Lui wegens drukte

Even een heel luie blog vandaag. Voelt raar. Ik wil niet lui zijn. Ben ik ook niet gewend. Denk dan dat afgestraft gaat worden. Als iets gemakkelijk gaat dan kan het niet goed zijn. Maar het is even niet anders. Dubbele deadline vandaag en ook nog een ziekenhuisbezoek met mijn moeder op de planning. En het nachtelijke bloggen, eerder deze week, heeft opnieuw schade aangericht, in de vorm van slaaptekort, humeurigheid en, jawel, ook ik, een licht gevoel  van slachtofferschap. Dus dat gooi ik niet in de herhaling.

Maar wel:

Een filmpje over hoe dat is, een druk hoofd. Let even niet op hoe de man beweegt en praat enzo, qua vorm, wel qua inhoud – hij heeft de H van hyperactief in zijn diagnose. Maar dat is de buitenkant. Van binnen gaat het bij mij zo’n beetje net als bij hem. Vandaar dat ik aan lang niet alles toekom dat ik zou willen…. en tegelijk vaak het gevoel heb dat ik tijd verspil aan dingen die op dat moment helemaaaal niet relevant zijn.

Stok achter de deur van vandaag: Laura van Mourik. Dank je, Laura!

En of tijden kunnen veranderen

Onder dit kasteelraampje werkte ik pas echtNou zeg.

Er zijn tijden geweest dat ik meer nachten niet sliep dan wel. Vijf jaar geleden kwamen die ten einde. Ik heb het eerder geschreven: de liefde bracht mij rust, naast nog veel meer.

Er zijn tijden geweest dat ik veel liever alleen was dan samen, want samen zijn = je moeten aanpassen = gedoe = energieverspilling = gatverdamme, niet doen, daar gáát mijn leven.

‘ADHD-ers hebben moeite om hun grenzen te bewaken en zijn dus graag alleen.’

Die tijden eindigden eerder maar geleidelijker. En waarschijnlijk zal ik er mijn leven lang over verbazen dat aardig wat mensen èn leuk werk èn een gezin èn een sociaal leven èn energie èn plezier hebben. Mijn veertigste levensjaar ruimschoots gepasseerd, is het helaas vrijwel uitgesloten dat ik mezelf ooit zal laten zien dat ook ik tot die combi in staat ben.

Er zijn tijden geweest dat ik de faalangstige kriebels kreeg als Erwin liet vallen dat hij de volgende – doordeweekse! – dag thuis zou zijn, of ik nu een deadline had of niet. Die tijden liggen nog vers in het geheugen. Nee, laat ik eerlijk zijn, ze zijn er nog steeds. Dat die angst gepaard ging met boosheid, verongelijktheid, ‘hij-snapt-er-ook-helemaal-niets-van-en-hij-zal-het-ook-niet-snappen-hij-wil-dat-zelfs-niet-eens-hij-gunt-me-mijn-rust-en-ruimte-en-succes-niet’, ligt achter me, maar hoever hangt af van hoe goed ik de laatste tijd geslapen heb.

Ik schat dat die mix van negatieve emoties, voortkomend uit levenslang opgestapelde ervaringen van ‘verdomme-waarom-lukt-het-mij-niet-en-anderen-wel’, valt onder wat ADHD-centrumdirecteur Cathelijne Wildevanck ‘gevolgschade’ noemt.

Ongeveer anderhalf jaar terug, trok ik me twee weken terug in een wifiloos en rumoerarm kasteel in bosrijke en mensarme omgeving. Kon ik eindelijk eens kilometers maken met het boek dat ik aan het schrijven was. Na terugkomst, was ik vastberaden om snel een behoorlijke hoeveelheid behoorlijk betalende opdrachten binnen te slepen en voortvarend af te ronden, omdat eenzame opsluiting in dat mooie stille kasteel de enige manier is waarop ik ècht aan werken toekom en ècht geluk dus binnen bereik komt.

‘ADHD-ers zijn snel afgeleid en hebben veel tijd nodig om te kunnen schakelen tussen de ene activiteit en de andere. Ze zijn vaak goed in hun vak maar perfectionistisch.’

