De zoektocht die ADD heet

In het verhaal dat vorige week onder mijn naam over mij in de krant stond, ben ik mezelf een beetje kwijt. Ik deed het werk van de eindredacteur dus over. Hierbij mijn echte eigen  verhaal.

20161111_091704_resizedBegin 2014 herinnert een psycholoog journalist Anke Welten eraan dat zij waarschijnlijk ADD heeft, een aandachtsstoornis. Het blijkt een belangrijke stap in een jarenlange zoektocht.

‘Mijn hoofd zit vol plannen. Ik denk alleen zo lang na over wat ik als eerste ga doen en waarom, dat er weinig uit mijn handen komt.’ Ik interview een man, dertien jaar jonger dan ik, die, net als ik, ADD heeft en regelmatig mediteert. ‘Nu lukt het me beter om te kiezen. Mijn plannen blijven niet in mijn hoofd hangen, maar ik doe er wat mee.’ Au. Ik hoor mezelf. Sinds vierenhalf jaar zit ik dagelijks twee keer twintig minuten op een meditatiekussentje en tel mijn uitademingen. Dat probeer ik althans. Nog voor ik bij drie ben, zijn mijn gedachten al ergens anders. Dat is normaal, vertel ik meditatiecursisten nu ik zelf in opleiding tot zenleraar ben. ‘Je neemt tijd om te kijken naar wat er in je hoofd gebeurt en doet daar even niets mee. Dat geeft vrijheid. Kun je straks zomaar besluiten iets anders dan anders te doen dan wat als eerste bij je opkwam.’

Ik schrijf dit verhaal in de beslotenheid van een zenschool, waar ik een week verblijf en extra veel mediteer. Even weg van mijn bureau vol stapels ‘to do’ die me afleiden, kan geen kwaad. Helemaal niet, nu ik twee plannen uitvoer die al twee jaar in mijn hoofd zitten: levensverhalen optekenen van andere volwassenen met ADHD en het verhaal optekenen van mijn eigen zoektocht naar wat mij helpt in de omgang met ADD. De afgelopen jaren interviewde ik vaker mensen met ADHD, waar ADD een variant van is, maar geen van die interviews werkte ik uit. Met deze ‘feest-der-herkenningsgenoot’ aan de lijn, weet ik weer waarom: hun verhaal confronteert me met mijn eigen vallen en opstaan, vanaf dat ik een dromerig schoolmeisje was, via de talloze nieuwe starten in banen, bij opdrachtgevers en in relaties, burn-outs, geldzorgen.

Betuttelende hulpverleners

Meer dan mijn eigen verhaal, gaan hun verhalen vaak ook nog eens over verkeerde diagnoses en behandelaars die daar jaren aan vasthouden, medicijnen die vooral depressief maken, betuttelende hulpverleners. Soms maken ze me vooral boos. En meer dan eens betrap ik mezelf op missiedrang: ‘Misschien moet je ook eens gaan mediteren.’ Sorry. Ik weet hoe vervelend het is als mensen je vertellen wat je moet doen.

Volgens de psychiatrie is ADHD een genetisch bepaalde afwijking in de manier waarop hersenen informatie verwerken. Alleen medicijnen kunnen daar echt iets aan veranderen. Gedragstherapie of coaching dienen hooguit om ‘ermee te leren leven.’ Onzin. Mediteren heeft mijn hersenen veranderd. Stilzitten was vijf jaar geleden ondenkbaar voor mij, nu lukt het me prima. Twee keer twintig minuten mediteren geeft me zelfinzicht èn oplossingen voor problemen waar ik tegenaan loop. Zo ontdekte ik, dat ik vrijwel continu to-do-lijstjes in mijn hoofd had, totdat ik besloot om voortaan vóór het mediteren zo’n lijstje op papier te zetten. Zo maak ik ruimte vrij voor andere dingen in mijn hoofd.

Wekelijkse groepslessen versnellen het proces. De huiswerkopdracht om een week ‘te zitten’ op ‘Welke vraag houd me het meeste bezig?’ maakte me duidelijk hoezeer ik in de overlevingsmodus zit. Niet de vraag ‘Hoe lever ik mijn bijdrage aan een betere wereld?’ of ‘Wat wordt het plot van mijn eerste roman?’ houd me een groot deel van de tijd bezig, maar ‘Hoe houd ik vol?’ Een pijnlijke ontdekking, te meer omdat ik op dat moment een leuke baan heb van twintig uur, met een salaris waar ik goed van leven kan – een luxe die ik als freelance journalist niet gewend ben en die de stress van geldzorgen naar de achtergrond deed verdwijnen.

Die baan was alweer even voorbij en de bodem van mijn spaarpot in zicht, toen ik in 2014 aanklopte bij een psycholoog. ‘Ik moet werk zoeken maar ben niet vooruit te branden’, vertelde ik. ‘Dat klinkt als ADD’, zei hij. ‘Je hebt veel stress nodig om in actie te komen, maar tegelijk ben je gauw gestresst en moe. Dat is waar ook, schiet me te binnen. Een andere psycholoog had dat tien jaar eerder ook al eens tegen me gezegd. Toen wist ik me daar geen raad mee en vertrok voor onbepaalde tijd naar Argentinië. Nu is het een opluchting. Eindelijk weet ik waar ik het zoeken moet.

Wat je aandacht geeft groeit

Of ik voel voor medicijnen, vroeg de psycholoog en somde de te verwachten effecten op: betere concentratie en focus, makkelijker prioriteiten kunnen stellen. ‘Precies wat ik aan meditatie heb, maar dan zonder nare bijwerkingen’, zeg ik. Hij reageerde lacherig en gaf me planningstips: ‘als je nu elke vrijdagmiddag vrijhoudt voor je mail?”en ‘Plan telefoontjes in je pauzes.’ Denkt hij werkelijk dat ik – toen 43 – niet al honderdduizend van dat soort tips gehad heb? En dat die, tot mijn grote frustratie, niet werkten? Ik besluit te zoeken naar een hulpverlener die mij serieus neemt, inclusief mijn streven om eigen oplossingen te vinden.

‘Verspil je energie niet aan dingen leren waar je niet goed in bent’, zegt coach Anja Bijker maanden later bij het ADHD-centrum. Ik volg daar een training op basis van neurolinguistisch programmeren, NLP, speciaal voor ‘mensen met een vol hoofd.’ ‘Wat je aandacht geeft groeit. Ga je keihard proberen om beter te leren plannen, dan zal je vooral zien dat je veel moeite hebt met plannen. Besteed je aandacht dus aan dingen waar je energie van krijgt, dan wordt je moeite met plannen vanzelf minder belangrijk. Grote kans dat ze juist daardoor minder moeite meer kosten.”

