Losse eindjes wereldwijd

20150328_191044
Met ‘Mom’, ‘Dad’ en vriendin Laura in Disney World, Kerst+Oud&Nieuw 1987-1988

Afbellen deed ik niet. Ik bracht mijn ‘stoere’ beslissing in een mailtje, drie dagen nadat ik besloot de tot beschimmelings toe uitgestelde opdracht terug te geven. Pas nadat ik daar, weer twee dagen later, het gesprek over aanging, was er lucht. Ongekend veel. Zon, ondanks regen. Tot die tijd bleef de knoop in mijn maag stevig zitten. Met doorwaakte nachten tot gevolg. Had ik kunnen weten. Losse-eindjes ervaring genoeg in mijn leven.

Een van die afgelopen doorwaakte nachten besloot ik mijn rusteloosheid n daden om te zetten. Het moet na drieën geweest zijn. De beslissing klinkt opgewekter dan hij voelde. Er stond een doos in de huiskamer, karton met vochtplekken, oranje belettering, het adres van mijn voor-voor-voor-voor-vorige woning, en dat alles in een vastgeplakte wolk stof. Een paar weken geleden naar boven gehaald, in een optimistische roes na een jaren uitgesteld zondagje kelderruimen. Net als de talloze eerdere malen dat ik rond die doos bezig was, was ik niet verder gekomen dan dat ik hem openmaakte, een graai deed in de losse foto’s, kledingstukken en prullaria, enkele dingen daarvan weggooide, er inhoud uit een vergelijkbare doos aan toevoegde en besloot: Nee laat maar. Komt wel een keer als ik tijd heb. Misschien bij de volgende verhuizing. Wanneer dat ook is.

20150328_190345Nu ging ik ervoor zitten. Muziekje op, kop thee erbij. Ik begon als vanouds. Een graai in de losse spullen. Een vlag van de Detroit Tigers, uit mijn High School Year 1987-1988. Een beker van de Gran Ole Opry in Nashville, uit het voorjaar van 1988.  Affiches van de toneelvoorstellingen waar ik op CrossLex High School, in speelde. Een hartjesdoos vol brieven, periode, naar schatting, van 1988 tot 2004. Een grijzig groen Hemaschort, relikwie van een van mijn eerste bijbanen, 1989.  Een Surinaamse verkiezingsvlag, uit afstudeerjaar 1996. En mijn Amerikaanse schoolagenda.

Veel ging weg, de agenda bleef. Sterker, in sloeg hem open. Bekeek de losse velletjes – oefenprogramma voor de toneelstukken Our hearts were young and gay en Onions in the stew. Een foto van het American Footballteam van school. Mijn hardloopschema. Een cijferlijst (Vooral A’s en B’s, bij journalistiek een C+ en de mededeling ‘shows improvement’) En toen de foto’s, van Amerikaanse klasgenoten, mijn Nederlandse hartsvriendin, de Nederlandse schooltoneelclub en mijn twee beste Amerikaanse vriendinnen, Laura en Patty. Met bijbehorende brieven. Over hoe leuk we het hadden, op feestjes bij mij thuis, cruisend in het dichtsbijzijnde stadje Port Huron,  gierend van het lachen in de auto. Dat ze me zullen missen. Dat we – please, please-  contact moeten houden,  ‘Onze vriendschap is nog maar net begonnen.’ Een traan welde op. Met Laura en Patty, miste ik opeens ook mijn Argentijnse vriendinnen Myriam, Melina en Norma, die dankzij Facebook en email net iets minder ver weg lijken – al laat ik ook hun berichten maanden onbeantwoord.

20150328_190944
Heimwee had ik ook, in Amerika. In mijn schoolagenda telde ik de dagen af voordat ik weer naar Nederland vertrok.

Over losse eindjes had ik het. Bij elk afscheid van een uitwisselingsjaar, woonplaats, baan of hobby liet ik ook vriendinnen en vrienden achter. Eenmaal uit het oog, verzon ik, nauwelijks bewust, een verhaal om het afscheid draagbaar te maken. ‘Wat  is Amerika toch een naar conservatief land’, drukte ik mijn herinneringen aan Amerikaanse vriendinnenlachbuien weg. Anderen ‘kregen wel een héél ander leven, mij te huisje-boompje-beestje.’ Banen pasten me achteraf bij nader inzien nooit. En de samenlevingen van landen waarin ik me toch echt een poosje thuis gevoeld heb, waren toch wel heel erg anders, niet te doen anders, dan de onze.

20150328_190504
In 1987-1988 was ik nog bij: zie hier het overzicht van wie ik wanneer een brief gestuurd had.