Hmm. Die opdrachten en kasteelretraites wil ik nog steeds, maar zonder dat ik er erg in had, kwam er een moment waarop ik concludeerde dat ze niet van levensbelang zijn. En dat ik het heel leuk zou vinden als ik die retraites tenminste gedeeltelijk met Erwin kan doorbrengen.

Er zijn tijden geweest, dat als Erwin nachten van huis was, ik ook vooral weg was en zo niet, dan in ieder geval zo vaak zo laat naar bed ging, dat een romantisch bedoeld weerziensetentje steevast van slaperigheid in het water viel.

‘ADHD-ers zoeken graag hun grenzen op, wat hen kwetsbaar maakt voor stress, slaapproblemen en alles wat dat met zich mee kan brengen.’

Vorige week was Erwin zes dagen van huis. Eén keer heb ik hem opgezocht en waren we een dag en een nacht samen. Eén avond kwam hij heen en weer. Het was een goede week, waarin ik aardig druk was, lekker gewerkt heb, iets meer schreef, iets socialer was, maar ook iets meer las en iets meer sliep dan in normaal.

Gisteren kwam hij thuis. Ik was blij, jippie-blij. Maar ik moest ook wennen. Wilde ik stil zijn en lezen, wilde hij praten. Wilde ik praten, wilde hij lezen. Denkt hij opeens voor mij vooruit. Gaat hij naar het toilet als ik nodig moet. Loopt hij, kortom, in de weg. Lig ik, voor het eerst in ruim een week, opeens weer vele nachtelijke uren wakker. Nou zeg.

Ben ik rustig, energiek, optimistisch en gelukkig bovendien, moet ik wennen. Nou zeg.

Stok achter de deur van vandaag: Marije Webbers. Dank je Marije!

Prioriteiten

Nog een dilemma. Wil over 45 minuten in de bus zitten en kom pas morgenavond laat thuis. Voor vertrek wil ik nog meer dan mogelijk is:

1 – mijn artikel over de Chief Listening Officer afronden (ben een heel eind, maar heb meer tijd en rust nodig dan op dit moment beschikbaar)

2 – de afwas doen (zou moeten lukken)

3 – een tweede interview, deze ochtend telefonisch afgenomen, uitwerken (zie punt 1)

4 – kranten en andere zooi in de huiskamer opruimen (zou moeten lukken)

5 – de organisatie van mijn aanstaande workshop introductie zenmeditatie voor mensen met AD(H)D of aanverwante problematieken afronden (kan, maar niet in combinatie met welke andere taak dan ook in deze tijd)

6 – een gat slaan in mijn mailachterstand (kan ik tegenwoordig – dankzij ‘het ding’ – ook onderweg)

7 – een vriendin bellen met wie ik volgende week op pad zou gaan, een lang geleden gepland uitje waar we ons beide op verheugen, maar dat ik heb moeten cancelen wegens ‘mantelzorgtaken’ (hmm, zou kunnen, als ik opschiet. Maar wil ik het zo haastig doen?)

8 bloggen (word ik het blijst van als ik het doe en het chagrijnigst als ik het niet doe. In dat geval neemt mijn onzekerheid weer toe en kan ik een tegenslag van 5 euro verwachten, terwijl elke cent nu welkom is)

Ben voor dat laatste gegaan. Even zonder plaatje en hyperlinks. Want punten 2 en 4 zijn belangrijker dan dat – en die moeten net nog lukken. Kiezen en plannen, ik ben er niet goed in, als er ìets typisch AD(H)D is, is dat het wel. Heldere doelen voor ogen helpen. Heb vanochtend mijn afspraak bij PsyQ tot nader order geannuleerd, ten behoeve van punten 1 en 3, oftewel het brood op de plank. Da’s net even belangrijker dan me niet lullig willen voelen tegenover iemand van wie ik niet eens weet of hij iets voor me betekenen kan. 5 en 7 lukken zaterdag, zo niet eerder. En die mail, tja, daar blijf ik gewoon mijn best op doen.