Maar waar krijg ik energie van? Schrijven. Dat helpt me mijn gedachten te ordenen en ik krijg vaak complimenten voor het resultaat, dus doet mijn zelfvertrouwen goed. Maar tegelijk heb ik er juist tijdens het schrijven last van dat ik snel afgeleid ben en vecht ik keer op keer met deadlines.

Misschien heeft dat ook met iets anders te maken, suggereerde Anja ‘Noem eens iets dat je graag zou willen doen en steeds uitstelt.’ ‘Een boek schrijven.’ ‘En waarom doe je dat niet?’ ‘Geen tijd, te druk, eerst moet er brood op de plank.’ Ze herhaalde de vraag, totdat er geen antwoorden meer kwamen. Zo stuitte ik op overtuigingen die ik me ooit eigen gemaakt had en die me meer dwars zaten dan welk afwijkende stofje in mijn hersenen ook: ‘bang dat ik het niet af maak’, ‘bang dat het niet lukt’ en, na bijna een minuut stilte, ‘Ik ben bang voor straf. Ook als ik zelf vind dat ik het goed doe. Alles wat ik doe kan tegen me gebruikt worden.’

Nogal wiedes dat ik niet vooruit kom. De ontdekking dat ik verlamd word door een angst voor straf, deed mijn hart bonzen, zo hard dat mijn hele lichaam trilde. Net als Anja’s vervolgvraag: ‘Wat als de overtuiging, dat alles tegen je gebruikt kan worden, een belachelijke gedachte is?’ Dat gaf ruimte. Net als de oefeningen en vragen om erachter te komen wat mijn belangrijkste doel en drijfveren zijn. ‘Natuurlijk kun je proberen je omgeving aan te passen, en bijvoorbeeld een werkplek te zoeken waar je niet afgeleid raakt’, hoor ik Anja weer zeggen terwijl ik in de afzondering van de zenschool doortik aan dit artikel, ‘maar of je daar gelukkig van wordt? Weten wat je echt wilt, maakt het makkelijker om keuzes te maken.’ ‘Ik wil doen waar ik goed in ben en wat mij gelukkig maakt, zodat ik als vanzelf ook anderen gelukkig maak.’ Ik heb het nog niet uitgesproken, of het voelt alsof ik tien centimeter gegroeid ben.

Zenleraar

Dat inspireert me verder te ontwikkelen in zen en het lesgeven daarin. Eerst volg ik een opleiding tot mindfulnesstrainer en begin daarna een opleiding tot zenleraar. Mindfulness leert me hoe gedachten, emoties en fysieke gewaarwordingen elkaar direct beïnvloeden. Ik moet onder ogen zien dat ik vaker negatief over mezelf denk dan ik dacht. Maar de vraag ‘Wat als dit een belachelijke gedachte is?’ verdwijnt naar de achtergrond. Het eerste artikel dat ik na de NLP-training schreef, leverde ik dusdanig te laat in, dat het niet meer kon worden gepubliceerd. Dat schoot niet op. Het koste me moeite om de positieve energie vast te houden, merk ik.

Een vriendin wees me op een speciaal dieet voor mensen met AD(H)D: zou dat een bijdrage kunnen leveren? Zij dacht van wel. Dus at ik minder zoet, vet, brood en aardappelen en meer groente, fruit en vis. Ik viel af en voelde me fitter. Maar toen ik chagrijnig werd toen een vriendin me taart voorschotelde, wist ik dat dit niet mijn pad is. Ik besluit te doen waar honderdduizenden mensen met ADHD bij zweren: ik haalde een recept voor ritalin.

Het voelde als capitulatie. Maar al binnen een half uur voelde ik een onbekende ontspanning. Ik was niet meer bang dat wat ik die dag wil doen niet lukken ging. Een paar dagen later was het Oud&Nieuw. Ik had lange dagen doorgewerkt om artikelen af te krijgen, weinig geslapen, dronk een paar wijntjes en was tot lang na de jaarwisseling fit. Dat had ik in geen jaren meegemaakt. Ik kon het nauwelijks bevatten. Zou dit gevoel voor anderen ‘normaal’ zijn?

De pret duurde twee maanden. Met medicijnen voelde het overbodig om pauzes te nemen, te mediteren, gezond te eten en andere dingen te doen waarvan ik met veel moeite geleerd heb dat ze me helpen om ‘het vol te houden.’ Het was alsof ik veertig jaar achterstand mocht inhalen. Ik ging harder werken. Dat eiste zijn tol. Ik ging slechter slapen, kreeg tintelingen in mijn benen, handen en voeten. Ze werden zelfs blauw. En jawel, daar kwamen ze, als in de bijsluiter voorspeld: hartkloppingen.

De pillen dankbaar

‘Helpen de medicijnen?’ informeerde de huisarts toen ik haar vroeg mijn bloeddruk te controleren. ‘Want zo ja, dan kun je besluiten de hartkloppingen voor lief te nemen.’ Dat doe ik niet. Nog niet. Eerst maar eens herstellen en zien wat er gebeurt. Wat schetste mijn verbazing: de tintelingen en hartkloppingen verdwenen, maar de angst ‘dat het niet lukt’ bleef uit. Blijkbaar hielpen de medicijnen me om de afstand te nemen die ik nodig had om de verlammende mantra ‘het zal wel weer niet lukken’ te doorbreken. Het is de vraag of ik die afstand zo had kunnen benutten zonder het dagelijkse mediteren, de training bij het ADHD-centrum, mijn mindfulnessopleiding en de coaching die ik vanuit mijn zenopleiding krijg. Maar doet dat ertoe? Ik ben ze dankbaar, die pillen. Ook zes maanden later, als het laatste doosje dat ik aanbrak nog onaangetast in het medicijnkastje staat.

Soms is hij er weer, de verlamming die ik voel als ik iets doe wat voor mij belangrijk is. Zoals toen ik dit artikel schreef. De versie die ik daags na de deadline inleverde, was honderden woorden langer dan afgesproken. Pas maanden later verscheen het in de krant, dusdanig bewerkt dat ik mezelf er soms in kwijt ben. ‘Onderzoek wat er gebeurt’, moedigde mijn zenleraar me aan terwijl ik op de voorlaatste versie zat te zwoegen. ‘Als je het ene verhaal makkelijk schrijft en het andere verlamt je, dan is daar iets mee.’ Dat deed ik. En schreef na publicatie gewoon een nieuwe versie.