In de donkerte van de doorwaakte nacht somberde ik dat de meeste van die verhalen niet kloppen. Meer dan van ‘levens die niet meer op elkaar aansluiten’ hebben mijn vriendschappen te lijden onder mijn eeuwige losse eindjes op andere vlakken. Pas als de emailachterstand weg is, het artikel af, het artikelvoorstel verstuurd, de workshop voorbereid, de afwas weggewerkt en mijn ouders bezocht…. …

bel ik vriendin…..X, zo neem ik me voor. Maar nee, dan ben ik moe, val ik in slaap of niet, en begin ik de volgende dag met het opbouwen en wegwerken van nieuwe achterstanden.

Zo ook vandaag. Had een Pronkstuk zullen schrijven, een workshopopzet uit zullen werken en een artikelvoorstel zullen specificeren. En daarna, ja, nou, gezellig, een vriendin, mijn broer, een nicht of tante zullen bellen. Maar ja. Ik had een blogachterstand.

Check.

Kop in het zand, knoop in mijn maag

Mijn laatste blog van vorige week, Te goed of Kop in het zand, zit me niet lekker. Waar dat hem in zit weet ik maar voor een deel. Het kop-in-het-zand-deel.

Was het maar waar, dat ik alleen in tijden van crisis mijn kop in het zand stak. Mails onbeantwoord liet. Toezeggingen liet verjaren. Voornemens liet verstoffen. In tijden met een duidelijk aanwijsbare en bovendien algemeen als plausibele reden aanvaardde drukte, durf ik mijn kop in het zand toe te geven. Dan heb ik focus, die crisis namelijk, en kost het me minder moeite om te kiezen. Ik had het niet voor niets ooit over de Zegen van pech. Die zie ik nog steeds.

Ik kan triomfantelijk vertellen over dat ik in en rond crises sneller mijn evenwicht hervind en dat ik af ben van de gewoonte om anderen de schuld te geven, maar ondertussen loop ik mijn achterstanden nu nauwelijks harder in dan twee weken geleden. En een van de klussen die me in de recente crisisperiode stress aanjoeg, zou, was het een stuk fruit geweest, inmiddels wit-groen-blauw-grijs zien van de schimmel of bruin van de rot. Relatieve rust of niet, ik kom er niet toe om ‘gewoon’ de telefoon te pakken en te zeggen: ‘Sorry, het lukt me niet meer.’ Of het alsnog ‘gewoon’ te gaan doen.

Dat wetende, voel ik al de hele week een knoop in mijn maag. Gebonk in mijn keel. Heb ik tijd, doe ik nòg niet wat ik moet-wil-zou. Of, beter gezegd: doe ik daar maar een beperkt deel van. Deels omdat ik nu eenmaal niet voor alles de tijd heb. Deels omdat ik, àls ik het dan eindelijk doe, ik het ook nog eens perfect wil doen. En deels, vanwege die knoop in mijn maag en het gebonk in mijn keel. De schaamte waar dat voor staat, werkt nogal verlammend. Ook al weet ik dat het echt geen monsters zijn die op me zitten te wachten, integendeel zelfs.

‘Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg’, citeerde mijn haptonome ooit. Om te zeggen dat er pas echt iets verandert, als ik zelf dingen anders doe.  Vandaag ga ik bellen. En deel twee van het verhaal over wat me niet lekker zat – over dat de driehoek minderwaardigheidscomplex-meerderwaardigheidscomplex-werk/inkomen – vertel ik gewoon de volgende keer. Eén knoop per keer ontwarren is wel voldoende.  Heb nog wel meer te doen vandaag, tenslotte.

 

 

Uit de kast, met pretoogjes

De eerste Add&Anke-informatiekraam, bijna klaar voor de start, Bewust Gezond | Open dag aanvullende zorg, 21 maart 2015

Weer een mijlpaal achter de rug. Veilig achter de computer mijn blog bijhouden is één ding, erover vertellen in relatief veilige besloten kring al iets anders maar helemaal in het openbaar, ook aan ‘toevallige voorbijgangers’  weer een stap verder. Ik deed het zaterdag, op de Open Dag voor Aanvullende zorg en welzijn bij – dat dan weer wel lekker vertrouwd en veilig – Impact Hub Rotterdam. Met Erwin van Win-trainingen (ook fijn en veilig) deelde ik een informatiekraam. De nacht ervoor had ik nog flyers gemaakt, voor zowel  de Knipperende Kursor-workshop als mijn Zen-kennismaking -voor-wie-zich-herkent-in-AD(H)D-kenmerken-activiteiten. En de laatste hand gelegd aan de twee miniworkshops die ik zou geven.

Moe was ik dus en er af en toe niet helemaal bij.  Paste mooi in het plaatje.  Jammerder was, dat er niet veel bezoekers waren – degene die persberichten had zullen versturen was tot haar schaamte ondergedompeld in familiezorgcrisisstress+add-kop-in-het-zand-want- ik-zou-het-toch-moeten-kunnen-en-ik-kan-het-niet-maken-om-nu-nog-te-zeggen-dat-het-nìet-lukt-verschijnselen en deed dat dus pas enkele dagen voor deze grote. Workshop 1, Knipperende Kursor Kompact ging daarom helaas niet door.