Stok achter de deur van vandaag: AnnA Siermann. Dank je AnnA!

Naschrift van maandag 26 januari: ik was even vergeten dat het plaatsen van een linkje naar deze blog op Facebook ook tijd kost en ik me nog wilde omkleden. Opruimen is nog wel gelukt, de afwas dus niet meer. De bus haalde ik met een sprint. De afwas heb ik zondag afgerond, net als het belangrijkste deel (eerste uitnodigingen) voor de workshop. Punten 6 en 7 wachten nog (grotendeels) op uitvoering.

Nadeel van de twijfel

oor-168x300Zit met een stom dilemma. Volgende week maandag heb ik opnieuw een afspraak bij PsyQ. Zelfgemaakt. Niet dat ik er speciaal de telefoon voor heb gepakt, maar het werd me aangeboden toen ik daar toch was, voor de uitkomst van het diagnose-onderzoek. Doorgaans is een diagnose namelijk het begin van wat men daar ‘een behandeling’ noemt. Ik heb weinig behoefte aan ‘een behandeling’ en al helemaal niet door de mensen van PsyQ. Maar ik was er nu toch. En het is gratis. En ‘zo doen ze dat daar nu eenmaal’. En hij, de jonge grote mijnheer met wie ik ook het onderzoeksgesprek had, bood het zo vriendelijk aan. En ik ben nieuwsgierig, zowel privé als professioneel. En ik kan mijn vinger er niet helemaal opleggen waarom ik het dan niet, alleen al om dat laatste, die beroepsmatige nieuwsgierigheid, gewoon moet laten doorgaan.

Waarschijnlijk laat ik het inderdaad doorgaan. Het dilemma is namelijk dat ik het lullig vind om de afspraak af te zeggen. Te meer omdat dat niet direct via meneer kan, maar via de receptie moet (aan direct contact tussen ‘patiënt’ (huh, ben ik ziek dan?) en ‘behandelaar’ kunnen zij niet beginnen, is me verzekerd). Vreemd hè, dat ik het lullig vind. Ben ik iemand iets verschuldigd?

Misschien wil ik hem een kans geven. Al is het maar een kans om te leren. Bijvoorbeeld de lessen die Chief Listening Officer Corine Jansen, die ik vandaag interviewde voor Zorg+Welzijn, me in herinnering bracht. Jansens functie werd vijfenhalf jaar geleden in het leven geroepen door het Radboud UMC, met als doel om uit te vinden waar patiënten werkelijk behoefte aan hebben. Het middel: luisteren. Iets dat volgens haar een basisvaardigheid moet zijn voor iedereen die in de zorg werkt, maar dat klaarblijkelijk niet is. ‘Zodra mensen het idee krijgen dat de dokter, hulpverlener of wie het ook is aan wie zij hun verhaal vertellen, zijn oordeel al bij voorbaat klaar heeft, zullen zij hem niet in vertrouwen nemen.’ Ik heb in totaal bijna drie uur met de PsyQ-man aan tafel gezeten en heb het gevoel dat hij vooral gecheckt heeft of ik in het plaatje pas. Mijn vastberadenheid om, zolang ik merk dat ik ook zonder vooruit ga, geen medicijnen te gebruiken, neemt hij niet bepaald serieus. ‘Zo gaat het onderzoek nu eenmaal’, zei hij toen ik, in het gesprek rond de diagnose, vertelde dat ik me na het eerste gesprek vooral down had gevoeld, door het oprakelen van narigheden uit het verleden. ‘Aan behandelen ben ik nog niet begonnen. Dat wordt veel minder vervelend, kan zelfs leuk worden.’ Kweenie.