Iets anders aan mijn hoofd

Ben ik nauwelijks meer bewust met ADD bezig, sta ik in enkele weken tijd drie keer in een blad of krant met een artikelen die ik daar vijf en zes maanden terug over schreef….

Wat je aandacht geeft groeit, was een belangrijke les in mijn ADD-zoektocht, toch? Nou, andersom is ook waar. Twee maanden gebruikte ik ritalin, en was ik alleen al via het slikken van het pilletje minstens vier keer per dag bewust bezig met ‘dat ik iets heb.’ Ik stopte, omdat de pillen de verleiding te groot maakten om over mijn grenzen heen te gaan, met alle gevolgen van dien. Ruim een half jaar later, is ADD nauwelijks een issue in mijn leven. Heb wel wat anders aan mijn hoofd. Rouw, ja, maar ook een zenschool te runnen, les te geven en – oja, ook dat was ik een beetje vergeten – artikelen te schrijven, om de kost te verdienen en om mijn oorspronkelijke vak en daarmee een belangrijk deel van mezelf, weer serieus te nemen.

Ik moet het evenwicht tussen mijn oude en nieuwe professie nog zien te vinden. Net nu de contouren van dat evenwicht zich beginnen af te tekenen, verschijnen er drie artikelen die ik ruim zes maanden geleden schreef over mijn eigen zoektocht naar hoe ik omga met mijn ADD en over de effecten van zenmeditatie bij anderen met ADD of ADHD.  Met twee daarvan ben ik tevreden, met het derde niet echt.

Toch plaats ik ze hier alle drie:

In de Suzan!i Hèt ADHD lifestylemagazine van Nederland, een geschreven tussen vriendin-collega-zenleraar-en nog zo het een en ander Hanneke Dijkman en ik, over wat wij in de afgelopen tien jaar van elkaar geleerd hebben. suzan-anke-hanneke-add-zen-en-leren-van-elkaar

In Impuls&WoortblindMagazine, een artikel over zenmeditatie bij ADD en ADHD, en waar dat effect vandaan komt.

En in Hart&Ziel, een landelijk gemaakt katern dat meegaat in zeven regionale dagbladen, een nogal vrije bewerking van een artikel dat ik schreef over mijn zoektocht naar wat mij helpt om om te gaan met de gevolgen van ADD. hz-1-11-16-de-achtbaan-die-add-heet-1 en hz-1-11-16-de-achtbaan-die-add-heet-2

En hiermee ben ik terug bij Add&Anke en stel ik me voor het eerst in maanden weer de vragen: wat is dat toch,  ADD? , Hoe verhoud ik me tot ‘dat labeltje’? Wat maakt dat ik ongemakkelijk voel bij het grote verhaal in de krant? En hoe schrijf ik op een eerlijke manier over zen en ADD, zonder dat het – meer dan je van een journalist mag verwachten – overkomt als reclame?

De blog Add&Anke is weer geopend.

 

 

 

 

Oneindig opnieuw beginnen

papa-80-295x300Bijna drie maanden na mijn vorige blog, liggen vijf cursisten letterlijk aan mijn voeten. In mijn eigen kersverse vestiging van zenschool Zen.nl in Dordrecht geef ik de tweede les van mijn eerste achtweekse mindfulnesstraining. We doen de bodyscan, een oefening waarbij zij met hun aandacht telkens een ander deel van hun lichaam ‘verkennen’. Bij de bespreking van hun eerste ervaringen met het beoefenen van mindfulness thuis, vertellen ze wat ze allemaal ‘niet goed’ hebben gedaan.

,,Als je in slaap valt of afgeleid raakt, dan is dat niet erg”, hoop ik hen gerust te stellen. ,,En de oefening is dan ook niet voor niets geweest. Integendeel. Wat we bij mindfulness oefenen, is bewust ervaren ‘wat er is’ en hoe je daarop reageert. Is er slaap, dan is er slaap, is er afleiding, dan is er afleiding. En neem je jezelf kwalijk dat je in slaap valt of dat je afgeleid raakt, dan is er ‘veroordeling.’ Weet je dat ook weer. Het mooie uitgangspunt bij mindfulness is dat je oneindig opnieuw kunt beginnen. Net als we ook altijd weer opnieuw ademhalen. Vandaar dat we tijdens het mediteren telkens onze aandacht terugbrengen naar de ademhaling.”

Ik weet niet zeker of deze geruststelling aankomt. En terwijl ik meen dat ik het principe mooi vind en er, zeker theoretisch, vol overtuiging in geloof, piept iets in mij ,,Ja maar.” Dat zeg ik er natuurlijk niet bij.

,,Ja maar. Ja maar, mijn blog.”

,,Da’s wat anders.”

,,Niet.”

,,Wel.”

,,Niet.”

Met mijn blog is het niet anders. Lang schreef ik twee maal per week een nieuwe editie, dus drie maanden stilte voelt als een stille dood gestorven. Het lot van de meeste van mijn ‘eigen projecten’, zoals het propvolle documentenmapje op mijn laptop heet. En dan heeft dit project toch maar liefst tweeënhalf jaar gelopen – een record.

En dus knaagt dit sluimerend aankomend sterven luidruchtiger. Was fijn, dat bloggen,  het grootste deel van die tweeënhalf jaar. Fijn is een raar woord in deze context. Schrijven verheldert en kan dus ook confronteren, ofwel pijn doen. Het heeft een functie gehad, dat bedoel ik. Voor mezelf en voor lezers. ,,Maar nu is het wel weer eens tijd voor wat anders.” Piept een wat lagere stem. Ondertussen schaam ik me gewoon voor de achterstand en ben ik het overzicht kwijt. ,,Als ik dan weer zou willen beginnen, waar dan? Blijkbaar heb ik andere dingen aan mijn hoofd.”

Die heb ik zeker. De mindfulnesslessen die ik geef, een behoorlijke stap, uitdagend, leerzaam en dankbaar, is in het rijtje ‘dingen aan mijn hoofd’ relatief ‘peanuts.’ Ik ben immers ook, met Erwin en Hanneke, een nieuw bedrijf begonnen, Zen.nl Dordrecht. Heet ik opeens vestigingmanager en sta ik vandaag met foto in meditatiehouding in het regionale dagblad. Op persoonlijk AD(H)D-vlak is het grote nieuws  van de afgelopen twee maanden, dat ik de medicijnen weer overboord heb gegooid, en ze het positieve effect desondanks hebben behouden. Groot, groter, grootste nieuws is dat, in de nacht van 16 op 17 april, mijn vader is overleden.