Toch voelde de dag als overwinning. De beschrijvingen van hoe Add  mijn schrijven en leven beïnvloedt roepen veel herkenning op en zorgden voor bijzondere gesprekken en nog meer herkenning. ‘Hihi, ik ben altijd aan het schrijven, maar het komt nooit af.  En mijn dochter is nog erger. ‘ ‘Tja, zo’n dag, daar gaat toch altijd nachtwerk aan vooraf?’, ‘en toen gebeurde er iets naars en toen werden zijn ADHD-klachten veel erger dan ze al waren.’ Schrik ook, helaas vaak van herkenning, bij het horen van mijn constatering dat van de zeg veertig mensen met AD(H)D die ik inmiddels ken ik er geen weet die nooit minstens tegen een burnout aan gezeten heeft of op een andere manier is ‘ontspoord.’  Ook de vraag, mij vaker gesteld: ‘Heb je er geen moeite mee om zo’n labetje te krijgen?’ Nee, heb ik niet. Voor mij betekende de ‘ontdekking’ dat ik ADD heb, dat ik eindelijk wist ‘waar ik het zoeken moest.’ Dat ik inderdaad moest zoeken naar de juiste begeleiding, dat ik erg geschrokken ben van het aanbod van de reguliere zorg (en de ervaringen van mede-AD(H)D-ers daarmee) maar dat ik zelf bepaal, al zoekende, wat dat ‘labeltje’ voor mij betekent.

Opluchting zag ik ook.  ‘Dus het lukt jou wel om te schrijven!’ en ‘wat  goed, dat je kijkt wat je zonder medicijnen zelf allemaal kan doen.’ En heel veel pretoogjes. Ook bij mij.  Openlijk vertellen over waar ik niet goed, of minstens ‘best onhandig’ in ben, geeft lucht. Aan mij, maar ook aan degene die het horen wil. Nooit voordat ik met deze blog begon,  hebben mensen mij zo vaak hun eigen onhandigheden opgebiecht. Zaterdag meer nog dan in de afgelopen weken. Met betekenisvolle glimlach èn pretoogjes.

Natuurlijk was ik ’s avonds uitgeput, van achterstallige slaap en losgelaten spanning. Maar het ‘Waarom laat ik het toch steeds weer zo ver komen?’ van de afgelopen weken was zowaar even weg. Ik sliep heerlijk. En werd wakker met pretoogjes.

Te goed of Kop in het zand

IMG_3682
Houd ik daarom zo van duinen, zee en strand?

Hij twijfelde even voordat hij het zei, de psycholoog die begin vorig jaar suggereerde dat ik ADD heb. Gaf dat ook toe. Maar hij zei het:  ‘Een minderwaardigheidscomplex gaat vaak gepaard met een meerderwaardigheidscomplex.’ Of woorden van gelijke strekking.  De context: een belangrijke aanleiding voor mij om naar hem toe te stappen, was dat ik er maar niet toe kwam om werk te maken van mijn vele ambitieuze plannen en ideeën, ondertussen nauwelijks inkomsten binnenhaalde maar ook niet achter ander werk aanging. Voor wat ik wil voel ik me te min, voor wat ik moet voel ik me te goed. Zoiets dus, was zijn idee.

Het hakte erin. Ik, die pretendeer mensen die niet of nauwelijks gehoord worden een stem te geven, voel me te goed om mijn handen uit de mouwen te steken? De stelling bleef en blijft me achtervolgen. Het bracht me ertoe om postbezorger worden. Drie dagen van drie uur per week, veel beweging, buitenlucht en nog een basisinkomenpje ook, ideaal toch? Niet dus, en dat wist ik van tevoren: tussen elke activiteit heb ik, typisch AD(H)D, veel tussentijd nodig. Drie keer drie uur kwam daarmee neer op drie werkdagen die ik niet of nauwelijks aan mijn journalistieke werk besteedde. Negen maanden lang kwam ik nauwelijks boven dat basisinkomenpje uit. En maar blijven proberen. Want ik moest het toch kunnen. Ik wilde vooral niet dat Ze zouden denken dat ik me te goed er te goed voor voelde.

Hoe goed ik ook weet hoezeer ik de afgelopen weken in beslag genomen werd door ouderlijke zorgcrisis, ADD-activiteiten, een opleiding en enkele journalistieke klussen en hoezeer ik ook burnout-naderende symptomen herkende, hoor ik het de psycholoog weer zeggen, ‘Een minderwaardigheidscomplex gaat vaak gepaard met een meerderwaardigheidscomplex.’ Nu ik weer min of meer uitgerust ben en de draad voor de zoveelste keer opnieuw oppak, zie ik voor welke klussen ik tijdens de crisis tijd en ruimte heb weten te maken, en voor welke niet. En wanneer ik ‘gewoon’ tegen degenen die op me wachtten toegaf dat het niet lukte  en nieuwe afspraken maakte… en wanneer niet. Tot mijn verbazing – heb ik die lessen nu nòg niet geleerd – heb ik hier en daar mijn kop diep in het zand gestoken. Mails onbeantwoord gelaten, toezeggingen zonder opgaaf van reden niet nagekomen, gedaan alsof mijn neus bloedt.