Wat ben ik blij dat ik een nieuwe zorgverzekering heb, eentje die coaching door het ADHD-centrum grotendeels vergoedt. Of ik de PsyQ-er nu een kans geef of niet, mijn eigen ontwikkeling is me meer waard dan de zijne. Ik wed dus niet op één paard. Vanmiddag, vlak voordat ik aanbelde bij de professionele luisteraar, heb ik een afspraak gemaakt met mijn nieuwe coach. Ken ik nog niet. Maar als ik een ding zeker weet, is dat zij niet zal zeggen dat medicijnen de enige èchte oplossing zijn. Eén nul voor haar. En dan heb ik haar nog nauwelijks kans gegeven om naar me te luisteren.

Stok achter de deur van vandaag: Laura van Mourik. Dank je Laura!

Nog even niet

Ik heb gisteren de stok achter mijn deur genegeerd. Willens en wetens. Ik zag hem de hele dag, maar gaf andere bezigheden voorrang. Aan het eind van de middag glimlachte ik in gedachte naar degene die de stok hanteerde en zette de computer uit. Eerst even ‘niets’. Twee overvolle cursusdagen gevolgd door een kleine werkdag ‘geregel’ was genoeg, mijn hoofd en lijf zaten vol. Ik hield mezelf voor dat ik er misschien een uurtje later alsnog voor zou gaan zitten. Maar wist ook dat mijn avond computervrij zou zijn. Afgelopen maandag schreef ik mijn laatste laat-avondlijke blog. Het kostte me een zoveelste nacht slaap. En schreef ik niet een paar weken terug dat schrijven tegen de vermoeidheid in weinig zin heeft?

Klinkt zo verstandig, maar het voelt als ordinair uitstellen. Zoals ik voor mijn gevoel tijdens de afgelopen trainingsdagen, woensdag en donderdag, steeds aan het uitstellen was. Elke keer als ik iets in de groep wilde gooien – over mijn diagnose, mijn plannen met en naam van mijn nieuwe site, over mijn overwinningen in het hulp-vragen, over dat ik te laat kan komen en me niet langer gek maak met mijn eigen schaamte, over ja, wat is er allemaal nìet veranderd in de afgelopen maanden?! – vertelde iemand anders iets waarvan ik dacht ‘Daar kan ik niet aan tippen, wat stelt mijn verhaal eigenlijk voor?’ en hield ik me in, in een mengeling van een  berusting die ik nog niet goed van mezelf ken en het juist overbekende mezelf opvreten. Dat werd sterker, toen een oefening  me hielp herinneren aan wat ik in de cursus vooral wilde halen: vertrouwen in mijn eigen kracht en die volledig durven inzetten. Terwijl ik dat doel in gedachten nam en doorvoelde en mijn groepsgenote ondertussen met haar handen druk uitoefende tegen mijn bekken, voelde ik mijn voeten en benen verdwijnen. Wat nou, eigen kracht? Ze kwamen terug, mijn voeten en benen, tuurlijk kwamen ze terug, zij het dusdanig trillend dat ik dat tot hoog in mijn borst voelde. Welke stemming ik nodig heb om dat wat ik halen wil te vinden, was een vervolgvraag bij de oefening. Nou, vertrouwen. Kom maar op. Ga ik staan, voel ik alleen maar hoe ik eng ik dat vind. ‘Waarom denk je dat dat bij jou zo werkt’, vroeg trainster René. ‘Zelfbescherming?’ Voorlopig hield ik maar weer even mijn mond.

De lessen gingen grotendeels over waarden, persoonlijke waarden die je dusdanig verinnerlijkt hebt dat je je er nauwelijks bewust van bent dat ze je sturen. En die er, als ze onder druk staan, er zomaar voor kunnen zorgen dat ik (laat ik het eens op mezelf betrekken :-) ) maar weer eens een baan opzeg of een vriendschap verwaarloos. Vrijheid, rechtvaardigheid, betrokkenheid zijn van die waarden voor mij. En in mijn werk, zo ontdekte ik, is ook impact voor mij van belang. Als wat ik doe geen impact heeft, laatst staan een impact waar ik me voor schaam, dan is dat me mijn toch al zo schaarse tijd en energie niet waard. Ook al proberen talloze stemmen in en om mij me ervan te overtuigen dat het uiteindelijk vooral belangrijk is dat er brood op de plank komt, dat iedereen wel eens dingen doet waar hij niet helemaal achter staat, dat ik nu eenmaal niet alles voor het kiezen heb.