Voelt oneerbiedig, ongemakkelijk en niet van prioriteitszin getuigend, om gezellig over Add&Anke te bloggen, in die omstandigheden. De stille dood de stille dood laten zijn, was bovendien een passender einde geweest aan het Add&Anke-avontuur. ,,Typisch AD(H)D.”

En ook weer niet. Want Add&Anke ‘houden niet van labeltjes’, noch van slachtofferschap en, als je het ons heel eerlijk vraagt, ook niet van losse eindjes en stil stervende projecten. Het nauwelijks minder stille sterven van mijn vader helpt mij daaraan herinneren. Hoezo, het bijltje erbij neergooien? Net nu ik op steeds meer podia mijn Add&Anke(&Zen-)verhaal mag doen? Had hij een graf en had hij begrepen wat het voor veel volwassenen met ADD of ADHD betekent dat hun verhalen aandacht krijgen, dan had mijn vader zich in zijn graf omgedraaid. Ik begin dus gewoon weer opnieuw.

Dank je papa.

Nieuwe onwerkelijkheid

Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen en stand van zaken: Blij dat ik slik – deel 8,  dag 70, 29 februari en dag 64, 23 februari 2016.

Een onwerkelijke ervaring gisterochtend. Een bevriende collega complimenteert mij, ten overstaande van middelgrote groep toehoorders, met de manier waarop ik omga met mijn ADD.

Dat was niet het onwerkelijke, al blijft het onwennig om complimenten te krijgen. Maar dank, dank, nogmaals.

De onwerkelijkheid zit hem in het vervolg.

De bevriende collega – jarenlange hectische journalistieke baan achter de rug waarin de stress hem bij de les hield, onderuit gegaan in een, vanuit het perspectief van een gemiddelde mens gezien, rustiger baan waar een stabiel productieniveau verwacht werd, nu op zoek naar evenwicht in een nieuw bestaan als ondernemer – zegt geraakt te zijn door wat ik hem, koffiedrinkend, vorige week vertelde over mijn ervaringen als redelijk kersverse ritalingebruiker. Een paar dagen eerder had iemand hem verteld over hoe fijn het kan zijn om ritalin te gebruiken. ‘Met die pilletjes gaan dingen gewoon veel makkelijker, dus waarom zou ik ze niet nemen?’

Ik was het die hem, ruim een jaar geleden, zonder voorbedachte rade, op het idee bracht dat de verklaring voor zijn wat zijn ‘eigenaardige’ verhouding tot spanning en rust ‘ADD’ zou kunnen heten. Een proefles ‘zen voor ADD-ers en wie zich in de symptomen daarvan herkent’ die hij bij mij volgde, gaf de doorslag. Aan het begin van die les, legde ik uit, wat mij doet vermoeden zen goed werkt bij mensen met ADD of ADHD: de rust van het niets moeten (anders dan bij meditatievormen waarbij iemand je vertelt waar je je aandacht nu …………. en nu……………………en weer even later……… op mag richten), in combinatie van de fysieke inspanning van twintig minuten rechtop zitten en wat streng overkomende rituelen als concentratie-oefening, geeft voldoende stress om ons relatief slaperige brein bij de les te houden en tegelijk genoeg echte rust om te kunnen ontspannen. Verbaasd merkte hij na één maal een kwartier mediteren op, dat hij hier inderdaad rustig van werd, terwijl hij na afloop van een als ontspannend bedoelde yoga-les als enige van de groep vooral chagrijnig is.

Onlangs besloot hij min of meer, lichtelijk ten einde raad omdat vallen hem steeds beter en opstaan steeds minder goed afgaat, om eenvoudiger werk en/of omgevingen zonder afleiding te gaan zoeken. En toen kwam dat verhaal van die kennis. En vervolgens het mijne. Ik, die steeds gezegd heb, dat als mediteren mij, juist op ADHD-symptomenvlak betreft, zoveel goed doet, dat ik ervan overtuigd ben dat ik geen medicijnen nodig heb, vertel ik hem, tussen een slok koffie en een hap appeltaart door, dat ritalin me rust, overzicht en hoop geeft. Dat ik natuurlijk blijf  mediteren, maar niet meer omdat mijn leven ervan afhangt. Dat is vermoed dat, als ik mijn nieuwe evenwicht eenmaal heb gevonden, medicijnen en mediteren elkaar zullen versterken en ik dus, eindelijk, eindelijk, eindelijk wat meer voor elkaar krijgt.

Tot zover de nieuwe werkelijkheid. De onwerkelijkheid van gisterochtend: Daar in het openbaar, voegt collega aan zijn compliment toe, dat de vraag of hij dan misschien ook maar eens achter medicijnen aangaat, hem al dagen achtervolgt. En later, iets minder openbaar: ‘Dat zou weleens kunnen voelen als vorm van erkenning, dat sommige dingen mij nu eenmaal meer moeite kosten. En tegelijk  dat het niet nodig is om me daarom in rare bochten te wringen.’

De vrouw die, ietwat afwezig, naast me zat toen het compliment binnenkwam, kijkt me even later verwonderd aan. ‘Jij, medicijnen?’ ‘Ja.’ ‘Welke?’ ‘Ritalin.’ ‘En het bevalt?’ ‘Ja.’ Stilte. ‘Geen last van bijwerkingen?’ ‘Nee, eigenlijk niet.’ ‘Ik was altijd tegen…..’ ‘Ik ook.’ …….’maar als jij dit zo zegt, ben ik toch wel nieuwsgierig.’

Ik wil haar zeggen dat het uitblijven van bijwerkingen misschien komt omdat ik hooguit een derde gebruik van de gemiddelde dosering ritalin bij volwassen. Dat het misschien aan het mediteren te danken is dat ik met minder toekan. Dat ik er nog steeds moeite mee heb, dat medicijnen in behandelaars- en bepaalde lotgenotenkringen worden gepresenteerd als ‘het enige dat echt werkt.’ Dat de vele klachten over heftige bijwerkingen ook het gevolg kunnen zijn met slechte informatievoorziening over hoe je ‘het spul’ moet gebruiken.

Maar ik zeg dat nu allemaal eens even niet.

Deze blog kwam tot stand met dank aan een stok achter de deur van Hetty Oostijen van Schitterende Teams. Hetty begeleidt dialogen en is senior (team) coach. Ondersteunen van ontwikkeling en verandering als die zich aandient, ruimte maken voor ieders eigenheid in leven en werk, zijn belangrijke drijfveren bij het werk dat zij doet. Bij mij doet zij dat vanaf de zijlijn, als trouwe lezer en fan van mijn blog. Dank je Hetty!