Er zijn tijden geweest dat dat voor mij min of meer normaal was en voor mezelf wist goed te praten (‘Hoe kunnen Ze in godsnaam verwachten dat ik dat allemaal voor elkaar krijg, ik vertik het om weer nachten door te werken, dat Zij dat zo nodig willen doen moeten Zij Dat Zelf weten, en Zo Belangrijk Is Het Allemaal Toch Ook Weer Niet, waar maken ze zich toch druk om?’) Nu baal ik. Als ik iemand iets te verwijten heb, dan ben ik het toch echt zelf. Dat doe ik, mindfulness-getrouw, op vriendelijke en nieuwsgierige wijze. Waarom hield ik me groot? Waarom zei ik niet eerder dat iets niet ging lukken? Waarom ging ik überhaupt verplichtingen aan die me afhouden van òf in mijn levensonderhoud voorzien òf de dingen die ik echt wil – deze blog, mijn aanverwante ADD-ervaringsdeskundigheidsactiviteiten, bepaalde journalistieke verhalen – terwijl ik weet dat het me zoveel moeite kost om op mijn pad te blijven, overeind te blijven soms zelfs?

Kiezen, dat zal ik nog bewuster moeten doen. En toegeven, allereerst aan mezelf, dat ik niet alles kan. Laat ik dat nu net verschrikkelijk moeilijk vinden. Misschien juist wel omdat ik niet wil dat mensen denken dat ik me ergens te goed voor voel of juist dat ik het nooit zal kunnen. Iets zegt me dat ik desondanks op de goede weg ben.

Opnieuw beginnen

De rust van het relatieve evenwicht houdt aan. Goed,  na de twee opleidingsdagen met verkwikkende focus, gevolgd door een dagje treinen en weg, lag ik weer een nacht wakker. Gisteren deed ik alles wat ik deed dus met vertraging. Had ik mijn aloude neiging om tien dingen tegelijk te doen, telkens bang dat ik iets vergeten zou als ik er niet nù aan begon en/of dat ik zou instorten van vermoeidheid voordat ik ook maar één van die tien dingen af zou krijgen.

20150317_095416_resized
De stapels naast mijn bureau. 17 maart 2015

Kreeg inderdaad weinig af. Pech speelde mee. Van de negen mensen die ik benaderde voor een interview, kreeg ik er vier aan de lijn, van wie er drie ‘nee’ zeiden op mijn verzoek en één: ‘nu niet.’ Een mengeling van eigenwijsheid en kop-in-het-zand was er ook. Opeens was mijn nieuwe website veel belangrijker dan welke afspraak dan ook. En gebrek aan overzicht. De weken van kip zonder kop hebben voor stapels gezorgd. Die maken  dat elke klus die ik nu dan eindelijk eens klaren wil, begint met een zoektocht. Was ooit gewoon.  En aanleiding om professionele opruimhulp te zoeken. Daarover later meer.

Nu een laatste stand van zaken van de stapel naast mijn bureau: zie hierboven. Hieruit heb ik zojuist de lesopzet van mijn aanstaande Knipperende Kursorworshop, de stemkaarten voor de staten- en waterschapsverkiezingen van morgen en een aantal te betalen rekeningen gevist. De rekeningen die ik nu eindelijk eens bij de zorgverzekering wil declareren kwam ik helaas niet tegen. Het zij zo. Met wat nu niet lukt, kan ik – opnieuw een zenles, die ook in mindfulness leidraad is – elke dag opnieuw beginnen.

De rust van het treinen (of Het wordt nooit meer zoals toen)

20150315_101147_resizedIk heb wat moeite om het te geloven, maar na twee opleidingsdagen, waarvan de eerste gevolgd door mijn eigen kennismakingsworkshop zen speciaal voor wie zich herkent in Ad(H)d-kenmerken en een zaterdag deels werken, deels mantelzorgen, voel ik me stukken fitter dan ik me in tien dagen tijd gevoeld heb. Min of meer zoals tijdens de uitwaaidagen aan de Noordhollandse kust. Ergens tussen de eerste uitwaaidag en de dag voor de thuisreis. Zou het die focus zijn, even op afstand van de crisis en het dagelijkse gedoe, of speelt ook de mindfulness zelf al een rol?

