven, het gaat de goede kant op allemaal, echt, gewoon een kwestie van doorgaan, vertrouwen, geduld….

We inventariseren mijn ‘ja-maren’. En de voordelen die een baan zou kunnen hebben. Met moeite. En tegenstrijdigheden. Een baan kost me mijn vrijheid. Een baan biedt vrijheid. Een baan geeft stress. Geldzorgen en schaamte daarover geven ook stress. Pfffff. Rotcoach. Ik wil begrijpen. Ik wil doorbreken. Niet op mijn kop krijgen. Want zo voelt het.

‘Je gedraagt je als slachtoffer!’ Tjak.

‘Maar je bent geen slachtoffer.’ Tjak.

‘Al je ja-maren gaan over dingen uit het verleden. Omdat je tòen ruzie kreeg met een baas, omdat je tòen een burn-out kreeg, omdat je baan bij de post misschien inderdaad geen goede keuze was, daarom doe je nu niets??’

Hou op!

En dan gaat ze me ook nog principes van zen en van mindfulness uitleggen. Over hier en nu en belemmerende overtuigingen en accepteren door werkelijk te voelen wat er gebeurt. Alsof ik dat niet allemaal allang weet. Tjak.

Op weg naar haar toe had ik me afgevraagd of ik straks een nieuwe afspraak met haar zou maken, of voorlopig liever niet, vanwege de rekening die ik dan wel grotendeels vergoed krijg maar toch eerst zal moeten voorschieten. De vraag komt niet aan de orde. ‘Mail jij mij eind volgende week over welke stappen je gezet hebt om geld te verdienen?’ eindigt zij ons  gesprek. ‘Mag ook vanavond al zijn hoor.’ ‘Ja maar, het is druk, volgende week. Twee workshops, een lezing, moeder jarig, deadlines, ook dat nog.’ ‘Maakt niet uit. Al is het maar één nieuwe stap.’

Ergens ben ik blij. Soms is het wèl fijn als iemand gewoon zegt wat ik  moet doen.

Op weg terug naar huis schieten me twee eerste stappen te binnen. De eerste is dat ik niet meer ga bloggen als ik betaalde opdrachten af te ronden heb. Zoals ik die dag gedaan had. Begon mijn laatste blog bij wijze van opwarmertje voordat ik aan het echte werk ging, en opeens was het grootste deel van mijn afspraakloze werkuren om.  Soms gaat dat zo. Wil ik niet meer. Ik heb namelijk best betaald werk. Binnen twee weken drie deadlines (naast die workshops, lezing, verjaardag). Een van de drie opdrachten had ik prima af kunnen ronden in de tijd dat ik blogde over belemmerende gedachten.

Ja maar, bloggen is toch ook belangrijk?

Tuurlijk. Op een bepaalde manier wel. Zolang het niet in plaats van dingen komt die nog belangrijker zijn, zoals brood op de plank. Nu is het belangrijk genoeg om te bloggen als ik tijd over heb.

Ja maar.

Ja maar is hardnekkig.

Mocht het hier de komende tijd stil zijn, dan weet je waarom. Al hoop ik hier spoedig stap twee te zetten.

Wist je dat je op deze site kunt adverteren? Of word je graag stok achter de deur? Klik hier voor meer informatie.

28000 negatieve gedachten

20150312_082913Er is nog een reden waarom ik nog weinig over mijn mindfulnessopleiding heb geschreven. De tak van mindfulness waarin ik opgeleid word, heet de Mindfulness-Based Cognitive Therapy en heeft zich bewezen als methode om terugval in depressie te voorkomen.  ‘Evidence based’, dus zodanig overtuigend bewezen dat instellingen in de geestelijke gezondheidszorg deze methode toepassen en zorgverzekeraars hem vergoeden. Wie ooit depressief is geweest, heb ik inmiddels geleerd, loopt een grotere kans dan gemiddeld om opnieuw depressief te worden. En hoe vaker je depressief bent geweest, des te groter de kans op terugval, alle medicatie en therapie ten spijt.

Ik heb mezelf nooit als depressief persoon gezien. Integendeel: ik heb altijd oog voor de positieve kant van wat er gebeurt. Verkering uit? Ach, in mijn eentje kan ik meer mijn eigen gang gaan. Ontslagen? Als eigen baas kan ik heerlijk mijn eigen tijd indelen. Geen geld? Geen keuzestress!