Wil je Add&Anke ook steunen met een stok achter de deur? Zie: Add&Anke doen het niet alleen.

Wakker

Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen en stand van zaken: Blij dat ik slik – deel 7,  dag 7, 27 december 2015 en de nacht van dag 57, 15 februari op dag 58, 16 februari 2016.

‘Heb jij dat weleens’, vraag ik Erwin als ik de eerste zondag-echte-uitslaapdag als ADHD-pilgebruikster, wakker word, ‘dat je ‘s ochtends wakker wordt en dan ook gelijk helemaal wakker bent? Zo wakker, dat je helder kunt denken en praten enzo?’

Hij is even stil. Niet omdat hij over zijn antwoord hoeft na te denken. ‘Ja, dat heb ik meestal.’

Ik kan er niet bij. Zijn antwoord stelt me zelfs teleur. ‘Ik heb dat nu al een paar ochtenden, zo bijzonder. Maar voor jou is dat dus normaal?’

Ruim vijftig dagen later, is wakker zijn al bijna zo ‘normaal’, dat ik blij ben als ik een een keer ‘ouderwets’ duf ben. Toch is mijn vrees dat de ritalin me ‘s nachts vaker wakker zou houden niet uitgekomen. Soms lig ik ‘s nachts wakker, zoals dat al jaren het geval is. Veel somser kruip  ik dan achter de computer, als altijd tegen beter weten in. Meestal zet ik dan een wekkertje en zet dat, als het afgegaan is, nog een keer en nog een keer en nog een keer. Nu zet ik het maar één keer en wel voordat ik de computer aanzet, ga plassen, thee zet, knäckebrood beleg. Een half uur later moet de computer weer uit. Gaat lukken. Best bijzonder.

Met ritalin meer zen

Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen en stand van zaken: Blij dat ik slik – deel 6, dagen 28 tot en met 34, 17 tot en met 23 januari 2016.

Wintersesshin 2016De sesshin, de zenmeditatieweek die nu twee weken achter de rug is, heeft mijn ADHD-pillen niet overbodig gemaakt. Mijn inschatting dat pillen en meditatie elkaar kunnen versterken, is uitgekomen. Ik blijf ritalin voorlopig dus nog wel een poosje gebruiken.

De eerste dagen aarzelde ik nog. Als er één gelegenheid is waar ik immers niet bang hoef te zijn voor afleiding en keuzestress, is het een sesshin. Elke dag is er hetzelfde: zestien tot twintig blokjes van 25 minuten mediteren, op vaste tijden eten, corvee, sporten, ongeveer anderhalf uur les in de ochtend en enkele minuten individueel onderhoud met de zenmeester in de avond. Buiten de les en dat persoonlijk onderhoud om, praat niemand en behalve tijdens het sporten is de dresscode even simpel als prikkelloos: zwart. Dagelijkse hoofdbrekens als ‘Wat zal ik doen?’, ‘Krijg ik het af?’, ‘Wat zullen we eten?’ en ‘Wat moet ik aan?’ ontbreken dus. Waar zijn concentratie-verbeterende pilletjes dan nog voor nodig?

Ik nam ze uit nieuwsgierigheid. En omdat mijn zencoach – die ik, niet voor niets, zelf gevraagd heb mij op te leiden tot zenleraar – mij eraan herinnerde dat een van de ‘opdrachten’ van zen is dat je je talenten optimaal gebruikt. Wat is er mis mee, om medicijnen die me daarbij zouden kunnen helpen, juist in zo’n week waarin ik niets ‘moet’, uit te proberen?

Mijn twijfel nam snel af. Van mijn vorige drie sesshins herinner ik me dat ik ongeveer een derde van de tijd in een soort slaaproes verkeerde. Niets mis mee, maar toch een beetje zonde. De stille eentonigheid mag saai klinken, maar is ook luxe: wanneer heb je nou zo lang en zoveel gelegenheid om te onderzoeken welke gevoelens en gedachten er schuilgaan achter de ‘gewoonte-gedachten’ en vaste reactiepatronen die ons leven bepalen? Hoe vaak krijg ik zo’n kans om los te komen van mijn energie- en goede-moedremmende mantra: ‘Het zal wel weer niet lukken?’ Slapend kom je niet ver. Wat gebeurde er, dank, dank, Dank Zij ritalin: ik was wakker, wakker, wakkerder, wakkerder dan….. Ja, misschien wel wakkerder dan ooit. Dusdanig, dat ik een aantal keer besloot om aan het extra intensieve programma mee te doen – om vier uur in plaats van om vijf uur opstaan en pas tegen middernacht in plaats van elf uur naar bed. Gewoon omdat het kon en omdat het in die extra uren, waarin de meditatieruimte bijna leeg was, het nog mooier stil was dan anders.

zentuin in de sneeuwHet eerste en tegelijk meest verrassende effect dat ik, vanaf mijn eerste dag als ritalingebruiker merkte van mijn pilletjes, was dat ik minder krampachtig was in doen wat goed voor me is en me afsluiten voor wie en wat me daarvan zou kunnen weerhouden. Metylfenidaat, de werkzame stof in ritalin, zorgt ervoor dat de stofjes die informatievoorziening naar mijn hersenen regelen, sneller en effectiever werken. Door AD(H)D werken die stofjes bij mij van nature relatief traag, waardoor ik minder overzicht heb. Blijkbaar maakt dat me bangig – een gevoel dat me doet denken aan de irritatie die ik voel in een sfeervol bedoelde kaarslicht-verlichte ruimte waar ik, met mijn eveneens wat ‘tragere’ ogen, heel weinig zie.

Minder krampachtig zijn, geeft me een rust die ik tot voor kort alleen kende van sesshins. Meer zelfs. Tijdens mijn eerste sesshin vond ik vooral het niet mogen praten nog heel lastig – bang als ik was dat anderen me onaardig vonden. Al snel, genoot ik dusdanig van ‘eindelijk rust’, dat ik een groot deel van mijn spaarzame wakkere sesshinuren verdeed met zorgen over hoe ik de rust en bijbehorende concentratie kon vasthouden als ik weer thuis was.