Tijd om het uitwaaien in de herhaling te doen, in ieder geval. Heb mijn mindfulnessstudieboeken vorige week speciaal in de boekhandel gekocht om er een boekenweekgeschenk bij te krijgen, goed voor een zondag gratis treinen. Het plan: verder lopen langs het strand waar we tien dagen geleden zijn geëindigd: van Camperduin naar Callantsoog. Erwin vond twee keer tweeënhalf uur reizen-als-alles-meezit minder avontuurlijk dan ik, dus op de valreep besloten we een gemakkelijker per OV te bereizen strandetappe te kiezen: van Zoutelande naar Middelburg. En toen was er een stroomstoring, nuttigden we bovenstaande koffie met gebak in afwachting  van het einde daarvan in Bergen op Zoom, arriveerden een uur later dan gepland in Middelburg, ontdekten aldaar dat de bussen naar Domburg via Zoutelande slechts om het uur gaan en besloten in Middelburg te blijven.

Wat een mooie stad. Oud, kronkelstraatjes, frisse zeewind, licht, open, statig, rustig. En wat mooi, het Zeeuws Museum. Herinneringen aan onze zomerse fietsvakantie, toen we met deze stad kennismaakten. Herinneringen aan mijn Tienertoerjaren, de eerste vakanties zonder ouders, met vriendin naar alle uithoeken van het land. En aan mijn studententijd, toen ik elke dag van de week gratis met de trein mocht en ‘dus’ regelmatig heen en weer ging naar Groningen of Maastricht, omdat ik in de trein zo lekker rustig kon studeren en daar nog een vakantiegevoel bij op de koop toe kreeg ook.

Blijkt ook al typisch AD(H)D te zijn. Tijdens mijn gedenkwaardige afscheidsgesprek bij PsyQ, begon de man die mijn behandelaar zou zijn geworden, erover: mensen met ADHD maken graag lange treinreizen. Weinig afleiding, weinig te kiezen, rust – ‘terwijl ik me zelf al na een kwartier zou vervelen.’ En een  van de Add-zenkennismakers zei van de week: ‘Van niets doen in een rustige omgeving, word ik gek. Ik heb harde muziek nodig om rustig te worden. Mediteren zoals jij dat doet – ogen open, actieve houding, actieve concentratieoefening – werkt veel beter. Een beetje zoals vroeger in de trein. Ik zat ik graag uuuuren in de trein. Kun je geen kant uit, alleen maar naar buiten staren of lezen, maar onderweg en ‘dus’ rustiger dan thuis.’ Nu vindt hij dat lang niet zo leuk meer. Mensen zijn veel drukker in de trein dan twintig jaar geleden, iedereen is ingeplugd.

Ik had een fijne dag, echt. En genoot van de reis, inclusief onverwachte tussenstop en eindbestemming. Las, nee, studeerde, in de trein als vanouds. Maar beantwoordde ook enkele mails. Wisselde van gedachten met Erwin. Staarde over het Zeeuwse land maar ook op Facebook, trots omdat ik mijn mobiel zelf zover heb gekregen dat hij ook zonder wifi online kan. De reis, zowel heen als terug, ging alleen wel erg snel zo. Lang voordat dat oude gevoel, van rust door een rare mix van verveling en avontuur, terug was, was het tijd om uit te stappen.

Pas op de plaats

20150313_093233_resizedGekkenwerk is het natuurlijk, om precies een maand na het zo intensieve Effectief met ADHD aan een nieuwe opleiding te beginnen, dacht ik gisterochtend. En de dagen ervoor. Een nieuwe opleiding, best intensief ook, terwijl de lessen van de vorige opleiding nog lang niet allemaal verwerkt zijn. En terwijl ik midden in zorgcrisis zit, tegen mijn grenzen aanloop, op enkele uitwaaidagen na al weken nauwelijks tot rust kom, bepaalde klussen ook al weken onveranderd terugkeren op dagelijkse to-do-lijst. Mindfulness nog wel. Wat raakvlakken heeft met zen, waar ik Add-hulpmiddeltechnisch zo vol van ben, maar toch echt iets anders is. Toegankelijker, ja, maar mensen met AD(H)H zijn juist gebaat bij de combinatie van fysieke en mentale inspanning die bij zen nadrukkelijker aanwezig is. Van mindfulness  moet ik nog ontdekken of het evenveel of meer oplevert.

Maar ja, de mindfulnessopleiding kan ik betalen (dankzij belastingteruggave en een andere meevaller, dat moet gezegd), levert me relatief snel een papiertje op en de zenlerarenopleiding niet. Gezien mijn doel om mijn ervaringsdeskundigheid wat meer theoretische en praktische ondergrond te geven, had een opleiding tot ADHD-coach ook misschien meer voor de hand gelegen. Ook te duur en voor nu te  lang. Bovendien zijn er (gelukkig!) al goede ADHD-coaches terwijl er voor  mensen met een hoofd zo vol als het mijne nog weinig speciaal aanbod is op meditatiegebied. En ik daar dus een leemte zie waar ik in kan springen.

Gekkenwerk. De nacht voor de start heb ik opnieuw nauwelijks geslapen. Dat wordt slapen tijdens de body scans, verwachtte ik. Wat zonde van het geld.