Ben ik daar aan het mindfulnessen en leer ik over hoe mensen die depressief geweest zijn opnieuw in een depressie raken, herken ik me daar toch veel……. Zo verdacht veel dat ik er, tja, down van word. Het lesboek af en toe opzij moet leggen.  Twintig tot dertig procent van de mensen met ADHD heeft last van depressie, tegenover zeventien procent van de gemiddelde westerling. Dikke kans dus dat ook ik, nee toch, aanleg heb voor depressie… of misschien al depressieve trekken vertoon of depressief ben geweest. Wat ik in ieder geval merk, is dat àls ik me somber voel, bijvoorbeeld tijdens een zoveelste slapeloze  nacht op rij, ik moedelozer ben dan ik vroeger was over of het ‘ooit nog iets wordt met mijn toekomst’ – die toekomst met dat huis nabij de natuur, bijvoorbeeld.

Wat ik herken, is wat omschreven wordt als het effect van ‘rumineren’, de beroepsterm voor piekeren of malen. Ben je eenmaal eens depressief geweest, dan heb je negatieve ideeën over jezelf opgedaan, die, als je gezond bent en iets vervelends meemaakt, snel weer ‘oppoppen.’ Ga je daarover malen, dan voed je die negatieve ideeën. Je voegt steeds nieuwe negatieve ideeën toe – ik ben moe, waarom heb ik teveel hooi op mijn vork, wat ben ik toch stom dat ik dat steeds doe, zo wordt het nooit wat, straks is Erwin me zat, dit geploeter slaat nergens op, wat heeft het leven voor zin? – waardoor het negatieve gevoel groter en verlammender wordt en de kans op een nieuwe depressie groeit.

Over hoe belemmerende overtuigingen zichzelf in stand houden en versterken heb ik hier al regelmatig geschreven. En over hoe je je denken kunt veranderen door andere overtuigingen te adopteren, ook. Weken had ik over ‘vermomde onwennigheid‘, het nare gevoel waarmee het afscheid van negatieve overtuigingen gepaard ging. Dat ik de laatste tijd minder blog, is voor een deel omdat ik merk dat dat afscheid niet van de ene dag op de ander gaat. Dat ik nog steeds vaak bang ben dat dingen me niet lukken, me daar nog altijd door belemmerd voel en voor schaam, vaak slecht slaap, veel tijd nodig heb om van drukke periodes bij te komen. En dat daar telkens maar weer over schrijven mij niet vrolijker maakt. Helemaal niet als daar misschien wel een labeltje ‘depressie-gevoelig’ aan te hangen valt….

Mindfulness leert je om in een zo vroeg mogelijk stadium door te krijgen dat negatieve gedachten met je op de loop willen gaan. En ze op dat moment niet weg te beredeneren (piekeren!) of te bagatelliseren (geen geld, geen keuzestress 🙂 ), maar serieus te nemen voor wat ze zijn: gedachten, voortbrengselen van het brein. Geen feiten. Gedachten als wolken die voorbij trekken en plaats maken voor nieuwe gedachten die ook voorbij zullen trekken.

Hoeveel moeite het me kost om belemmerende overtuigingen los te laten, merk ik nu ik probeer mijn houding ten opzichte van geld verdienen te doorbreken. Ik vind geld gewoon een stom onderwerp, waar ik niet over na wil denken.  Zodra iemand me het o zo wijze en meestal o zo goed bedoelde advies geeft om ‘gewoon’ een (bij-)baan te zoeken, stijgt mijn ademhaling, gaat mijn hart bonken en trekt mijn maag samen. Nu meer dan in het verleden. Nadert hier de ‘vermomde onwennigheid’?

Een geruststelling. Tijdens de laatste opleidingsdagen zagen we neurowetenschapper David Rock vertellen dat een negatieve gebeurtenis bij ieder mens veel meer, langer, dieper, zwaarder invloed heeft dan een positieve. Kritiek blijft knagen, blijdschap over een complimentje ebt weg.  We hebben maar liefst 40.000 gedachten per dag en 70 procent daarvan is negatief. Ik heb – aard van het ADHD-beestje – veel meer gedachten.  Zeventig procent van 40.000 gedachten zijn 28.000 negatieve gedachten. Nu weet ik dat ik er daar best veel van heb, ook in vergelijking met mijn mede-studenten.  Maar 28.000 negatieve gedachten per dag? Dat lijkt me zwaar overdreven.

De toekomst is allang begonnen

Over hoe je zelf je hersenen beïnvloedt gesproken. Noem een willekeurige dag in februari ‘Dag van de toekomst’, werk daar in een blog weemoedig naartoe, sta op de bewuste dag positief stil bij zowel verleden (‘of die belangrijke ervaring nu positief of negatief was, bedenk welke positieve les je eruit geleerd hebt waar je nu wat aan hebt’) als toekomst (‘stel je doelen, helemaal zoals jij echt wilt dat het zal zijn, durf te dromen!’) en, tataaaaa, ga naar huis met het gevoel dat vanaf nu niets meer zal zijn zoals het was.