Nu was ik nauwelijks bang. De rust was ‘prettig’, niet meer en niet minder. Dacht ik aan ‘straks, als het gewone leven verder gaat’, dan was het vol verwachting. Helemaal, als de zon weer eens roze boven het besneeuwde weiland voor ons opkwam, of ik zag dat de schaduwen van de mensen tegenover me, er bij elke oogopslag anders uitzagen. ‘Goh’, ging het in rustige verwondering door me heen, ‘als ik, met pilletjes en meditatie, niet alleen wakkerder ben dan ik ooit was, maar ook met gemak vroeger opsta en later naar bed ga dan de meeste andere mediteerders, wat kan ik dan eigenlijk niet?’

Deze blog kwam tot stand met dank aan een stok achter de deur van Hetty Oostijen van Schitterende Teams. Hetty begeleidt dialogen en is senior (team) coach. Ondersteunen van ontwikkeling en verandering als die zich aandient, ruimte maken voor ieders eigenheid in leven en werk, zijn belangrijke drijfveren bij het werk dat zij doet. Bij mij doet zij dat vanaf de zijlijn, als trouwe lezer en fan van mijn blog. Dank je Hetty!

Wil je Add&Anke ook steunen met een stok achter de deur? Zie: Add&Anke doen het niet alleen.

 

Van achterstanden, hartkloppingen en de epidemie

Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen en stand van zaken: Blij dat ik slik – deel 5,  dag 3, 23 december 2015 en, onder andere, dag 28, 17 januari 2016.

‘Nu snap ik het’, zei ik toen op 23 december om kwart over zes de wekker ging. Ik had het artikel dat die dag af moest, ondanks enthousiasme, vlijt, pillen en dagje dierentuin in het vooruitzicht als het lukte, niet de vorige dag afgekregen. Maar de manier waarop het schrijven verlopen was, gaf me de hoop dat ik de afronding in twee uurtjes zou klaren. Vroeg op dus.
‘Ik begrijp het, allemaal’, vertelde ik verder. Was Erwin ook gelijk wakker. ‘Ik begrijp waarom veel mensen met ADHD zo ontzettend blij zijn met die pillen. Ik begrijp waarom artsen huiverig zijn om alternatieven voor te schrijven. En ik begrijp waarom je van deze pillen hartkloppingen kunt krijgen.’ ‘Klinkt als tijd voor een nieuwe blog.’ ‘Ja. Maar eerst moet mijn stuk af, want dan kan ik mee naar de dierentuin.’ Drie uur later zat ik er met mijn werk ‘net lekker in’ toen het telefoontje ‘en, ga je mee?’ kwam. Toch ging ik mee. Ik wist vrijwel zeker dat die avond wel zou lukken, of anders de volgende ochtend. En was een van mijn doelen, eerst met met mediteren, nu ook met pillen slikken, niet dat ik erdoor meer van mijn vrije tijd kan genieten?

Het begin van deze blog zit al in mijn hoofd sinds ik het bewuste artikel zoveel dagen later inleverde en een lijstje maakte van anekdotes en inzichten die ik mijn eerste week als ritalingebruiker opgedaan had. Als ik nu elke dag over twee van die items een blog, ben ik over twee weken ‘bij’, hield ik me voor. Vandaag, op dag 28, ligt dat lijstje onder een dikke stapel ‘to-do’ en ‘op te ruimen’ op mijn bureau. Mijn mailbox stroomde over van berichten over onderzoek door AVRO-KRO-onderzoeksprogramma Monitor, dat onderzoek doet naar wat ze de ADHD-epidemie noemen, de suggestie dat kinderen wel heel gemakkelijk het etiket ADHD opgeplakt krijgen en pillen moeten slikken terwijl gewoon de opvoeding of het onderwijs niet deugt. Ik heb weliswaar geen kinderen en weet niet van dichtbij hoe het er op scholen aan toegaat, maar als zo’n beetje half Nederland hier een mening over heeft, mag ik mezelf inmiddels als deskundig genoeg beschouwen om die ook te hebben en te delen. Maar ja. Ik heb dat labeltje ook, zelf om gevraagd zelfs, ook al dacht ik mijn eigen, medicijnvrije weg wel zo’n beetje gevonden te hebben.

Maar ja, ik heb dat labeltje, ADD, een vorm van ADHD en dus een goede verklaring, nee, geen excuus, ik had andere keuze kunnen maken, waarom ik nog niet gereageerd heb. Ik had nog wat werkachterstanden weg te werken en gezien de financiële achterstanden die ik ook heb, gaf ik die voorrang. De pilletjes hielpen me bij die keuze trouwens – heb, voor het eerst in mijn leven – nauwelijks het gevoel van keuzestress gehad.

Nu meng ik me dan toch, op mijn eigen, licht chaotische manier.
Mijn inzichten van dag drie als pillenslikker gelden nog steeds:
1: Mensen die ADHD hebben zijn vaak heel blij met medicijnen, omdat die dingen die voor anderen simpel lijken en voor ons niet, opeens veel gemakkelijker maken. Merkte ik al heel snel, merk ik nog steeds en is ongelooflijk fijn, bijna letterlijk.

2: Richten volwassenen met ADHD zich te zeer op andere dingen die hen helpen, dan kunnen zij daar al gauw relatief veel baat bij hebben – zij komen immers van ver.  Dat is dan natuurlijk mooi, maar als ze daarom geen medicijnen gebruiken, ontnemen zij zich een redelijk algemeen erkend middel dat hen veel gemakkelijker veel beter helpt.

3) Om ADHD-medicijnen verantwoord te kunnen gebruiken, moet je heel goed aanvoelen wat het met je lichaam doet. Laat dat nou net iets zijn waar mensen met ADHD veel moeite mee hebben. Neem mij: had in 2001 mijn eerste burn-out, leerde daar veel van maar zit nog steeds wel eens nachten achter elkaar te werken. Inmiddels heb ik zo vaak gehoord dat mensen met ADHD van hun arts een vaste hoeveelheid pillen moeten slikken en te horen krijgen dat ze bijwerkingen krijgen als ze dat niet doen. Ik heb inmiddels gemerkt hoe groot de verleiding is om een pilletje (extra) te nemen om slaapgebrek te compenseren of nog maar wat langer door te gaan. Vind je het gek dat mijn lichaam op den duur gaat protesteren? Jarenlange ervaring met slaapproblemen hebben me ook hartkloppingen en andere ellende bezorgd.

Mediteren heeft mij wat dit betreft heeeeeel veel geleerd, maar maakte ook dat ik soms erg boos op mezelf werd als ik dat dan niet deed of als iemand anders, zoals mijn geliefde man, mij ervan weerhield dat te doen (omdat hij van zijn recht om geluid te maken in zijn eigen huis gebruik maakte, bijvoorbeeld).