Volgt er een oefening over het waardenduo impact-geen impact. Het ene vlak op de grond verbeeldt het ene uiterste, het andere het andere. ‘Ga staan waar je nu bent.’ Ik stap tussen de polen in, in het midden. Uit de reacties op dit blog maak ik op dat mijn werk de afgelopen maanden meer impact  heeft dan het in jaren gehad heeft, misschien zelfs wel dan ooit. Het voelt raar. ‘Ga staan waar je wilt staan.’ Ik spring op het vlak ‘impact.’ Dat voelt niet alleen raar, maar ook eng. Invloed geeft verantwoordelijkheid. Kan ik die dragen? Als wat ik doe tegen me gebruikt kan worden….. Ik doe een stap opzij en nog een en nog een, tot ik bij ‘geen impact’ ben aangeland. Voelt zo gek nog niet. Bekend, veilig, kijk maar even niet naar mij. Het lijkt wel alsof alleen mijn hoofd naar ‘impact’ wil.

Later merk ik dat er nog nauwelijks een weg terug meer is. In een oefening over praten over kwetsbaarheid, zijn vier paar ogen steeds op mij gericht. Vragend om mijn verhaal èn vragend om mijn ‘goedkeuring.’ Stemmetjes van binnen blijven hardnekkig vragen of ik het goed doe, terwijl ik in die groep en elders voor sommigen juist een voorbeeld ben. Voelt doodeng om dat te schrijven. Wie denk ik wel dat ik ben? Anke ben ik, die van ‘nog even niet’ maar ondertussen wel degelijk. Dank, aan iedereen uit mijn trainingsgroep en alle stokken achter de deur, voor het vertrouwen.

Stok achter de deur van gisteren, die vandaag dan toch haar werk deed:  Annemarie Sweep. Dank je Annemarie!

Al doende

mediteren-met-hond-aan-het-water-296x300De verleiding is groot, maar ik doe het niet. De naam van mijn nieuwe website, nieuwe thuisbasis van deze blog samen met andere AD(H)D-gerelateerde zaken maak ik nog even niet wereldkundig. Ik ben erg blij mee, hij geeft me nieuwe ideeën, energie en focus. Maar hij hoort bij een website en die is nog niet klaar voor gebruik.

Wat ik alvast verklap, is dat de site zal gaan over leren, leren van de omwegen die ik in mijn leven heb gemaakt en maak. Met dank aan mijn ‘beperking’, die soms opeens een kracht blijkt.

Volgens mijn moeder vond ik het als peutertje heerlijk om naar school te gaan. Later werd dat minder, al bleef ik graag nieuwe dingen leren. Weet-dingen vooral. Dingen leren doen vond ik al snel minder leuk. Als je doet, dan kun je namelijk fouten maken, falen, afgaan, gestraft worden.

Geen idee wanneer die angst om fouten te maken me in een verlegen meisje veranderde. Wel wanneer de ommekeer inzette. Anderhalf jaar na mijn afstuderen, laat dus, ik moet 27, 28 geweest zijn, begon ik aan mijn eerste journalistieke ‘baan’, freelance voor het Rotterdams Dagblad. Ik interviewde mensen, van bestuurders tot actieve wijkbewoners, van professionals die dagelijks de pers te woord staan tot mensen die verbaasd zijn dat iemand wil horen wat zij te zeggen hebben. Terwijl ik mijn eerste interviews nog als een soort examen beschouwde (geen domme vragen stellen, niet door de mand vallen!), merkte ik al gauw dat degene die ik interviewde soms even zenuwachtig was als ik. En dat ik ‘de macht had’. Ik bepaalde immers wat er in de krant kwam, of de ander dat nou was wat de ander wilde overbrengen of niet. Klinkt vreselijk kinderachtig, maar zo werkt het helaas vaak: de een voelt zich sterker naarmate de ander zich zwakker voelt.