Zo voelt het dus echt, deze day after. Ook al schrijf ik deze blog ‘als vanouds’ met enige stress omdat het alweer het einde van de dag is en ik niet wil kiezen tussen de honderd-en-een dingen die ik vandaag ook nog wil doen. Zo gaat het al jaren aan het eind van de dag en zo zal het nog vaak blijven gaan. Ik heb gisteren goede hoop opgedaan voor mijn 95e, waarover later meer. Maar juist door mijn verleden, met alle omwegen en bijbehorende avonturen, teleurstellingen, frustraties en talloze nieuwe starten, te bekijken in het licht van de toekomst, voelen mijn toekomstdromen opeens een stuk dichterbij. Om niet te zeggen tastbaar.

Hoe anders dan na die veelbesproken opsomming der tegenslagen die ik bij wijze van intake bij PsyQ mocht maken.

En hoe anders dan het effect van wat ik jarenlang in dagboeken deed. Ik schreef over wat ik nu weer niet handig gedaan had, wat ze wel niet van me zullen denken, ook, tuurlijk, ja dat ook, over hoe ik het later anders zou willen. ‘Als ik eerst maar … en dan een variant op de volgende opties: mijn studie af is, ik een leuke kleine baan en dus basisinkomen heb, ik die leuke echte baan heb, het me gelukt is om mijn relatie te verbreken, ik eindelijk een leuke man heb, ik uit de schulden ben, ik wat meer rust heb, ik een nieuwe huis heb……….

Ondertussen nam ik regelmatig afscheid, om aan een andere kant van de wereld of ‘eindelijk weer alleen’ een nieuwe start te maken. Langzaamaan ben ik dat als falen gaan zien. Onrust. Onvermogen om te kiezen. Gebrek aan doorzettingsvermogen. Perfectionisme. Bindingsangst. Met als gevolg dat het me steeds meer moeite kostte om te blijven dromen.

Gisteren deed ik dat toch. Na een wandeling langs positieve lessen uit mijn verleden. Gaandeweg ontdekte ik dat dromen van een stip op de horizon, een nieuwe start, om de hoek van de straat of aan de andere kant van de wereld, me van kinds af aan een enorme kracht heeft gegeven. Die me talloze nieuwe starten heeft opgeleverd, in Amerika, Rotterdam, Spanje, Argentinië, de liefde, de journalistiek, vriendschappen, werkkringen, ervaringen, lessen voor de rest van mijn leven. Best bijzonder eigenlijk.

Me bewust van die kracht, is het prettig doelen stellen. De afgelopen maanden liet ik steeds minder energie verloren gaan aan treuren om wat er niet is of boos zijn om wat niet lukt. Vandaag bereikte die energieverspilling een ongekend dal. Ik had mezelf een vrije dag gegund, om de laatste cursusdag te kunnen verwerken. In plaats daarvan dook ik in mijn zenworkshop voor AD(H)D’ers en het Schrijven voor chaoten. Over een jaar draaien de cursussen die ik als ervaringsdeskundige geef namelijk erg goed. Dat staat op een briefje. Op een ander briefje staat dat we over tien jaar in een huis wonen van waaruit je binnen tien minuten de natuur in wandelt en dat ik dan meerdere boeken op mijn naam heb staan.

Terwijl ik deze blog schrijf is de telefoon drie keer gegaan zonder dat ik hem opnam – first things first. Nu gaat hij voor de vierde keer. Hoogste tijd voor het nu. Waar ik zonder mijn verleden niet zou zijn en wat ik hard nodig heb voor mijn toekomst.

Nee, even nog. Mijn vergezicht. Aan het eind van de levenslijn die ik gisteren in kaart bracht en uitstippelde, slijt deze dame, dunne grijze haren in een losse knot, dikke kriebeltrui over haar bottige lijf, haar dagen met uitzicht op zee. Naast mijn schommelstoel ligt een schetsblokje. Ik maak me allang niet druk meer om wat ik nog wil of moet. Maar soms word ik geraakt, door de sierlijke beweging van een meeuw, het schuim op de golven of een dankbare herinnering. En dan, alleen als ik dat wil, pak ik dat blokje en een potlood en zorg ervoor dat wat me blij maakt nog even in mijn gedachten blijft.

Stok achter de deur van vandaag: Hetty Oostijen. Dank je, Hetty!

Tussenstand

tekening MarijMorgen is de dag van de toekomst. Zo heet de negende en laatste dag van Effectief met AD(H)D. Kijk ik naar uit. En tegelijk zie ik er tegenop dat die dag over een uur of 22 ten einde is. Ik zal ze missen, mijn feest-der-herkenning-genoten. En de oefeningen en reminders. Ook al zal ik sommige mede-cursisten blijven zien. En ga ik verder met coach A. Tijd voor een tussenstand, tussen acht dagen opleiding en De Rest Van Mijn Leven.