Dat ik deze blog nu wel schrijf, is niet omdat mijn werk helemaal af is, maar omdat ik over twintig minuten vertrek naar een zen-retraite en weet dat mijn blog wel heel erg lang stilstaat als ik nu niet schrijf.  Sinds ik met ADD bezig ben, nu twee jaar geleden, hield ik mezelf voor dat twee tot vier keer per jaar zo’n retraite doen me zou brengen wat anderen zeggen dat ritalin of andere ADHD-medicijnen hen brengen. Maar ja, ik had werk- en financiële achterstanden, dus dat kwam er niet van.

Ik heb er zin in, veel. Ben heel benieuwd wat het me brengt nu mijn leven in weer een heel andere fase beland is. De combinatie van mediteren en pillen, goed gedoseerd, zou voor mij persoonlijk wel een hèt recept kunnen zijn om eindelijk, op mijn 45, wat gemakkelijker verder te komen.

Muziek in mijn pauzes

Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen: Blij dat ik slik – deel 4,  dag 2, 22 december 2015

e9e404_c9e33de515d74f939a29e2e27420bc1dBoos was ik, op de ochtend na mijn eerste pilletje, boos en bang. Heel stiekem was ik ook vol verwachting. Maar dat ging ik zeker niet toegeven. Behalve dan, door, na klagen, rennen, néé, verdomme, niet mediteren, ‘daarvan Hebben Ze me de lol ontnomen’, tranen en ‘Wat nou, probéér het nu gewoon eens een poosje, makkelijk praten, jij weet niet wat ik allemaal voel!’, mijn tweede pilletje te nemen. Een kleintje opnieuw, 2,5 milligram, waarvoor ik het toch al kleine 10-milligramspilletje in vieren moest zien te splijten. De rare druk op mijn buik terwijl ik de voorgaande nacht lag te woelen, de ervaring dat wat ik, met veel geduld, toewijding, strijd soms ook omdat ik boos werd als iets of iemand me daarbij in de weg zat, heb aangeleerd als Hulpbron nummer één, mediteren, opeens niet meer hetzelfde effect had, tegelijk het ongekend wakkere gevoel tijdens het lezen en bloggen ‘s nachts, deden pijn. Pijn van verwarring, pijn van verdriet, pijn van een vorm van verraad aan mezelf.

En toch weer een pilletje dus. En drie uur later weer een, van dubbele omvang. En nog drie uur later weer één. Ondertussen vorderde mijn artikel langzaam. Het zijn geen wonderpilletjes. Het is niet zo, dat ik opeens alles wat ik wil doen snel en goed en moeiteloos af krijg. Helaas en gelukkig maar.

Ondertussen deden zich de eerstvolgende opmerkelijke nieuwe ervaringen voor.

Sinds een jaar of jaar of twee, toen ik het boek ‘Ik heb de tijd’ las, werk, schrijf en lees, ik vrijwel altijd in tijdspannes van veertig minuten. Wat ik ook doe (mits alleen), na veertig minuten gaat de wekker en neem ik een pauze. Dat kan een plas- en theezetpauze van enkele minuten zijn; vaak is het wat meer. Maar altijd, altijd, altijd, altijd, ja, altijd, dat is de bedoeling, is de pauze zo vrij mogelijk van prikkels. Geen krant, geen email, geen surfen, geen muziek, geen telefoon, geen conversatie. En àls die prikkels er wel zijn en ik ben niet degene die ze veroorzaakt, dan is dat vragen om mot. Dit  is overigens niet hoe de schrijver, zenmonnik Paul Loomans, het bedoeld heeft, in tegendeel. Voor mij is het zo gaan werken, omdat ik merk dat de structuur van 40 minuten concentreren – prikkelvrije pauze-40 minuten concentreren goed werkt. Heb bovendien menig afwasje weggewerkt in die prikkelvrije pauzes, dus mijn huis is er, in opgeruimdheid, gezelliger  op geworden. Het zorgt ervoor dat ik op een dag meer gedaan krijg, met meer voldoening als gevolg.

Op de eerste dag waarop ik de hele dag gebruikte, was ik niet boos  om ongevraagde muziek in mijn pauzes.

Op de eerste dag waarop ik de hele dag gebruikte, zette ik, in een van mijn pauzes zelf muziek op.

Op de eerste dag waarop ik de hele dag gebruikte, floot ik in minstens een van mijn pauzes.

En pakte ik, na elke pauze, de draad van mijn artikel weer op. Niet, zoals vaak, door eerst alles wat ik tot dan toe geschreven heb opnieuw te lezen en al doende maar weer eens te herschrijven, maar gewoon, verder schrijven waar ik gebleven was.

Noem dat maar ‘gewoon.’

Het artikel kwam niet af. Desondanks optimistisch, stond ik op het punt om met tja-bijna-deadline-je weet-nooit-hoe-dat-afloopt-slag om de arm afgesproken dierentuinuitje de volgende dag af te zeggen, want helaas, het is nog niet af, toen de telefoon ging. ‘We vertrekken morgen pas om half tien.’ Ik beloof niets. ‘Maar’, bedenk ik hardop, ‘in dat geval kan ik misschien toch mee.’

Onmiddellijk effect

Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen: Blij dat ik slik – deel 3,  dag 1, 21 december 2015

‘Het fijne van die medicijnen’, zie ik mijn psycholoog twee jaar geleden nog lachend zeggen, ‘is dat ze onmiddellijk effect hebben.’ Misschien repliceerde ik, dat dat voor mediteren ook geldt. Ik had toen in twee jaar tijd drie zen-retraites van een week achter de rug en was vol van de effecten. Misschien zei ik dat niet. Het klopt ook niet, dat mediteren altijd onmiddellijk effect heeft, afgezien van de eerste keren en/of als het langer dan vijfentwintig minuten ofzo achter elkaar doet. Hoewel ik andersom wel merk, dat niet-mediteren voor het slapengaan, zeker in drukke en/of emotionele tijden, de kans op een slapeloze nacht sterk vergroot.

Vergrootte, moet ik inmiddels zeggen.

Ik nam mijn eerste pilletje in gespannen sfeer. Spanning uit vrees voor het effect en spanning uit wederzijdse vermoeidheid leidend tot ruzie. Nog volledig in mijn pre-pilliaanse bewustzijn, stelde ik Erwin enkele minuten later voor om samen te mediteren. Even stilzitten is even geen olie op het vuur en daarmee een kans om de negatieve spiraal te doorbreken. Dat snelle effect heeft mediteren vaak dan weer wel.