Tegenwoordig doe ik in interviews mijn best om werkelijk te luisteren naar wat iemand me vertellen wil. Voelt veel aangenamer. Maar het machtsgevoel uit mijn journalistieke begintijd had een functie. Ik groeide, voelde me zelfverzekerder en ging daardoor mijn werk beter doen.

Al doende leerde ik verder, met veel vallen en opstaan. Een jaar of drie geleden, begonnen de pieken en dalen minder te worden. Dankzij, jawel, daar is ’t ie weer, zen. Zaterdag, toen ik mijn uiterste fysieke en mentale concentratie inzette om tegen de wind in de juiste brieven in de juiste brievenbussen te stoppen, schoot me een inzicht te binnen uit mijn begindagen met zen. Het moet in het voorjaar van 2011 geweest zijn, de introductiecursus die ik volgde was een maand of drie op gang, en de huiswerkvraag van de week luidde: ‘Welke vraag houd mij op dit moment het meeste bezig?’

Die huiswerkvraag doolde een week door mijn hoofd. Het antwoord dat me als eerste te binnen schoot, duwde ik weg. Ik wachtte op een vraag als ‘Hoe lever ik een bijdrage aan een betere wereld?’ of ‘Wat wordt het plot van mijn eerste roman?’. Maar vraag één kwam terug en bleef terugkomen, hoe harder ik duwde, hoe koppiger hij werd. Het kostte me moeite om hem in de eerstvolgende zenles uit te spreken, maar ik deed het toch: ‘Hoe houd ik vol?’ Dat uitspreken, was het toegeven. Leuke man, leuke baan, genoeg inkomen èn redelijk wat vrije tijd waren niet genoeg – ik was altijd bang om koppie onder te gaan. Wat een rotvraag, mopperde ik in de les.

Dat ‘geleerd hebbende’, realiseerde ik me terwijl de brievenbussen klepperden in de wind, begon ik de zoektocht op het pad dat ik nu met zevenmijlslaarzen aan het bewandelen ben. Ik kwam langs een  burn-out-achtige situatie later dat jaar, waarin ik, in de luxe van de ziektewet nu eens niet toch nog artikelen probeerde te schrijven of dag en nacht de hort op te zijn, in stilte boeken las op de bank, tussen dutjes door. Soms opeens toch weer eruit brak. Leerde dat stilte me goed doet, de drie meditatieweken waar ik aan meedeed, leverden me rust en energie en focus waar ik nog steeds een beetje op teer. Ik herinnerde me eraan dat ik ook opbloei door te dansen, mensen om me heen heb waar ik blij van word. Ik leerde om mezelf te presenteren, eerst stuntelend, tegenwoordig meestal veel minder stuntelend en opeens dan toch weer wel. Ik leerde van opdrachten en plannen die kwamen, slaagden en strandden, tot ik de psycholoog opzocht die zijn ADD-woorden sprak.

Of het ultieme antwoord ooit komt, is de vraag. En dan wil ik niet alleen volhouden, maar ook weer eens feesten, reizen, nieuwe dingen doen. Gek genoeg lijkt dat juist samen te gaan. Veel vaker stilzitten heeft gemaakt dat ik langer, meer en gelukkiger volhoud dan drie jaar geleden. Best leuk, dat leren. Zeker als elk stapje telt. Ook een naam die ik nog even voor me houd.

Stok achter de deur van vandaag:  Hanneke Dijkman. Dank je Hanneke!

Gecertificeerd

felicitatieschermGelukkig kwamen de felicitaties snel. Van Erwin, direct na thuiskomst aan de telefoon. En de volgende dag van ‘collega’s’ bij flexnetwerkplek de Hub, juist voor mijn binnenkomst door Erwin ingelicht toen één van hen mopperde waar ik, een half uur na de afgesproken tijd, toch bleef. ‘Gefeliciteerd’, straalde Joost, ‘je bent gecertificeerd.’ ‘Gecertificeerd tot hopeloos geval’? vroeg Amelie. ‘Gecertificeerd, ja, dat ben ik. Hopeloos, nou nee.’ Ik had de afspraak nu eenmaal voor een uur later in mijn hoofd staan. Nu pas zag ik dat in mijn agenda iets anders stond. Vervelend, lastig, onprofessioneel. Maar hopeloos?