Wat is er gebeurd, sinds mijn aanmelding voor Effectief met ADHD, eind september 2014?

– ik kwam uit de kast als ‘iemand die mogelijk ADD heeft’. Resultaat: veel reacties, verwondering, herkenning, steunbetuigingen, positieve energie. Ook verbazing over wie wel en wie juist niet reageert. Maar dat voelt stukken minder relevant.

-ik leerde ruim twintig mensen kennen die allemaal heel anders dan ik zijn en met wie ik tegelijk zoveel gemeen heb. Doorbrak, al doende, daarmee mijn eigen vooroordelen over mensen met AD(H)D. Nee, het zijn niet allemaal stuiterballen, recalcitranten, zwevers en excentriekelingen. Eigenlijk zijn ‘we’ best gewoon en gemiddeld. Hooguit wat eigenwijzer. En daar houd ik wel van.

– 40 blogs, en ook daarop reacties, met grotendeels hetzelfde resultaat als mijn ‘uit de kast komen.’  Plus: andere gesprekken in (her-)nieuw(d)e vriendschappen. Openheid, van beide kanten, over kwetsbaarheden. Troost en nog meer energie.

– erkenning van ‘ik ben niet gek’, ‘dat dingen niet luk(t)en is nìet (vooral) een kwestie van niet mijn best doen’. Geeft hoop, ruimte, energie. Naast het melancholische ‘had ik dit maar eerder geweten……’

– het inzicht, steeds beter doorvoeld van ‘Wat je aandacht geeft groeit.’ Met als gevolg, dat  ik steeds vaker de keuze maak om nu eens niet te denken aan wat niet lukt, maar me te richten op wat wel lukt. Met ook hier als gevolg: ruimte, energie. Plus geluk.

– meer waardering voor mijn hulpbronnen, zowel in vaardigheden en gewoontes (schrijven, mediteren, doorzetten) als in personen (:-)). Gevolg: ik voel me milder en geniet bewuster van wat er is.

– minder energieverspilling aan het negatieve. Zoals aan boosheid op mezelf of aan wie ‘me in de weg loopt’ als het me niet lukt om lekker vroeg op te staan.

– heb sinds de start van de opleiding nauwelijks meer tijd en energie besteed aan mijn to-do-lijst(en). Omdat ik erop vertrouw dat wat ik echt doen wil heus wel doe. En er geen man overboord is als iets wat later gebeurt. Scheelt me gemakkelijk anderhalf uur per dag. En kilo’s energie.

– het verpletterende inzicht dat ik me heel lang grotendeels heb laten leiden door de angst voor straf. En met dat inzicht, de mogelijkheid om dat als oprecht gevoelde ‘absurde gedachte’ aan de kant te zetten.

– het inzicht dat ik moeite heb om mijn plek in te nemen. Verantwoordelijkheid op me te nemen en daarnaar te handelen. En daarmee, opnieuw, de mogelijkheid, steeds vaker gegrepen, om dat alsnog te doen.

– het inzicht dat de meeste tegenslagen niet of nauwelijks de schuld van Anderen, dichtbij of veraf, is. Dat is soms lastig, maar maakt me ook, opnieuw, milder.

– erkenning dat ook schaamte mijn denken, handelen en niet-handelen nogal heeft bepaald. En van het ondermijnende effect daarvan. En opnieuw: daarmee een eerste stap in het doorbreken.

– bijna: een nieuwe website.

– de kennismakingsworkshop zenmeditatie voor mensen met ADD of ADHD. En nieuwe workshops en trainingen in het verschiet, die mij, in combinatie met mijn schrijven, heel veel positieve energie geven.

Zal ik ook negatieve dingen noemen? Weet je, dat voelt bijna tegennatuurlijk. Ik ben vooral blij. Maar goed dan:

– al die nieuwe energie heeft gemaakt dat ik weer vaker langere dagen maak en vaker slecht slaap. Met chagrijn en twijfels tot gevolg.

– mijn werk, in de zin van brood op de plank, staat op een laag pitje. Terwijl ik daar juist verandering in wilde brengen. Maar op de een of andere manier heb ik het gevoel dat de investeringen die ik in mijn persoonlijke ontwikkeling doe, ook in mijn werk over niet al te lange tijd vruchten zullen afwerpen.

Ik geloof dat ik er klaar voor ben, die dag van de toekomst.

Stok achter de deur van vandaag: Annemarie Sweep. Dank je, Annemarie!

En dank je Marije Webbers, hulpbron sinds 1986, voor je illustratie met ruimte.