Of er tijdens de volgende, stille, twintig minuten iets noemenswaardigs gebeurde, kan ik niet meer met zekerheid zeggen. Wel, dat ik daarna, zoals gepland, de keuken inging, een maaltijd voorbereidde en me er niet druk om maakte dat het al tegen achten liep. Wat bijzonder was, want ik verheugde me nog steeds op een gezellige, misschien wel romantische, avond en aangezien ik al tijden rond een uur of tien ‘s avonds instort, krijg ik van het vooruitzicht om na zevenen nog te moeten koken en eten, meestal de vervelende kriebels, een benauwd gevoel van ‘zie je wel, het zal wel weer niet lukken.’

Nu dus niet. Ik kookte minstens spreekwoordelijk fluitend, ging vervolgens opgeruimd aan tafel en had er wel weer zin in. Onmiddellijk effect numero één was binnen.

Helaas zijn voor het doorbreken van een gezamenlijke negatieve spiraal twee mensen nodig, plus wilskracht en enige emotionele stabiliteit. Een uur later vertrok ik in bijna-tranen richting bed, maakte binnen een minuut, in huis- annex meditatiekloffie rechtsomkeer naar de huiskamer en griste opnieuw de meditatiemat en het meditatiekussen tevoorschijn. Hier was duidelijk sprake van drukke en emotionele tijden. En aangezien slapeloosheid het pilleneffect was waar ik het meest voor vreesde, zat er niets anders op dan nog maar eens twintig minuten te gaan ‘zitten.’

Fout, weet ik nu. Onmiddellijk effect numero twee liet zich voelen: zoals ‘ritalin’ een pepmiddel is waar alleen mensen met AD(H)D rustig van worden, maakt mediteren ‘normale mensen’ aan het eind van de dag extra wakker en AD(H)D’ers juist rustiger. Maar niet als je het een met het ander combineert: nu werd ik er klaarwakker van. Lezen, waar ik, tegen bedtijd tegenwoordig meestal te moe voor ben (was…) maar wat nu prima lukte, kalmeerde me niet. Zo werd mijn eerste nacht als pillenslikker een doorwaakte.

Lastige patiënt

20160102_105605Ruim een jaar blogde ik over leven met Add en zonder medicijnen. Nu gebruik ik ze toch. Terugblik op de eerste bevindingen: Blij dat ik slik – deel 2,  dag 1, 21 december 2015

Bij de apotheek ben ik opeens ben ik patiënt. De overhandiging van het recept, na uitleg over hoe de medicijnen werken en ingenomen dienen te worden, voelde nog als deel van een journalistiek onderzoeksproject, een samenwerking tussen Rob Pereira, als arts die zich vaak in de verdediging gedrukt voelt en voorzitter van de belangenvereniging en mijzelf,  als journalist en  wat zo mooi ‘ervaringsdeskundige’ heet.  Het meisje van apotheek Noordereiland heeft van dat spel geen weet.

Ik geef haar mijn recept.

‘Wat is uw geboortedatum?’

Ik noem mijn geboortedatum, een datum in het jaar 1970.

‘Is het voor het eerst dat u dit gaat gebruiken?’

‘Ja.’

‘Goed. U moet dit drie maal daags gebruiken,  steeds rond dezelfde tijd. Het effect merkt u naar een paar dagen. Als bijwerkingen kun je hoofdpijn krijgen en iets verminderde eetlust.’

‘Goh,  dat is iets anders dan wat de dokter mij vertelde.’ Laat ik het spel spelen, Pereira is nu inderdaad mijn dokter en ik begon dit experiment tenslotte óók als kritisch lid van belangenvereniging en journalist.

‘Houdt u zich aan wat de dokter u verteld heeft. Maar wij moeten dit zeggen.’

Ik protesteer maar even niet. Maar zo gaat dat dus. Heb ik net gehoord dat het medicijn na ongeveer drie uur uitgewerkt is, heb ik al heel vaak gehoord dat het direct effect heeft, heb ik diverse malen geschreven over hartkloppingen als mogelijke bijwerking en drukte Pereira me op het hart dat iedereen anders op de medicijnen reageert en dat je dus vooral zelf goed moet voelen op welke dosis je het best gedijt, komt dit meisje met ‘drie maal per dag op dezelfde tijd.’

Ze geeft  mij drie doosjes methylfenidaat. Waar ik de merknaam ritalin verwacht, staat HCI Sandoz. Ik herinner me dat tijdens de Impuls&Woortblind-vergadering mede-leden vertelden dat zij van de apotheek opeens een ander merk medicijnen kregen dan eerst en daarna meer bijwerkingen of minder van het bedoelde effect.

‘Ik dacht dat ik ritalin zou krijgen.’

‘Dat staat niet op het recept.’

‘Dat  is wel waar de dokter het over had.’

Meisje kijkt naar haar beeldscherm, typt wat in en zegt: ‘Uw verzekeraar vergoedt dat niet en dit wel.’

‘Daar ben ik mooi klaar mee.’

Goh, bedenk ik me, ik heb nooit eerder bij een apotheek moeilijk gedaan over het merk van een medicijn; vertrouw er altijd blind op dat het goed is.

‘U kunt ritalin alleen krijgen als er medische noodzaak voor is en dan moet de dokter dat op het recept zetten.’

‘Dan zal ik eerst eens met hem overleggen.’

Verdorie. Ik had deze middag meteen willen beginnen, niet  morgen als ik aan mijn deadlineartikel wil werken.

Ik stuur Pereira een mail, met dit verhaal, inclusief de gebruiksinstructie en bijwerkingenwaarschuwing en gevolgd door de vraag: ‘Kun je een recept voor ritalin aan mijn apotheek faxen? Of zal ik teruggaan en dat merkloze medicijn accepteren?’

Hij antwoordt vrijwel direct: ‘Ik zou het gewoon accepteren, het is vrijwel in alle gevallen bij de kortwerkende methylfenidaat hetzelfde, en laat de apotheek maar praten, echte onzin van die 3x per dag. Meestal moet je gewoon “ja mevrouw” zeggen.’

Je zou maar een andere dokter hebben, of zijn instructies niet goed begrijpen of erop vertrouwen dat als je de instructies van de dokter vergeten bent de apotheker het nog wel even duidelijk herhaalt, zoals ik vaak doe, en dus gelijk beginnen met 3 maal daags het dubbele van wat ik nu meestal slik.

Ik fiets terug, neem de doosjes in ontvangst en neem, een uur later,  mijn eerste pilletje.