Ik sliep inderdaad tijdens een body scan. Heel even maar. Van de dag als geheel knapte ik op.  Yes, nieuwe inspirerende leerstof. Wel degelijk ook heilzaam voor volle hoofden. Een hele dag lang. En vandaag weer. Natuurlijk is mijn lichaam nog lang niet bijgetankt. Maar opleidingsdag één heeft me goed gedaan. Focus. De hele dag met maar één ding bezig, een ding dat bovendien bijdraagt tot het bereiken van mijn doelen. Met slechts in korte pauzes (lang leve de smartphone ;-( !) de mogelijkheid en dus verleiding  om me even op iets anders te richten. Heerlijk. Soms is doorgaan, wéér iets nieuws, rustgevender dan stoppen. In ieder geval voor mij en mensen zoals ik.

Stok achter de deur  van vandaag: Marlijn Wesseling. Dank je Marlijn!

De toekomst is allang begonnen – 2

20150311_154345_resized Een maand na de dag van de toekomst schijnt de zon.  Een frisse zon, maar zon is zon en zonnig. Het duurt lang voordat ik dat doorheb. Ik die lang dacht dat je een rothumeur gemakkelijk wegwerkt door ‘gewoon iets leuks te gaan doen’, heb tegenwoordig meer tijd nodig om de weg terug naar het midden te vinden. Wat overigens niet wil zeggen dat ik zwaar ongelukkig ben. Integendeel zelfs. Ik zit alleen al weken vol-vol-vol, vooral in mijn hoofd. Het lukt me maar niet om echt uit te rusten. En balen doe ik daar wel van.

Gisteren dus maar weer eens een poging vroeg naar bed. Na een dag die ik grotendeels in het ziekenhuis doorbracht – mama is inmiddels toch opgenomen – besloot ik dat het daarna weinig zin meer had om nog wat werkachterstanden in te proberen te halen. Na het eten, door Erwin verzorgd, plofte ik op de bank neer met boek. Roman, geen AD(H)D, zen, mindfulness of psychiatrie. Raakte zowaar ontspannen. Lekker. Voor half elf lag ik erin. Tevreden. En toch…. lag ik tegen half één opnieuw klaarwakker. Over mijn grenzen. Spreekwoordelijk.

De ochtend van de nieuwe dag, begonnen in het logeerbed om Erwin niet ook uit zijn slaap te houden, begon ik daarom zo stil als maar kan. Mediteren, schrijven (free writing, wat voor mij een vergelijkbaar effect heeft) – mijn vaste favoriete ochtendritueel, samen ontbijten, dat dan weer niet stil, en vervolgens zo snel en stil mogelijk achter mijn bureau. Je kunt altijd opnieuw beginnen, leert zen mij. Ik weet dat ik alle achterstanden bij lange na niet weg krijg vandaag, maar alles wat ik doe is meegenomen.  De zon voelde en zag ik pas, toen ik mezelf tegen half twee tot lunchpauze dwong en merkte dat ik nog altijd erg moe en best gespannen ben.

Zijn alle inspanningen van Effectief met ADHD voor niets geweest, vroeg ik me voor het opstaan af. Moet ik niet ook gewoon eens aan die pillen, in plaats van maar eigenhandig en eigenwijs te blijven strijden tegen mijn natuur?

Nee, voel ik als ik voor de tweede keer vandaag buiten loop, nog altijd moe, maar nu iets ontspannener omdat een deel van mijn achterstallige werk me uit handen is genomen. Even eerder keek ik op het doelenlijstje, huiswerk voor zen, maar voor een belangrijk deel geïnspireerd op die dag van de toekomst, de laatste cursusdag van Effectief met AD(H)D. Ik besloot die dag om me de komende tijd vooral te richten op activiteiten waarmee ik mijn ervaringsdeskundigheid inzet om mensen met net zo’n vol hoofd en  moeite om het midden te houden, te helpen. En zie: morgen begin ik aan een nieuwe opleiding, tot Mindfulnesstrainer. Kan ik die ervaring wat meer theoretische en praktische body geven.  En morgenavond geef ik een nieuwe kennismakingsworkshop Zen Speciaal. En over tien jaar min minstens één maand, wonen we in een huis, dat ruim genoeg is om me af en toe overprikkeld terug te kunnen trekken zonder Erwin weg te hoeven kijken – wat ik in tijden als deze veel te vaak doe.  Een huis dichtbij de natuur, met zijn natuurlijke relativerende krachten.

Gelukkig zijn die er ook al om de hoek van het huis waar we nu wonen. Water en wind werken ook. Helemaal als de zon schijnt.

Stok achter de deur van vandaag: Rein Cremer. Dank je Rein!

Terug naar het midden

20150309_182600_resized
Net als de site, net op tijd klaar voor het congres…

Het heeft een poos geduurd voordat het kut-gevoel weg was. De koppijn nam in de loop van de ochtend zelfs toe, tot dusdanige sterkte dat ik vreesde voor misselijkheid en overgeven – wat bij mij nogal eens op zeurende hoofdpijn volgt.  Gelukkig had de receptioniste van de Jaarbeurs, waar het congres ADHD Vrouw zich afspeelde, een paracetamolletje voor me.