Meer felicitaties las ik gisteren, op Facebook. ‘Klinkt misschien stom, een felicitatie bij een diagnose… Maar weten wat je mankeert en daarmee aan de slag gaan geeft je rust en opent nieuwe deuren’, schrijft Nicole, die, zonder ADHD zo donders goed weet waar ze het over heeft dat ik me tot voor zeer kort (zie: ‘Ik schaam me’, gevolgd door ‘Iets raars’) naast haar een aansteller zou voelen. Marco schrijft: ‘Nu heb je een stempel maar ga je je er blijkbaar niet aan houden!’ Aardig bedoeld, waarvoor dank, maar hij vergist zich.

AD(H)D is niet een stempel waar je wel of niet aan houden kunt. Mijn tweede morning after bracht ik door met het lezen van blogs en Facebookberichten van andere ‘gecertificeerden.’ ‘Heb je dat ook, dat het bijna nooit lukt om thee te zetten, omdat je vergeet dat je het water opgezet hebt, en dat àls het lukt, de thee al koud is voor je eraan denkt om hem op te drinken?’ ‘Zonder een lijstje krijg ik niets voor elkaar.’ Met foto en reactie: ‘Wat een net lijstje! Krijg ik niet voor elkaar. Ik blijf maar strepen en opnieuw beginnen, word er gek van.’ ‘Heb ik eindelijk vakantie, kan ik precies doen waar ik zin in heb, weet ik niet waar ik beginnen moet.’ Veel HOOFDLETTERS en !!!!!!!!!!!!!!!! en ????????????? in de berichtjes. Grappig, tuurlijk, fijn ook, de (h)erkenning. Maar niemand van ‘ons’ die het niet liever anders zou zien.

’s Avonds zouden we met mede-cursisten van Effectief met AD(H)D bij elkaar komen voor intervisie. Van de zeven groepsgenoten hadden er drie ruim van tevoren aangegeven er niet bij te kunnen zijn, twee anderen, onder wie ik zelf, twijfelden. Nummer vier was het vergeten, nummer vijf ging er op de een of andere manier vanuit dat het niet doorging, nummer zes bleek, desgevraagd, die dag verhinderd en nummer zeven stuurde in de vroege ochtend de vraag de groep in waar we zouden afspreken. Het werd een één-op-één, met pide en soep – niet te ver buiten ons beperkte budget, toch gezellig.

Het gaat goed met ‘Zeven’, het subgroeplid in wie ik me het meest herken. Sinds het laatste cursusblok, een kleine maand geleden, richtte zij eindelijk het koor op waar ze al jaren van droomde, trad toe tot een bestuur en doorbrak vanuit die rol een jarenlang voortslepende impasse waar ze zich tot dan toe vooral aan had geërgerd en koos vaker dan ooit voor zichzelf, zelfs in bijzijn van haar hulpbehoevende moeder. De afgelopen week was dat laatste minder goed gelukt. Vier dagen achtereen had haar moeder een beroep op Zeven gedaan, vier keer had ze haar eigen bezigheden aan de kant geschoven en was ze pas laat thuis. Eergisteravond was het negen uur geworden – viel mee. Dus kon ze alsnog wat dingen doen die ze overdag had willen doen. En opeens was het zeven uur ’s ochtends. ‘Ik heb één uur geslapen vanochtend. Ik ben dus niet zo fit. Maar al drie mensen om me heen hebben me gevraagd wat voor cursus het toch is die ik doe. Wat een stappen opeens, dat zouden zij ook wel willen!’