Of het vooral daaraan lag weet ik niet, maar in de loop van de dag trok de hoofdpijn weg. En ik werd rustig. De dag bracht me in herinnering dat ik de afgelopen jaren steeds beter geleerd heb om ‘het midden’ terug te vinden, het midden tussen doorrennen, stress en tegen mezelf vechten aan de ene kant en apathie, mezelf verbergen, uitputting aan de andere.

20150307_103332_resizedOnder de tweehonderd (!!, en dat voor een eerste-keer-event, impulsief en naast fulltime banen georganiseerd door een klein clubje mede-ADHD’sters) aanwezige vrouwen, waren er veel, heel veel, die zich herkenden in de onderzoeksresultaten van ADHD-bij-volwassen-onderzoek-voorvrouw Sandra Kooij en de haren, over de hoge mate van slaapproblematiek (75%), obesitas,  seksuele problemen en nog zo het een en ander onder vrouwen met ADHD. Ik woonde een workshop bij over bioritme, slaapproblemen dus ook, en werd geraakt door de wanhoop van sommigen in reactie op het advies van PsyQ-onderzoekster Marjolein Tanke, om toch vooral te proberen om voor tienen op te staan en acht uur te slapen. Die zelf zei dat mensen met ADHD ‘nu eenmaal’ nachtuilen zijn en gemiddeld anderhalf uur later dan mensen zonder ADHD de slaap vatten, onder andere omdat ze graag genieten van de rust in huis als de rest van het gezin in bed ligt, en juist dan zulke goede ideeën krijgen dat ze gelijk nog maar even verder en verder en verder gaan.

Herkenning, zonder feest. Ik slaap nog wekelijks minstens één nacht slecht. En de boosheid op ‘De Maatschappij’ herken ik natuurlijk ook. Hoe vaak heb ik me erover opgewonden dat een werkgever mij de Belachelijke eis stelde dat ik voor negenen binnen was? Terwijl hij wìst dat ik ruim een uur moest reizen??  Tegennatuurlijk, toch?! En dan ook nog verwachten dat ik, na zo’n start, iets zinnigs uit mijn handen krijg die dag? Het was een van de redenen waarom ik het als werknemer nergens lang volhield. Tegenwoordig lukt dat vroege opstaan me prima. Geniet ik er zelfs van.  Lekker rustig in huis, zo ’s ochtends vroeg. Wat nou, ‘ADHD’ers zijn nu eenmaal nachtuilen’? Blijkbaar heb ik het voor elkaar gekregen om een natuurlijke neiging te veranderen.

Wat daarom des te meer raakte, tegen beter weten in, is de vanzelfsprekendheid waarmee sprekers en deelnemers ‘behandeling’ gelijkstellen aan ‘medicatie.’ Dat een diagnose voor veel mensen – juist vrouwen, die veel vaker dan mannen op latere leeftijd worden gediagnosticeerd, onder andere omdat zij vaker het onzichtbare ADD hebben dan de overlast veroorzakende jongens en mannen met ADHD met H – een opluchting is,  niet alleen omdat dat erkenning inhoudt maar ook omdat op die erkenning medicijnen volgen. Die wanhoop aanhorende, snap ik die opluchting. Maar wat ben ik blij dat ik het bij paracetamoletjes kan houden. Zo nu en dan een kutgevoel ten spijt.

Gelukkig hoor ik over andere aanpakken dan ‘slik je medicatie en zorg dat je tòch aan de acht uur slaap komt’. Zoals  van ervaringsdeskundige Barbara de Leeuw, die een methodiek ontwikkelde om overprikkeling  voor te zijn. Beginnend bij: leer de signalen van je lichaam herkennen. Zodat je op tijd iets aan de situatie kunt veranderen. Yes. Dat is nu net wat zen mij geleerd heeft (na vijf jaar met mijn haptonome te hebben geoefend, trouwens). Tegen mijn natuurlijke neiging in, liet ik in de eerste pauzes in het congres mijn ambitieuze plannen om Zoveel Mogelijk Interessante Mensen te spreken, ten behoeve van die Spraakmakende Artikelen of mijn eigen workshops, varen. In plaats daarvan zocht ik een rustig hoekje, dronk cappuccino omdat warme melk me rustiger maakt, in plaats van extra sterke koffie die ik pleeg te drinken om juist wakkerder te worden. Met als gevolg dat ik, ergens in de loop van de middag, blij van stand naar stand liep, en meer  mensen sprak en veel en veel en veel meer meekreeg  van wat zij te melden hadden,  dan in de vele jaren dat ik mijn vermoeidheid wegdrukte. Ik genoot, van het feest der herkenning dat er gelukkig weldegelijk was,  tussen grappige chaoten met ‘cv’s als een avonturenboek’, zoals initiatiefneemster Monique van Zwieten de hare noemt. En van het enthousiasme van de velen die hun ervaringsdeskundigheid op positieve wijze delen.