‘Zeven’ is geen roekeloze puber, geen bewijszuchtige dertiger op het drukke kruispunt van het leven, maar een rustige alleenstaande vrouw van halverwege de vijftig. Ik dacht aan haar toen om kwart voor zeven uur vanochtend mijn wekker ging en ik zo ontdekte dat ik, na een nacht woelen, schrijven, eten, kruidentheeën, wachten, website-naampresentatie bedenken, toch nog in slaap was gevallen. Een volle dag achter de computer, met Erwin en dus gesprekken in mijn pauzes waar ik dan juist stilte nodig heb, was wat teveel geworden voor deze gecertificeerde veertigster, een afsluitend uur zen ten spijt. Dat mag ik nu zomaar toegeven. Gefeliciteerd.

Stok achter de deur van vandaag:  Ton Hendricks in Argentinië. Muchas gracias Ton!

Erkenningsroes

brainstormpapierNu mag het. Ik mag 2015 nu al met een gerust hart een ADD-jaar noemen. Mijn ADD-jaar, mijn eerste echte en officiële. De uitkomsten van het PsyQ-onderzoek, vandaag bekend gemaakt, laten niets aan duidelijkheid te wensen over: een score van 9 op 9 van de bijbehorende symptomen op het gebied aandacht en concentratie in mijn volwassenheid en een score van 5 op 9 in diezelfde categorie in mijn kindertijd, met als kanttekening dat over die tijd helaas de nodige informatie ontbreekt. Op het gebied hyperactiviteit en impulsiviteit scoor ik niet (0 op 9, voor zover vast te stellen, in mijn kindertijd) of nauwelijks (1 op 9 in mijn volwassenheid). Doet niets af aan de ernst van mijn zaak. De diagnose luidt: ADHD Overwegend onoplettende type, ‘in de volksmond’, zo zei dezelfde grote meneer van ‘toen’ er achteraan, ‘ook wel ADD genoemd.’

Ik was hijgend en zwetend, van een snelle en ‘natuurlijk’ niet geheel recht-van-A-naar-B verlopen fietstocht, ruim een kwartier te laat op mijn afspraak aangekomen. ‘Dat zullen jullie vaker meemaken’, glimlachte ik bij binnenkomst. De ‘dokter’ en zijn collega – door de zorgverzekering verplicht bij de diagnosestelling aanwezig- gaven geen krimp. O ja, da’s waar, zij zijn niet ‘zo’. Ik miste het feest der herkenning van het ADHD-centrum, waar ook de coaches verdacht veel ADHD-trekjes vertonen en bijeenkomsten meer dan eens later beginnen omdat lang niet iedereen op tijd binnen is.  Een felicitatie was er dus niet. Alleen de, met mild-bezorgde blik gestelde vraag ‘Wat vind je ervan?’

Ik vind er meer van dan ik had verwacht. Verrast ben ik niet, al is 9 op 9 wel errug veel en meen ik zeker te weten dat ik als kind veel en veel en veel afweziger was dan nu. Opluchting voel ik, blijdschap over de erkenning, een zekere mate van triomf zelfs. Realiseer me nu dat ik, sinds dag één van deze blog, bang was voor straf. Straf, omdat ik over AD(H)D schrijf zonder ècht te weten waar het over gaat. Haha, lach ik nu in mijn vuistje, dat weet ik dus wel. En er valt best mee te leven, dat weet ik ook. Ook zonder medicatie. Al waren meneer en mevrouw er duidelijk over dat ik alleen daarmee ècht iets aan mijn concentratieproblemen kan doen. Deed het zojuist voor het eerst, lachen in mijn vuistje, nu doe ik gelijk maar voor de tweede keer.

Met dat leven zonder medicatie ga ik dus vrolijk door. Extra vrolijk omdat er meer Anke-met-ADD-nieuws op komst is, uitkomst van een brainstormsessie die ik nog uren langer had willen laten duren -vandaar mijn gesjeeste aankomst bij PsyQ.  Iets met een nieuwe naam voor een nieuwe website/nieuwe poot van mijn bedrijf. Maar daar ga ik nog een nachtje over slapen. Laat ik die ene punt voor impulsiviteit serieus nemen. En in alle vrolijkheid niet uit het oog verliezen dat ADD maar een van de vele aspecten van mij en van mijn leven is.

Stok achter de deur van vandaag:  Hetty Oostijen. Dank je Hetty!