Even na zessen plofte ik uitgeput in de trein neer. Eenmaal thuis was ik zo blij verrast dat ik nog leefde en zelfs van mijn hoofdpijn af was,  dat de enige manier om niet in te storten, was om te hyperen. Op de een of andere manier lukte het Erwin en mij niet om qua stemming en plannen voor de avond op één lijn te komen. Vroeg naar bed leek het verstandigst. Maar slapen lukte niet. Zondag kostte het me dus veel moeite om aardig te blijven. Dat lukte pas ’s avonds,  toen we ons trakteerden op uit eten en film. Vandaag genoot ik lang dusdanig van de relatieve rust van een dag thuiswerken zonder mantelzorgen ‘tussendoor’, dat ik nu alweer veel te lang bezig ben. Pffffffffffffff. Het midden vinden, het blijft een zoektocht.

Oudere blogs lezen? Die staan nog op mijn andere site, www.ankewelten.nl

Stok achter de deur van vandaag is Tony Nelis. Dank je Tony!

Kut-add en Met trots presenteer ik

Eigenlijk wil ik nu helemaal niet bloggen. Staat het me tegen zelfs. Kut-blog. Kut-add. Maar ik doe het toch. Omdat hoe ik me nu voel, op dit moment en talloze momenten in de afgelopen twee dagen, nou precies zijn waarom ik bloggend en anderszins probeer grip te krijgen op die kut-add. Of wat het ook is. Op die kut-patronen die me in de weg zitten.

Zoals ik me nu voel, dat is moe. Gespannen. Koppijn. En erger: ‘Zie je wel. Ik kan het niet en ik zal het nooit kunnen.’ De crisis zit inmiddels in mijn lijf. En die crisis, bestaat niet vooral uit gekmakende zorgen om de gezondheid van mijn ouders, al is dat wel een van de triggers. De crisis bestaat uit ergernis. Ergernis over verschillen in inzicht over wat er Nu gebeuren moet, met mijn moeder. Maar méér nog: ergernis over dat ik meer werk heb toegezegd dan ik aankan. In tijden van deze ouderlijke crisis. Maar waarschijnlijk was het ook zonder die ouderlijke crisis teveel geweest. Teveel werk voor te weinig geld, ook dat nog. Werk waarvan ik dacht en zei en uitstraalde en geloofde: ‘Ja, geweldig, leuk, dit wil ik doen en dit ga ik doen.’ Voor de goede zaak. Omdat ik het belangrijk vind. En leuk. En prima kan combineren met mijn ‘eigenlijke werk’ – het journalistieke schrijven, mijn Add-activiteiten en, sinds heel kort, de (voorbereidingen op) mijn opleiding tot Mindfulnesscoach. Ga ik doen, vanaf volgende week, om wat theoretische en praktische basis te geven aan de workshops waarmee ik mijn Add-ervaringsdeskundigheid wil overbrengen.

Klinkt als best veel hè.

Zo voelt het ook. Spanning op de borst, hoofdpijn, opgejaagd. Ik herken de symptomen van de burn-outs die ik gehad heb. Een gevoel van verlamming, omdat ik, bij alles waar ik aan begin, het gevoel heb dat het toch niet gaat lukken. Wat daarmee dus ook de waarheid wordt. En daarmee gepaard gaande: schaamte. Ze zien me aankomen. Ze zullen wel denken: Ze  kan het niet. En dat is tot op zekere hoogte nog terecht ook.

En dit had nog wel een grote dag  moeten worden. Ik reis dadelijk af naar het Congres ADHD Vrouw. Prachtig eerste initiatief van een groep vrouwen met ADHD, waar ik al maanden naar uitkijk. Uit nieuwsgierigheid. Zin in feest der herkenning. Maar ook omdat ik dat congres zag als eerste stappen als Add-ervaringsdeskundige journalist in Het Wereldje. Aanleiding voor mijn eerste grote ADHD-gerelateerde artikel(en) in Gerenommeerde Kranten en Tijdschriften. Misschien zelfs mijn eerste publieke optreden. Met de voordracht van een column, op basis van mijn blogs en de reacties daarop.

Niets van dat alles. Nog niet van gekomen. Site was nog niet klaar. Ik was nog niet klaar. En ook miscommunicatie met de organisatie speelde een rol. Te druk. Met  overleven, zo voelt het.

Toch ga ik. En presenteer ik hier en nu en bij dezen, veel ingetogener dan ooit bedacht, met gemengde gevoelens omdat hij nog lang en lang en lang niet af is, nog niet mooi genoeg enzovoort enzovoort enzovoort….. maar wel klaar voor gebruik met ingang van mijn eerstvolgende blog, mijn nieuwe site, annex nieuwe tak van mijn bedrijf: Add&Anke